Identiteit tussen fictie en absolutisme

Iets met taal, negentiende-eeuws nationalisme en identiteit

Eerlijk is eerlijk: de Oudheid is niet zo relevant. Van een paar zaken kunnen we zeggen dat van de antieke samenleving vormende werking uitgaat op onze samenleving. Agency is makkelijker geclaimd dan wetenschappelijk bewezen, maar er zijn een stuk of wat voorbeelden. Ik heb bijvoorbeeld weleens verteld hoe het beleid van Domitianus ervoor zorgde dat ook in onze samenleving joden en christenen gescheiden zijn. Een tweede vorm van relevantie is dat je door de vergelijking van toenmalige denkbeelden, hoe moeilijk kenbaar ook, en onze eigen denkbeelden meer inzicht verwerft in die laatste. Ten derde vormen oudheidkundige inzichten onze samenleving: ons op taal gebaseerde nationalisme is ontstaan nadat oudheidkundigen de Indo-Europese taalfamilie ontdekten. Ten vierde is er de toeschrijving: sinds de Renaissance – en eigenlijk al daarvóór – projecteren we van alles op de Oudheid. Die aanhoudende projectie is terecht getypeerd als wezenskenmerk van de westerse cultuur.

Ergens verspreid over de eerste categorie (aspecten met agency) en vierde categorie (projecties) ligt identiteit. Ik laat even in het midden wat identiteit eigenlijk is; het gaat me er vandaag om dat sommige identiteiten projecties of nieuwvormingen zijn terwijl andere echt op het verre verleden teruggaan. Een voorbeeld van een recent gevormde identiteit die zich beroept op de Oudheid, is het neopaganisme: denk aan mensen die zich bijvoorbeeld druïde noemen en op 21 juni naar Stonehenge komen voor rituelen. (We weten feitelijk niets over de leer van de druïden.) Voorbeelden van écht op de Oudheid teruggaande identiteiten zijn de Armeense nationaliteit en jood of christen zijn.

Lees verder “Identiteit tussen fictie en absolutisme”

Het belang van de Oudheid(kunde)

Een I.D.O.H.Z.O.-tje toont het belang van de Oudheid niet

Wat is het belang van de Oudheid, van de oudheidkunde? Iemand vroeg me onlangs om het nog eens uit te leggen. Een nieuwe vraag is het niet. Toen het Gronings Archeologisch Instituut in 2017 een jubileum vierde, was een van de thema’s “Archeologie, voor wie doen we het ook alweer?” (Ik was een van de sprekers.) In 2019 hield David Fontijn een toespraak over dezelfde vraag. Ik heb het zelf uitgelegd in mijn laatste boek (blz.48-49). Het is opvallend dat de vraag, welbeschouwd eerstejaarsstof, terug blijft keren.

Antwoord 1: De Oudheid is leuk

Eerst het makkelijkste antwoord: inhoudelijk. Oudheidkundigen kunnen dingen vertellen over hoe het vroeger was. Dat is leuk. Ik houd me al veertig jaar met de Oudheid bezig en zie nog elke dag iets verrassends. Dat is waarom musea en parken als Archeon tienduizenden bezoekers hebben en publieksprijzen winnen. Zo simpel.

Lees verder “Het belang van de Oudheid(kunde)”

De tien invloedrijkste antieke teksten

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

Een tijdje geleden blogde ik over de wijze waarop oudheidkundigen documenteren  hoe Domitianus’ toepassing van de Fiscus Judaicus op ons nog steeds invloed uitoefent. Hoe er, met andere woorden, vormende werking uitgaat van de antieke samenleving op de hedendaagse. Nog anders gezegd: een enkele keer is de Oudheid relevant voor onze samenleving.

Invloed en inspiratie

Ik kreeg n.a.v. dat blogje de vraag of er meer voorbeelden waren. Ja. Die zijn er. Zie mijn boekje Vergeten erfenis. Daarin toon ik enkele structurerende elementen. Toen ik onlangs een paar dagen quarantaine in acht moest nemen, heb ik bovendien filmpjes gemaakt over antieke teksten die op zich misschien niet invloedrijk zijn, maar wel aspecten van de antieke samenleving documenteren waarvan vormende werking uitgaat. De trouwe lezers kennen die teksten al, want ik heb er eerder over geblogd: deel een, deel twee, deel drie, deel vier.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten”

Domitianus in Leiden (1)

Ga er maar aan staan, een grote expositie organiseren met bruiklenen van ruim twee dozijn instellingen. Dat is complex. En dat in tijden van corona. Dat is nog complexer. Je snapt dat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) tweemaal moest uitstellen. Vorige week was het echter eindelijk zo ver. En zoals u weet: na de tweede dag ging het museum alweer op slot. Na zoveel jaren werk moet de sluiting voor de betrokkenen een ongelooflijke opdoffer zijn. Ik hoop voor hen dat het kabinet de lockdown na 14 januari minimaal ten dele kan opheffen.

Trouwens, dat hoop ik ook voor ons. Het is namelijk een gevarieerde tentoonstelling. Als u in Leiden bent, moet u er zeker heen.

Zolang dat niet kan, zal ik over de Domitianusexpositie bloggen en adviseer ik u de catalogus te lezen. Die bestelt u hier als u het museum wil steunen of daar als u liever een lokale boekhandel steunt. Ook is er een aardig boekje, Wreed en pervers, waarin Olivier Hekster en Vincent Hunink enkele teksten over keizer Domitianus presenteren.

Lees verder “Domitianus in Leiden (1)”

De invloed van Domitianus

Domitianus (Louvre, Parijs)

Per e-mail kwam een vraag binnen: wat bedoel je als je zegt dat Domitianus, die met de Fiscus Judaicus het schisma tussen joden en christenen op scherp zette, een van de weinige keizers is wier beleid nog altijd een documenteerbare invloed heeft?

Dat zijn diverse vragen in een keer:

  1. hoe zette hij het schisma op scherp?
  2. wat is invloed?
  3. hoe heeft dat nu invloed?
  4. hoe is dat te documenteren?

En, vooruit, vraag 5: wat doet het ertoe?

Lees verder “De invloed van Domitianus”

Vormende krachten

Tom Holland, daar had ik het al een tijdje niet over gehad. Ik was begonnen met een reeks waarin ik zijn boek Dominion gebruikte om uit te leggen wat een historicus doet en waarom Holland geen historicus is. Door het ziekbed van mijn moeder is die reeks onderbroken, maar het kan geen kwaad haar te hernemen. Teveel mensen denken dat geschiedenis zoiets is als wat verhalen bij elkaar plaatsen. Het is echter een wetenschap. Er zijn dus kwaliteitseisen.

Begrijp me niet verkeerd: ik zal Holland het schrijven niet verbieden. Maar hij moet niet voorwenden dat het geschiedenis is. Hoe je het métier wel moet noemen, dat weet ik ook niet. Zijn verhalen zijn in elk geval geromantiseerd, want hij construeert feiten door weg te laten wat hem niet bevalt en kleedt zijn gegevens regelmatig aan met bewijsbaar onjuiste gegevens. Bovendien zijn Hollands verhalen ideologisch vooringenomen. Net als in Persian Fire (waarin hij het negentiende-eeuwse frame van een unieke door oosterse horden bedreigde Griekse cultuur nieuw leven inblies) is ook in Dominion de oosterling opnieuw De Vijand. Perzen, Arabieren, moslims – het is allemaal één pot nat. Daar staat dan de pluriformiteit van de westerse wereld tegenover. Hollands Oosten is een exotisch collectief, Hollands Westen is genuanceerd en individualistisch. Noem het wat je wil maar noem het géén geschiedenis.

Lees verder “Vormende krachten”

De tien invloedrijkste antieke teksten (4)

Een van de snippers van “Enige werken der Wet” (© Wikimedia Commons)

Alvorens verder te gaan met mijn overzicht van tien teksten die een invloedrijk aspect van de Oudheid documenteren, herhaal ik nog even dat invloed wil zeggen dat iets ons denken en eventueel ons handelen in een bepaalde richting duwt. We doen of vinden iets, tenzij we ons daar bewust tegen verzetten. Vergelijk het met een berghelling: het is meestal makkelijker naar beneden te gaan, maar als je wil kun je ook naar boven klauteren. Invloed is niet hetzelfde als inspiratie, want we noemen iets inspirerend als we er bewust aansluiting bij zoeken, wat impliceert dat we het niet als vanzelf doen.

9 Orthopraxie

Een van de aspecten van de Oudheid die ik in deze reeks behandeld wil zien, is het idee dat God zich kenbaar heeft gemaakt in de vorm van een tekst. De Wet van Mozes is het bekendste voorbeeld. Omdat dit Gods woord was, diende je het als mens serieus te overwegen maar het probleem was dat de Wet niet altijd even duidelijk was. Dus was er debat over de juiste manier om te leven in overeenstemming met de Wet. We spreken van halachische discussies en een van de mooiste voorbeelden is Enige werken der Wet, een de belangrijkste Dode Zee-rollen.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten (4)”

De tien invloedrijkste antieke teksten (3)

aristotle_carpet
Aristoteles op een Perzisch tapijt

Alles is water. De Babyloniërs wisten het al. En ook de wijsheid kwam vanuit de zee. Ooit waren de Zeven Wijzen, de apkallu, uit de oerwateren opgeklommen om de mensheid van alles te leren. De Grieken namen deze ideeën over. Alles is water, zei dus ook Thales van Milete, en hij begon te speculeren over de aard van de werkelijkheid. Het maakte indruk. Toen de Grieken eveneens het concept van “zeven wijzen” overnamen, pasten ze het niet toe op aquatische schepselen maar op echte mensen. Daar rekenden ze ook Thales toe.

Wat ik maar zeggen wil: de Griekse filosofie bouwt voort op de Mesopotamische cultuur, die ze creatief ombouwde. Dat geldt ook voor de wetenschap: Thales kon aangeven wanneer een zonsverduistering mogelijk was en moet zijn kennis van de saros hebben gehaald uit het oosten. De Griekse filosofie ging daarna al snel wegen die niet zijn gedocumenteerd in de spijkerschriftcultuur. Het kan zijn dat de Mesopotamiërs gesprekken voerden over dezelfde vragen als de Grieken, de teksten zijn niet bewaard gebleven.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten (3)”

A great constitutive myth? (1)

Ivoren hoorn (Musée de Cluny, Parijs)
Ivoren hoorn (Musée de Cluny, Parijs)

Ik heb het wel eens de simsalabim-methode genoemd: de opvatting dat een historicus beschrijft hoe in een grijs verleden iets is ontstaan en zegt dat dit verklaart hoe iets nu is. Bijvoorbeeld: de Grieken, die een cultuur hadden waarin vrijheid belangrijk was, hielden de Perzen buiten de deur en daarom zijn wij nog steeds vrij. De fouten in deze redenering zijn legio: de aanname dat Grieken vrijer waren dan Perzen (onzin), de aanname dat de Perzen de Griekse vrijheid zouden hebben afgeschaft (weten we niet), de aanname dat onze cultuur op betekenisvolle wijze voort zou bouwen op de Griekse (kul) en de aanname dat die uitsluitend in Griekenland ontstane vrijheid alle eeuwen door steeds aanwezig zou zijn geweest, zodat met andere woorden – en voor dit stukje relevant – een continuïteit van toen tot op heden zou bestaan. De Grieken wonnen bij Marathon en Salamis, en simsalabim, wij zijn vrij.

Dit soort onzin kunt u vinden in de boeken van Paul Cartledge, Tom Holland, Anthony Pagden en Joost mag weten wie nog meer, en dat is triest, want Max Weber maakte al ruim een eeuw geleden gehakt van deze redenering. Dat ga ik nu niet uitleggen, u schuift maar aan bij een eerstejaarscollege theorie van de geschiedenis. Waar het mij nu om gaat is dat je een historische continuïteit niet mag postuleren maar moet bewijzen.

Lees verder “A great constitutive myth? (1)”