Plinius’ landhuizen

Met weinig mensen heb ik de afgelopen jaren zo plezierig samengewerkt als met classicus Vincent Hunink. Ik zie hem te weinig. Vandaag ben ik in zijn stad Nijmegen maar is hij op vakantie en ik durf er een krat Westmalle Tripel onder te verwedden dat als hij in Amsterdam is, ik net in Leeuwarden ben of in Heerlen. Zo gaat het al tijden. Gelukkig ontmoette ik hem onlangs indirect in zijn laatste boek, een selectie vertaalde brieven van de jongere Plinius, voorzien van de titel Mijn landhuizen. Het is een van Vincents geslaagdere publicaties.

Nu zult u, kritisch als u bent, tegenwerpen dat mijn lof wat bevooroordeeld kan zijn. Maar laat ik u dan iets anders vertellen: Vincent en ik hebben nogal verschillende voorkeuren als het gaat over de wijze waarop je de Oudheid moet uitleggen. Ik heb eergisteren aangegeven dat ik denk dat, zolang mensen hun informatie halen van het internet, boeken alleen zinvol zijn wanneer ze iets bieden wat online niet bestaat. Een overzichtswerk zoals het gisteren besproken Artifice and Artifact, waarin de stof wordt aangeboden met een systeem dat ontbreekt op het wereldwijde web. Of boeken uit de Landmark-reeks, waarin de tekst wordt geflankeerd met landkaarten, foto’s, diagrammen, appendices, voetnoten, margenoten en eindnoten. Of een boek met een aparte invalshoek.

Lees verder “Plinius’ landhuizen”

Possidius’ Augustinus

possidius_augustinus

Ik heb een paar maanden geleden op deze plaats geblogd over de belangrijke christelijke auteur Augustinus en, in een heel andere context, veel langer geleden over de positieve invloed die deze kerkvader nog steeds heeft. Het is een fascinerende man en bovendien een van de drie mensen uit de Oudheid van wie je denkt dat je hem echt een beetje kent. De twee anderen zijn Cicero en Herodotos.

Dit komt doordat Augustinus veel heeft geschreven, met de Belijdenissen als bekendste ego-document. Alsof dat nog niet genoeg is, heeft zijn vriend Possidius nog een biografie aan hem gewijd. Die is vorig jaar door Vincent Hunink in het Nederlands vertaald en voorzien van een inleiding door Paul van Geest. Beide zijn verbonden aan de Nijmeegse Radbouduniversiteit. Ik kan niet anders dan zeggen dat Het leven van Augustinus een geslaagd boek is, waarop alleen valt aan te merken dat het te bescheiden is.
Lees verder “Possidius’ Augustinus”

De Vesuvius in vlammen

vesuvius_in_vlammen

Voor Plinius de Jongere heb ik altijd een zwak gehad: met plezier heb ik op het gymnasium enkele van zijn brieven vertaald en later heb ik een boekje over de man geschreven, Een interimmanager in het Romeinse Rijk. Het tiende boek van zijn correspondentie bestaat uit brieven die hij schreef aan keizer Trajanus en maken het mogelijk te reconstrueren hoe een gouverneur met buitengewone volmachten een crisissituatie bezweert. Ja, Plinius is een interessante man en zijn brieven zijn de moeite waard.

Dat vond ook Vincent Hunink, die werkzaam is aan de Nijmeegse Radbouduniversiteit en daar het werk doet waar universiteiten voor zijn: ervoor zorgen dat de samenleving beschikt over de actueelste wetenschappelijke inzichten. Ik ken hem – full disclosure – persoonlijk en sta altijd weer versteld van zijn enorme productiviteit als vertaler én als spreker. Er lijkt geen week voorbij te gaan waarin hij niet op Facebook vertelt over een lezing en er lijkt wel geen maand voorbij te gaan zonder dat hij een nieuwe vertaling produceert. Dit keer zijn het de brieven die Plinius schreef aan zijn vriend, de historicus Tacitus.

Lees verder “De Vesuvius in vlammen”

Velleius Paterculus (8)

Kleio, de muze van de geschiedschrijving. Mozaïek uit Zeugma, nu in Gazi Antep.
Kleio, de muze van de geschiedschrijving. Mozaïek uit Zeugma, nu in Gazi Antep.

[Deze week recycle ik de inleiding die ik in 2012 schreef voor Vincent Huninks vertaling van de Geschiedenis van Rome van de Romeinse auteur Velleius Paterculus. De Nederlandse titel is Van Troje tot Tiberius en het e-boek is nog leverbaar. Het eerste deel is hier. Vandaag een samenvatting van Velleius’ kwaliteiten.]

Velleius mag dan niet de grootste historicus uit de Oudheid zijn, hij is een van de weinige auteurs uit de tijd van Tiberius en biedt een unieke visie op diens regering. Dat alleen al maakt hem tot een waardevolle auteur, die meer krediet verdient dan hij doorgaans krijgt. Hij is een levendige verteller, heeft oog voor sprekende details en is kritischer dan vaak wordt aangenomen. Zijn opvatting dat geschiedschrijving dient om lof en blaam toe te delen mag dan niet voldoen aan hedendaagse wetenschappelijke criteria, ze verdient respect, al was het maar omdat ze in niet-academische kringen nog volop leeft.

Deze inleiding begon met een typering van wat eenentwintigste-eeuwse lezers verwachten van een historicus, en er is niets mis met het aangeven van de verschillen tussen moderne en antieke geschiedschrijving. Maar Velleius dient natuurlijk tevens te worden gemeten aan de hand van de criteria die in zijn eigen tijd golden. Uit Lucianus’ Hoe geschiedenis moet worden geschreven en de opmerkingen van de antieke historici zelf komt een duidelijk beeld naar voren. De ideale geschiedkundige had een onafhankelijke geest, was objectief en eerlijk in lof en blaam, zocht naar oorzaken, kende de betrokkenen persoonlijk, had de door hem beschreven landen bezocht, had functies bekleed in het openbaar bestuur en bezat militaire ervaring.

Lees verder “Velleius Paterculus (8)”

Velleius Paterculus (7)

Tiberius (British Museum)
Tiberius (British Museum)

[Deze week recycle ik de inleiding die ik in 2012 schreef voor Vincent Huninks vertaling van de Geschiedenis van Rome van de Romeinse auteur Velleius Paterculus. De Nederlandse titel is Van Troje tot Tiberius en het e-boek is nog leverbaar. Het eerste deel is hier. Vandaag Velleius’ portret van keizer Tiberius.]

Lucianus vond dat een historicus een voorbeeld moest nemen aan

een onpartijdige rechter, welwillend tegenover iedereen, zonder de ene partij te bevoordelen boven de andere. In zijn boeken is de historicus een vreemdeling, zonder vaderland, onafhankelijk, aan geen koning onderworpen, en houdt hij geen rekening met wat deze of gene ervan denkt: hij verhaalt wat er gebeurd is.

Als er één punt is waar Velleius ten opzichte van deze norm tekortschiet, dan is het bij zijn beoordeling van Tiberius, voor wie geen compliment te exuberant is. Zoals hij zelf in een andere context toegeeft:

Wat de nog levenden betreft, zo groot als onze bewondering voor hen is, zo moeilijk is ook een kritisch oordeel.

Lees verder “Velleius Paterculus (7)”

Velleius Paterculus (6)

Varus (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

[Deze week recycle ik de inleiding die ik in 2012 schreef voor Vincent Huninks vertaling van de Geschiedenis van Rome van de Romeinse auteur Velleius Paterculus. De Nederlandse titel is Van Troje tot Tiberius en het e-boek is nog leverbaar. Het eerste deel is hier. Vandaag de wijze waarop Velleius omgaat met het verleden: je kunt er lof en blaam mee toekennen.]

Onze geleerde pakte de chronologische problemen onbeholpen maar serieus aan. Geschiedschrijving is echter meer dan chronologie, en we stelden al vast dat hij in De geschiedenis van Rome geen moeite doet de gebeurtenissen te verklaren. Ook naar de maatstaven van zijn tijd is dat een tekortkoming: de eerste Griekse historicus, Herodotos, vermeldde al in zijn openingszin dat hij wilde “onderzoeken door welke oorzaak de Grieken en Perzen met elkaar in conflict waren gekomen”; zijn opvolger Thoukydides introduceerde het nog altijd gebruikte onderscheid tussen oorzaken en aanleidingen; vrijwel alle antieke historici voegden verzonnen toespraken toe om de beweegredenen van de personages uit te leggen en zo de feitelijke betekenis van de gebeurtenissen te schetsen.

Lees verder “Velleius Paterculus (6)”

Velleius Paterculus (5)

De Fasti Capitolini: Augustus' geautoriseerde chronologie, die Velleius Paterculus opzichtig negeerde
Fragment van de Fasti Capitolini: Augustus’ geautoriseerde en door Velleius Paterculus opzichtig genegeerde chronologie.

[Deze week recycle ik de inleiding die ik in 2012 schreef voor Vincent Huninks vertaling van de Geschiedenis van Rome van de Romeinse auteur Velleius Paterculus. De Nederlandse titel is Van Troje tot Tiberius en het e-boek is nog leverbaar. Het eerste deel is hier. Vandaag een wat technisch verhaal over chronologie – een ogenschijnlijk neutraal genre waarin wel degelijk politieke uitspraken mogelijk zijn.]

Velleius heeft zich zijn stof zó volledig eigengemaakt, dat we – anders dan bij veel van zijn collega’s – niet in staat zijn te reconstrueren welke bronnen hij volgt, al is het vermoeden gewettigd dat Cato de Oudere en Asinius Pollio tot zijn lectuur hebben behoord. Hij streeft merkbaar naar chronologische nauwkeurigheid, zoals blijkt uit bijvoorbeeld de mededeling dat Octavianus

met zijn collega Quintus Pedius het consulaat betrad, 709 jaar na de stichting van Rome, tweeënzeventig jaar voordat u, Marcus Vinicius, het consulaat betrad.

Uit zulke dateringen en sommige terzijdes blijkt dat onze geleerde gefascineerd was door chronologie. Het kan geen kwaad hier in enig detail op in te gaan om te zien voor welke problemen hij stond gesteld.

Lees verder “Velleius Paterculus (5)”

Velleius Paterculus (4)

Het slagveld bij Issos
Het slagveld bij Issos

[Deze week recycle ik de inleiding die ik in 2012 schreef voor Vincent Huninks vertaling van de Geschiedenis van Rome van de Romeinse auteur Velleius Paterculus. De Nederlandse titel is Van Troje tot Tiberius en het e-boek is nog leverbaar. Het eerste deel is hier. Vandaag: Velleius’ geschiedwerk.]

In 30, toen hij een jaar of vijftig was, publiceerde Velleius De geschiedenis van Rome, die hij opdroeg aan Marcus Vinicius, de zoon van Velleius’ commandant aan de Donau en de kleinzoon van de man die in Germanië de “enorme oorlog” had gewonnen. Velleius schreef het boek ter gelegenheid van Vinicius’ consulaat.

Zulke cadeaus waren niet uniek. De door Velleius verschillende keren met bewondering genoemde Asinius Pollio kreeg bijvoorbeeld tijdens zijn consulaat in 40 v.Chr. een gedicht van de dichter Vergilius, de later beroemd geworden Vierde Ecloge. Zo’n geschenk was eervol, maar verplichtte de ontvanger wel iets terug te doen. Pollio loodste Vergilius de vriendenkring van Octavianus binnen. Het is onbekend waaruit Vinicius’ tegenprestatie heeft bestaan, maar in elk geval heeft Velleius zijn man goed gekozen, want deze zou drie jaar later trouwen met een lid van de keizerlijke familie en gold in 41 als serieuze kandidaat voor het keizerschap. De voorname senator was zeker in staat zijn deel van de overeenkomst na te komen en het is intrigerend dat in 60 een Gaius Velleius Paterculus het consulaat bekleedde, in 61 gevolgd door een Lucius Velleius Paterculus. Deze mannen, zonen of kleinzonen van de historicus, moeten kort voor 30 zijn geboren en we mogen speculeren dat De geschiedenis van Rome een investering is geweest in de toekomst van de peuters.

Lees verder “Velleius Paterculus (4)”

Velleius Paterculus (3)

Keizer Augustus (Archeologisch Museum van Mérida)
Keizer Augustus (Archeologisch Museum van Mérida)

[Deze week recycle ik de inleiding die ik in 2012 schreef voor Vincent Huninks vertaling van de Geschiedenis van Rome van de Romeinse auteur Velleius Paterculus. De Nederlandse titel is Van Troje tot Tiberius en het e-boek is nog leverbaar. Het eerste deel is hier. Vandaag: Velleius’ eigen tijd, de jaren van de keizers Augustus en Tiberius.]

Moderne auteurs beschouwen de troonsbestijging van keizer Augustus als een keerpunt en verdelen de geschiedenis van Rome daarom gewoonlijk in drie tijdvakken: koninkrijk, republiek en keizerrijk. In vrijwel elk handboek oude geschiedenis is het hoofdstuk over de cultuur van de Romeinen, waarin zaken worden behandeld die zich beter lenen voor een synchrone dan een diachrone behandeling, opgenomen onmiddellijk voor of na het hoofdstuk over Augustus. Dat benadrukt de breuk, maar het is de vraag of de tijdgenoten ook het idee hebben gehad dat er iets wezenlijks was veranderd.

Lees verder “Velleius Paterculus (3)”

Velleius Paterculus (2)

Republikeinse officier (Louvre)
Republikeinse officier (Louvre)

[Deze week recycle ik de inleiding die ik in 2012 schreef voor Vincent Huninks vertaling van de Geschiedenis van Rome van de Romeinse auteur Velleius Paterculus. De Nederlandse titel is Van Troje tot Tiberius en het e-boek is nog leverbaar. Het eerste deel is hier. Vandaag: Velleius’ verleden.]

Toen de angst voor Karthago was weggenomen en de concurrent om de macht was verdwenen, verliet men het pad van de deugd en ging men over tot het tegendeel, en dat niet stap voor stap maar halsoverkop. De oude levensstijl werd opgegeven en verruild voor een nieuwe.

Zo begint Velleius het tweede deel van De geschiedenis van Rome. Anders dan antieke historici, die halve moralisten waren, onthouden moderne oudhistorici zich zoveel mogelijk van waardeoordelen. Toch zien ook zij in de tijd waarin Karthago werd verwoest, het midden van de tweede eeuw v.Chr., een verandering in de Romeinse samenleving. In de voorgaande vijftig jaren was de Senaat terughoudend geweest met buitenlandse veroveringen, maar nu ineens veranderde het beleid: in 148 werd Macedonië geannexeerd en twee jaar later volgden Griekenland en het huidige Tunesië. Door steden als Korinthe en Karthago met de grond gelijk te maken, werd de wereld getoond wie er de baas was.

Lees verder “Velleius Paterculus (2)”