Kwakgeschiedenis: pyrrhonisme

Papyrusfragment met een deel van de “Vrouwencatalogus” van Hesiodos (Neues Museum, Berlijn). Papyri als deze bevestigden dat wat geleerden meenden te weten over antieke teksten, redelijk klopte.

In de Renaissance werden de teksten bekend van de Griekse auteur Sextus Empiricus, een filosoof van de zogenaamde Sceptische School, die meende dat onze kennis te onzeker was om er een ethiek op te baseren. Het was beter, zo meenden de sceptici, je oordeel op te schorten. Hoewel deze denkers de mensheid weinig zekerheden hadden te bieden, hadden ze uitgeblonken als bestrijders van schijn-weten, wat hun ideeën actueel maakte toen het middeleeuwse kennisbouwwerk dankzij de Grote Ontdekkingen schudde op zijn grondvesten. Niets was nog langer zeker. De voornaamste zestiende-eeuwse volgeling was de Franse edelman Montaigne, die in zijn essays steeds de verschillende kanten van een vraagstuk onderzocht.

Pyrrhonisme, genoemd naar de Griekse filosoof Pyrrhon van Elis, is scepsis op het gebied van de geschiedvorsing. Er waren goede redenen om niet alles uit en over de Oudheid te geloven. De bronnen waren immers bekend uit manuscripten die niet ouder leken dan de negende eeuw. Hoe stelde je de grens vast tussen een vrome legende en een historisch feit? Hadden Sokrates en Homeros eigenlijk wel bestaan? Wie mocht hopen dat voorwerpen de informatie uit de teksten zouden bevestigen, werd wel uit de droom geholpen door het bestaan van vervalsingen. De relikwieënhandel is een berucht voorbeeld.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: pyrrhonisme” →

Romeyn de Hooghe

Romeyn de Hooghe: Allegorie rond de Bataafse Opstand
Romeyn de Hooghe: Allegorie rond de Bataafse Opstand

Vandaag is de laatste dag in de Romeinenweek. Er zijn vijfenveertig activiteiten in het hele land, waaronder een door mij verzorgde inleiding tot de film Spartacus (1960) in het Allard Piersonmuseum. Ik heb vanmiddag nog een stukje over de vraag “What have the Romans ever done for us?” maar voor het moment geef ik het woord aan een gastredacteur, Jeroen Pelgrom. Hij is een van de leukste bloggers in Nederland: op Art in Space plaatst hij vrijwel elke dag een afbeelding van een kunstvoorwerp en geeft daar in het Engels uitleg bij. De Nederlandstalige uitleg vindt u elke dag weer op zijn Facebookpagina. Hij haakte in op de Romeinenweek met bovenstaande propagandaprent uit de achttiende eeuw, een Allegorie rond de Bataafse Opstand van Romeyn de Hooghe.

***

Een prent van de bekende Nederlandse tekenaar en etser Romeyn de Hooghe (1645-1708). Deze allegorie heeft als onderwerp de Bataafse opstand van A.D. 69-70.

Lees verder “Romeyn de Hooghe” →

Gevelstenen

De Vier Heemskinderen, gevelsteen op de hoek van de Herengracht/Leidsegracht in Amsterdam

Blader in boeken over de geschiedenis van de kunst en je ziet schilderijen, architectuur en beelden uit ’s wereld beste musea. Typische volkskunst staat er zelden bij, terwijl die vaak net zo leuk is en een eigen verhaal vertelt. Vandaag iets over gevelsteentjes.

Het genre is vrijwel uniek voor de Lage Landen: je vindt gevelsteentjes eigenlijk vooral in de Nederlandse en enkele Belgische steden, hoewel er elders in West-Europa ook enkele zijn. Dat ik hieronder alleen Amsterdamse gevelstenen toon, mag u uitleggen als hoofdstedelijke arrogantie maar is in feite omdat ik daar nou eenmaal woon en ik mijn camera niet bij me heb in Hoorn, Zutphen, Middelburg, Maastricht of Antwerpen – al weet ik dat ook daar leuke steentjes zijn.

Lees verder “Gevelstenen” →

De Russen komen

De Russisch-orthodoxe kerk in Termez
De Russisch-orthodoxe kerk in Termez

Vorige maand schreef ik een reeks stukjes (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8) over de voor mij verwarde geschiedenis van Centraal-Azië, waarin ik probeerde wat structuur aan te brengen door haar te reduceren tot wat ik “vier vegen” noemde. Ik maakte de reeks nog niet af. De vierde “veeg” over de landkaart, de noordwest-zuidoostelijke beweging waarmee Centraal-Azië in de negentiende eeuw deel kwam uit te maken van het rijk van de Russische tsaar, was te recent. Ik wilde Oezbekistan eerst met eigen ogen hebben gezien. Vandaag echter de russificatie, morgen dan de staatsvorming, en overmorgen tot slot nog een Oezbeeks museumstuk om de reeks te brengen tot een voorlopig einde.

In feite hebben de Russen altijd belangstelling gehad voor Centraal-Azië: ze hadden vanouds te maken met de Mongolen. Toen de Oezbeken uit hun oorspronkelijke leefgebied wegtrokken en zich vestigden in het land dat nog altijd naar hen heet, ontstond ruimte voor Russische expansie naar het oosten, en deze expansie, eenmaal op gang gekomen, zou niet ophouden voor ze de Stille Oceaan had bereikt. De Russen bewogen dus gestaag naar het oosten en zuidoosten, langs de handelsroutes richting Khiva (aan de Amudarya, ten zuiden van het Aralmeer) en richting Tasj ofwel Tasjkent.

Lees verder “De Russen komen” →

Het Ottomaanse Rijk

Bayezid I, sultan van het Ottomaanse Rijk

In het Brusselse Bozar, op een steenworp van het centraal station, is momenteel een tentoonstelling over de manier waarop westerse kunstenaars in de vijftiende en zestiende eeuw keken naar het Ottomaanse Rijk. Zondag ben ik er met vrienden wezen kijken en ik kan alleen zeggen dat “Het Rijk van de Sultan” de moeite van een bezoek alleszins waard is. Die moeite bestond in ons geval uit tweemaal drie-en-half uur in de trein, maar je moet er iets voor over hebben.

In ruim twintig zalen worden diverse aspecten getoond van de wijze waarop Europese kunstenaars omgingen met dat wat ze over de Turken wisten (of meenden te weten). Eigenlijk moet ik zeggen: beeldende kunstenaars, want bijvoorbeeld muziek en literatuur blijven onderbelicht. Dat is een keuze en vermoedelijk een verstandige, want wat er nu aan schilderijen, tapijten, penningen, vuurwerkinstallaties, wapenrustingen en etsen wordt getoond, is al bijna meer dan een mens kan bevatten. Het is bovendien allemaal even interessant: dit is typisch zo’n expositie die je twee keer moet bezoeken, wat ons, Hollandse dagjesmensen, vanzelfsprekend niet lukte.

Lees verder “Het Ottomaanse Rijk” →

Joodse zeerovers

Grafsteen van Elias Namias de Crasto
Grafsteen van Elias Namias de Crasto

De synagoge van Willemstad op Curaçao is de oudste in de Nieuwe Wereld. De gemeente is gesticht in 1651, de ‘snoa’ dateert uit 1732 en is een kleine kopie van de Portugese Synagoge in Amsterdam. Uiteraard zijn er verschillen, waarvan het meest opvallende is dat je in Nederland nooit bij de ingang van een godshuis vrolijke Caraïbische dansmuziek hoort spelen.

Een ander verschil is dat er in Willemstad zand op de vloer van de synagoge ligt. Dit zou een herinnering zijn aan de tijd waarin de joden, vervolgd door de Spaanse Inquisitie, samenkwamen op geheime plaatsen. Het zand op de vloer moest dienen om het geluid te dempen. De Curaçaose joden, zo vertelt men, wilden de vervolgingstijd niet vergeten en handhaafden daarom de opmerkelijke vloerbedekking.

Lees verder “Joodse zeerovers” →

De gehate Frederik IIII

Frederik IIII

Dit gevelsteentje bevindt zich in de Runstraat in Amsterdam. De tekst is duidelijk: “Fridericus D. III, Kooning van Pruysen”, ofwel koning Frederik de Derde van Pruisen. Zoals te zien, is het portret echter verwijderd, en wel zó dat je kunt zien waar het is geweest en met achterlating van de tekst. Het is dus de bedoeling dat we weten dat iemand een enorme hekel had aan deze vorst.

Het gaat om de man die als Frederik III heerste als keurvorst van Brandenburg en hertog van Pruisen. In 1701 verwierf hij de koningstitel, en moderne historici duiden hem aan als koning Frederik I. Hij overleed in 1713. Dit steentje is dus tussen 1701 en 1713 gemaakt, en ik zou me kunnen voorstellen dat de opdrachtgever een enthousiaste koopman is geweest die zaken deed met Pruisen. Vreemd zou dat niet zijn. De Republiek had grote belangen in het Oostzeegebied, en bovendien streden Pruisen en de Republiek zij aan zij in de Spaanse Successieoorlog.

Lees verder “De gehate Frederik IIII” →

De digitale revolutie

Ik erken dat het plaatje hierboven lelijk is. Maar het is een wonder. Ik zit momenteel op de luchthaven van Ankara, waar ik een uur of elf moet stukslaan omdat mijn vliegtuig naar Trabzon overbooked is. Vervelend, want ik heb verplichtingen in Trabzon, maar de tijd kan toch productief worden benut. Ik heb namelijk toegang tot het internet en kan een deel van De klad in de klassieken hier redigeren.

Lees verder “De digitale revolutie” →

Kapitalisme

Een zestiende-eeuwse munt als gevelsteen (Zandhoek 14, Amsterdam)

In de Middeleeuwen gold het maken van winst als zondig. De scholastieke filosofen wezen erop dat het niet te rechtvaardigen is dat iemand die bijvoorbeeld een brood over heeft, aan een hongerende voor dat brood geld vraagt. (Vandaar dat de kerk leerde dat het armen was toegestaan brood te stelen.) Hoe de koopman, die toch weinig kwaads in de zin had, in de hemel kon komen, was een berucht filosofisch probleem.

De grote reformator Johannes Calvijn (1509-1564) negeerde het in zijn moraaltheologische geschriften: hij ging er niet van uit dat handel gerechtvaardigd moest worden, maar zocht naar wegen om de schadelijke effecten te beperken. Dit maakte de weg vrij voor het kapitalisme. Toen het Calvinisme tegen het einde van de zestiende eeuw voet aan de grond kreeg in de Lage Landen, ontstond daar de eerste zuiver kapitalistische economie.

Lees verder “Kapitalisme” →