Heldenverhalen, steeds hetzelfde

Heldenverhalen zijn steeds hetzelfde, zoals de Leeuwenkoning (StoryWorld, Groningenl klik = groot)

Je kunt verhalen op verschillende manieren analyseren. De kern is een plot waarin de diverse elementen noodzakelijk moeten samenhangen. Als twee kinderen alleen door het woud zwerven, moeten ze daar door hun stiefouders zijn achtergelaten, en dat moeten die stiefouders hebben gedaan omdat er grote armoede heerste. Er is daarnaast in een verhaal een achtergrond die je ter kennisgeving aanneemt. Alleen een scherpzinnig kind vraagt waarom een oude vrouw moederziel alleen op een afgelegen plek in het woud gaat wonen en een huis bouwt van pannenkoeken.

Ook binnen de plot zelf zijn, zeker als het om volksverhalen gaat, vaste elementen aan te wijzen. Dingen gaan in vertellingen bijvoorbeeld meestal twee keer verkeerd en de derde keer goed. Als een Griekse auteur schrijft dat Peisistratos twee keer vergeefs had geprobeerd de macht in Athene te grijpen voordat het de derde keer wel lukte, is dat een sterke aanwijzing dat de bron een mondelinge traditie is. De informatie is dus niet zo betrouwbaar. Iets dergelijks valt te zeggen over de geboorte van Caesar door middel van een keizersnede: een te gebruikelijk verhaalmotief om zomaar geloofd te mogen worden.

Deze twee voorbeelden tonen waarom de analyse van volksverhalen belangrijk is. Ze vormt een soort alarmbel die je op je qui vive maakt bij het lezen van antieke biografieën. En met het woord biografie belanden we als vanzelf bij de bestudering van mythen, sagen, legendes, heldenliederen en andere heldenverhalen.

Lees verder “Heldenverhalen, steeds hetzelfde”

Sint-Gereon

St. Gereon, Keulen

Een van de romaanse kerken van Keulen is gewijd aan de heilige Gereon, een van de soldaten van het zogenaamde Thebaanse Legioen. Die eenheid zou zich in de vierde eeuw tot het christendom hebben bekeerd en bij St Maurice-en-Valais in Zwitserland collectief ter dood zijn gebracht toen het een dienstbevel weigerde uit te voeren dat de manschappen immoreel achtten.

De legende is ontstaan in 383 na Chr., toen – ik moet even uit mijn hoofd citeren – de rivier Rhône zijn loop verlegde en een massagraf zichtbaar werd. Bisschop Eucherius van Lyon hield zijn geschokte gelovigen voor dat dit de lichamen waren van die Thebaanse legionairs en vertelde over hun wederwaardigheden ten tijde van “caesar Maximianus”. In een boek waarover ik al eens blogde heeft Donald O’Reilly erop gewezen hoe vreemd dit is. Maximianus bekleedde een hogere rang, augustus, en was alleen enkele maanden in 285/286 caesar. Dit suggereert dat Eucherius het verhaal niet verzon en een contemporaine bron benutte.

Lees verder “Sint-Gereon”

Sint-Joris en de draak (2)

Gevelsteen van Sint-Joris (Vlasmarkt, Middelburg)

De gevelsteen van Sint-Joris hierboven zult u vinden op een steenworp (letterlijk) van de beroemdste monumentale trap uit de Nederlandse literatuur (ook letterlijk) en het is natuurlijk geen toeval dat in de hoofdstad van Zeeland de draak blauw is en golft als water.  Het paard lijkt overigens meer op een stier die ten aanval gaat, maar dat terzijde.

U vond het begin van de legende van Sint-Joris hier en u leest hieronder hoe het afloopt.

Lees verder “Sint-Joris en de draak (2)”

Sint-Joris en de draak (1)

De draak van Sint-Joris te Beesel (Rik van Rijswick)

De draak hierboven, gemaakt door Rik van Rijswick, fotografeerde ik afgelopen zomer bij Beesel, dat u misschien kent van het draaksteken. Het is wel een tof beestje voor deze mooie zomerdag, want het is vandaag Sint-Joris. Maar wie was dat eigenlijk?

De Gulden Legende, de grote collectie heiligenlevens die Jacob van Voragine in 1260 publiceerde, noemt verschillende verhalen over de marteldood van christenen die Georgius hebben geheten, en ik sluit allerminst uit dat ze allemaal waar zijn omdat de naam destijds net zo gangbaar was als ons “meneer De Boer”. Het beroemdste verhaal is natuurlijk dat van zijn optreden als drakendoder, dat een variant is op het verhaal van de Griekse held Perseus. De christelijke legende is later weer door moslims opgepikt: zij noemen Perseus/Georgius Khidr, “de groene man”. In Jounieh bij Beiroet worden Khidr en Georgius samen vereerd; Khidrs graf is me ooit aangewezen in de citadel van Aleppo; en hij verschijnt aan u als u in Isfahan veertig dagen lang elke avond de stoep goed schrobt zonder u daarop te laten voorstaan.

Kortom, een volksverhaal waarvan er dertien in een dozijn gaan, maar omdat ik de legende eigenlijk eens wilde lezen, heb ik die maar eens opgezocht. Hieronder dus de tekst van een gedeelte uit de Gulden Legende, vertaald door Vincent Hunink. Maar eerst nog even dit: komt u vanavond naar Oog op de Oudheid in Leiden?

Lees verder “Sint-Joris en de draak (1)”

Het visioen van Constantijn (3)

Constantijn (munt uit Museum Valkhof, Nijmegen)

Eén muisklik en het manuscript van Het visioen van Constantijn ging, gisteren rond kwart voor twee, naar uitgeverij Omniboek. Het had er nog even om gehangen of ik de deadline zou halen, want een dag ervoor had ik ineens een klus tussendoor gekregen, maar uiteindelijk leverde ik de tekst in op de afgesproken dag. Het is nu in handen van de vormgever.

Over een tijdje zullen mijn coauteur Vincent Hunink en ik proeven moeten gaan lezen. Dat is het moment waarop ik zal zien dat ik oliebollen van zinnen heb gedraaid en redenaties heb opgehangen die voor mijzelf perfect helder waren, maar voor anderen totaal onbegrijpelijk. Dergelijke stommiteiten haal je dan weg en als je het boek dan eindelijk in handen hebt, is het allereerste wat je ziet een fout die je over het hoofd zag. Zo gaat het namelijk altijd. Het is een onhebbelijke gewoonte van verborgen gebreken dat ze nooit verborgen blijven.

Lees verder “Het visioen van Constantijn (3)”

Adalbert

Het altaar waarin de resten van Adalbert liggen

Een tijdje geleden belandde ik, enigszins ongepland, in de Egmondse Abdij. Ik wist dat het historische klooster, waar de graven van Holland ooit hun kanselarij hadden, niet langer bestond en had daarom nooit eerder een reden gezien erheen te gaan. Nu zal ik niet zeggen dat ik daarmee een onherstelbaar cultureel misdrijf heb gepleegd, maar ik had er beter wél eens een kijkje kunnen nemen. Het is een mooie, rustige plaats. De plek waar ooit de kloosterkerk heeft gestaan is aangegeven en in de buurt ligt in een moderne kerk Adalbert, de missionaris die hier ooit het christendom zou zijn komen uitleggen, opnieuw begraven.

Toen hij hier rond 700 aankwam, waren hier wat Friese boerennederzettingen. Missionarissen als Wigbert en Willibrord hadden geprobeerd het gebied te kerstenen, maar hadden weinig bereikt, hoewel de lokale heerser Radboud behulpzaam was geweest. Er kwam pas schot in de zaak toen deze koning in 719 was overleden en de Frankische leider Karel Martel zich van alle gebied ten westen van het Vlie meester had gemaakt. Rond 730 waren er kerken in Velsen, Heiloo en Petten. En ergens daartussen leefde dus Adalbert.

Lees verder “Adalbert”

Nikolaas van Myra

Nikolaas van Myra (Byzantijns Museum, Athene)
Nikolaas van Myra (Byzantijns Museum, Athene)

Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, geloof ik in Sinterklaas, die vandaag 1633 jaar (of zoiets) geleden het tijdelijke verwisselde voor het eeuwige. De heilige bisschop van Myra heeft elk jaar nog drie andere kerkelijke feestdagen – u leest in deze charmante legende hoe dat zo is gekomen. Het is welverdiend dat de goede heilige vier feestagen heeft, want hij zet zich in voor

de kinderen, zeelieden (in een duobaan met de Moeder Gods), vissers, kuipers, slagers, pasgetrouwde stellen, studenten (in een duobaan met Thomas van Aquino), kooplieden, bankiers en dieven (maar dat is hetzelfde), prostituees, officieren, hotelliers, gevangenen, ongehuwde vrouwen met een partnerwens, Amsterdam en de Amsterdammers, Rusland en de Russen, Griekenland, de Grieken en de Griekse marine, alle steden en dorpen in de wereld die “St. Niklaas” heten, of iets wat daarop lijkt, iedereen met een naam die is afgeleid van “Nikolaas” en meer in het bijzonder van de gehele mensheid. (bron)

Lees verder “Nikolaas van Myra”

Waarom dat wonderlijke middeleeuwse feest van Sinterklaas dus gewoon nog altijd actualiteit bezit

Sinterklaas (Gevelsteen in de Amsterdamse Sint-Nicolaassteeg)

In weerwil van het liedje dat behelst dat Sinterklaas jarig is en dat we om die reden onze schoen vast klaar moeten zetten, wordt op 6 december het overlijden herdacht van de bisschop van Myra. Zijn sterfjaar is niet bekend, maar 343 is een mogelijkheid.

Nikolaas’ biografie bestaat grotendeels uit legendarische anekdotes, die suggereren dat hij al tijdens zijn leven zou hebben beschikt over de gave der bilocatie. Vrijwel al deze legenden zijn terug te leiden tot de volkstradities van het Turkije van de Romeinse tijd, en hebben geen historische waarde.

Lees verder “Waarom dat wonderlijke middeleeuwse feest van Sinterklaas dus gewoon nog altijd actualiteit bezit”

Willibrordus

Reliekschrijn van Willibrordus (Catharinakathedraal, Utrecht)

In het jaar 384 overleed in Maastricht bisschop Servatius, die tot kort daarvoor had geresideerd in Tongeren. Veel meer weten we eigenlijk niet over de man, wiens leven vooral bekend is uit latere legenden. Toch is zeker dat er christelijke gemeenschappen waren in de twee genoemde Romeinse steden. Uit Nijmegen is er nog een haarspeld met een Christusmonogram, die erop wijst dat er ook aan de Waal christenen leefden. Dat was zo’n beetje al het bewijs voor de aanwezigheid van het christendom in de Lage Landen in de Romeinse tijd.

De val van Rome

Een generatie na de dood van Servatius viel het Romeinse rijksbestuur in onze contreien weg. De macht kwam in handen van de laatste garnizoenscommandanten, die stonden aan het hoofd van plaatselijk gerekruteerde legertjes. Nu was de plaatselijke bevolking aan het begin van de vijfde eeuw niet meer wat ze voordien was geweest: in 355 waren groepen Frankische immigranten vanuit het huidige Drenthe, Gelderland en Overijssel het Romeinse Rijk binnengetrokken, waar generaal Julianus hun land in het huidige Brabant had toegewezen en had geëist dat ze zouden dienen in de legers. Toen het Romeinse staatsapparaat rond 410 dus wegviel – de onlangs gevonden munten uit het Limburgse Echt werpen enig licht op deze gebeurtenis – kwam de macht in handen van mannen met Frankische (over)grootouders. Als de nieuwe heersers christelijk zijn geweest, zal het geloof niet heel diep hebben gezeten.

Lees verder “Willibrordus”

Milvische Brug

De slag bij de Milvische Brug: Constantijns soldaten doden hun verslagen tegenstanders, die liggen in het water van de Tiber. Hoewel dit reliëf op de boog van Constantijn groter is, ontbreken soldaten met op hun schild het -teken.

[Het is vandaag 1703 jaar geleden dat Constantijn de Grote even ten noorden van Rome, bij de Milvische Brug over de Tiber, zijn rivaal Maxentius versloeg. Bovendien is er momenteel een aardige Constantijn-expositie in de Nieuwe Kerk, dus ik trakteer u vandaag op een passage uit mijn boek Oorlogsmist.]

In de Late Oudheid legitimeerden de Romeinse keizers zich vaak door een claim dat ze de speciale steun genoten van deze of gene godheid. Wie er anders over dacht, kreeg het moeilijk. De leiders van de zogeheten manicheeërs, die meenden dat er twee goden waren, werden levend verbrand en ook de christenen kregen het buitengewoon zwaar te verduren. In 311 maakte keizer Galerius een einde aan het vervolgingsbeleid.

Op dat moment heerste in West-Europa keizer Constantijn, die zich liet voorstaan op een bijzondere band met de zon. In 310 beweerde hij zijn beschermer, in de gedaante van de god Apollo, te hebben gezien in een visioen. Een redenaar haalde later in het jaar herinneringen op:

Lees verder “Milvische Brug”