Lectio difficilior

Een kopiist voltooit zijn werk

Omdat ik woensdag een praatje houd over wetenschapsbloggen, meer in het bijzonder over uitleg van de methode, besprak ik afgelopen weekend mijn activiteiten met een paar mensen, en iemand wees me erop dat uitleg weleens een soort opstapeling is: soms kun je pas over iets bloggen als je bepaalde basiskennis kunt aannemen bij de lezers.

Ik herken het: regelmatig krijg ik reacties die duidelijk maken dat mensen eerdere stukken niet kennen. Je kunt dat redelijkerwijs ook niet verwachten. Des te leuker is het natuurlijk als iemand me eraan herinnert dat ik eerder iets anders heb beweerd, wat ik ook regelmatig meemaak.

Vandaag stapel ik maar eens een stukje op een eerder stukje: namelijk hierop, een blogje over de Lachmann-methode, de manier waarmee classici aan de hand van de fouten in middeleeuwse handschriften de tekst reconstrueren (“constitueren”) die antieke auteurs hebben geschreven.

Lees verder “Lectio difficilior”

Jozef

De heilige familie

Vandaag even geen Methode op Maandag. Het plaatje hierboven is namelijk te leuk.

Het is vandaag de feestdag van Sint-Jozef, de echtgenoot van Maria, die op haar beurt de moeder was van Jezus. Dat is de zorgvuldige formulering. Omdat ik iets weet van bloemetjes en bijtjes, neem ik aan dat Jozef de vader was van Jezus, maar in het christendom is de maagdelijkheid van Maria nogal een kwestie. Ik heb geen zin deel te nemen aan dat gevecht om de schaduw van een ezel en toon u liever dus bovenstaande miniatuur, die ik een tijdje geleden ergens op het internet aantrof.

Lees verder “Jozef”

Kwakgeschiedenis: Luther

Een tijdje geleden fietste ik van Zwolle naar Deventer. Ik was nog niet lang onderweg toen ik een gebouw zag dat ik nooit eerder had gezien maar uit duizenden herkende: Windesheim, een van de centra van de Moderne Devotie.  Dat dit een kerkelijke vernieuwingsbeweging uit de Late Middeleeuwen is geweest, reken ik tot de algemene ontwikkeling. Je hoeft in elk geval geen professioneel historicus te zijn om ervan te weten. Ik hoorde er bijvoorbeeld zelf van toen ik op de lagere school zat. De Moderne Devotie maakt nu geen deel meer uit van de canon, maar in ons geschiedenisboekje stonden Geert Groote en de Broeders des Gemenen Levens keurig vermeld.

Je hoeft ook geen doctor in de geschiedwetenschap te zijn om te weten dat in diezelfde Late Middeleeuwen Johannes Hus en John Wyclif twee belangrijke vernieuwers waren van het Europese christendom. Dat was op dat moment inderdaad toe aan vernieuwing: al rond 1300 hekelde Dante de rijkdommen van de kerk, daarop volgden eerst het verblijf van de pausen in Avignon en vervolgens het Westers Schisma, waarin er zowel in Rome als in Avignon een paus was. Het Concilie van Pisa (1409) moest daaraan een einde maken maar het eindresultaat was dat er vervolgens drie pausen waren.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Luther”

De Lachmannmethode

Poliziano

We hebben weinig teksten uit de Oudheid over. Wat we wél hebben, zijn kopieën uit de Middeleeuwen, die echter vol schrijffouten zitten. Ik blogde vorige maand over zo’n manuscript. Lange tijd hebben oudheidkundigen gedacht dat hoe ouder de handschriften waren, hoe kleiner de kans was op vergissingen. Daar is wel iets voor te zeggen, maar in de Renaissance realiseerde de Italiaanse geleerde Angelo Poliziano zich dat dit niet het laatste woord behoeft te zijn.

Stel je voor dat een Romeinse schrijver twee klerken heeft, een nauwkeurige en een slordige, en dat die elk een kopie maken van een tekst. Latere generaties lazen die teksten, ze sleten, en er kwamen kopiisten die ze opnieuw overschreven, waarna de oude kopieën werden weggegooid. In de vijfde eeuw na Chr., toen er een einde kwam aan de antieke overschrijfactiviteit, waren er zo twee families van manuscripten, een die was afgeleid van de slordige kopie en een die afstamde van de nette. In de Vroege Middeleeuwen gingen de meeste manuscripten verloren, maar in de tijd van Karel de Grote kwamen er weer kopiisten, die toevallig een net exemplaar vonden en kopieerden, waarmee de tekst weer onder de mensen kwam en kopiisten kreeg, tot tijdens de Renaissance de eerste wetenschappelijke uitgave werd gemaakt. Wanneer nu een classicus anno vandaag een vierde-eeuws exemplaar zou vinden uit de slordige manuscriptenfamilie, zou hij daaraan, volgens het principe “ouder is beter”, de voorkeur moeten geven, hoewel het in feite gaat om een tekst vol slordigheden.

Lees verder “De Lachmannmethode”

Kopiist

De geleerde Jean Miélot verricht kopiistenwerk

Mooi hè, dat plaatje hierboven. Het stelt een middeleeuwse kopiist voor, bezig met het overschrijven van een boek. Eeuwenlang is alle geschreven informatie op deze wijze doorgegeven: woord voor woord, bladzijde voor bladzijde, katern voor katern, boek voor boek. Ik heb geen idee hoeveel tijd en hoeveel geld het kostte, maar één ding is duidelijk: in onze tijd, waarin je een complete bibliotheek zou kunnen meenemen op je USB-stick, is het makkelijker.

Ik wijs op twee details. Om te beginnen de kist met boeken links. Dat geeft wel aan hoe kostbaar informatie destijds was. En in de tweede plaats: dit plaatje maakt wel duidelijk dat mensen destijds niet schreven met echte ganzenveren. Waar dat idee vandaan is gekomen, weet ik niet, maar ik vertrouw erop dat de aardige mediëvist die deze kleine blog volgt, zich niet zal bedwingen het hieronder uit te leggen.

Lees verder “Kopiist”

De eerste Oezbeken

Shahkrisabz
Shahrisabz

In mijn reeks (1, 2, 3, 4, 5, 6) over de geschiedenis van Centraal-Azië vertelde ik gisteren hoe de Mongolen in de dertiende eeuw de etnische kaart opnieuw tekenden. De oude, Iraanse volken trokken zich terug in Perzië en Tajikistan, terwijl het gebied dat wij kennen als Turkmenistan, Oezbekistan en Kazachstan werd overgenomen door de Mongolen en de Turkse volken. Dit was, om het beeld te herhalen dat ik al tot vervelens toe heb gebruikt, de derde van de vier “grote vegen” waartoe ik de geschiedenis van Centraal-Azië probeer te reduceren.

De menselijke prijs van de Mongoolse veroveringen was immens, maar er was één positief gevolg: van Boedapest tot Burma en van Beijing tot Bagdad vormde Eurazië een eenheid, waardoor de handel kon opbloeien. Marco Polo is maar één voorbeeld van een reiziger in dit gebied. Een minder voor de hand liggend voorbeeld is de pestbacil, die in de veertiende eeuw van Tibet naar de Krim kon reizen en daarvandaan zijn verwoestende werk kon doen in West-Europa.

Lees verder “De eerste Oezbeken”

Het Ottomaanse Rijk

Bayezid I, sultan van het Ottomaanse Rijk

In het Brusselse Bozar, op een steenworp van het centraal station, is momenteel een tentoonstelling over de manier waarop westerse kunstenaars in de vijftiende en zestiende eeuw keken naar het Ottomaanse Rijk. Zondag ben ik er met vrienden wezen kijken en ik kan alleen zeggen dat “Het Rijk van de Sultan” de moeite van een bezoek alleszins waard is. Die moeite bestond in ons geval uit tweemaal drie-en-half uur in de trein, maar je moet er iets voor over hebben.

In ruim twintig zalen worden diverse aspecten getoond van de wijze waarop Europese kunstenaars omgingen met dat wat ze over de Turken wisten (of meenden te weten). Eigenlijk moet ik zeggen: beeldende kunstenaars, want bijvoorbeeld muziek en literatuur blijven onderbelicht. Dat is een keuze en vermoedelijk een verstandige, want wat er nu aan schilderijen, tapijten, penningen, vuurwerkinstallaties, wapenrustingen en etsen wordt getoond, is al bijna meer dan een mens kan bevatten. Het is bovendien allemaal even interessant: dit is typisch zo’n expositie die je twee keer moet bezoeken, wat ons, Hollandse dagjesmensen, vanzelfsprekend niet lukte.

Lees verder “Het Ottomaanse Rijk”

Columbus

U weet het: in 1492 bereikte Columbus Amerika. Iets minder beroemd, maar even belangrijk: Bartolomeüs Diaz leidde in diezelfde jaren de eerste westerse expeditie naar de Indische Oceaan. De twee mannen ontdekten echter méér dan alleen twee zeevaartroutes: ze voeren in feite het middeleeuwse wereldbeeld aan flarden.

Het is niet zo dat de middeleeuwers dachten dat de aarde een platte schijf was: dat misverstand is in 1828 door de Amerikaanse romancier Washington Irving de wereld in geholpen. Columbus, Diaz, hun matrozen en hun opdrachtgevers wisten heel goed dat de aarde een bol was. Wat wel nieuw was, was Diaz’ conclusie dat de Indische Oceaan geen binnenzee vormde en viel te bereiken door van de Atlantische Oceaan om Kaap de Goede Hoop heen te varen. Dat betekende, om te beginnen, dat het Verre Oosten per schip te was bereiken en dat er voor ondernemers prachtkansen lagen; het betekende bovendien het ongelijk van de Griekse geograaf Ptolemaios, die in de Renaissance gold als onfeilbaar.

Lees verder “Columbus”

Het Amerika van Recep Erdoğan

Vroege kaart van Amerika

Moslims hebben Amerika ontdekt, aldus de Turkse president Recep Erdoğan. Het gebeurde in 1178 en het bewijs, opgeduikeld door ene Youssef Mroueh, is dat Columbus in zijn logboek zou vermelden dat hij op maandag 21 oktober 1492 een moskee zag op een heuvel aan de kust van Cuba.

De claim klopt niet en dan bedoel ik niet dat 21 oktober in dat jaar viel op een zondag. En ik bedoel evenmin dat Columbus’ schepen op dat moment niet bij Cuba waren. Het probleem is dat het logboek, dat in 1991 in het Nederlands is vertaald door Hans Werner, domweg niet is te gebruiken voor dit type informatie.

Lees verder “Het Amerika van Recep Erdoğan”

Wetenschapsfraude in 1498

Renaissance-geleerde, niet per se Giovanni Nanni (Liebieghaus, Frankfurt)

In 1498 publiceerde een geleerde monnik uit Viterbo, Giovanni Nanni (1432-1502), zeventien delen met Commentaria super opera diversorum auctorum de antiquitatibus loquentium, ofwel “Commentaren op de werken van diverse oudheidkundige auteurs”. Het ging om aantekeningen bij materiaal dat hij deels had gekregen van een Armeense monnik en deels had aangetroffen in een bibliotheek in Mantua.

Het was voor de geleerden van die tijd volkomen nieuw, al waren de auteursnamen Berossos en Megasthenes vertrouwd en waren uit hun oeuvre zelfs wat fragmenten bekend. Ook Manethon was een oude bekende: verschillende antieke auteurs verwezen naar zijn Egyptische geschiedenis. De vondsten vormden een sensatie, aangezien onder de herontdekte teksten beschrijvingen waren van gebeurtenissen waarbij het Joodse volk betrokken was geweest. Talloze Bijbelpassages waarvan de historische betrouwbaarheid in twijfel was getrokken, vonden nu onafhankelijke bevestiging, zodat het gelijk van de Kerk was vastgesteld.

Lees verder “Wetenschapsfraude in 1498”