De Germanen (6) Religie

Metalen godsbeeldje edelsmeedwerk  (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

[Dit is het laatste van zes blogjes over de oude Germanen. Het eerste was hier.]

Er zijn nog twee met elkaar verwante onderwerpen die ik ter afronding van deze reeks blogjes wil bespreken: de Germaanse religie en de “archaic survivals”. Over het eerste weten we te weinig en dus roepen wetenschappers het tweede in, maar ook daarmee zijn problemen. En om het helemaal complex te maken zijn er allerlei versteende theorieën die inmiddels niet meer als hypothese worden herkend en gelden als feit. Zo werd ooit gedacht dat alle religie was ontstaan als de verering van natuurkrachten, hoewel dat ten dele christelijke polemiek is (“alleen het monotheïsme is een zuivere religie, de heidenen vereerden valse goden zoals natuurverschijnselen”). De notie blijft echter terugkomen, en niet alleen in de germanistiek.

Ter zake nu. Wat weten we wel? Ik denk het volgende.

Lees verder “De Germanen (6) Religie”

Faits divers (55) mopperblog

Chrysippos (Museo archeologico nazionale, Napels)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer gemopper op de journalistiek, twee petities voor bedreigde geesteswetenschappelijke instellingen, maar ook een leuk einde.

Caesar in Tongeren

Al een tijdje ligt de hypothese op tafel dat de Eburonen van koning Ambiorix het Romeinse Veertiende Legioen van Julius Caesar hebben verslagen in de omgeving van Berg, een piepklein en – u raadt het al – hoog gelegen kerkdorpje onder de rook van Tongeren. Tot de argumenten voor die hypothese behoren dat de naam Atuatuca, die wordt gebruikt voor zowel de plaats van de Romeinse nederlaag als het latere Romeinse stadje, over maar een korte afstand verplaatst hoeft te zijn; verder, dat er een oude cultusplaats was; bovendien dat er zoveel munten zijn gevonden dat aannemelijk is dat dit de centrale plaats was van de Eburonen. Ik heb er eerder over geschreven en steeds als ik op weg ben van Maastricht naar Tongeren, fiets ik even over die bult in de hoop archeologen tegen te komen.

Lees verder “Faits divers (55) mopperblog”

Stuifmeelonderzoek

Drie coupes voor pollenonderzoek (Museo de Almería)

Je ziet stuifmeel nauwelijks, maar het is vervelend poeder. Als het droog weer is en als het spul vrijuit kan zweven, kun je er hooikoorts van krijgen. Maar voor archeologen zijn stuifmeelkorrels leuk, heel erg leuk. Eenmaal onder de (elektronen)microscoop gelegd zijn de verschillende soorten stuifmeel namelijk te identificeren en dat helpt ons iets zeggen over de antieke vegetatie. Overigens gebeurt determinatie vaak niet met het menselijk oog, maar met de computer en artificiële intelligentie.

Mogelijkheden

De conclusies hebben diverse toepassingen. Je kunt niet alleen uitspraken doen over het dieet van de mensen van weleer, maar ook over het oude klimaat. Als een landschap eerst is begroeid met allerlei grassoorten, later met dennen en berken, en daarna met loofbomen, mag je aannemen dat de temperatuur is gestegen. Als er in een gebied meer en meer struikheide is geweest, is dat een aanwijzing voor ontbossing en dat kan weer een aanwijzing zijn voor landbouw. De conclusies beperken zich niet tot de vegetatie. Omdat in de voedselpiramide de flora de basis vormt voor de fauna, kunnen stuifmeelonderzoekers vertellen welke dieren waarschijnlijk in de buurt hebben gewoond.

Lees verder “Stuifmeelonderzoek”

De villa’s van Romeins Limburg

Romeins Limburg: het zal niet het eerste zijn waaraan je denkt bij het Romeinse Rijk. Het behoorde echter wel degelijk tot het wereldrijk. Het zuidelijke deel van Nederlands Limburg was rijk geworden door de productie van graan, waar in de wijde regio vraag naar was. Zuid-Limburg kende de hoogste concentratie landhuizen in Nederland. De tentoonstelling “Romeinse villa’s in Limburg”, momenteel te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, brengt die landhuizen en de mensen die er woonden, weer tot leven met prachtige reconstructies en even interessante als mooie voorwerpen.

Caesars tegenstanders

Met zijn glooiende heuvels onderscheidt Zuid-Limburg zich van de rest van Nederland, dat immers een overwegend vlak land is. In de eerste eeuw v.Chr. had het heuvelland al een eeuwenlange geschiedenis van autarkische boerengehuchten, gelegen tussen velden vol wuivend graan.

Lees verder “De villa’s van Romeins Limburg”

Etniciteit in de Romeinse Maasvallei

Wijding aan Vihansa (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Ik blogde gisteren over Al-‘Ula, de oase aan de rand van de antieke wereld. Ik vertelde dat oudheidkundigen het pluriforme karakter van de toenmalige samenleving reconstrueerden aan de hand van het gebruik van diverse talen. Ook de vereerde goden, afkomstig uit de hele regio van Syrië tot en met Jemen, vormden een aanwijzing. Wat geldt voor Saoedi-Arabië, geldt ook voor de andere uithoek van de oude wereld: de Lage Landen. Omdat volgende week in Leiden een expositie begint over de villa’s van Romeins Limburg, gaan we eens kijken in de Maasvallei.

Eerste constatering: na de genocidale campagne waarmee Julius Caesar de Eburonen had uitgeroeid, was het landschap betrekkelijk leeg. Er zullen heus wel wat mensen zijn geweest, maar pollenonderzoek toont dat akkers werden opgegeven en bossen terrein wonnen. Het voorbeeld dat ik ken is Jülich en hoe representatief dat is weet ik eigenlijk niet. Hoe dat ook zij: er was ruimte voor nieuwkomers. En die kwamen inderdaad.

Lees verder “Etniciteit in de Romeinse Maasvallei”

Meer plaatsnamen in het Gallisch

De Isère

Zoals trouwe lezers weten, blog ik weleens over woorden uit het Gallisch. Dat is weliswaar een dode taal, maar taalkundigen weten wel het een en ander. Zo blogde ik over de manier van reconstructie van het Gallisch, over kledingstukken, over enkele plaatsnamen, over boerderijwoorden, over militaire termen en nog wat andere woorden. Vandaag nog maar eens wat plaatsnamen.

Stammen

Eerst een stam bij uit ons uit de buurt: de Eburonen. U weet wel, de groep die onder leiding van Ambiorix (Gallisch: “koning van de hele wereld”) het Veertiende Legioen vernietigde en later door de Romeinen werd vernietigd. Eburos betekent “taxus” en is heel normaal in antieke plaatsnamen: zo zijn er steden die Eburodunum heetten, zoals Embrun in de West-Alpen, Yverdon in Zwitserland en Brno in Tsjechië. Het Engelse York heette ooit Eburacum en zo kunnen we nog wel even doorgaan. De Eburonen waren dus de taxusmensen.

Lees verder “Meer plaatsnamen in het Gallisch”

Een nieuwe benadering van Julius Caesar

Jona wees al even op mijn nieuwe boek De Caesarroute dat verschijnt bij de Caesarexpositie in H’ART Museum in Amsterdam. Geen catalogus, maar een verhaal dat uitnodigt na een eerste kennismaking met Julius Caesar in Amsterdam, aan de wandel te gaan om de kennismaking te verdiepen. Het kan dus ook los van elkaar, maar de combinatie is wel zo aardig.

Een lage vindkans

Hoewel geschreven als een wandelgids voor een breed publiek, staat route ook voor een systematische benadering van het onderzoek naar Julius Caesar in de Lage Landen. Belangrijke uitdaging is wat ik de ‘schoenspijker in de hooiberg’ noem. Het goede nieuws is dat sinds 2008 bekend is dat Caesars soldaten uitzonderlijk grote schoenspijkers onder hun schoeisel droegen, waardoor ze te dateren zijn. Een kort erop in 2010 bij het Duitse Limburg an der Lahn gevonden kamp, is dankzij de vondst van die schoenspijkers met zeer grote waarschijnlijkheid aan de tijd van Caesar gekoppeld. Maar hoewel door de aanleg van een snelweg een flink deel van twee van zijn kampen is opgegraven, leverde dat slechts drie dateerbare schoenspijkers op. Ook de andere minder goed dateerbare vondsten zijn schaars, waaronder wat scherven en slechts één munt. Per vierkante meter opgraving van een kamp van Caesar is de kans iets dateerbaars uit zijn tijd te vinden zeer klein.

Lees verder “Een nieuwe benadering van Julius Caesar”

Faits divers (3): drie lezingen, drie exposities

Een van de exposities: Julius Caesar in Amsterdam

In de reeks faits divers deze keer: drie exposities en drie lezingen.

Om te beginnen even wat reclame voor mijzelf. Aanstaande dinsdag (19 september dus) verzorg ik een lezing in Naarden, in de vesting, meer precies in het gebouw dat bekendstaat als De Mess. Ik heb het vanaf 14:30 over Hannibal. Het wordt een algemeen verhaal maar er zal ook aandacht zijn voor Alpentochten en olifanten. Aanmelden kan hier.

Twee dagen later, op donderdag 21 september, is de presentatie van het boek van Daan Nijssen waarover ik al eerder blogde en waarover ik nog meer zal schrijven: Alle wegen leiden naar Babel. Het is om 20:00 in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik heb Daan nog nooit in het echt horen spreken, dus ik ben heel benieuwd, want hij heeft wat te vertellen en Alle wegen leiden naar Babel is boeiend. Aanmelden kan hier.

Lees verder “Faits divers (3): drie lezingen, drie exposities”

Gaius Julius Caesar (2): Gallië

Een oude druk van Caesars boek “De Bello Gallico” (Musée de Bibracte)

[Tweede deel van het op de deze blog onvermijdelijke overzichtsartikel over Julius Caesar. Het eerste deel was hier.]

Het Driemanschap

Gewoonlijk wees de Senaat (d.w.z. de optimates) aan elke consul een provincia toe, dat wil zeggen een mandaat om een bepaalde taak te verrichten. Het hoefde niet per se een militair commando te zijn, al is ons woord “provincie” afgeleid van provincia in de zin van krijgstheater, maar dat was wel wat een consul het liefst had. Omdat Caesars tegenstanders bang voor hem waren, zorgden de senatoren ervoor dat hij de zorg voor de Italische bossen en wouden kreeg toegewezen. De senatoren konden het risico niet nemen dat Caesar aan het hoofd van een leger zou komen staan.

Lees verder “Gaius Julius Caesar (2): Gallië”

Ambiorix tegen Caesar

Ik sprak Robert Nouwen, de auteur van het boek Ambiorix tegen Caesar, twee weken geleden nog. Aan de voet van het beeld van Ambiorix in Tongeren aten we Luikse wafels en bespraken we de receptie van zijn vorige boek, De Romeinse heerbaan. En gisteravond heb ik hem bij de boekpresentatie in het Gallo-Romeinse museum in Tongeren nog even de hand geschud. Omdat ik Nouwen dus persoonlijk ken, kan ik zijn boek niet recenseren. Ik kan u echter verzekeren dat u het zult lezen zonder spijt en met vrucht. Ambiorix tegen Caesar is momenteel het beste overzicht van de weerstand die de Eburonen boden aan de Romeinse legioenen. U weet wel, Ambiorix vernietigde het Veertiende Legioen bij een plek genaamd Atuatuca. Dat moet ergens liggen in de omgeving van Tongeren.

In plaats van het boek te bespreken, wil ik wat losse kwesties aanstippen. Zeg maar de “further thoughts” die bij me opkwamen bij het lezen van de PDF die Nouwen me vorige maand toezond.

Lees verder “Ambiorix tegen Caesar”