Libanon, najaar 2024

De graffiti in Libanon kunnen nog een jaartje mee

Het zal de vaste lezers van deze blog niet zijn ontgaan dat ik de laatste tijd wat vertaalde reisverslagen over Libanon heb geplaatst. Die zullen het geweld daar niet ten einde brengen, maar ik hoop dat ik u kan tonen wat het is dat er momenteel wordt weggebombardeerd: een land met een eigen, historisch gegroeide, opvallend pluriforme cultuur. Die stukjes eindigen met een verzoek om te doneren. Niet iedereen kan geld missen, maar kennis delen kan altijd en reisverslagen zijn tenminste lichtvoetig.

De situatie nu

Vandaag toch even een stukje dat niet lichtvoetig is. Zoals u weet bestookt de Israëlische luchtmacht het sjiitische zuiden en de sjiitische wijken van Beiroet zo ongeveer elke dag. Honderdduizenden mensen zijn uitgeweken naar het noorden. Er is sprake van een miljoen mensen, van anderhalf miljoen mensen. Ik weet niet hoe ze dat tellen, maar al zou het de helft zijn: dit is onthutsend. In Libanon wonen vier miljoen Libanezen, anderhalf miljoen Syrische vluchtelingen en een kwart miljoen Palestijnse vluchtelingen. Zelfs als er “maar” een half miljoen displaced persons zijn, is dat een extreem probleem.

Lees verder “Libanon, najaar 2024”

Ernest Renan over godsdienst

Machnaqa

Toen de Franse keizer Napoleon III in 1860 een leger naar Libanon stuurde om daar de druzen en maronieten uit elkaar te houden, suggereerde de Franse geleerde Ernest Renan hem dat hij ook wat wetenschappers mee zou sturen. De eerste Napoleon had geholpen om van de egyptologie een echte wetenschap te maken, Napoleon III kon de fenicologie stimuleren. En zo reisde Renan naar Libanon. Ik heb al wel eens eerder naar zijn Mission de Phénice (1864) verwezen. Het is een fascinerend, speels boek.

Het volgende citaat toont een romantische geest aan het werk; je zou het zo niet meer schrijven. Maar Renan maakt duidelijk dat de christenen de Libanonbergen hebben gekerstend en daarbij niet iets volledig nieuws brachten, maar iets ouds aanpasten.

Lees verder “Ernest Renan over godsdienst”

Beiroet in 1047

De boog in Beiroet op een munt van keizer Heliogabalus.

Ik blogde al eerder over de Perzische dichter en filosoof Nasir Khusrau (1004 – ca. 1080), die in 1047, op doorreis naar Mekka, door het huidige Libanon kwam. Van zijn zevenjarige reis door de Levant, Arabië en Egypte deed hij verslag in de Safarname, “het boek der reizen”. Het is een waardevolle bron voor de tijd vóór de Kruistochten. In Beiroet zag hij iets dat een Romeinse triomfboog zal zijn geweest. De foto hierboven is niet genomen in Beiroet maar in Palmyra en geeft een idee van het door Nasir Khusrau beschreven monument.

***

Een ereboog?

Van Byblos gingen we verder naar Beiroet. Hier zag ik een stenen boog die zo groot was dat de weg er doorheen liep; de hoogte van de boog wordt geschat op vijftig el (tweeëntwintig meter). De zijkanten van deze boog zijn gemaakt van witte steen en elk blok moet meer dan duizend man (vier-en-halve ton) wegen. Het hoofdstel is van baksteen en zo’n twintig el (negen meter) hoog.

Lees verder “Beiroet in 1047”

De maronieten in 1596

Onze Lieve Vrouwe van Qannoubine, in de zestiende eeuw het patriarchaat van de maronieten.

Sinds de Kruistochten presenteerden de maronieten, die woonden in de afgelegen valleien van het Libanongebergte, zich als rooms-katholieken. De paus wees regelmatig nuntii (ambassadeurs) aan. In 1596 zond paus Clemens VIII de jezuïet Girolamo Dandini (1554-1634) naar het oosten om aanwezig te zijn bij een synode in het klooster van Onze Lieve Vrouw van Qannoubine in de Qadishavallei. Dit was de tijd van de Fakhr-ad-Din over wie ik al eens eerder schreef.

Dandini bleef drie maanden bij de maronieten. Hij was niet alleen geïnteresseerd in de religieuze opvattingen van deze christenen, maar ook in hun gewoontes. Dandini’s aantekeningen vormen een vroeg etnografisch rapport en zijn familie heeft het na zijn dood gepubliceerd als Missione apostolica al patriarca, e maroniti del Monte Libano (1656).

Lees verder “De maronieten in 1596”

Mark Twain bij het graf van Noach

De Bekaavallei

De Amerikaanse schrijver Mark Twain (1835-1910) behoeft natuurlijk geen introductie: hij is vooral bekend als de auteur van Tom Sawyer en Huckleberry Finn. Kort na de Amerikaanse Burgeroorlog stuurde een Amerikaanse krant hem als een hedendaagse pelgrim naar het Heilig Land. Hij bundelde later zijn reisbrieven in The Innocents Abroad (1867). Als een man van zijn tijd, die over het Midden-Oosten vooral was geïnformeerd door de Bijbel, contrasteerde hij voortdurend de Oudheid met het Ottomaanse heden.

Op weg van Beiroet naar Baalbek, en na een oponthoud in het huidige Chtaura, bereikten Twain en zijn reisgenoten in de Bekaavallei het graf van Noach. Het naamloze dorpje heet tegenwoordig Karak Nuh en – om de waarheid te zeggen – het graf van Noach is geen omweg waard. Twains ironie is verfrissend.

Lees verder “Mark Twain bij het graf van Noach”

Ibn Battuta in Libanon

Een van de middeleeuwse torens van Tyrus

Shams al-Din Abu Abdallah Muhammad ibn Abdallah ibn Muhammad ibn Ibrahim ibn Muhammad ibn Yusuf Lawati al-Tanji ibn Battuta, kortweg Ibn Battuta (1304-1369), was een Arabische wereldreiziger. Zijn reisverslag, met de fantastische titel Een geschenk aan al wie de wonderen van de steden en de wonderen van het reizen overweegt, beslaat de hele islamitische wereld en méér. Of hij werkelijk alles heeft bezocht dat hij claimt met eigen ogen te hebben gezien, is een onderwerp van discussie. Fascinerend is het wel en ik dacht dat ik eens moest vertellen wat hij zo rond 1325 zag in het huidige Libanon.

Tyrus

Deze stad, Tyrus, is spreekwoordelijk onneembaar, aangezien de zee haar aan drie kanten omringt en ze slechts twee poorten heeft, één aan de landzijde en één naar de zee. Die aan de landzijde wordt beschermd door vier buitenmuren, elk voorzien van borstweringen, terwijl de toegang naar de zee staat tussen twee grote torens.

Lees verder “Ibn Battuta in Libanon”

De mythe van Adonis

De bron van de rivier de Adonis

Hoewel uitgeverij Athenaeum in de jaren negentig heeft geprobeerd de Grieks-Romeinse auteur Lucianus van Samosata (ca.125 – ca.180) onder de aandacht van het grote publiek te brengen, is zijn oeuvre nooit echt aangeslagen. En dat is jammer, want het is een grappige auteur met een brede belangstelling. Wie De ontmaskering van de charlatans nog kan bemachtigen, zal meer dan eens bulderen van de lach om de manier waarop Lucianus afrekent met religieuze oplichters. Of beter: wat hij beschouwt als oplichters. Die nuance doet echter niet af aan ons leesplezier.

In De Syrische godin is Lucianus serieuzer van toon. Hij verkent de religie van de Levant, die hem vreemd is, maar die hemt desondanks (of juist daarom) fascineert. In mijn onlangs begonnen reeks blogjes met vertaalde teksten over Libanon, mag de volgende beschrijving van de eredienst in Byblos niet ontbreken – en eerlijk gezegd vraag ik me af waarom ik dit verhaal pas nu online plaats.

Lees verder “De mythe van Adonis”

Gustave Flaubert in de Libanon

De weg waarover Flaubert over de Libanon kwam

De Franse schrijver Gustave Flaubert, wiens Salammbô u lezen moet als u geïnteresseerd bent in de Oudheid en ook als u daar niet in bent geïnteresseerd, maakte in 1849/1851 een lange reis door het Midden-Oosten. Hij bezocht ook Baalbek en stak daarvandaan de Libanon over naar de Qadishavallei, de heilige vallei van de maronieten. Voyage en Orient bevat zijn aantekeningen, die nooit voor publicatie bestemd zijn geweest. Het boek is postuum verschenen.

***

De Libanon

Vertrokken uit Baalbek. Dinsdag rond 10 uur ’s ochtends verlieten we onze witgebaarde gastheer, die ons na de veertig piasters die we hem gaven overlaadde met zegeningen. Rechtstreeks op weg naar Deir el-Ahmar. We deden er drie uur over om de vlakte over te steken. Niets bijzonders gezien, behalve de Libanon tegenover ons: groen tot het midden van de hellingen, daarboven helemaal grijs. Vrouwen met grauwe gezichten en witte sluiers op hun hoofd, die tarwe maaien in het droge vlakke grasland. Ze stopten allemaal en staarden ons smachtend en verbaasd aan, met de sikkel in de hand.

Lees verder “Gustave Flaubert in de Libanon”

Tripoli in 1047

De laat-middeleeuwse fontein in de Vrijdagsmoskee van Tripoli

Nasir Khusrau, die eigenlijk Abu Mu’in Hamid al-Din Nasir ibn Khusrau ibn Harith al-Qubadiyani al-Marvazi heette en leefde van 1004 tot ca. 1080, was een Perzische dichter en filosoof. Hij was ook een ismaïli, wat betekent dat hij behoorde tot een destijds belangrijke sjiitische groep. Ik blogde daar al eens eerder over. In 1046, vertrok Nasir Khusrau vanuit zijn geboortestad, ergens in het noorden van het huidige Afghanistan, voor een reis naar Mekka. Hij ging verder naar Egypte, waar destijds een ismaïlisch kalifaat bestond, de Fatimiden. In Nasir Khusraus Safarname, “het boek der reizen”, doet hij verslag van zijn zevenjarige tocht.

In 1047 trok hij door wat nu Libanon heet. Zijn beschrijving is niet alleen waardevol omdat de auteur, net als zijn oudere tijdgenoot Ferdowsi, een van degenen was die het Perzisch als spreektaal propageerde, maar ook omdat hij vertelt hoe het Nabije Oosten er kort voor de Kruistochten uitzag. Zo beschrijft hij de stad Tripoli, die jarenlang werd belegerd door Raymond van Saint-Gilles en pas in 1109 werd ingenomen. De beschrijving van de stadsmuren en de ribats (een soort klooster-kastelen) maakt wel duidelijk waarom.

Lees verder “Tripoli in 1047”

Beiroet 1985

De sporen van de burgeroorlogen zijn langs de oude Groene Lijn in Beiroet nog steeds zichtbaar (hier en daar)

Het zal u niet zijn ontgaan dat Beiroet de afgelopen week is gebombardeerd en dat allerlei sji’itische doelen zijn getroffen. Ik ken de stad een beetje en heb Libanese vrienden. Ik volg het nieuws dus met belangstelling en bezorgdheid, al laten ze me weten dat zij en hun familieleden het goed maken.

Een tijdje geleden heb ik wat teksten over Libanon verzameld die ik hier in vertaling eens wilde aanbieden. Vandaag plaats ik dus maar eens een stukje uit Holidays in Hell (1988) van de onlangs overleden Amerikaanse journalist P.J. O’Rourke. Hij beschrijft het Beiroet van 1985, tijdens de Burgeroorlogen, met veel oog voor de absurditeit. En passant vermeldt hij dat de zuidelijke buitenwijken van Beiroet, waar ooit de soennitische middenklasse woonde, is overgenomen door sji’itische krakers. Dat is het deel van de stad dat afgelopen week onder vuur heeft gelegen.

Lees verder “Beiroet 1985”