De genezing van een blinde (1)

Genezing van een blinde, of beter, twee blinden (meer; Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De wereld van het Romeinse Rijk – of beter: de hele Oudheid – is te beschouwen als een derdewereldsamenleving. Dat geldt voor de materiële welvaart, voor de demografie en voor de gezondheid. Het vleesarme dieet betekent dat mensen vaak vitamine-A-gebrek leden en dus een verhoogd risico hadden op blindheid. Er zijn dan ook talloze verhalen over mensen die ervan worden genezen of juist abrupt hun gezichtsvermogen verliezen.

Dat er anekdotes circuleerden over Jezus als blinden-genezer, is dus alleen maar logisch. Het zijn er zelfs drie en het aardige is dat ze vrij oud lijken. Dat wil niet per se zeggen dat ze dus werkelijk teruggaan op Jezus, maar wel dat er al heel snel verhalen circuleerden over zulke genezingen. De vraag hoe Jezus mensen van blindheid genas, en of deze opschorting van de natuurwetten een bovennatuurlijke ingreep was, is oninteressant. In elk geval ligt ze buiten het bereik en de belangstelling van de historicus.

Lees verder “De genezing van een blinde (1)”

Domitianus en de christenen

Domitianus (Italica)

Twee weken geleden schreef ik over de Fiscus Judaicus, de door keizer Vespasianus ingevoerde en door zijn zoon Domitianus meedogenloos toegepaste belasting voor al wie joods was. Zeggen dat je geen jood meer was en andere goden aanbad was geen uitweg, wat betekende dat de verering van Jezus als godheid je geen belastingvrijstelling opleverde. Ook problematisch: als niet-jood de Werken der Wet volbrengen. Deed je dat zonder de belasting te betalen, dan volgde executie. Dat ervoer Flavius Clemens. Net als de joden hebben de christenen de jaren van Domitianus ervaren als vervolging.

Ik gaf vorige week aan dat Domitianus tegelijk probeerde het jodendom te her-vormen, waarbij mannen als Gamaliël II een rol speelden. Zij moesten ook niets hebben van messianisme – wat na het geweld van 66-70 niet zo vreemd is. Los daarvan waren er voor de joden, aangezien christenen verdacht waren, voldoende redenen om zich van hen te distantiëren.

Lees verder “Domitianus en de christenen”

Lukas en de voorouders van Jezus

Zesde-eeuwse muurschildering van Lukas, gevonden in zijn zogenaamde graf in Efese (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Jezus … was, zoals algemeen werd aangenomen, de zoon van Jozef, die de zoon was van Eli, de zoon van Mattat, de zoon van Levi, de zoon van Melchi, de zoon van Jannai, de zoon van Josef, de zoon van Mattatias, de zoon van Amos, de zoon van Naüm, de zoon van Hesli, de zoon van Naggai, de zoon van Maät, de zoon van Mattatias, de zoon van Semeïn, de zoon van Josech, de zoon van Joda, de zoon van Joanan, de zoon van Resa, de zoon van Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, de zoon van Neri, de zoon van Melchi, de zoon van Addi, de zoon van Kosam, de zoon van Elmadan, de zoon van Er, de zoon van Jozua, de zoon van Eliëzer, de zoon van Jorim, de zoon van Mattat, de zoon van Levi, de zoon van Simeon, de zoon van Juda, de zoon van Josef, de zoon van Jonan, de zoon van Eljakim, de zoon van Melea, de zoon van Menna, de zoon van Mattatta, de zoon van Natan, de zoon van David, de zoon van Isaï, de zoon van Obed, de zoon van Boaz, de zoon van Selach, de zoon van Nachson, de zoon van Amminadab, de zoon van Admin, de zoon van Arni, de zoon van Chesron, de zoon van Peres, de zoon van Juda, de zoon van Jakob, de zoon van Isaak, de zoon van Abraham, de zoon van Terach, de zoon van Nachor, de zoon van Serug, de zoon van Reü, de zoon van Peleg, de zoon van Eber, de zoon van Selach, de zoon van Kenan, de zoon van Arpachsad, de zoon van Sem, de zoon van Noach, de zoon van Lamech, de zoon van Metuselach, de zoon van Henoch, de zoon van Jered, de zoon van Mahalalel, de zoon van Kenan, de zoon van Enos, de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God.  (Lukas 3.23-38)

Geef maar toe: u hebt dit niet allemaal gelezen. Lukas 3.23-38, de geslachtslijst van Jezus van Nazaret, is een van de saaiste delen uit het Nieuwe Testament. Er is echter meer te beleven dan op het eerste gezicht lijkt, en dan bedoel ik niet dat deze opsomming de basis vormt voor de fenomenale middeleeuwse kunstwerken die bekendstaan als Boom van Jesse. Ga er even voor zitten want ik heb twee stukjes en ruim 2000 woorden nodig.

Lees verder “Lukas en de voorouders van Jezus”

Messias (1)

Maquette van het tempelcomplex in Jeruzalem (Israel Museum, Jeruzalem)

Ik ben begonnen met een reeks om de joodse achtergronden van het Nieuwe Testament uit te werken. Het tweede deel van de Bijbel is immers, net als het eerste, geschreven door joden, Of misschien beter: mensen die niet wisten dat wij hen christenen zouden noemen, een woord dat je zou kunnen vertalen als “volgelingen van de messias”. Beide woorden, messias en christus, betekenen hetzelfde: gezalfde.

Zalving is een oud-oosters ritueel om iets te heiligen. De held van het Mesopotamische Zondvloedepos doopt de ark met een kruikje olie; koningen en religieuze autoriteiten ontleenden hun legitimatie aan hun zalving. Tot zover niets bijzonders. Vanaf de vroege eerste eeuw v.Chr. kenden de Joden echter een heel expliciet verlangen naar een messias, een koning die regeerde met Gods hulp. Dit was een reactie op de regering van de Joodse koning Alexandros Yannai, die zijn land in een burgeroorlog had gestort. Vanaf toen speculeerden Joden over een betere heerser. En wat lag meer voor de hand dan erop te hopen dat deze afkomstig zou zijn uit het Huis van David?

Lees verder “Messias (1)”

Jezus’ voorouders

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Een tijdje geleden kondigde ik een reeks aan over het Nieuwe Testament, waarbij ik de nadruk erop wilde leggen dat zowel de meeste personages als de auteurs Joden waren. Ik behandelde toen de proloog van het Johannes-evangelie. Vandaag het begin van het Matteüs-evangelie: de geslachtslijst, een van de stukken die elke weldenkende lezer overslaat. Er is echter meer aan te ontdekken dan je zou verwachten.

Ik werk met de tekst in de Willibrordvertaling omdat die nu eenmaal simpel te downloaden is, maar ik zou willen dat ik dat kon doen met de Nieuwe Bijbelvertaling; in die nieuwe en dus betere vertaling vindt u dezelfde tekst hier.

Lees verder “Jezus’ voorouders”

Bar Kochba, het sterrenkind (3)

Munt van Bar Kochba (Staatliche Münzsammlung, München)

[Derde deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

De verhoudingen tussen Joden en Romeinen waren goed verziekt en pogingen de rust te bewaren, kwamen te laat. Tot overmaat van ramp stortte bij de bouwwerkzaamheden in Jeruzalem het grafmonument in van de legendarische koning Salomo. Een voorteken! De Romeinse auteur Cassius Dio beschrijft de escalatie:

In het begin namen de Romeinen geen notitie van de opstandige Joden. Maar heel Judea was in beroering gekomen, overal waren Joden in grote opwinding, hielden ze samenkomsten en gaven ze, deels door heimelijk verzet, deels openlijk, blijk van grote vijandigheid tegen de Romeinen; ook veel andere volken, die er graag van wilden profiteren, sloten zich bij hen aan en zowat de hele wereld was over de kwestie in rep en roer.

Lees verder “Bar Kochba, het sterrenkind (3)”

Bar Kochba, het sterrenkind (2)

Een deel van de hoofdstraat (cardo) die Hadrianus heeft laten aanleggen in Jeruzalem

[Tweede deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

De pacificatie van Judea was een feit. Dat bleek in 115, toen een messiaanse opstand uitbrak – ik blogde er al eens over – in het noordoosten van het huidige Libië en daarvandaan oversloeg naar Cyprus en Mesopotamië. Tegelijkertijd werden de Joden van Alexandrië zó ernstig door hun stadsgenoten bedreigd dat ze gedwongen waren de wapens eveneens op te nemen. Maar Judea bleef betrekkelijk rustig, al nam de Romeinse generaal Lusius Quietus enkele harde maatregelen, die kunnen worden uitgelegd als de onderdrukking van een opstand maar ook als de oorzaak van nieuwe onrust. Dat laatste zou de mening geweest kunnen zijn van keizer Hadrianus, die deze generaal in 117 om onbekende redenen terugriep en hem een jaar later uit de weg ruimde.

Maar er smeulde iets. Een aanwijzing is dat Jochanan ben Zakkai werd opgevolgd door rabbijn Gamaliël, de zoon van de Simeon die tijdens de oorlog van 66-70 deel had uitgemaakt van de provisionele regering. Een aanzienlijk deel van de discussies in Javne ging over de reinheidswetten, wat suggereert dat het samenleven met niet-Joden niet eenvoudig werd gevonden. Ook werd gesproken over de komst van de messias, met name over het visioen van de profeet Daniël over de mensenzoon die het Laatste Oordeel zou vellen. Het ging daarbij om de regel “Ik zag hoe er tronen werden neergezet en op één daarvan een man van hoge leeftijd ging zitten”. De geleerden waren het erover eens dat dit God zelf was, maar waarom was er dan meer dan één troon?

Lees verder “Bar Kochba, het sterrenkind (2)”

De dood van de messias (5)

De kruisiging (George Bandele)

Als we Marcus 15.25 mogen geloven, werd Jezus tijdens het derde uur gekruisigd, dat wil zeggen rond een uur of negen in de ochtend. Johannes 19.14 corrigeert het: het gebeurde rond het zesde uur, rond het middaguur. Beide auteurs vermelden waarom Pilatus Jezus ter dood veroordeelde: hij was “Koning der Joden”. Als Jezus deze titel inderdaad heeft gedragen, had hij zich schuldig gemaakt aan wat ooit perduellio had geheten, “hoogverraad”, en waarvoor in deze tijd de term maiestas in zwang aan het raken was. Het begrip bleek tijdens de regering van Tiberius nogal rekkelijk.

De vraag is in welke zin een timmermanszoon uit Nazaret koning kan zijn geweest. Uiteraard heeft dat iets te maken met het feit dat hij claimde de messias te zijn, de persoon van wie een deel der Joden geloofde dat hij Israël zou herstellen.

Lees verder “De dood van de messias (5)”

Geweld in Judea (2)

De militaire expansie van het Hasmonese tempelstaatje
De vorming van Judea: militaire expansie van het Hasmonese tempelstaatje

Ik begon gisteren een reeks over oorlog in het antieke Judea. Ik presenteerde u een geestdodend saaie reeks van gewelddadige conflicten om u te tonen dat oorlog destijds meer dan bij ons een realiteit was. Je hoefde daarbij niet rechtstreeks door het geweld getroffen te zijn om de gevolgen te ondervinden. Een mooi voorbeeld is de passage uit de Bergrede waarin Jezus verwijst naar een soldaat die van een voorbijganger kon eisen dat deze een deel van de bagage zou dragen: “als iemand u dwingt een mijl te gaan, ga dan twee mijlen.” Toen Jezus werd gekruisigd, eisten de soldaten dat een zekere Simon van Kyrene, die net van zijn akker naar Jeruzalem kwam lopen, het kruis zou dragen.

Wij hebben geen idee wat de nabijheid van geweld met mensen doet, maar het is moeilijk voorstelbaar dat het géén mentale gevolgen heeft. Het lijkt me denkbaar dat de drempel om geweld toe te passen erdoor werd verlaagd. Ouders sloegen hun kinderen, lijfstraffen als geseling waren gangbaar en in het uiterste geval volgde executie. Dit kan niet anders dan psychische consequenties hebben gehad. (Ik zou er graag meer over willen weten maar het meeste van wat ik in mijn studie en daarna heb gelezen op het snijvlak van psychologie en geschiedenis bestond uit een slaapverwekkende herhaling van dezelfde zetten, waarbij de ene geleerde riep dat moderne psychologische concepten toepasbaar zijn op de Oudheid en de andere geleerde zegt dat de maatschappelijke verhoudingen destijds te anders waren.)

De tweede van mijn tien stellingen ligt in het verlengde van de stelling dat geweld in de Oudheid een realiteit was.

2. Oorlog was acceptabel maar het jodendom maakte wel regels

Lees verder “Geweld in Judea (2)”

Opnieuw: de Ster van Betlehem

De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

Het zal wel in uw agenda voorgedrukt staan: het is vandaag “epifanie”. Dat is de antieke naam voor de verschijning van een godheid. In een christelijke context wordt dat doorgaans geassocieerd met de aanbidding van de pasgeboren Jezus door de wijzen uit het oosten. Zij hadden een ster gevolgd die, zoals de evangelist Matteüs het beschrijft, de geboorte van een koning der Joden aankondigde.

Er wordt al eeuwen gespeculeerd wat dat hemelteken kan zijn geweest. Giotto, die in 1301 de komeet van Halley had gezien, schilderde een staartster in de Scrovegni-kapel; Johannes Kepler meende dat het een drievoudige samenstand was van de planeten Jupiter en Saturnus; in recentere tijden is geopperd dat het een supernova was. Even leek een oplossing in zicht, toen spijkerschriftspecialisten de Mesopotamische voortekencatalogus uitgaven, maar een hemelteken dat de sterrenwichelaars verplichtte af te reizen richting buitenland, zat er niet bij. Kortom, er is nooit een hemelteken gevonden dat werkelijk “past”. Een overzicht van de theorieën vindt u hier.

Lees verder “Opnieuw: de Ster van Betlehem”