1700 jaar Nikaia (4): beraadslagingen

Een beruchte scène uit het Concilie van Nikaia: Nikolaas van Myra staat op het punt een opponent een klap te geven (Rila-klooster)

De uitnodiging voor het Concilie van Nikaia, dat vandaag 1700 jaar geleden begon, lijkt gepaard te zijn gegaan met een oproep om klachten en wensen te formuleren. Dit was het moment, zo lijken de organisatoren gedacht te hebben, om misstanden te benoemen en te verhelpen. Deze cahiers des doléances, om eens een analogie te introduceren, vormden de basis van enkele libelli, “boekjes”, waarin de uiteenlopende klachten thematisch waren geordend. Er moet dus een staf zijn geweest die alles las en ordende voordat het aan de keizer werd aangeboden.

Die liet de libelli echter ongeopend verbranden. De politicus die Constantijn was, wilde zaken doen en kon het niet hebben dat er aan het begin van de vergadering blijken van wantrouwen waren in de richting van de mannen met wie hij moest overleggen. Dat is althans hoe de kerkhistoricus Theodoretos het presenteert. Zijn collega Sozomenos vergelijkt de daad met de vergevingsgezindheid van God. Het is overigens niet uitgesloten dat Constantijn wel degelijk op de hoogte was van de inhoud, al was het maar omdat de brieven die aan de libelli ten grondslag hadden gelegen, er gewoon nog waren.

Lees verder “1700 jaar Nikaia (4): beraadslagingen”

1700 jaar Nikaia (3): het concilie begint

Constantijn (let op het embleem op de helm; Staatliche Münzsammlung, München)

Het is vandaag 1700 jaar geleden dat in Nikaia, het huidige İznik in Turkije, de grote kerkelijke vergadering begon die bekendstaat als het Eerste Oecumenische Concilie. Nu zou het zomaar eens kunnen zijn dat u nog nooit een oecumenisch concilie hebt bijgewoond, dus leek het me zinvol eens te vertellen wat er zoal gebeurde. Hoewel de handelingen (actae) verloren zijn gegaan en we dus geen primaire bron hebben, zijn er redelijk wat secundaire bronnen, waarover ik later nog zal bloggen.

Voorbereidingen

Uiteraard werden eerst uitnodigingen verstuurd. Toevallig is een zo’n uitnodiging overgeleverd in een in de vijfde eeuw door een Armeense geleerde aangelegde verzameling. Het was Constantijn (en niemand anders) die de bisschoppen uitnodigde, en uitlegde dat de locatie in Nikaia was gekozen omdat de stad voor Italische bisschoppen makkelijk bereikbaar was, omdat er een gunstig klimaat was en omdat hij zelf ook van plan was vanuit Constantinopel langs te komen. De genodigden – zoals gezegd: niet iedereen die zich christen noemde – ontvingen behalve reisvouchers ook de agenda. Die is verloren, maar Eusebios van Caesarea vermeldt dat er reden was om te overleggen over de relatie tussen God de Vader en God de Zoon, over bisschoppen die (zoals Meletios van Lykopolis) hun autonomie wilden handhaven en over de kwestie van de paasdatum.

Lees verder “1700 jaar Nikaia (3): het concilie begint”

1700 jaar Nikaia (2): de gastenlijst

Het Concilie van Nikaia (negende-eeuws manuscript uit Vercelli)

De Oudheid is per definitie de periode waarover we naast het archeologische materiaal ook geschreven bronnen hebben, maar niet voldoende om te komen tot werkelijke geschiedvorsing. Daardoor zijn er talloze onderwerpen waarover we niets weten. Zo staat vast dat Egypte in de tweede eeuw na Chr. een ware fabriek van nieuwe christelijke ideeën is geweest, maar hebben we geen idee, zelfs geen begin van een idee, hoe het christendom in Egypte is gekomen. Dat is maar één voorbeeld van het simpele feit dat we over de Oudheid eigenlijk altijd onvoldoende weten.

Gelukkig begrijpen we wel waarom we over bepaalde onderwerpen minder informatie hebben dan er moet zijn geweest. We weten dat er teksten zijn geweest van de mensen die Christus vereerden in combinatie met andere goden, maar de middeleeuwse kopiisten hebben die niet overgeschreven. Ook de teksten van degenen die later als ketters zouden komen gelden, zijn op deze wijze verloren gegaan.

Lees verder “1700 jaar Nikaia (2): de gastenlijst”

De martelaren van Lyon

De onderaardse ruimte waar de martelaren van Lyon gevangen zouden zijn gehouden.

Meestal blog ik op zondagmorgen over het Nieuwe Testament, maar vandaag neem ik een verwant onderwerp ter hand: de eerste christenen in Gallië – meer in het bijzonder die in de stad Lyon ten tijde van keizer Marcus Aurelius (r.161-180). Als we kijken naar wat latere informatie, zien we dat de christelijke gemeenschappen zich meestal bevinden in steden die niet al te ver van de grote wegen liggen. Het is geen woeste conclusie dat het nieuwe geloof zich door de Provence had verspreid langs de Via Domitia en stroomopwaarts langs de Rhône vanuit Arles naar Vienne en Lyon en daarvan dan richting Reims of via Metz naar het Rijnland.

We weten zeker dat er in Lyon al rond het midden van de tweede eeuw christenen leefden. Een in 1974 ontdekt grafschrift is evident christelijk. Het is gesteld in het Grieks, wat suggereert dat migratie een rol speelde. De contacten met het oosten bleven bestaan: de straks te noemen bisschop Eirenaios werd uitgenodigd om uit het oosten te komen.

Lees verder “De martelaren van Lyon”

Sanchouniathon

Stèle met de naam “Sanchouniathon” uit Sousse

Misschien herinnert u zich dat ik een tijdje geleden bezig was met Filon van Byblos. Dat is een Grieks schrijvende auteur uit de Romeinse tijd die schreef over de mythen van het oude Fenicië. Zijn driedubbele identiteit is al interessant, net als de Fenicische verhalen. Die documenteren enerzijds een godsdienst die naast het Jodendom heeft bestaan, en anderzijds een tussenschakel was tussen het oude Nabije Oosten en Griekenland. Maar het meest boeiend is hoe die informatie tot ons is gekomen.

Bestond Sanchouniathon?

De zeven fragmenten van Filon van Byblos, die leefde rond 130 na Chr., zijn overgeleverd door de christelijke auteur Eusebios, twee eeuwen later. Misschien heeft die Filon niet zelf gelezen en citeert hij een uittreksel door de filosoof Porfyrios, maar dat laat ik even rusten. Filon claimt nergens dat hij zelf de Fenicische mythen heeft gelezen: hij vertelt alleen maar na wat hij las bij een zekere Sanchouniathon. Die zou hebben geleefd in de tijd van de Trojaanse Oorlog, dus zeg maar rond 1200 v.Chr., en op zijn beurt weer ene Taäutos navertellen.

Lees verder “Sanchouniathon”

Hoe vroeg is het Johannes-evangelie?

(Mar Tadros, Behdidat)

Ik kreeg vragen over een podcast waarin iemand zou hebben verteld dat het Johannes-evangelie ouder was dan aangenomen. En het bleef niet bij één of twee vragen: inmiddels zijn het er negentien. Alle reden om me in de materie te verdiepen.

Een vroeg Johannes-evangelie

Eerst even dit: de Ongelooflijke Podcast is al vijf jaar een vast item van de Evangelische Omroep en daarin behandelen David Boogerd en Stefan Paas, zoals u al vermoedde, vragen over religie. Rond Pasen lieten ze Cambridge-hoogleraar Geurt Henk van Kooten aan het woord, die kwam vertellen dat het Johannes-evangelie niet, zoals gebruikelijk, moet worden gedateerd aan het einde van de eerste eeuw na Chr., maar vóór de verwoesting van Jeruzalem in 70. Het argument is dat de evangelist spreekt over het Betzata-badhuis in de tegenwoordige tijd.noot Johannes 5.2.

Lees verder “Hoe vroeg is het Johannes-evangelie?”

C17 | Constantijn de Mythograaf

Constantijn de Grote (Capitolijnse Musea, Rome)

[Laatste van een reeks blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Ik vertelde in een eerder blogje al dat bisschop Eusebios de feestrede hield bij Constantijns dertigste regeringsjubileum. De toen gehouden toespraak vormde een basis voor het Leven van Constantijn, dat Eusebios in 339 publiceerde. Op dat moment regeerden Constantijns zonen, wier bewind was begonnen met het opruimen van de nodige verwanten. Burgeroorlog hing in de lucht en het was geen uitgemaakte zaak dat de christenvervolgingen definitief behoorden tot het verleden. Het is tegen deze achtergrond dat Eusebios het Leven van Constantijn schreef en de titelheld neerzette als voorbeeld voor toekomstige machthebbers. Zolang zij christelijk bleven konden ze rekenen op goddelijke steun.

Dat de biografie gedeeltelijk teruggaat op een lofrede betekent dat Constantijn vooraf met de bisschop van Caesarea heeft gesproken, zoals hij ook de Redenaar van 310 instructies had gegeven. Eusebios vermeldt zo’n gesprek en het is aannemelijk dat wat de bisschop schreef, de goedkeuring van Constantijn zelf heeft gehad.

Lees verder “C17 | Constantijn de Mythograaf”

C16 | De visioenen van Constantijn

De fresco van het visioen van Constantijn de Grote in de Stanze van Rafael is gebaseerd op een reliëf uit de Boog van Constantijn.

[Het voorlaatste van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Ik rondde mijn vorige blogje af met de constatering dat Constantijn bij zijn dood kon terugzien op een uitzonderlijk succesvolle regering. Dat ook een aanzienlijk deel van de bevolking Constantijn zo zag, valt af te leiden uit het grote aantal verhalen dat al tijdens zijn leven de ronde deed over zijn visioen.

Zoals ik op deze blog wel vaker vertel, werd in de Oudheid vrijwel alle informatie mondeling overgedragen. Wildgroei was dan ook de gewoonste zaak van de wereld. Het visioen van Constantijn is alleen uitzonderlijk omdat de oudheidkundige én de oorspronkelijke gebeurtenis kent uit de lofrede van 310 én beschikt over diverse bronnen om de verdere verspreiding te documenteren. Het veelvoud suggereert dat het verhaal populair was en dat veel mensen ervan overtuigd waren geraakt dat hun keizer inderdaad de uitverkorene was van een hogere macht.

Lees verder “C16 | De visioenen van Constantijn”

C15 | De dood van Constantijn

Constantijn (Capitolijnse Musea, Rome)

[Vijftiende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Na de inwijding van Constantinopel regeerde Constantijn nog zeven jaar. Jaren waarin hij oorlogen voerde aan de grens, het muntstelsel herzag en wetten uitvaardigde. Die begunstigden het christendom, maar geen van zijn beslissingen was gericht tegen de oude culten. Ook begon hij zijn opvolgers in te werken. Uit zijn huwelijk met Fausta had hij drie zonen, die na zijn dood de macht zouden overnemen. Het feit dat ze christelijke leraren kregen zegt veel over de opvattingen van hun vader.

In juli 335 vierde Constantijn zijn tricennalia, het begin van zijn dertigste regeringsjaar. Alleen keizer Augustus had langer geregeerd. Aan het einde van dat jaar, in de zomer van 336, sprak bisschop Eusebios de traditionele feestrede uit – een andere aanwijzing dat de christenen niet langer slechts werden getolereerd, maar konden rekenen op belangrijke posities in het openbare leven.

Lees verder “C15 | De dood van Constantijn”

C14 | Constantinopel

De stedenmaagd van Constantinopel (Bodemuseum, Berlijn)

[Veertiende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Constantijns vicennalia, het feest van zijn twintigste regeringsjaar, eindigden in Rome. In deze jaren bouwde hij op de Vaticaanse heuvel in het westen de Sint-Pieter, terwijl hij op de Esquilijn in het oosten de Sint-Jan van Lateranen liet bouwen in een oud keizerlijk paleis. In het zuiden verrees de Sint-Paulus buiten de Muren. De bouw van deze christelijke basilieken leent zich voor tweeërlei uitleg: het is denkbaar dat Constantijn bescheiden aan de randen van de stad bouwde en het christendom niet wilde opdringen aan de bewoners van Rome; het is echter eveneens denkbaar dat hij de kerken plaatste op heuveltoppen om de mensen in te peperen dat het christendom had gezegevierd. Zoals meestal is er geen eenduidig antwoord.

Een extra residentie

Andere bouwprojecten uit deze jaren waren de Grafbasiliek in Jeruzalem en de Geboortekerk in Betlehem. Ook de forten langs de oostgrens werden versterkt. Het voornaamste bouwproject was echter de extra residentie, die bekend is komen staan als Constantinopel. Het ritueel waarmee de bouw in 324 was begonnen was heidens geweest. Sindsdien waren er nieuwe stadsmuren gebouwd en op 11 mei 330 werd de residentie plechtig ingewijd, opnieuw met een grotendeels heidens ritueel. Bij die gelegenheid werd ook het nieuwe forum in gebruik genomen, dat was aangelegd rond een porfieren zuil met daarop een beeld van de zonnegod. Het had de gelaatstrekken van Constantijn.

Lees verder “C14 | Constantinopel”