De val van Lachis

Sanheribs belegering van Lachis. Reliëf uit Nineveh, nu in het British Museum (Londen)

Had ik het in deze reeks n.a.v. de komende Nineveh-expositie in het RMO vorige week over de ondergang van Israël, het noordelijkste van de twee joodse koninkrijken in de IJzertijd, vandaag schrijf ik over de wijze waarop de Assyriërs het zuidelijke rijk, Juda, in 701 te pakken namen. Voor uw begrip: de hoofdstad was Jeruzalem, waar koning Hizkia resideerde en de tempel stond, maar de voornaamste stad was Lachis. Die wat westelijker gelegen stad lag veel gunstiger ten opzichte van de belangrijke weg van Egypte naar Syrië.

Hierboven ziet u een reliëf uit Nineveh met daarop de belegering van Lachis. Wellicht is het het handigst om het even aan te klikken en te vergroten want er zijn veel details te zien. Aan de linkerzijde boogschutters die de verdedigers van de muren proberen te verjagen, middenin de (door archeologen teruggevonden) belegeringsdam naar de stad op de heuvel, en rechts de bestorming van de stad, met daartussenin nog wat gespietste lijken. Althans, ik hoop dat het lijken zijn en geen levende mensen.

Lees verder “De val van Lachis”

Parallelle teksten

Sanheribs soldaten (Pergamonmuseum)
Sanheribs soldaten (Pergamonmuseum)

Ik vertelde gisteren over de belegering van Jeruzalem door de Assyrische koning Sanherib. De profeet Jesaja adviseerde, namens God, de vrome Hizkia om niet te wanhopen.

Hier is hoe de Bijbel het verhaal van het Assyrische beleg van Jeruzalem afrondt:

Die nacht trok de engel van de heer uit en hij doodde in de legerplaats van de koning van Assyrië 185.000 man: ’s ochtends vroeg lagen er niets dan lijken. Sanherib, de koning van Assyrië, brak het beleg op, keerde naar zijn land terug en bleef in Nineve. (2 Koningen 19.35-36)

Het is maar de vraag of dit de hele waarheid is, want Hizkia betaalde een flinke afkoopsom. Maar er is meer aan de hand. Lees maar wat de Griekse onderzoeker Herodotos vertelt over de opmars van Sanherib naar Egypte en houd daarbij in gedachten dat muizen in de Oudheid symbool stonden voor epidemieën – Apollo Smintheus (“muizendoder”) was bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de ziekte waarmee de Ilias begint.

Lees verder “Parallelle teksten”

Hizkia en de Assyriërs (2)

De Sanherib-prisma (Oriental Institute, Chicago; foto William P. Thayer)
De Sanheribprisma (Oriental Institute, Chicago; foto William P. Thayer)

Ik vertelde in mijn vorige stukje dat in de achtste eeuw de Assyrische legers oppermachtig waren en niet alleen het koninkrijk Israël hadden onderworpen, maar in 701 v.Chr. ook de stad Lachis veroverden op koning Hizkia van Juda. Het vervolg is bekend uit twee bronnen. Een inscriptie van Sanherib, de zogenaamde Sanheribprisma in het Chicago Oriental Institute, beschrijft hoe de koning al zijn vijanden versloeg en heel Juda plunderde en oprukte naar Jeruzalem.

Ik verdreef 200.150 mensen, jong en oud, mannen en vrouwen, paarden, muildieren, ezels, dromedarissen, runderen en ontelbare hoeveelheden kleinvee en beschouwde het als mijn buit. Hizkia maakte ik tot een gevangene van Jeruzalem, zijn koninklijke residentie, als een vogel in een kooi. Ik omgaf hem met belegeringswerken om degenen die de stad verlieten te mishandelen.

Lees verder “Hizkia en de Assyriërs (2)”

Hizkia en de Assyriërs (1)

Assyrische pijlpunten, gevonden in Lachis en nu in het British Museum.
Assyrische pijlpunten, gevonden in Lachis en nu in het British Museum.

Een tijdje geleden publiceerde ik wat stukjes over de Assyrische expansie (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7) en vertelde daarbij hoe het koninkrijk Israël, het noordelijke van de twee joodse staatjes, rond 724 v.Chr. ten onder ging. Het was een stoer rijk geweest, maar tegen de legers van Assyrië stond de koning van Israël machteloos.

De Assyriërs beschouwden oorlog als een wetenschappelijk studieobject. Voor individuele heroïek, zoals we die kennen uit de Ilias (die in dezelfde tijd werd geschreven), was in de Assyrische legers geen ruimte. Strijdwagens dienden niet om zwaarbewapende aristocraten naar het front te rijden, maar voor massale, frontale aanvallen. Als de tegenstander eveneens beschikte over strijdwagens, werd hij geconfronteerd met Assyrische infanteristen die man en paard met werpspiesen te lijf gingen. Vijandelijke gelederen werden verstoord door boogschutters, die pijlen met allesdoordringende ijzeren punten afschoten. Zie het plaatje hierboven. Was de vijand eenmaal van het slagveld verdreven, dan werd hij achternagezeten door ruiterij.

Lees verder “Hizkia en de Assyriërs (1)”

Het zegel van Hizkia

Het zegel van koning Hizkia
Het zegel van koning Hizkia

Als er archeologische vondsten zijn in Israël, worden die vaak vreselijk gehypet. Maar vandaag is er dan toch iets te melden: bij het onderzoek van de heuvelrug die bekendstaat als Ophel, ruwweg ten zuiden van de Tempelberg, is het zegel gevonden van koning Hizkia van Juda. Het aardige is de aanwezigheid van het teken anch (de T met het ovaal erboven, rechts), dat in de Egyptische cultuur stond voor “leven” en heel wel ’s konings dankbaarheid tot uitdrukking kan brengen omdat hij van een nare ziekte was genezen (2 Koningen 20).

Het is niet zo dat we, met deze vondst, ineens ons beeld van het oude Juda moeten herzien. Er is weinig discussie over koning Hizkia. Een terecht beroemde inscriptie (deze) wordt met hem geassocieerd, hij staat vermeld in een Assyrische tekst en er zijn al zegels als deze bekend. Het is aannemelijk dat de machtige stadspoort die nu in de Oude Stad wordt aangewezen, door hem is gebouwd. Ik zal daar morgen nog over schrijven.

Lees verder “Het zegel van Hizkia”