Romeins Halder

Hercules in actie (Romeins Museum, Halder)

Weinig musea zijn zo mooi gehuisvest als het piepkleine Romeinse museum in Halder: het ligt middenin een natuurgebied, als een bijgebouw van een landgoed dat in de zeventiende eeuw is aangelegd op een donk bij het Brabantse riviertje de Dommel. Aan de cour van het landhuis is een theehuis, waar het goed toeven is. Kortom: ideaal voor een fietstochtje.

Je denkt bij Romeins Nederland niet meteen aan het Brabantse platteland, hoewel er bij mijn weten al zeker veertig jaar systematisch onderzoek wordt gedaan, dat zich vooral richtte op grote landgoederen zoals Hoogeloon. Een bestaande boerderij is daar in de eerste twee eeuwen na Chr. uitgegroeid tot een buitenverblijf dat in Italië niet zou hebben misstaan. Er was zelfs een badhuis. Elders in Noord-Brabant zijn landelijke nederzettingen gedocumenteerd die meer het karakter hebben behouden van een IJzertijdnederzetting. Ook daar was de Romeinse nabijheid echter voelbaar.

Lees verder “Romeins Halder”

Cerro da Vila: rotte vis naast een rijke villa

Reconstructie van Cerro da vila (klik=groot)

Bij Portugal denken we allereerst aan mooie kusten, enkele prachtige steden, vinho verde en niet zozeer aan Romeinse opgravingen. Toch zijn die laatste er wel degelijk, en ook nog behoorlijk over het hele land verspreid.

Cerro da Vila

Bij een bezoek aan de Algarve en op de terugweg van de stad Lagos naar het vliegveld van Faro hadden we nog wat tijd over, en mijn reisgenote stelde voor om in Vilamoura een Romeinse villa te gaan bekijken. Vilamoura zelf is een alleraardigst hypermodern havenplaatsje te midden van een zestal golflinks, met goede restaurants langs de kades waar je onder andere voortreffelijk vis kunt eten. Op enkele meters van die haven staat een klein museum, dat ook de toegang vormt tot een opgravingsterrein, Cerro da Vila geheten.

Lees verder “Cerro da Vila: rotte vis naast een rijke villa”

De villa’s van Romeins Limburg

Romeins Limburg: het zal niet het eerste zijn waaraan je denkt bij het Romeinse Rijk. Het behoorde echter wel degelijk tot het wereldrijk. Het zuidelijke deel van Nederlands Limburg was rijk geworden door de productie van graan, waar in de wijde regio vraag naar was. Zuid-Limburg kende de hoogste concentratie landhuizen in Nederland. De tentoonstelling “Romeinse villa’s in Limburg”, momenteel te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, brengt die landhuizen en de mensen die er woonden, weer tot leven met prachtige reconstructies en even interessante als mooie voorwerpen.

Caesars tegenstanders

Met zijn glooiende heuvels onderscheidt Zuid-Limburg zich van de rest van Nederland, dat immers een overwegend vlak land is. In de eerste eeuw v.Chr. had het heuvelland al een eeuwenlange geschiedenis van autarkische boerengehuchten, gelegen tussen velden vol wuivend graan.

Lees verder “De villa’s van Romeins Limburg”

Romeinse villa’s in Limburg

Detail van een muurschildering uit de villa bij Maasbracht (Limburgs Museum, Venlo)

Het is een gemeenplaats dat het Romeinse Rijk een agrarische wereld was. Je kunt als vuistregel nemen dat negen boeren het eten produceerden voor tien mensen. Als we optimistisch zijn, waren tijdens het Romeins Klimaatoptimum acht boeren genoeg. In een zó agrarische samenleving hebben ook degenen die nooit ploegden en nooit met een kudde op pad gingen, een vanzelfsprekende boerenmentaliteit. Een schatrijke Romeinse senator als Plinius de Jongere stelde groot belang in het verwerven van de juiste gronden en het aantrekken van de juiste pachters. Zelfs de aanleg van een siertuin had zijn aandacht. (Vincent Hunink verzamelde Plinius’ teksten over het landelijk leven in een boekje dat Mijn landhuizen heet. Ik schreef er al eens over.)

Wat is een villa?

Dit betrof dus de landhuizen van iemand aan de top van de maatschappelijke elite van het oude Italië. We noemen die landhuizen vaak villa’s, maar dat is een onhandige term. Het Latijnse woord heeft namelijk de betekenis van “exploitatie-eenheid” en slaat niet zelden op betrekkelijk kleine bedrijven. Bovendien denken wij, eentwintigste-eeuwers, bij een villa aan een rustiek gelegen buitenhuis of een bungalow met een grote tuin. In de Oudheid gaat het toch meer om plantages waar slaven en deelpachters hard werkten om voldoende te produceren. Naast het bedrijfsgedeelte, de pars rustica, was er een woongedeelte, de pars urbana, doorgaans simpel.

Lees verder “Romeinse villa’s in Limburg”

Een fonteinleeuw uit Wallonië

Fonteinleeuw (Espace gallo-romain, Ath)

Ik was vandaag even in Ath, waar in het charmante archeologisch museum een al even charmante expositie is over Romeinse tuinen. Mijn aandacht werd getrokken door bovenstaande leeuw. Of beter: fonteinleeuw, want het dier is bedoeld om water te spuwen en het museum heeft het beeld zelfs in die functie hersteld. Het oogt puntgaaf, alsof het gisteren uit een beeldhouwersatelier is gekomen. Maar ik begrijp dat het geen replica is.

Deze fonteinleeuw stond ooit op een binnenplaats van de tweede-eeuwse Romeinse villa van de Grand Bon Dieu in Anthée (een kilometer of tien ten westen van Dinant), die rond 1870 door Charles Grosjean is opgegraven. Qua vorm is het een landgoed waarvan er dertien in een dozijn gingen: een hoofdgebouw met een brede galerij, aan weerszijden torenachtige zijvleugels, ervóór een rechthoekige tuin en het geheel omgeven door een lage muur. Wat de villa bijzonder maakt is de omvang: het ommuurde deel mat niet minder dan twaalf hectare. En er waren fonteinen.

Lees verder “Een fonteinleeuw uit Wallonië”

Italië in de tweede eeuw v.Chr.

Niet Italië maar Sicilië en Tunesië voedden Rome en dus moesten er graanpakhuizen komen, zoals de Porticus Aemilia uit 174 v.Chr.

Het grootste drama in de aan grote drama’s bepaald niet arme geschiedenis van het Romeinse Rijk staat bekend als de Romeinse Revolutie: de val van de republiek en het ontstaan van het keizerrijk. Dat het proces ook destijds belangrijk werd gevonden, blijkt uit de opbouw van het geschiedwerk van Appianus. Na twaalf boeken waarin hij Romes oorlogen per regio behandelt, volgen vijf boeken over de diverse burgeroorlogen, gevolgd door vier boeken waarin onder Augustus de interne rust terugkeert. Tot slot drie boeken over de succesvolle campagnes van de keizertijd. Appianus bouwt zijn verhaal zo op dat duidelijk wordt dat Romes ergste vijand Rome was.

In het handboek van De Blois en Van der Spek waarover ik op donderdag vaak blog, Een kennismaking met de oude wereld, zijn we inmiddels aanbeland bij de oorzaak van deze problemen. Althans, zoals moderne historici die zien. In de Oudheid ontwaarde men een moreel probleem: de generaals waren alleen belust op aanzien en invloed, de soldaten waren hebzuchtig, niemand was voldoende integer. Alleen Appianus herkent dat de oorzaken niet in de individuen maar in de structuren moeten worden gezocht. Van alle geschiedschrijvers uit de Oudheid is Appianus de enige die je een historicus mag noemen in onze zin van het woord: met zijn causaliteitsbegrip was hij zijn tijd een eeuw of zestien, zeventien vooruit.

Lees verder “Italië in de tweede eeuw v.Chr.”

Koning Kyrië

Kabouterberg, Hoogeloon

Even ten oosten van Hoogeloon, dat op zijn beurt weer ten westen van Eindhoven ligt, verrijst de Kabouterberg. Het is een oud Romeins graf. Of beter, het is een gereconstrueerd Romeins graf. De eigenlijke grafheuvel is een eeuw geleden gesloopt. De aarde is gebruikt om meertjes in de omgeving te dempen. Tien jaar geleden is de bult echter opnieuw opgeworpen. Die is lastig om te vinden want ze ligt middenin een bos. Mocht u het monument willen bekijken, dan zijn er twee wegen: deze en deze. Ik zou de eerste nemen, want de tweede is een soort hindernisbaan.

Naast de grafheuvel stond een Romeins grafmonument waarvan archeologen wat sporen hebben opgegraven. Op de foto ziet u de moderne reconstructie, gebaseerd op een vergelijking met soortgelijke monumenten in het Rijnland. De naam van de overledene is ontleend aan een militair diploma dat even verderop is gevonden in een Romeinse villa. Wat u daar in het bos ziet is dus allemaal op een grandioze manier nep, maar het is in elk geval geen onzin.

Lees verder “Koning Kyrië”

De papyri van Herculaneum

De papyri van Herculaneum, waarvan u er in 2007 enkele gezien kunt hebben in het Nijmeegse Valkhofmuseum, moeten voor classici een tantaluskwelling zijn. De geleerden weten dat deze teksten bestaan, willen er dolgraag bij maar kunnen dat niet. De boekrollen zijn namelijk gevonden in een Romeins landhuis dat in het jaar 79 na Chr. door de Vesuvius is verwoest. De kwetsbare papyrusrollen zijn volledig verkoold.

Om ze te lezen, moeten onderzoekers de beschadigde rollen eerst afrollen, wat het gevaar met zich meebrengt dat ze verpulveren. Men is dus terughoudend en daarom zijn er nog veel onbeantwoorde vragen. We weten bijvoorbeeld nog niet om hoeveel teksten het gaat. De schattingen lopen uiteen van de 650 tot 1100 werken.

Lees verder “De papyri van Herculaneum”

De Dame van Simpelveld

De sarcofaag van de Dame van Simpelveld (© Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De sarcofaag van de Dame van Simpelveld is een van de mooiste vondsten uit de Nederlandse archeologie. Gemaakt in de tweede helft van de tweede eeuw na Chr., is het een bijna uniek voorwerp. Terwijl men in destijds sarcofagen doorgaans decoreerde aan de buitenkant, heeft de steenwerker hier juist de binnenkant versierd. We zien het interieur van een mooi huis, inclusief de bewoonster. Een rijke vrouw, getuige de afgebeelde huisraad. En getuige het feit dat haar nabestaanden een sarcofaag als deze konden betalen. Uit het botmateriaal valt af te leiden dat ze tussen de vijfentwintig en veertig jaar oud is geworden.

Ik schrijf overigens “bijna uniek” omdat in het Gallo-Romeins Museum in Tongeren een enigszins vergelijkbaar buitenstebinnengekeerd graf is te zien. Daar was het echter geen beeldhouwer maar een schilder die de binnenkant versierde. Muurschilderingen in grafkamers kennen we natuurlijk wel en het kan zijn dat beschilderde graven als het Tongerse de artistieke tussenschakel zijn tussen zulke grafkamers en de Simpelveldse sarcofaag.

Lees verder “De Dame van Simpelveld”

De Amstel

Landhuis Oostermeer bij Ouderkerk

Dingen waar je langs zou kunnen komen als je deze dagen niet binnenshuis moest blijven maar de vrijheid had een fietstochtje te maken: de landhuizen langs de Amstel of de Utrechtse Vecht, zoals deze hierboven, ergens langs de Amstel. Het paleisje heet Oostermeer.

Hier ziet u het van boven. Een mooie tuin. Uit de lucht kun je niet zien of het een Franse of een Hollandse tuin is, m.a.w., of hij bedoeld is vanuit de bovenverdieping van het huis te bekijken (zoals in Versailles, waar de koning het het beste kon zien) of bedoeld is om doorheen te wandelen (zoals in Het Loo bij Apeldoorn, dat in dit opzicht wat democratischer is). In dit soort landhuizen – ze vormen een van de vensters van de Historische Canon van Nederland – brachten de rijke koopmansfamilies van Amsterdam, de zomers door.