De Germanen (2) Gradaties

Tacitus’ Germania (Landesmuseum, Bonn)

[Dit is het tweede van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

Ik heb in het vorige blogje verteld dat de Germanen rond 100 v.Chr. voor het eerst opduiken in het overgeleverde deel van de Grieks-Romeinse literatuur en dat er in die tijd een zuidwaartse migratie plaatsvond vanuit Denemarken en de Noord-Duitse Laagvlakte. Dit is te bewijzen aan de hand van de historische taalkunde, waar ik nog even mee verder ga. Ik zal vertellen dat de regio waar men Germaans sprak, niet samenvalt met de regio die de Grieken en Romeinen “Germania” noemden. Ze valt trouwens ook niet samen met de Germaanse archeologische culturen, en ook daarover wil ik het hebben.

De grenzen van Germania

Als de zuidgrens van Germania hebben de Griekse en Romeinse auteurs altijd de Donau aangewezen. Dat was al zo ten tijde van Poseidonios van Apameia en voor zover ik weet heeft geen enkele antieke geograaf er ooit anders over gedacht. Ten zuiden van de rivier lagen Keltische staten als Raetia (zeg maar Baden-Württemberg) en Noricum (zeg maar Beieren): twee gebieden die voor zover ik weet niemand ooit Germaans heeft genoemd.

Lees verder “De Germanen (2) Gradaties”

Centrum en periferie

Glazen armbanden (Keltenmuseum, Manching)

Eigenlijk had ik voor vandaag een ander stukje in gedachten, maar ik hoor juist dat Immanuel Wallerstein is overleden en dat wil ik toch niet helemaal onopgemerkt voorbij laten gaan, zelfs als dit op deze vroege ochtend – ik schrijf dit om zes uur – niet het onderwerp is waar ik helemaal op was voorbereid.

Kort en goed: Wallerstein wordt vooral geassocieerd met de wereldsysteem-theorie en die is weer op te vatten als een vorm van de dependencia-theorie. Deze was ontstaan omdat de klassieke liberale theorie niet verklaarde waarom Latijns-Amerika in de kwart eeuw na de Tweede Wereldoorlog niet méér economische groei had meegemaakt, terwijl rijkere landen nota bene investeerden in de regio. De verklaring van de dependencia-theorie, waaraan marxistische invloed niet vreemd was, was dat de noordelijke landen (het “centrum” van de wereldeconomie) hun welvaart opbouwden door de Derde Wereld (de “periferie”) systematisch in onderontwikkeling te houden. De investeringen dienden bijvoorbeeld vooral om grondstoffen goedkoop te kunnen bemachtigen of om om aan goedkope arbeidskrachten te komen. De periferie kon zo niet de economische ontwikkeling doormaken die het centrum had doorgemaakt. Wallerstein benutte deze ideeën om de wereldeconomie te beschrijven na de instorting van het feodale systeem.

Lees verder “Centrum en periferie”