Archeologie in Libanon

Beit ed-Din: het funky mozaïek en een jonge cederboom

Gisteren ben ik naar Beit-ed-Din en Sidon geweest. Het eerste is het paleis van Bashir II, die in de vroege negentiende eeuw een eigen staatje stichtte, vrij succesvol was, maar uiteindelijk op het verkeerde paard wedde en door de Ottomaanse heersers werd afgezet. In de voormalige stallen en in de tuinen liggen momenteel prachtige laatantieke mozaïeken, zoals het funky mozaïek waarover ik al eens blogde. De kunstige voorwerpen zijn gevonden tijdens de Burgeroorlogen en de leider van de druzen, Walid Jumblatt, heeft ze voor grote bedragen gekocht van de vinders en in die stallen laten leggen. (Hij is ook de man die ingreep toen de Libanese ceders dreigden uit te sterven en een nieuw woud liet planten.)

Hoe netjes het ook is wat Jumblatt deed, er ligt hier wel een probleem: waar komen die mozaïeken nu vandaan? Het punt is dit keer niet dat unprovenanced voorwerpen vervalsingen kunnen zijn. Dit zijn geen papyri. De kwestie is dat je wil weten uit welk gebouw ze komen. Een afbeelding van een pauw in een kerk representeert de wederopstanding, een pauw in een tempel is een aanwijzing voor de cultus van Hera. Een ander prachtig mozaïek kan, afhankelijk van de vindplaats, zowel Johannes de Doper als Dionysos voorstellen. We mogen blij zijn met wat we wél hebben, maar het niet registreren van een provenance is toch wel behoorlijk onpraktisch. We hadden meer kunnen weten.

Lees verder “Archeologie in Libanon”

Het Oera Linda Boek

De eerste pagina van het Oera Linda Boek (Tresoar, Leeuwarden)

Ik zat bij Tresoar, waar ik momenteel werk, te praten met een juriste toen iemand de kamer in kwam lopen en iets uit de kast haalde. Door de opengeschoven kastdeur zag ik het daar ineens staan: het Oera Linda Boek. Sinds ik als puber in Kijk een artikel daarover las, wil ik daar meer over weten. Hier was mijn kans!

Ons verhaal begint in 1867, toen een onderwijzer uit Harlingen, Jan Frederik Jansen, de Friese archivaris Eelco Verwijs attendeerde op de familiestukken van Cornelis over de Linden, een timmerman uit Den Helder. Verwijs reisde de Zuiderzee over om Over de Linden te spreken en was enthousiast, want deze tekst beschreef de alleroudste geschiedenis van de Friezen. De Grieken hadden een Ilias, de Indiërs een Mahabharata, de Ieren de gedichten van Ossian en de Duitsers een Nibelungenlied – en de Friezen hadden nu het Oera Linda Boek. Je zou verwachten dat Verwijs door roeien en ruiten zou gaan om het uit te geven, maar hij deed niets en droeg het over aan Johan Winkler (een later beroemd geworden dialectoloog). Die vond het maar verdacht en zijn oordeel is verrassend actueel: een oudheidkundige vondst zonder geldige provenance kan een vervalsing zijn en verdient geen aandacht. Hierbij had het kunnen blijven. Helaas bleef het er niet bij. Er zou nog een dode vallen door het Oera Linda Boek.

Lees verder “Het Oera Linda Boek”