De Kushana’s

Een Kushana-prins uit Dalverzintepa (Nationaal Museum, Tasjkent)

Het begint dus in China. Of beter, ten noorden van China. Aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. woonden daar twee groepen nomaden. In het noordwesten waren dat de Tochaars-sprekende Yuezhi en in het noordoosten de Xiongnu. En verder was er de eeuwige trek waarmee herdersvolken westwaarts reizen, omdat je dan van het betrekkelijk droge Manchurije en Mongolië naar steeds groenere gebieden reist – over de Altai, naar de Pontische Steppe, naar de Hongaarse poesta.

En dat wil dus zeggen dat de Xiongnu westwaarts trokken en de Yuezhi voor zich uit dreven. In 176 v.Chr. kwam dit proces door een militair conflict in een stroomversnelling en de Yuezhi migreerden via het huidige Kazachstan naar Sogdië, zeg maar het huidige Oezbekistan, waar ze rond 130 v.Chr. aankwamen. Ook vestigden ze zich in Baktrië, het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan, aan weerszijden van de rivier de Oxus. Ze woonden hier te midden van een Sogdisch-Baktrisch-Perzisch-Griekse bevolking en namen het Griekse alfabet over. Opgravingen als het Oezbeekse Khalchayan en het Afghaanse Tillya Tepe documenteren het pluriforme karakter van deze wereld.

Lees verder “De Kushana’s”

B3: De leer van Boeddha

Boeddha (Jaulian, Taxila)

De boeddhistische leer, waarover we gisteren al lazen, is vastgelegd in leerstellingen met commentaren. Om de leer gemakkelijk te onthouden is zij samengevat in termen als ‘de vier nobele waarheden’, ‘het achtvoudige pad’, en ‘de drie juwelen’.

Juwelen, waarheden en paden

De drie juwelen zijn de zaken waartoe de boeddhist zich kan wenden om meer over de boeddhische levensbeschouwing te weten te komen, en deze te ervaren en in de praktijk te brengen. Het betreft

  1. de persoon van Boeddha, als lichtend voorbeeld van hoe te leven,
  2. de boeddhistische leer,
  3. de boeddhistische gemeenschap.

Van deze drie juwelen leert de boeddhist over de vier nobele waarheden:

Lees verder “B3: De leer van Boeddha”

Boeddha

Fayaz Tepe: stoepa met relikwieën van Boeddha

Al in de late zesde eeuw v.Chr. deporteerde de Perzische koning Darius de Grote Grieken naar het verre Baktrië (de vlakte van de Boven-Oxus ofwel het grensgebied tussen Afghanistan en Oezbekistan). Zijn zoon en opvolger Xerxes ging daar vrolijk mee verder en de Griekse kolonie in het verre oosten moet aanzienlijk zijn geweest. Eén van de aanwijzingen daarvoor is dat in Baktrië imitaties circuleerden van Griekse munten; een andere aanwijzing is dat toen Alexander de Grote in 329 v.Chr. in deze contreien aankwam, hij afstammelingen van de gedeporteerden aantrof. Gewoontegetrouw moordde hij die uit.

Enkele jaren later liet hij er duizenden Griekse huurlingen achter. Hij had de Baktrische bevolking, die deels leefde van de landbouw en deels heen en weer trok met kuddes, gedeporteerd naar nieuw-gestichte steden als Ai Khanum en Kampyr Tepe, en het was de bedoeling dat de Griekse kolonisten erop toezagen dat de Baktriërs ook in die makkelijk te controleren steden bleven wonen.

Lees verder “Boeddha”

Kara Tepe

De noordelijke sector van Kara Tepe
De noordelijke sector van Kara Tepe

Te zeggen dat Kara Tepe lastig bereikbaar is doordat het ligt in het Oezbeeks-Afghaanse grensgebied, is een understatement: de opgraving ligt op een militair oefenterrein. Als je van de kazerne naar de eigenlijke heuvel loopt, struikel je over de patroonhulzen en het schroot. De veiligheidsmaatregelen grenzen aan paranoia, maar je kunt een vergunning krijgen om de plaats te bezoeken – nog bedankt, Vincent – en zaterdag ben ik er geweest.

De Indo-Grieken

Om Kara Tepe te begrijpen, moeten we eerst even kijken naar de buurstad, Termez. Die naam is vrijwel zeker afgeleid van “Demetria”: een hellenistische stad, aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. gesticht door koning Demetrios I van Baktrië (zoals Zuid-Oezbekistan en Noord-Afghanistan toen heetten). Deze vorst stelde belang in de Punjab en beschermde het boeddhisme; er kunnen in zijn tijd al kloosters zijn geweest in Demetria.

Lees verder “Kara Tepe”

De weg naar Uch: Pakistan (1)

Detail van een stupa uit Jaulian in Pakistan

[Dit is het derde deel van een reisverslag uit 2004; het eerste deel is hier.]

Drie maanden later landen we bij Islamabad, de hoofdstad van Pakistan. We zijn wat nerveus want ergens op het vliegveld moet de auto met overheidskentekens klaarstaan die voor ons is geregeld – maar hoe vind je je chauffeur in de mensenmassa? Gelukkig vindt hij ons, en eigenlijk hadden we dat kunnen weten: bleke westerlingen van één meter negentig zijn bezienswaardigheden.

Niet veel later rijden we over de Grand Trunk Road: de eeuwenoude route van Kabul via Peshawar, Lahore en Amritsar naar de steden aan de Ganges. Het is de Uttarapatha uit de antieke Indische literatuur, de hoofdweg waarover het boeddhisme zich naar het westen verspreidde en miljoenen mensen handel dreven en vrienden bezochten. Momenteel is het een vierbaansweg, maar je moet niet opkijken als tussen de bontversierde vrachtauto’s een stel buffels of een dromedaris opduikt. De G.T.R. is een wereld op zich, een historisch verhaal waar je als reiziger ineens in bent opgenomen, en het overdonderende begin van ons bezoek aan Pakistan.

Lees verder “De weg naar Uch: Pakistan (1)”