De eerste Arabische marine

De Slag der Masten

In 640 veroverden de Arabieren de Byzantijnse provincie Egypte, maar in 646 werd Alexandrië alweer terugveroverd door een Byzantijnse vloot. Die bleef niet zo lang, maar het was een schok te beseffen hoe gemakkelijk het nieuwe Arabische rijk vanuit zee was aan te vallen. De capabele gouverneur van Syrië, Mu‘āwiya, die later kalief zou worden, overtuigde zijn wat passieve oudoom kalief ‘Uthmān van de noodzaak, een marine op te bouwen. Hij kreeg toestemming en dwong talloze scheepsbouwers in Egypte en Syrië schepen te bouwen. Na drie jaar lag er een vloot van maar liefst zeventienhonderd schepen voor de Syrische kust: “de zee was niet meer te zien van de masten”.

Eerste operaties van de vloot

Nu moest die vloot natuurlijk uitgeprobeerd worden. Men bracht soldaten aan boord, 12.000 naar men zegt, en voerde in het voorjaar van 649 een overval uit op het nog Byzantijnse eiland Cyprus. De bewoners daar lieten de soldaten ongehinderd aan land gaan omdat zij dachten dat het Byzantijnen waren. Ze konden zich blijkbaar niet voorstellen dat er zoiets als een Arabische vloot bestond. De troepen konden gewoon doorlopen naar de hoofdstad Constantia, niet ver van het huidige Famagusta, die zij bezetten en plunderden. Zeer grote hoeveelheden goud en zilver en talloze slaven en slavinnen werden buitgemaakt. Zo werden de kosten van de vlootbouw er aardig uitgehaald.

Lees verder “De eerste Arabische marine”

Het geboorte- en sterfjaar van Mohammed

Mohammed was geboren in het jaar van de olifant (Getty-museum, Malibu)

Mohammed (570-632)” staat in vrijwel iedere encyclopedie of inleiding tot de islam. Dat komt omdat zulke werken streven naar korte, recht-toe-recht-ane informatie, geen prijs stellen op vraagtekens en puntje-puntje-puntje, en omdat andere beroemde personen ook jaartallen hebben. Maar vast staat Mohammeds sterfjaar niet, en zijn geboortejaar al helemaal niet.

Er is in het leven van de profeet eigenlijk maar één jaartal dat solide is: het jaar 1 (622 na Chr.), het jaar van de hidjra, zijn emigratie van Mekka naar Medina. Dat jaartal staat vast, omdat het ongeveer twintig jaar na dato tot beginjaar gemaakt werd voor de islamitische tijdrekening en alle islamitische data tot op heden daarnaar berekend worden. Een eeuw later begonnen historici terugrekenend jaar na jaar te beschrijven wat er sinds dat jaar 1 was gebeurd. Daarbij zullen zeker fouten zijn opgetreden, maar er is in ieder geval een tijdschema gemaakt, en volgens dat schema stierf de profeet tien jaar na de emigratie, dus in 632. Dat lijkt dus nogal duidelijk.

Lees verder “Het geboorte- en sterfjaar van Mohammed”

Djahiliya, of: islamitische oudheidkunde

Stèle met een Arabische ruiter (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Hoe zag het leven in Arabië eruit vóór de komst van islam? Veel te lang hebben wetenschappers die vraag laten liggen, ook omdat Arabische overheden er niet in geïnteresseerd waren. In de laatste tijd neemt de kennis echter snel toe. Ik wil nu kort behandelen wat moslims daarover vanouds te vertellen hadden. Een van de zaken die modern onderzoek in de weg stonden, was namelijk hun traditionele opvatting over de Oudheid. Djāhilīya is de religieus getinte, islamitische benaming voor de tijd voor de islam.

Het Arabische werkwoord djahila betekent: ‘niet weten.’ Djāhilīya is dan: ‘toestand van onwetendheid, periode van onwetendheid’.

Barbarij en duisternis

‘Vóór de islam heersten barbarij en duisternis; met de profeet Mohammed verschenen het licht en het weten,’ zo is het islamitische perspectief samen te vatten. Dit wordt aanschouwelijk geformuleerd in de toespraak die Dja‘far ibn abī Ṭālib, de broer van ‘Alī, bij de Negus van Abessinië gehouden zou hebben. Meer dan een eeuw later wordt hij door de Ibn Isḥāq, de biograaf van de profeet, als volgt aangehaald:

Lees verder “Djahiliya, of: islamitische oudheidkunde”

De wierookroute (3)

Een karavaan langs de Wierookroute (Bosra)

Van Mekka naar Bosra

De christenen, die in de loop van de vierde en vijfde eeuw meer invloed kregen op de Romeinse samenleving, beschouwden het branden van wierook als een vorm van afgodendienst en waren er lange tijd terughoudend mee. De handel in geurstoffen leed eronder en er waren grote sociale veranderingen op het Arabische Schiereiland – meestal niet ten goede. De islamitische verhalen over het onrecht tijdens de djahiliya (de “tijd der onwetendheid” vóór de profeet Mohammed) lijken echo’s te bevatten uit deze periode van maatschappelijke onrust.

Lees verder “De wierookroute (3)”