Nog even een Cypriotisch voorwerp, gewoon omdat ik zin heb in Cypriotische voorwerpen. Dus: een mooie vaas uit Kition, het huidige Larnaca, in het zuidoosten van Cyprus. Deze havenstad was de plek waar in de Brons- en IJzertijd schepen aanmeerden uit Byblos en andere Levantijnse havensteden. Er kwamen echter ook Grieken en deze vaas zou weleens Mykeens kunnen zijn, al oogt het mannetje in het onderste register eerder oosters. In elk geval, de afbeelding heeft iets levendigs, kijk maar naar de break.
Een wijnschenkkan van de West-Anatolische cultuur (Allard Pierson-museum, Amsterdam)
Voor Nederlanders ligt de grens met de grote oosterbuur al een paar eeuwen onveranderlijk vast. Sinds de Pragmatieke Sanctie van 1549 dus. Die grens is inmiddels volkomen onzichtbaar. Fiets van Glanerbrug naar Gronau en je zult zien dat er maar weinig verandert. Omdat de rijksgrens net zo goed een gemeentegrens had kunnen zijn, kunnen wij ons niet goed voorstellen dat een grens ook een open zenuw zou kunnen wezen. Voor de Grieken is dat anders. Thessaloniki, de op één na grootste Griekse stad, ligt pas sinds 1912 binnen Griekenland. Smyrna, ten oosten van de Egeïsche Zee, was vele eeuwen een centrum geweest van de Griekse cultuur toen het in 1922 verloren ging. Dus minder dan een eeuw geleden. Open zenuw.
Dat geldt omgekeerd voor de Turken. Ik zal niet snel de wrange lach vergeten van de man die moest toegeven dat “Istanbul” een Griekse etymologie had (eis ten polin, “naar de stad”) en langer de naam Constantinopel had gedragen dan de huidige naam. Ik begrijp die gevoeligheid niet, maar wat je niet rationeel vindt, hoeft daarom nog niet irreëel te zijn. Grenzen zijn in Zuid0ost-Europa meer dan bij ons een gegeven en dat geldt ook voor wantrouwen jegens de buren.
Mooi hè, deze afbeelding. De kenner die u bent zegt natuurlijk meteen dat dit mengvat, gevonden op Rhodos, zich laat dateren in het Laat Helladisch IIIA2. Zulk aardewerk is ook aangetroffen in Amarna, de hoofdstad van farao Echnaton, wat een datering in de veertiende eeuw v.Chr. aannemelijk maakt. Het museum waar dit rund is te zien, het Louvre in Parijs, is preciezer: “vers 1300 av. J.-C.”. Op het Griekse vasteland bloeiden paleisburchten als die Mykene en Pylos, in Syrië breidden de Hittieten vanuit het noorden hun macht gestaag uit en de Assyriërs begonnen aan hun opmars naar de wereldheerschappij.
Al die gebieden stonden met elkaar in contact. Wrakken als dat bij Uluburun documenteren de interregionale handel: aan boord waren (onder veel meer) Mykeense zwaarden, Cypriotische bronsbaren, Levantijnse godsbeeldjes, glasbaren en een Egyptisch sfinxje. Uit Amarna en de Hittitische hoofdstad Hattusa hebben we de brieven die de diverse koningen aan elkaar schreven. Het is een fantastisch interessante periode, die bovendien steeds interessanter wordt.
Bronzen standaard uit Enkomi (Cyprus Museum, Nicosia)
Zo rond 1200 v.Chr. raakte het oostelijke Middellandse Zee-gebied in een enorme crisis. Verschillende steden werden verwoest (zoals Ugarit) en andere werden verlaten (zoals de Hittitische hoofdstad Hattusa). In Griekenland werden de Mykeense burchten opgegeven en dit is ook de tijd waar de Trojaanse Oorlog wordt geplaatst. In Egypte begon de Derde Tussentijd, in de Levant traden de Arameeërs aan. Op Cyprus werden Enkomi en Kition geplunderd. Deze crisis wordt doorgaans geassocieerd met de “Zeevolken” die worden genoemd in de teksten van farao Ramses III. Een fijn boek over deze materie is dat van Eric Cline.
In deze verwarde tijd vestigden verschillende groepen Griekse immigranten zich op Cyprus, bijvoorbeeld in Maa (Palaiokastro). De Griekse dialecten die later, in de archaïsche en klassieke tijd, op Cyprus werden gesproken, bewijzen dat de kolonisten zijn gearriveerd vanaf de Peloponnesos. Latere Griekse mythen over helden uit de Trojaanse oorlog die zich op Cyprus vestigen, lijken echo’s te bevatten van deze gebeurtenissen. In elk geval wordt vanaf de twaalfde eeuw v.Chr. op Cyprus Grieks gesproken.
Gouden voorwerpen uit Enkomi (Medelhavsmuseet, Stockholm)
In de loop van het tweede millennium v.Chr., de Midden- en de Late Bronstijd, werden twee Cypriotische havensteden belangrijk: Kition in het zuidoosten, ruwweg het huidige Larnaka, en Enkomi in het oosten, gelegen achter wat nu Famagusta heet.
Van Enkomi wordt wel aangenomen dat het de hoofdstad kan zijn geweest van een koninkrijk genaamd Alashiya, dat staat vermeld in diverse bronnen uit de Late Bronstijd, geschreven in het Hittitisch, het Ugaritische, het Egyptisch, het Akkadisch en het Mykeense Grieks. Het kan zeker waar zijn. Tegenwoordig wordt ook wel aangenomen dat een Bronstijdnederzetting bij het huidige Alassa, ten noorden van Limassol, een andere plausibele mogelijkheid is. We zullen het ooit nog wel leren.
Het bij Uluburun gevonden scheepswrak (Museum voor onderwaterarcheologie, Bodrum)
Oké, dit belooft leuk te gaan worden, heel erg leuk zelfs: ten westen van Antalya in Turkije is een scheepswrak gevonden dat lijkt op het wrak van Uluburun. Over dat scheepswrak blogde ik al eens eerder: het gaat om een schip dat in het eerste kwart van de dertiende eeuw is gezonken. Het moet zijn vertrokken van een havenstad in Syrië of Cyprus en was vrijwel zeker op weg naar de Egeïsche Zee.
Oudheidkundigen denken dat zulke schepen in een soort cirkel voeren om handel te drijven: in Mykeens Griekenland zouden ze lading hebben verkocht en nieuwe producten hebben aangenomen, waarna ze via Cyrenaica naar Egypte zouden zijn gevaren en dan weer naar Syrië.
Wandschildering van twee antelopen, gevonden op Santorini (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)
Santorini ofwel Sint-Irene is een klein eiland in de Egeïsche Zee. In de Oudheid heette het Thera. De bovenstaande muurschildering komt er vandaan; het is het broertje van deze. Ze zijn gevonden onder een enorme laag vulkanisch gesteente, uitgestoten toen de plaatselijke vulkaan uitbarstte, ergens in het tweede kwart van het tweede millennium v.Chr. Deze “Minoïsche uitbarsting” moet een enorme explosie zijn geweest, alleen vergelijkbaar met de Tambora-uitbarsting in 1815. Het uitgestoten puinsteen lijkt te zijn gevonden tot in de delta van de Nijl, er lijkt een donker laagje in de jaarringen uit deze tijd en er lijkt zó veel stof in de atmosfeer te zijn geweest dat de Venus-waarnemingen in Babylonië erdoor werden beïnvloed.
Dat maakt het een van de ijkpunten van de Bronstijd-chronologie, maar ik gebruikte in de vorige zin niet zonder reden driemaal het woord “lijkt”. We weten het allemaal nét niet zeker genoeg. Dus is er alle reden om te onderzoeken wanneer die vulkaan nu precies explodeerde, maar dat is zo gemakkelijk nog niet. De aardewerkdatering rond 1500 v.Chr. klopt zeker niet.
Lineair-B-tablet met vermelding van een olijfolie-offer aan Zeus Diktaios en “alle andere goden” in Amnisos, in het Daidaleion-heiligdom en aan de “winden-priesteres”. (Museum van Heraklion)
De in het voorgaande stukje beschreven ontdekkingen stelden Michael Ventris, architect en amateur-mykenoloog, in staat als eerste in drieduizend jaar het Lineair-B te lezen. Al voor de Tweede Wereldoorlog had hij over het onderwerp gepubliceerd en voorgesteld dat de taal die in het Lineair-B geschreven was geweest weleens verwant kon zijn aan het Etruskisch. Die mening koesterde hij nog in 1950, toen hij een overzichtsartikel publiceerde met een schets van de stand van zaken bij de ontraadseling van het oude schrift.
Gedurende de volgende twee jaar benaderde Ventris het probleem op een nieuwe manier, namelijk door tabellen op te stellen waarin de frequentie en de plaats werden vastgesteld waarmee bepaalde karakters voorkwamen, een techniek die cryptografen hadden gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zo stelde hij vast dat sommige karakters vrijwel uitsluitend aan het begin van een woord voorkwamen. Omdat het om een lettergrepenschrift ging, was het aannemelijk dat het ging om zelfstandige klinkers aan het begin van een woord (bijv. de a in A-ta-na en de e in E-te-wo-ke-re-we-i-jo).
Lineair-B-tablet met een lijst van mannelijke eigennamen (Museum van Heraklion)
Weinig oudheidkundige onderwerpen spreken meer tot de verbeelding dan de ontcijfering van een onbekend schrift, zoals de hiërogliefen van Egypte of de Mesopotamische spijkerschriften. Je kunt hier ronduit spreken van “mysteries die worden ontraadseld” zonder ervan te worden beschuldigd dat je je te buiten bent gegaan aan oudheidkundige standaardoverdrijving.
Afgaande op dit niet per se betrouwbare bericht [[dode link]] zal de Brits-Griekse oudheidkundige Gareth Owens, wiens oeuvre ik niet kan beoordelen, vandaag aankondigen wat zijn interpretatie is van de zogenaamde “schijf van Faistos”, een tot op heden onontcijferde tekst die is gevonden op Kreta. Ik ben sceptisch omdat ik denk dat de puzzel onoplosbaar is. Er zijn namelijk nauwelijks parallellen voor dit schrift, wat betekent dat je, zelfs als je de correcte vertaling zou hebben, te weinig vergelijkingsmateriaal hebt om je vertaling te toetsen. Om dezelfde reden zijn claims dat het Lineair-A, een schrift dat in de Bronstijd op Kreta werd gebruikt, is ontcijferd, tot op heden nooit houdbaar gebleken. In het geval van de schijf van Faistos is bovendien mogelijk dat het een vervalsing is. Niettemin: laten we afwachten wat Owens te melden heeft. Voor het moment bied ik een verhaal over de ontcijfering van het Lineair-B, een Kretenzisch schrift dat wél is ontcijferd.
Als iets te mooi is om waar te zijn, is het meestal niet waar. En simpele aforismen om informatie terzijde te schuiven, zoals in de vorige volzin, zijn meestal te simpel. Een voorbeeld is de bovenstaande gem: een gesneden steen die gebruikt werd als zegel. Gevonden in Pylos in het graf van iemand die rond 1450 v.Chr. moet zijn overleden.
U leest hier en daar waarom dit te mooi is om waar te zijn. Het lijkt eigenlijk wat te gedetailleerd om met vijftiende-eeuwse technieken te zijn gemaakt. Misschien, zo oppert een van de betrokkenen, had de maker een oogafwijking waardoor hij op korte afstand scherper zag dan andere mensen. Je zou ook kunnen overwegen dat het voorwerp een vervalsing is, ware het niet dat het afkomstig is uit een gecontroleerde opgraving.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.