Laurierblad

Bronzen laurierblad (Museum van Aquincum, Boedapest)

Aquincum is de Romeinse voorganger van Boeda, dat op zijn beurt de westelijke is van de twee steden die tegenwoordig samen Boedapest heten. De antieke nederzetting was, zoals zoveel antieke nederzettingen, meer een conglomeratie dan een op één plaats geconcentreerde stad: een militaire kamp, een bestuurlijk centrum, een civiel gedeelte en uiteraard de nodige grafsteden. Die laatste waren nog lang in gebruik – er is immers continuïteit van bewoning tot op de huidige dag.

In een van de graven van Aquincum is het bovenstaande bronzen laurierblad gevonden. Het graf in kwestie bevatte vooral voorwerpen uit de Avaarse periode (c.560-c.800), zoals een ijzeren schaar, een toen al antiek Romeins naaidoosje en een gesp. Het laurierblad was, net als het naaidoosje, al antiek toen het aan de overleden werd meegegeven. En niet zomaar antiek: het stamt uit de Bronstijd. Meer precies behoort het tot de Hallstatt-A-cultuur ofwel de Urnenveldcultuur, die u zo tussen 1200 en 1050 moet plaatsen.

Lees verder “Laurierblad”

Een kroon van de Hunnen

Kroon (Nationaal Museum van Hongarije, Boedapest)

Ik heb het er weleens eerder over gehad: in musea vind je veel aardewerk omdat dit materiaal niet makkelijk écht kapot te krijgen is – het breekt hooguit – en ook niet zó kostbaar is dat je er bijvoorbeeld voor terugloopt om het uit een brandend huis te halen. Goud is iets anders. Als een dorp is verwoest, door mensenhanden of door natuurgeweld, gaan mensen daar nog eens naartoe om het edelmetaal veilig te stellen. Sieraden zijn daardoor in museumcollecties ondervertegenwoordigd.

In vaktermen: er is een c-transformatie geweest, een culturele handeling die ervoor zorgt dat het bodemarchief geen gewone weergave is van wat er ooit is geweest. (Je hebt ook n-transformaties, een natuurlijk proces dat er bijvoorbeeld voor zorgt dat organisch materiaal makkelijker verdwijnt dan bijvoorbeeld bakstenen of aardewerk.)

De kroon hierboven is dus zeldzaam, te zien in het Nationaal Museum in Hongarije.

Lees verder “Een kroon van de Hunnen”

De val van Sirmium

Tegel met inscriptie (Museum van Sremska Mitrovica)

Vandaag de dag is Sremska Mitrovica een vriendelijk provinciestadje in het noorden van Servië. Een mooie kerk, een plein waar je lekker ijs kunt eten en goed bier wordt getapt, een museum met opvallend aardig personeel, her en der wat ruïnes. Weinig doet je vermoeden dat die ruïnes behoorden bij een van de meest roemruchte steden van het Romeinse Rijk: Sirmium. Gelegen aan de Sava, de belangrijke route van Istrië naar de Beneden-Donau, was de stad voorbestemd tot grandeur, en inderdaad: niet minder dan tien Romeinse keizers zijn hier geboren. Mocht u het precies willen weten: het gaat om  Decius (r.249-251), zijn zonen Herennius Decius en Hostilianus (beide in 251), Claudius II (r.268-270) en zijn broer Quintillus (r.270), Aurelianus (r. 270-275), Probus (r.276-282), Maximianus (r. 285-310), Constantius II (r.337-361) en Gratianus (r.367-383). Overigens stierven Claudius II en Probus in hun geboorteplaats, gebruikte Licinius (r.308-324) Sirmium als residentie, organiseerden de christenen er vier synodes en zijn er diverse veldslagen gevochten in de omgeving.

In de vierde eeuw werd het de hoofdstad van de prefectuur van Illyricum, een van de vier administratieve delen van het rijk. Niet minder dan drie legioenen werden toen gebruikt om Sirmium te verdedigen: IIII FlaviaV Iovia en VI Herculia. Ondanks deze troepeninzet viel de stad in 441 in handen van de Hunnen en toen hun federatie uiteenviel, heersten achtereenvolgens de Ostrogoten en de Gepiden over Sirmium. In 567 herstelde de Byzantijnse heerser Justinus II het keizerlijk gezag. Een complex verhaal met een tragische afloop.

Lees verder “De val van Sirmium”

Jagende leeuw

Leeuw bejaagt man (Viminacium-museum, Pozarevac)

Ik beken dat de bovenstaande foto, die ik maakte in het Viminiacium-museum te Pozarevac (in het oosten van Servië), niet van een overdonderend hoge kwaliteit is, maar het is wel een aardige afbeelding om te behandelen in mijn reeks museumstukken. Het is namelijk wel een gek plaatje: meestal is het de ruiter die op de leeuw jaagt, hier jaagt de leeuw op de ruiter. Wat is hier aan de hand?

Het is in elk geval geen vergissing, al zijn fouten natuurlijk nooit helemaal uit te sluiten (kijk maar). Dat ik deze optie dit keer toch uitsluit is omdat deze schildering ooit deel uitmaakte van een sarcofaag en aan de tegenoverliggende zijde dezelfde afbeelding is te zien: daar achtervolgt een wild beest, wellicht een beer maar dat deel is beschadigd, een andere ruiter. Eén vergissing zou mogelijk zijn maar twee is teveel.

Lees verder “Jagende leeuw”

Hunse bruiden

Vervormde vrouwenschedel (Nationaal Museum van Hongarije, Boedapest)

Eerlijk gezegd houd ik er niet zo van als menselijke resten in musea liggen tentoongesteld. Zo ga je niet om met de doden. Van de andere kant begrijp ik ook wel dat bijvoorbeeld mummies en het botmateriaal uit pakweg Herculaneum belangrijke informatie bieden. Vandaar dat ik toch maar een foto heb gemaakt van de schedel hierboven, die ligt in een vitrine in het Hongaarse Nationaal Museum in Boedapest (waar u, bij een bezoek, vooral het lapidarium in de kelder moet bekijken).

Wat we tot voor kort zeker wisten was dat deze vervormde schedel dateerde uit de Late Oudheid en dat het gaat om een vrouw. Meteen na haar geboorte is haar hoofd ingebonden, waardoor het deze aparte vorm heeft gekregen. Er zijn er meer gevonden. Vermoedelijk gaat het om de resten van Hunnen, de steppenomaden die vanaf de late vierde eeuw vanuit Centraal-Azië naar het westen kwamen en wel voor eeuwig geassocieerd zullen blijven met moord & doodslag, ook al is allang bekend dat de praktijk genuanceerder was. De reputatie van koning Attila als “gesel Gods” vlakken we echter niet meer uit.

Lees verder “Hunse bruiden”

De Indo-Europese migraties

Stele uit Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)

Zoals ik gisteren vertelde, is de vraag waarom de Indo-Europese talen op elkaar lijken, in een kwaad licht komen staan doordat de nationaalsocialisten zich meester maakten van de hypothese dat de veronderstelde Urheimat, waar de Indo-Europeanen hadden gewoond voor ze naar alle windstreken waren gemigreerd, had gelegen op de Noordduitse Laagvlakte. In de nationaalsocialistische interpretatie waren de oerbewoners van dat gebied (de “Ariërs”) autochtoon, onvermengd met migranten die bij hen waren komen wonen, raszuiver en daardoor in allerlei opzichten briljant.

Er was een tweede reden waarom het onderzoek stokte. Weliswaar betwijfelde niemand dat de Indo-Europese talen op elkaar leken doordat ze afstamden van één oertaal, maar men had domweg onvoldoende gegevens om daarover werkelijk uitspraken te doen. Zoals we zagen, probeerde men eerst aan de hand van de gedeelde woordenschat enkele aspecten van het thuisland te reconstrueren – er waren bepaalde dieren en gewassen geweest, men had de ploeg gekend en men had er met karren gereden – en was zo’n reconstructie in principe archeologisch toetsbaar.

Lees verder “De Indo-Europese migraties”

Avaren

Hoorn uit een Avaars graf (Nationaal Museum, Boedapest)
Hoorn uit een Avaars graf (Nationaal Museum, Boedapest)

De Romeinse wereld was altijd bedreigd, of voelde zich bedreigd, door de bewoners van de omringende gebieden. De auteurs van onze bronnen besteden veel aandacht aan de conflicten en beschrijven de tegenstanders als de wildste barbaren. Zo heeft het idee kunnen ontstaan dat het altijd oorlog was, dat het Imperium Romanum ten onder ging toen de druk op de grenzen te groot werd en dat de wildste woestelingen de macht overnamen. De standaarduitdrukking is “Grote Volksverhuizingen” en bij mijn weten denkt alleen Mark Rutte nog dat het echt zo is gegaan.

De bronnen geven voldoende informatie om te zien dat het niet klopt. Als een van die verhuizende volken in de vijfde eeuw Catalonië bereikt en wordt aangevallen door een lokaal Romeins leger, blijkt de volledige stam te passen binnen de stadsmuren van één stad, Barcelona. Zo talrijk waren de barbaren dus niet. Trouwens, hoe barbaars waren die barbaren eigenlijk als we ze archeologisch niet kunnen onderscheiden van de Romeinen uit die tijd? Sterker nog: we weten dat weggelopen slaven en opstandige boeren zich graag aansloten bij zo’n migrantengroep, wat erop duidt dat die groepen etnisch niet zo homogeen waren als hun stamnamen suggereren. Als je tot slot ziet dat de leiders van de migranten carrière maakten binnen het Romeinse staatsapparaat, komt de vraag op wat het verschil was tussen een Romein en een Frank, Visigoot of Vandaal.

Lees verder “Avaren”

Grieks gedichtje

Hanger met een Grieks erotisch gedichtje (Museum van Aquincum, Hongarije)
Hanger met een Grieks erotisch gedichtje (Museum van Aquincum, Hongarije)

De bovenstaande foto maakte ik een kleine drie jaar geleden in het museum van Aquincum, een Romeinse stad even ten noorden van Boedapest. Het is een gem (een gesneden edelsteen) in een hanger uit de derde of vierde eeuw, met een Griekse tekst waarvoor Drs. P. zich niet zou hebben geschaamd.

ΛΕΓΟΥΣΙΝ
Α ΘΕΛΟΥΣΙΝ
ΛΕΓΕΤΩΣΑΝ
ΟΥ ΜΕΛΙ ΜΟΙ
ΣΥ ΦΙΛΙ ΜΕ
ΣΥΝΦΕΡΙ ΣΟΙ

Lees verder “Grieks gedichtje”

Een munt uit Kyjiv

Deze hanger fotografeerde ik een tijdje terug op de Vikingexpositie in het Drents Museum in Assen, waarover ik al eerder blogde. Ik noemde toen ook de munt die in dit sieraad is opgenomen, want die is echt de moeite waard.

Het voorwerp is opgegraven in Väsby (ten noorden van Stockholm). Daar zal de drager wel hebben gewoond. De munt die erin is verwerkt, is echter afkomstig uit het Grootvorstendom Kyjiv, waar een elite van Zweedse Vikingen, de afstammelingen van Rurik, heerste over een gemengd Slavische en Iraanse bevolking. Een deel van de bevolking was christelijk; in 987 werd de religie staatsgodsdienst. Het rijk geldt als de voorganger van het latere Rusland.

Lees verder “Een munt uit Kyjiv”