Eillert Meeter, een negentiende-eeuwse roddelaar

Nee: hij was bepaald geen fan van het Nederlandse koningshuis. Eillert Meeter (geboren op 1 maart 1818 in Oude Pekela) werd zich al op jonge leeftijd bewust van zijn republikeinse gevoelens. Ook zou je hem gerust een communist avant la lettre mogen noemen: al op tweeëntwintigjarige leeftijd begon hij met het publiceren van een blad, de Tolk der Vrijheid, waarin hij opkwam voor het tragische lot van dagloners, arbeiders en kleine boeren.

Groningen

In datzelfde jaar bezocht Meeter de Groninger Meikermis, en samen met zijn kompanen hieven ze, gezeten in de wafelkraam van “Dove Saar”, de glazen op “Zijne Verheven Nulliteit Willen Kaaskop”, oftewel koning Willem I. In totaal werden er na dit incident zesentwintig mensen gevangengenomen, maar in augustus volgde vrijlating, omdat niet bewezen kon worden dat deze uitgelaten bende zich schuldig had gemaakt aan revolutionaire samenspanning.

Lees verder “Eillert Meeter, een negentiende-eeuwse roddelaar”

Druzen en Maronieten (2)

Christelijke vluchtelingen

In 1860 brak een grootschalige burgeroorlog uit tussen de Druzen en de Maronieten in het Libanongebergte. Het conflict hing al een tijd in de lucht en zou uiteindelijk ook Damascus treffen. Er zijn allerlei verslagen van de verschrikkingen uit deze dagen, die uiteindelijk leidde tot een Franse interventie. Een van de ooggetuigen was de Britse consul in Beiroet, Charles Churchill, die was getrouwd met een Libanese en in het land woonde. Hun dochters zouden trouwen met Druzische prinsen.

Zijn verslag van de eerste gevechten, te vinden in The Druzes and the Maronites under the Turkish Rule from 1840 to 1860 (1862), is verward en op allerlei punten onjuist. Hij maakt echter duidelijk dat de Ottomaanse autoriteiten, die aanvankelijk nog het gezag hadden om een conflict te temperen, uiteindelijk de situatie niet meer controleerden. Het boek eindigt met een Havelaar-achtig appel aan de Europese vorsten om te interveniëren.

***

Op 3 augustus 1859 vond er een ernstig incident plaats tussen de Druzen en de Maronieten in het dorp Beit Mery, op drie uur afstand, in de bergen, van Beiroet. De aanleiding was een ruzie tussen een Druzische en een christelijke jongen.

Lees verder “Druzen en Maronieten (2)”

Mark Twain in Baalbek

Baalbek

De Amerikaanse schrijver Mark Twain (1835-1910), de auteur van Tom Sawyer en Huckleberry Finn, reisde kort na de Amerikaanse Burgeroorlog naar het Heilig Land. Zijn reisbrieven bundelde hij later in The Innocents Abroad (1867). Op weg naar Jeruzalem bezocht hij ook Baalbek, en kwam de grote schrijver zijns ondanks woorden tekort. Wat hij de Tempel van Jupiter noemt, noemen wij de Tempel van Bacchus; en de bouwers van de heiligdommen waren, vanzelfsprekend, de Romeinen.

***

Om elf uur zagen we de muren en zuilen van Baalbek, een nobele ruïne waarvan de geschiedenis is als een verzegeld boek. De tempel staat er al duizenden jaren, en roept bij alle reizigers verwondering op, maar wie hem heeft gebouwd, en wanneer hij is gebouwd – dat zijn vragen die misschien nooit zullen worden beantwoord. Maar één ding is zeker: de grandeur van ontwerp en de elegantie van uitvoering, zoals te zien in de tempels van Baalbek, zijn ongeëvenaard, en zelfs niet benaderd in ook maar enig menselijk werk dat de afgelopen twintig eeuwen is gebouwd.

Lees verder “Mark Twain in Baalbek”

Verdwaald in de catacomben

De catacomben van Priscilla, foto van Charles Smeaton (Collectie John Henry Parker, Victoria and Albert Museum, Londen)

De oudste collectie foto’s die in de catacomben van Rome gemaakt zijn, dateert uit de jaren zestig van de negentiende eeuw en staat op naam van John Henry Parker, een Engelsman die de British and American Archaeological Society of Rome oprichtte. Het fotograferen liet Parker over aan zijn medewerkers. Een van hen was een jonge Canadees, Charles Smeaton. Door een nieuwe methode toe te passen met magnesiumdraad, was hij in staat om ook in de donkere catacomben voldoende licht te brengen om foto’s te maken. In een lange brief die hij in 1867 vanuit Rome naar zijn familie in Canada stuurt, vertelt hij van een hachelijk avontuur dat hij beleefde in de catacomben.

Hij vertelt dat hij de catacomben bij de Via Salaria was binnengegaan om er te gaan fotograferen. Enkele vrienden gingen uit nieuwsgierigheid met hem mee naar beneden. Smeaton geeft een beschrijving van de tocht:

Lees verder “Verdwaald in de catacomben”

Druzen en Maronieten (1)

De Maronieten ten strijde

De Fransman Gérard de Nerval (1808-1855), die eigenlijk Gérard Labrunie heette, was een veelzijdig man: dichter, republikein bloemlezer, toneelschrijver, vandaal, journalist, reiziger. In 1843 bezocht hij het Ottomaanse Rijk, waarover hij een geromantiseerd verslag schreef: Voyage en Orient (1851). Het is bepaald niet vrij van vooroordelen, zoals wel blijkt uit het volgende verslag van een conflict tussen de twee belangrijkste bevolkingsgroepen van het huidige Libanon: de Druzen en de Maronieten.

Doorgaans konden die het redelijk met elkaar vinden. Nog kort daarvoor had de lokale leider Bashir Shihab II, een bestuurder die meer luisterde naar Muhamad Ali in Egypte dan naar de sultan in Constantinopel, geregeerd over beide groepen. De Britten en Oostenrijkers hadden echter de sultan gesteund in zijn pogingen het Ottomaanse gezag te herstellen, en Bashir was in 1840/1841 in ballingschap gegaan. Het was dus onrustig toen De Nerval door Libanon trok.

Lees verder “Druzen en Maronieten (1)”

Ernest Renan over godsdienst

Machnaqa

Toen de Franse keizer Napoleon III in 1860 een leger naar Libanon stuurde om daar de druzen en maronieten uit elkaar te houden, suggereerde de Franse geleerde Ernest Renan hem dat hij ook wat wetenschappers mee zou sturen. De eerste Napoleon had geholpen om van de egyptologie een echte wetenschap te maken, Napoleon III kon de fenicologie stimuleren. En zo reisde Renan naar Libanon. Ik heb al wel eens eerder naar zijn Mission de Phénice (1864) verwezen. Het is een fascinerend, speels boek.

Het volgende citaat toont een romantische geest aan het werk; je zou het zo niet meer schrijven. Maar Renan maakt duidelijk dat de christenen de Libanonbergen hebben gekerstend en daarbij niet iets volledig nieuws brachten, maar iets ouds aanpasten.

Lees verder “Ernest Renan over godsdienst”

Mark Twain bij het graf van Noach

De Bekaavallei

De Amerikaanse schrijver Mark Twain (1835-1910) behoeft natuurlijk geen introductie: hij is vooral bekend als de auteur van Tom Sawyer en Huckleberry Finn. Kort na de Amerikaanse Burgeroorlog stuurde een Amerikaanse krant hem als een hedendaagse pelgrim naar het Heilig Land. Hij bundelde later zijn reisbrieven in The Innocents Abroad (1867). Als een man van zijn tijd, die over het Midden-Oosten vooral was geïnformeerd door de Bijbel, contrasteerde hij voortdurend de Oudheid met het Ottomaanse heden.

Op weg van Beiroet naar Baalbek, en na een oponthoud in het huidige Chtaura, bereikten Twain en zijn reisgenoten in de Bekaavallei het graf van Noach. Het naamloze dorpje heet tegenwoordig Karak Nuh en – om de waarheid te zeggen – het graf van Noach is geen omweg waard. Twains ironie is verfrissend.

Lees verder “Mark Twain bij het graf van Noach”

Gustave Flaubert in de Libanon

De weg waarover Flaubert over de Libanon kwam

De Franse schrijver Gustave Flaubert, wiens Salammbô u lezen moet als u geïnteresseerd bent in de Oudheid en ook als u daar niet in bent geïnteresseerd, maakte in 1849/1851 een lange reis door het Midden-Oosten. Hij bezocht ook Baalbek en stak daarvandaan de Libanon over naar de Qadishavallei, de heilige vallei van de maronieten. Voyage en Orient bevat zijn aantekeningen, die nooit voor publicatie bestemd zijn geweest. Het boek is postuum verschenen.

***

De Libanon

Vertrokken uit Baalbek. Dinsdag rond 10 uur ’s ochtends verlieten we onze witgebaarde gastheer, die ons na de veertig piasters die we hem gaven overlaadde met zegeningen. Rechtstreeks op weg naar Deir el-Ahmar. We deden er drie uur over om de vlakte over te steken. Niets bijzonders gezien, behalve de Libanon tegenover ons: groen tot het midden van de hellingen, daarboven helemaal grijs. Vrouwen met grauwe gezichten en witte sluiers op hun hoofd, die tarwe maaien in het droge vlakke grasland. Ze stopten allemaal en staarden ons smachtend en verbaasd aan, met de sikkel in de hand.

Lees verder “Gustave Flaubert in de Libanon”

De poorten van Tell Balawat

Een van de reliëfs uit Balawat: de capitulatie van Tyrus (British Museum, Londen)

Een van de wonderen van het British Museum is de zogeheten Balawat Gate. Het gaat om de poort van een Assyrische tempel. Als u het museum binnen gaat, is links de garderobe, en onmiddellijk daarna is de zaal met deze tempelpoort. Als u de Steen van Rosetta ziet, bent u al te ver doorgelopen. De Balawat Gate is gevonden door archeoloog Hormuzd Rassam.

Hormuzd Rassam

Het verhaal van de archeologie in het Ottomaanse Rijk wordt vaak verteld alsof het gaat over westerse avonturiers die in het oosten de fundamenten – in meer dan één betekenis – van de beschaving opgroeven. Onwaar is dat niet, incompleet is het wel, want er waren volop Ottomaanse archeologen, waarvan Osman Hamdi de bekendste is. Hormuzd Rassam, geboren in Mosul, was een ander.

Hij was een veteraan, die het metier had geleerd tijdens Layards eerste expeditie naar Nimrud, vervolgens had gestudeerd in Oxford, en had behoord bij Layards staf tijdens zijn latere expedities. Rassam vond onder meer het kleitablet met het Zondvloedverhaal (onderdeel van het Epos van Gilgameš), deze stèle en de Cyruscilinder.

Lees verder “De poorten van Tell Balawat”

Een bezoek aan de catacomben (1865)

De gereconstrueerde “crypte van de pausen” (Catacomben, Valkenburg)

Op 28 februari 1865 bezocht de reislustige Nederlandse miljonair Piet de Sonnaville (1830-1925) de catacomben van Rome, die in deze jaren zeer sterk in de belangstelling stonden. Dat had alles te maken met het feit dat paus Pius IX de afbrokkeling van zijn wereldlijke gezag probeerde te compenseren door de ouderdom van het pausdom te benadrukken. Het ambt zou immers teruggaan tot op de apostel Petrus. Het kwam propagandistisch dus goed uit dat in 1853 de “crypte van de pausen” werd ontdekt, waarin enkele derde-eeuwse bisschoppen lagen begraven, want dat bevestigde de pauselijke claims. Vandaar dat elke bezoeker aan Rome het advies kreeg eens een kijkje te gaan nemen aan de Via Appia. Interessant was zo’n bezoek aan een onderaards grafveld sowieso.

De Sonnaville probeerde, bij wijze van souvenir, uit een van de graven een stukje botmateriaal mee te nemen. Een reisgenote wist de grafschennis gelukkig te verhinderen. Hier is het verslag.

Lees verder “Een bezoek aan de catacomben (1865)”