PowerPoint-problemen

Ik ben niet de enige die wat moeite ondervindt met de techniek.

Even een blogje dat eigenlijk alleen zinvol is voor mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.

Af en toe verzorg ik cursussen en daarbij gebruik ik PowerPoint. Na afloop stuur ik die, samen met links naar aanvullende literatuur, naar de mensen toe. Dat was ooit zo eenvoudig als ik schrijf: een mailtje met links, met daarbij een attach. En dat was dat.

Lees verder “PowerPoint-problemen”

De Europese canon (36-40)

Oscar Montelius (©Stockholms Stadsmuseum)

Met dit negende blogje in mijn reeks over de Europese canon bereiken we de tweede helft van de “lange negentiende eeuw”: Europa als wereldmacht én het einde daarvan.

De vooruitgangsgedachte

Periode: Tweede helft negentiende eeuw

De vooruitgangsgedachte is een thema waarover ik al meer heb geblogd. De filosofen van de Verlichting waren er zeker van dat de mensheid erop vooruitging. Ook geleerden als Turgot en De Condorcet waren daarvan overtuigd, maar ze deden weinig meer dan het presenteren van een hypothese. Die baseerden ze op de klassieke teksten en op de beste etnografische data van hun tijd, maar het idee dat de mensheid van primitieve aaseter via wildeman en barbaar was opgeklommen tot beschaafd mens, was welbeschouwd niets meer dan beredeneerd giswerk.

Het empirische bewijs kwam echter in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen de eerste wetenschappelijke archeologen voldoende overzicht hadden van het diepe verleden om te kunnen vaststellen dat er een evolutie was geweest van Steentijd via Bronstijd naar IJzertijd. De samenleving, zo betoogde Oscar Montelius, was complexer geworden en welvarender. De twintigste eeuw toonde mogelijkheden en ethische keuzes die voordien ondenkbaar zouden zijn geweest.

Lees verder “De Europese canon (36-40)”

De zeven vrije kunsten

Middeleeuwse weergave van de zeven vrije kunsten rond Vrouwe Filosofie

Ik heb de afgelopen tijd regelmatig geblogd over de opkomst van het christendom. Het is een misverstand dat de gelovigen afwijzend stonden tegenover de antieke cultuur. Zeker, de heidense goden waren alomtegenwoordig, maar de heidenen namen die ook niet al te serieus. Ik heb al weleens verteld over euhemerisme, over allegorese en over de herinterpretatie van Palaifatos: manieren om de verhalen over de oude goden een nieuwe betekenis te geven. Het christendom kon succes hebben door dit zelfde mechanisme: oude gebruiken, zoals het meenemen van gewijd water uit een heilige bron, kregen een nieuwe, christelijke betekenis.

Jeruzalem en Athene

Het aloude onderwijssysteem bleef bestaan. Een mooi voorbeeld is Augustinus, die welsprekendheid had gedoceerd en als bisschop nog altijd een populair spreker was. Toen ik onlangs in Bulla Regia was, realiseerde ik me ineens hoe populair: hij sprak daar niet in een kerk, maar in het theater. Wat ik maar zeggen wil: het christelijke publiek had niet zo heel andere verwachtingen dan het heidense publiek, en een traditionele opleiding was nog altijd relevant.

Lees verder “De zeven vrije kunsten”

Transparant klaslokaal

Een tijdje geleden sprak ik iemand die werkte in het middelbaar onderwijs en die vertelde me een onthutsend verhaal. Nu zijn er veel onthutsende verhalen te vertellen over het onderwijs, maar dit was echt iets dat me verbijsterde. Het ging om een leraar die in zijn klaslokaal een boekenkast had neergezet waar de leerlingen boeken in konden vinden waarmee ze hun kennis verder konden verdiepen.

Je zou denken: wat is het probleem? Je zou denken: daar moeten we blij mee zijn. Elke docent die zijn of haar leerlingen ertoe kan brengen extra kennis op te doen, verdient een compliment. We zullen die leerlingen-met-extra-kennis in de toekomst nog hard nodig hebben.

Lees verder “Transparant klaslokaal”

De literatuurlijst bij het handboek

Mommsen (Humboldt-Universität, Berlijn)

Ik heb nu al een paar keer geblogd over de handboekstof voor oudhistorici, maar hoorde dat de begeleidende werkcolleges niet overal meer bestaan. Ook hoorde ik dat het voorkomt dat docenten geen tijd toegewezen krijgen om zich voor te bereiden. Het tweede is nog erger dan het eerste. Een docent die is gespecialiseerd in, pakweg, de laat-Romeinse stad, moet zich inlezen als het gaat over, pakweg, het Macedonische koningschap of de Midden-Bronstijd. Krijgt zo’n docent die voorbereidingstijd niet, dan is er grote kans dat hij terugvalt op kennis uit zijn eigen handboekencollege. Dan verstrekt hij zijn studenten dus verouderde informatie. Dat is intens jammer, want veel geschiedenisstudenten specialiseren zich na hun eerste jaar in een ander tijdvak. Over de Oudheid hebben ze dan eigenlijk alleen verouderde informatie gekregen.

Goed academisch onderwijs – waarmee ik weinig van doen heb maar waar ik wel bezorgd over ben – veronderstelt een docent die breed overzicht heeft. Het veronderstelt bovendien werkcolleges om de stof te bespreken. Misschien dat het gebrek aan discussie nog valt te compenseren met een goed hoorcollege. Ik wil zelfs nog aannemen dat zo’n hoorcollege digitaal kan. Maar die docent, die moet wel zijn tijd krijgen om zich te voorbereiden.

Lees verder “De literatuurlijst bij het handboek”

Schoolbord en krijt

De man die u hierboven les ziet geven is prof.dr. Jones, een van de vermaardste Amerikaanse archeologen uit het interbellum. Het aardige is dat hij les geeft zoals ik het zelf ook het liefste doe: voor een schoolbord. Met een krijtje in de hand kan ik denken. De opzet van mijn boek Hannibal in de Alpen heb ik op een schoolbord ontworpen. Met zo’n modern wit kunststoffen bord en een stift zou het meer tijd hebben gekost.

Met een schoolbord en een krijtje kun je denken, met een whiteboard minder: u mag mij typeren als onderwijsnostalgicus. Ik zal het niet aanvechten. Ik pak mijn lessen inderdaad wat ouderwets aan. (Het afgelopen jaar heb ik precies één livestream-les verzorgd en dat was voldoende om te weten dat het gebrek aan  interactie me niet ligt.) Dat gezegd zijnde, ik vermoed dat mijn observatie over krijtjes en schoolborden niet alleen maar nostalgie is of verbeelding. Ik kan zo tien mensen noemen die zeiden ook beter te kunnen denken met een krijtje dan met een stift in de hand.

Lees verder “Schoolbord en krijt”

Educatieve almachtsfantasieën

Kind op weg naar school (reliëf uit Neumagen, nu in het Rheinisches Landesmuseum, Trier)

Als een kandidaat-Kamerlid, Sidney Smeets van D66, je vraagt wat een volgend kabinet zou kunnen doen op het gebied van onderwijs, cultuur en wetenschap, dan probeer je een antwoord te geven. Hier dus wat almachtsfantasieën – wat zou ik doen als ik een regeerakkoord zou schrijven?

Om te beginnen: erkennen dat er een probleem is en dat dit een algemeen maatschappelijk probleem is. Er zijn talloze organisaties die wijzen op allerlei belangrijke kwesties, maar de kern van de zaak is onderschatting van het belang van kennis. Dit uit zich op allerlei manieren. Het kan gaan om talkshows die pseudowetenschappers ongestoord laten kletsen, het kan gaan om het gemak waarmee het kabinet bepaalt dat de musea twee weken dicht moeten, het kan gaan om universiteiten die hun inzichten verbergen achter betaalmuren, het kan gaan om een minister-president die geen sociologische verklaringen wil horen voor iets dat nou net een sociologisch vraagstuk is.

Minachting voor kennis is de kern van de zaak. Als een kabinet dat erkent, kan het maatregelen nemen.

Lees verder “Educatieve almachtsfantasieën”

Ongevraagd advies aan Sigrid Kaag

Als kiezer zweef ik tussen Groen Links en de VVD. Over het algemeen kan ik namelijk in elk standpunt wel wat rationeels ontwaren. Voor lijsttrekkers ben ik beducht omdat ze me te machtsgeil zijn, maar als je kijkt voorbij de waan van de dag en de hysterie van de week, lijken de meeste politici me geen charlatans. Meestal breng ik een voorkeurstem uit.

Van Engelshoven

Maar nu zit ik met een probleem. Ik zou eigenlijk willen stemmen op Sigrid Kaag (dus toch een keer een stem op een lijsttrekker), maar aan haar kleeft een moeilijk overkomelijk bezwaar: ze is lid van D66. Dat is – ik leg het even uit voor lezers in Vlaanderen – de partij van de huidige minister Van Engelshoven, die werkelijk alles doet om onderwijs, cultuur, en wetenschap te vernietigen. Wetenschap? Ze implementeerde het catastrofale advies van de Commissie van Rijn. Cultuur? Ze kwam in de coronacrisis nauwelijks op voor de sector. Onderwijs? Ze heeft een scenario om er twee miljard op te bezuinigen. Erop vertrouwend dat de bewindsvrouw naar waarheid beweert dat dit een theoretische exercitie is, wil ik de resultaten lezen van de theoretische exercitie om twee miljard méér te investeren in de toekomst.

Lees verder “Ongevraagd advies aan Sigrid Kaag”

Eenentwintigste-eeuwse vaardigheden

Een tijdje geleden blogde ik al over Paul Schnabel, die betrokken was bij een van de herzieningen van de programma’s van de middelbare scholen. Uit alles wat hij zei over het geschiedenisonderwijs, bleek dat hij domweg niet wist wat er in dat vak rondgaat. Hij zei bijvoorbeeld:

Het wordt minder belangrijk om jaartalletjes te weten; we richten ons meer op het leren van de samenhang tussen bepaalde gebeurtenissen.

Alsof het leggen van samenhang – ook wel bekend als verklaren – niet precies is wat historici doen. Dat was destijds mijn kritiek, waarbij ik ook nog het dedain hekelde dat sprak uit het woord “jaartalletjes”.

Over dat laatste wil ik het nu nog eens hebben, want de geringschatting van feitenkennis keert ook terug in de discussie over wat twenty-first century skills heet. Voor het goede begrip: het onderwijs moet zeker worden aangepast aan de verwachtingen van een flexibelere arbeidsmarkt en aan de mogelijkheden van de digitale wereld. Wat over die eenentwintigste-eeuwse vaardigheden wordt gezegd, is vaak ook heel zinvol. Maar het veel gehoorde “feitjes hoef je niet te leren want die kun je opzoeken” is dus complete, volstrekte, geheide, algehele, totale, volledige en absolute onzin. Het gaat namelijk niet om het kunnen opzoeken van informatie, maar om het beoordelen daarvan.

Lees verder “Eenentwintigste-eeuwse vaardigheden”

Jaartalletjes

joey_ramone

Zoals Beethoven nootjes schreef en Rutherford atoompjes beschreef, zo blijken historici zich bezig te houden met jaartalletjes. Wist ik ook nog niet. Volgens mij leer je van historici eigenlijk niet zoveel over jaartallen. Maar ja, wie ben ik? Als Paul Schnabel, universiteitshoogleraar in Utrecht, denkt dat historici zich bezighouden met jaartalletjes, dan zal ik me wel vergissen.

Want Schnabel heeft het goed met ons voor. Hij geeft leiding aan het Platform Onderwijs2032, dat het basis- en middelbaar onderwijs wil hervormen. Wat er beter kan in het onderwijs over het verleden, dat legt Schnabel ook uit:

Het wordt minder belangrijk om jaartalletjes te weten; we richten ons meer op het leren van de samenhang tussen bepaalde gebeurtenissen.

Lees verder “Jaartalletjes”