De Europese canon (36-40)

Oscar Montelius (©Stockholms Stadsmuseum)

Met dit negende blogje in mijn reeks over de Europese canon bereiken we de tweede helft van de “lange negentiende eeuw”: Europa als wereldmacht én het einde daarvan.

De vooruitgangsgedachte

Periode: Tweede helft negentiende eeuw

De vooruitgangsgedachte is een thema waarover ik al meer heb geblogd. De filosofen van de Verlichting waren er zeker van dat de mensheid erop vooruitging. Ook geleerden als Turgot en De Condorcet waren daarvan overtuigd, maar ze deden weinig meer dan het presenteren van een hypothese. Die baseerden ze op de klassieke teksten en op de beste etnografische data van hun tijd, maar het idee dat de mensheid van primitieve aaseter via wildeman en barbaar was opgeklommen tot beschaafd mens, was welbeschouwd niets meer dan beredeneerd giswerk.

Het empirische bewijs kwam echter in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen de eerste wetenschappelijke archeologen voldoende overzicht hadden van het diepe verleden om te kunnen vaststellen dat er een evolutie was geweest van Steentijd via Bronstijd naar IJzertijd. De samenleving, zo betoogde Oscar Montelius, was complexer geworden en welvarender. De twintigste eeuw toonde mogelijkheden en ethische keuzes die voordien ondenkbaar zouden zijn geweest.

Lees verder “De Europese canon (36-40)”

Italica en de Gravin van Lebrija (2)

Het paleis van de gravin van Lebrija, met een mozaïek uit Italica

[Het tweede deel van Dieter Verhofstadts artikel over de Romeinse stad Italica, in Andalusië, en de Gravin van Lebrija. Het eerste deel was hier.]

Deze blog over Romeinse kunst in Europa heeft een andere kijk op de rol van de Gravin van Lebrija bij de opgraving van Italica. Als invloedrijke intellectuele kunstminner was ze maar al te goed op de hoogte van het belang van de oude Romeinse stad. Toen de opgravingen tegen het einde van de negentiende eeuw werden geïntensiveerd en de prachtige mozaïekvloeren werden blootgelegd, kocht zij enkele bewakers om, zodat ze een aantal naar haar woning kon verplaatsen. De verantwoordelijke voor de site, de archeoloog De los Ríos, confronteerde de gravin met wat hij als diefstal beschouwde en probeerde haar ertoe te bewegen de mozaïeken terug te geven. In plaats van zijn eis in te willigen, dreigde ze ermee hem te laten ontzetten uit zijn opdracht.

Vrouw in een mannenwereld

Deze versie, waarvan ik geen andere, laat staan officiële of wetenschappelijke, bron terugvind, geeft niet alleen een andere toedracht over de beweegredenen van de gravin, maar weerlegt de algemene teneur in de levensverhalen die men bij de stichting en op de -pedia’s vindt, namelijk dat het voor een vrouw in de negentiende eeuw zeer ongebruikelijk was om invloed uit te oefenen op het publieke leven en dat zij voortdurend moest optornen tegen de door mannen gedomineerde wereld van kunst, wetenschap en politiek. Dat zij een officieel aangestelde, mannelijke wetenschapper zomaar kon afdreigen, past niet in dat plaatje.

Lees verder “Italica en de Gravin van Lebrija (2)”

Italica en de Gravin van Lebrija (1)

Het amfitheater van Italica

Dat opgravers in het verleden nogal driest te werk zijn gegaan, met goede of kwade bedoelingen, is algemeen bekend. Van de andere kant: we mogen opgravers en exposanten uit het verleden niet zomaar beoordelen aan de hand van de huidige inzichten. Toen ik vorige maand Sevilla bezocht, stuitte ik op een interessant voorbeeld.

Italica

De bron van alle oudheidkundige moois dat is opgegraven en vertoond in Sevilla, is Italica. Die voormalige Romeinse stad ligt zo’n tien kilometer noordwestwaarts, in het huidige plaatsje Santiponce. Het was de vermoedelijke geboorteplaats van de Romeinse keizer Trajanus en misschien ook van zijn opvolger Hadrianus. In de derde eeuw raakte Italica in verval, mogelijk doordat de Guadalquivir zijn loop verlegde.

Lees verder “Italica en de Gravin van Lebrija (1)”

De staalwoestijn (2)

[Tweede deel van een stuk dat Saskia Sluiter schreef over haar boek De Staalwoestijn.]

Vervuiling

De werkgelegenheid uit het vorige blogje vormt is één kant van het verhaal. Een andere kant is de CO2-uitstoot van het bedrijf. Die is gigantisch: vorig jaar nog tussen de 11,4 miljoen ton (Tata Steel duurzaamheidsverslag 2021-2022) en 15 miljoen ton (Milieudefensie). Dat is ruim zeven procent van alle stikstofuitstoot in Nederland. Plus fijnstof, roet, looduitstoot, PAKS, zware metalen en ‘zeer zorgwekkende stoffen’ als vanadium en beryllium. Die zeer zorgwekkende stoffen zijn al in een minieme dosis supergiftig. In de rapporten staan ze vermeld als ZZS, want het ambtenarenjargon kronkelt zich in vele bochten om de werkelijke aard van dit soort gifstoffen niet expliciet te benoemen – de kool en de geit worden zorgvuldig gespaard.

Staal maken is een uiterst vervuilend proces en Tata is een supervervuiler. Het aantal kankergevallen in de IJmond ligt zo’n 25%, op sommige plekken zelfs 50% hoger dan gemiddeld, en dat is al vele jaren zo. Geen wonder dat er fel tegen het bedrijf wordt geprotesteerd. De kranten staan er bol van. Er staat een rechtszaak tegen Tata op de rol en het bedrijf heeft ook een schadeclaim van 1500 inwoners van Wijk aan Zee aan de broek hangen. De juridische messen worden zorgvuldig geslepen.

Lees verder “De staalwoestijn (2)”

De staalwoestijn (1)

“Wat een gaaf thema, dat van die Staalwoestijn. Voel je vrij eens een blogje te schrijven om er reclame voor te maken.” Dat mailde Jona me. Zoiets laat je je geen twee keer zeggen natuurlijk. Deze blog gaat dus over mijn nieuwe boek: De Staalwoestijn. Verandering van een landschap, van Hoogovens tot Tata: een geschiedenis. In die geschiedenis is de Oudheid ver weg: 1815-2023 is moderne tijd en, naarmate het verhaal vordert, recent en hedendaags.

Ik woon in Velsen-Noord, waar vervuiling, rook en stoom van diverse pluimage je dagelijks de neus in waait. Tata, Vattenfall, papierfabriek Van Gelder, intensief wegverkeer, scheep- en luchtvaart: ze dragen er allemaal een flinke steen aan bij. De grootste boosdoener is echter het fabrieksconglomeraat van Tata Steel. Tegelijkertijd is Tata ook de grootste werkgever in het gebied en dat maakt dit een lastig probleem.

Lees verder “De staalwoestijn (1)”

Het Hermannsdenkmal

Het Hermannsdenkmal (Detmold)

In het jaar 9 na Chr. leden de Romeinen in Germanië een grote nederlaag: de roemruchte slag in het Teutoburgerwoud. In de vroegmiddeleeuwse, Germaanse poëzie horen we er weinig over, maar vanaf de zestiende eeuw zou de Cheruskische vorst Arminius, die de Romein Publius Quinctilius Varus had verslagen, uitgroeien tot een Duitse nationale held. Met een Duitsere naam, Hermann. Men wijdde opera’s, gedichten, schilderijen en toneelstukken aan deze Duitse superheld. De ‘kers op de taart’ is het negentiende-eeuwse Hermannsdenkmal in Detmold.

Duitse volksheld

Voor het zover was, moest Arminius worden herontdekt. Dat gebeurde, zoals gezegd, pas in de zestiende eeuw. De boeken 1-6 van de Annalen van de Romeinse auteur Tacitus werden in 1515 in Rome gedrukt, waarna het werk begon te circuleren onder de Europese geleerden. Zo raakte men opnieuw bekend met het verhaal van Arminius. Eén passage bracht hem ongekende faam:

Lees verder “Het Hermannsdenkmal”

De familie As-Sadr

De familie As-Sadr: links Musa, rechts Moqtada

In het zuiden van Nederland en in België staan kruisbeelden op de plattelandskruisingen. Ga je naar steden als Maastricht, Luik of Antwerpen, dan zijn er Mariabeelden. Het landschap is gekerstend. Het Midden-Oosten is niet anders. Waar christenen wonen, zie je afbeeldingen van de heiligen, en waar moslims wonen, zie je de afbeeldingen van inspirerende geestelijken. De grens tussen heiligen, geestelijken en politiek leiders is overigens vloeiend.

In Libanon zie je bijvoorbeeld vaak het portret van Musa as-Sadr, die in de jaren zeventig de sji’itische bevolkingsgroep organiseerde. Dat was nodig. Het bestel werd beheerst door soennieten en christenen, terwijl de sji’ieten in het zuiden van het land klem zaten tussen Israël en de Palestijnen, die in Libanon bases hadden. Israël en de Palestijnen beschoten elkaar, de sji’ieten zaten er tussenin en Musa as-Sadr overtuigde ze ervan niet te zwelgen in zelfmedelijden. Later meer over hem. Nu eerst zijn familie.

Lees verder “De familie As-Sadr”

Middeleeuws Jeruzalem

Rotskoepel, Jeruzalem

[Dit is het laatste van drie blogjes over wat een toerist kan bekijken in Jeruzalem. Het eerste was hier.]

Middeleeuwen

Met de Middeleeuwen kom ik buiten mijn specialisme, maar ik wil toch nog wat dingen noemen. Uit deze tijd zijn immers ook allerlei bouwwerken en monumenten bekend die je als toerist niet wil missen.

Aan het kerkje van het graf van Maria, even buiten de stad, heb ik speciale herinneringen. We wandelden er met een groepje geen werkelijk overdreven religieuze mensen binnen, maar iedereen werd tegelijk stil en bleef luisteren naar de monnik die er aan het zingen was. Maria is hier vanzelfsprekend niet begraven geweest. Hier is echter wel het graf van koningin Melisende, een van de machtigste vrouwen uit het Koninkrijk Jeruzalem.

Lees verder “Middeleeuws Jeruzalem”

Vesuvius 1872

Een van Sommers foto’s van de uitbarsting van de Vesuvius (1872; Städel Museum, Frankfurt)

In 1856 verhuisde de Duitse fotograaf Georg Sommer van Frankfurt naar Italië. Daar begon hij, tweeëntwintig jaar oud, een fotozaak, eerst in Rome maar al snel in Napels. De foto’s die hij maakte en verkocht, waren geliefde souvenirs. Het nieuwe medium was er natuurlijk perfect voor geschikt: je kon thuis tonen wat jij had gezien, en tegen een lagere prijs dan de gravures die een Piranesi een eeuw eerder had gemaakt.

De toeristische markt

Denk hier ook aan een bestseller als The Marble Faun (1860) van Nathaniel Hawthorne. Die roman was met foto’s geïllustreerd: een innoverende manier om literatuur én een reisbestemming te verkopen. Sommers foto’s uit Pompeii en Herculaneum waren voor menigeen een eerste kennismaking met hoe de Oudheid er echt uit had gezien, waarna schilders als Alma Tadema aan deze gefotografeerde informatie kleur en een verhalend element toevoegden. Fotografie hing, als nieuw medium, in de lucht.

Lees verder “Vesuvius 1872”

Mimi en Multatuli

Dat is nou eens een leuk boek: Verheven ongemanierd. Mimi en Multatuli van Gaia van Bruggen. Mimi, voor wie het even niet paraat mocht hebben, heette voluit Mimi Hamminck Schepel en was de tweede echtgenote van Multatuli.

Niet over rozen

Mimi – zoals we haar maar zullen noemen – heeft geen makkelijk leven gehad. Ze koos ervoor een keurig, burgerlijk en ongetwijfeld welgesteld bestaan op te geven om te leven met iemand die weliswaar gold als een geniaal schrijver, maar die van de ene naar de andere moeilijkheid liep. Dat ik hem in de vorige zin “schrijver” heb genoemd, zou hij me vermoedelijk kwalijk hebben genomen, want de Havelaar was zijns inziens geen roman maar een politiek middel. En het boek dat mij het dierbaarst is, Woutertje Pieterse, zou hij nooit uitgegeven hebben willen zien zoals het uitgegeven is. Het was geen zelfstandig boek, vond hij, maar een uitwerking van zijn Ideën. Wat ik maar zeggen wil: Multatuli was iemand die het met iedereen oneens lijkt te zijn. Op zich een zinvolle intellectuele positie, maar lastig voor wie ermee moet samenwonen.

Lees verder “Mimi en Multatuli”