Faits divers (43): alles dubbel

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

Alweer een aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: twee keer museumnieuws, twee keer leuk onderzoek, twee leuke websites, twee reizen en twee boeken.

Tweemaal museumnieuws

Het jaar is nog niet ten einde, maar ik denk niet dat we nog beter museumnieuws gaan krijgen dan dit: op zaterdag 13 december heropent Museum Dorestad (in Wijk bij Duurstede) zijn deuren. Ik ben al eens een kijkje wezen nemen. Uiteraard kan een klein museum in een niet al te rijke gemeente zich niet meten met het Louvre of het Vaticaan, maar dat laat onverlet dat het verleden van Dorestad voor Nederland belangrijk is. Hier vinden we immers de eerste echte sporen van een traditie die we onze eigen geschiedenis kunnen noemen.

Lees verder “Faits divers (43): alles dubbel”

Alexander de Grote in Memfis

De Apis (Liebieghaus, Frankfurt)

In het vorige blogje vertelde ik dat Alexander de Grote zich eind november, begin december 332 v.Chr. vrij eenvoudig meester maakte van Pelousion, de oostelijke tak van de Nijl en Heliopolis. Even verderop lag de oeroude hoofdstad Memfis, die de eenheid symboliseerde van Nijldelta en Nijldal. In het deel van het stadscentrum dat bekendstond als Inebu-hedj, “het witte fort”, loste een Macedonisch garnizoen de laatste Perzische troepen af.

Vermoedelijk bleven zij in Egypte en traden ze in dienst van Alexander. Dat deed in elk geval een zekere Doloaspis, een man met een Iraanse naam die door de geschiedschrijver Arrianus ten onrechte wordt aangeduid als Egyptenaar. Na Alexanders vertrek deelde Doloaspis de hoogste macht met Petosiris, de hogepriester van de god Thoth, en toen zijn collega aftrad, werd Doloaspis satraap van zowel Beneden- als Boven-Egypte.

Lees verder “Alexander de Grote in Memfis”

Alexander de Grote in Egypte

Alexander als farao (Liebieghaus, Frankfurt)

In onze reeks over Alexander de Grote waren we gekomen bij de opmars naar Egypte. Het laatste militaire obstakel was Gaza geweest en een korte operatie richting Jeruzalem had de flank beveiligd. In november 332 v.Chr. marcheerden de Macedoniërs de Sinaï in. Ze hadden in de voorgaande weken kunnen wennen aan het woestijnlandschap, maar de tweehonderd kilometer lange mars over het strand langs de schaars begroeide zandduinen zal hen toch hebben verrast.

Het was echter geen overdreven moeilijke tocht. Langs de moderne weg kan op acht plaatsen water worden gevonden en hoewel dat een beetje brak is, moet er ook destijds groenvoer voor de paarden en muildieren hebben gegroeid. Voor het eerst ondervonden de Macedoniërs hoe nuttig dromedarissen waren. Ze aten alleen woestijngras, kruiden en twijgjes, die ze overal in de woestijn konden vinden. Fenicische transportschepen voeren langs de kust en zorgden ervoor dat het de Macedoniërs niet ontbrak aan zoet water en voedsel.

Lees verder “Alexander de Grote in Egypte”

Wie was Mozes? (1)

Mozes gered uit de Nijl (muurschildering uit de synagoge van Doura Europos)

Heeft Mozes bestaan? Hoe zit het met de Uittocht uit Egypte? Die vragen kwamen vorige week binnen. Niet voor het eerst overigens, maar de problematiek is interessant genoeg om opnieuw te behandelen. Ook omdat ik nu wat anders denk over de diverse problemen.

De bronnen

Om te beginnen is er de kwestie van het bewijs. Dat is vooral het Bijbelboek Exodus, dat het verhaal vertelt van de Uittocht. De Bijbel vervolgt, na wat uitleg van de Wet, met het Deuteronomistisch Geschiedwerk (zeg maar Jozua tot en met Koningen), dat zo nu en dan terugblikt op wat we al weten uit Exodus en daaraan inhoudelijk weinig toevoegt. Als deze materie de enige bron zou zijn, zou een historicus zeggen “één bron is geen bron” en concluderen dat de informatie niet heel sterk is. Nu wordt Mozes ook op andere plaatsen in de Bijbel genoemd, waarvan Micha vrij oud lijkt. We mogen daarom minimaal concluderen dat Mozes een bekende figuur is geweest en dat over hem diverse verhalen circuleerden. Die verhalen klinken weliswaar fantastisch, maar de geloofwaardigheid is een andere kwestie, waarop ik terugkom.

Lees verder “Wie was Mozes? (1)”

De Papyrus Ebers

De Papyrus Ebers (Albertina, Leipzig)

Ik schreef al dat de expositie in Leipzig, waar ik hoopte de Codex Sinaiticus te zien, me wat tegenviel. In plaats van het origineel toonde men een foto in een lichtbak. Dat laat onverlet dat wat men toonde, de moeite waard was en dat de bibliotheek het goed uitlegde. Zo was er ook een replica te zien van de Papyrus Ebers. Het origineel is in de Tweede Wereldoorlog beschadigd geraakt.

De Duitse egyptoloog Georg Ebers (1837-1898) doceerde aan de universiteit van Leipzig, maar hij bezocht natuurlijk ook Egypte. Wat in de negentiende eeuw geen peulenschil was. In 1872/1873 ontdekte hij in Luxor een bijzondere papyrusrol met een medische tekst. Het voorwerp, dat dateert uit de late zestiende eeuw v.Chr., was bovendien compleet. Meestal zijn zulke rollen beschadigd of alleen fragmentarisch over. De Papyrus Ebers is bijna negentien meter lang, bestaat uit ruim honderd pagina’s tekst en vermeldt zo’n 900 behandelingen voor een stuk of tachtig aandoeningen. Het laatste blad bevat een kalender.

Lees verder “De Papyrus Ebers”

De persoonlijke faits divers (39)

Opgraving in Turuñuelo (©IAM-CSIC)

Deze aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, de negenendertigste alweer, bevat vooral nieuws dat eigenlijk totaal onbelangrijk is en vermoedelijk alleen mijzelf boeit (Apeldoorn), inspireert (vissaus), irriteert (Egypte), fascineert (Tartessos) en vleit (doorlezen tot het einde).

***

Apeldoorn

Wie van Barneveld naar Apeldoorn fietst, komt over de Asselse Heide. Daar zijn nog de kuilen te zien waar mensen ooit de klapperstenen vonden waaruit ze ijzeroer wonnen. De Veluwse beekjes en de later aangelegde sprengen zijn eveneens ijzerhoudend.noot Ik hoorde nog vorige week iemand vertellen dat haar broer ergens in de jaren zeventig in het ijzerhoudende water was gevallen en dat diens kleren niet meer schoon te wassen waren. Aan de andere kant van Apeldoorn, in de richting van de IJssel, lagen drassige gebieden, waar moeraserts werd gewonnen. Omdat de plek dus quasi-letterlijk drijft op ijzer, speculeerden de medewerkers van het toenmalige archeologisch museum Moerman een halve eeuw geleden dat het erts via Apeldoorn verhandeld moest zijn geweest met het Romeinse leger, dat gestationeerd was aan de Rijn bij Arnhem. Het was immers slechts een dag lopen van producent naar consument.

Lees verder “De persoonlijke faits divers (39)”

Antieke woorden voor “lezen”

Een Romein zit te lezen (Landesmuseum, Trier)

Onlangs verscheen op deze plek een stukje over het al dan niet stil lezen in de Oudheid. Ik legde daarin uit dat de negentiende-eeuwse theorie dat men in de Oudheid vrijwel uitsluitend hardop las, inmiddels is verlaten: we weten inmiddels dat er wel degelijk ook stil werd gelezen – al moest je die vaardigheid dan natuurlijk wel beheersen. De voordelen van stil lezen zijn, en dat besefte men in de Oudheid ook, dat het sneller gaat en je je beter op de tekst kunt concentreren. De Griekse astronoom Claudius Ptolemaeus (87 – na 150 n.C.) schrijft bijvoorbeeld:

Als we ons bij het lezen moeten concentreren, lezen we in stilte. (Judic. 5.2)

Lees verder “Antieke woorden voor “lezen””

De antieke hoekharp

Reconstructie van een hoekharp uit Ur, met dertien snaren; de aanhechting van de arm aan de klankkast is verstevigd. (©British Museum, Londen)

De oudste dateerbare harp is een zogeheten hoekharp uit ongeveer 2600 v.Chr., gevonden in de koninklijke graven van Ur door Leonard Woolley. Zo’n hoekharp had een met dierenhuid bespannen doos als klankkast, meestal gemaakt van hout, maar ook ander materiaal komt voor. De klankkast van dit dertiensnarige instrument was horizontaal, terwijl de arm omhoog stak.

Uit dezelfde periode dateert de Cycladische harpspeler uit het vorige blogje. Deze hoekharp wordt bespeeld door een zittende man met de harp op zijn knie. Daar is de klankkast verticaal. De snavelachtige versiering aan de bovenkant lijkt op die van de harp op de vaas van de Peleusschilder hieronder.

Lees verder “De antieke hoekharp”

Dwarsfluit aan de Nijl

Een muzikant met een dwarsfluit (Beidha)

Egyptische fluiten, tegenwoordig nay geheten, werden en worden aangeblazen aan de bovenkant van de buis, net als  de afzonderlijke pijpjes van de panfluit, dus alsof je op de hals van een fles blaast.noot Ook de Japanse shakuhachi wordt zo bespeeld. De intrede van de huidige dwarsfluit in West-Europa, die wordt aangeblazen door een gat in de zijwand, zou hebben plaatsgehad vanuit het Oosten via Byzantium in de negende of tiende eeuw. De vroegste West-Europese afbeelding van een dwarsfluit staat in het beroemde Cántigas de Santa Maria uit de dertiende eeuw. Zie hieronder.

Lees verder “Dwarsfluit aan de Nijl”

Gymnosofisten

Boeddha als naakte wijze (Gogdara)

Voor ik vandaag begin, eerst even een petitie: Cardiff, oude geschiedenis deze maand. De sloop van de oudheidkundige instituten gaat gewoon verder.

***

Hebt u getekend? Dan gaan we nu beginnen.

Gymnosofisten

Een gymnosofist is, letterlijk, een naakte wijze of een wijze naaktloper. Het Griekse woord duikt voor het eerst op in beschrijvingen van de Indische campagne van Alexander de Grote in 327-325 v.Chr. Volgens een door Ploutarchos overgeleverde anekdote ondervraagt hij tien gymnosofisten die allemaal slimme antwoorden geven.noot Ploutarchos, Leven van Alexander 64. Het verhaal, dat wat folkloristisch aandoet, is ook bekend van een papyrus in Bern, die dateert uit de eerste eeuw v.Chr.

Lees verder “Gymnosofisten”