De Delische Zeebond: het Atheense imperium

Fragment van de Atheense Tribuutlijst (Epigrafisch Museum, Athene)

Een nieuwe donderdag, een nieuw stuk in mijn reeks over het handboek dat we inmiddels zo goed kennen, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Ik wees er al op dat de auteurs bij hun beschrijving van de Perzische Oorlog dicht bij Herodotos blijven. Ook attendeerde ik erop dat ze zich concentreren op Athene en Sparta, hoewel er meer belangrijke Griekse stadstaten zijn geweest, zoals Kyrene en Syracuse. Het is niet anders. Athene en Sparta zijn nu eenmaal de steden waarover we de meeste informatie hebben.

Als het gaat om het Atheense imperium, komen De Blois en Van der Spek wat vrijer van hun bronnen. Voor de periode tussen de Perzische Oorlogen en de Archidamische Oorlog (dus zeg maar 478-432) beschikken we namelijk niet over zoveel teksten. Alleen Diodoros van Sicilië biedt een volledig overzicht. Het zijn de jaren waarin Athene voor de eerste keer een imperium bouwde; aan het tweede imperium, dat eindigde met een smadelijke diplomatieke nederlaag tegen de Perzen, besteden De Blois en Van der Spek minder aandacht.

Lees verder “De Delische Zeebond: het Atheense imperium”

Het Forum Romanum

Er zijn maar een paar plekken op aarde die je écht, zonder marketing-hype, kunt aanduiden als werelderfgoed. Eén zo’n plek is het Forum Romanum in Rome. Hier – en hier in de omgeving – zijn dingen gebeurd die u en mij nog altijd raken en die ook betekenis hebben voor mensen in pakweg Rio de Janeiro, Manila of Nairobi. Niet per se positief, niet per se door iedereen benoembaar, maar wel reëel. Leuk is daarbij dat er volop onderzoek plaatsvindt. Of het nu gaat om de hoek achter de tempel van Vesta, waar in de jaren tachtig grote huizen uit de zesde eeuw v.Chr. zijn opgegraven, of om het huidige onderzoek voor het Senaatsgebouw, er is nog volop ruimte voor andere visies en nieuwe inzichten.

Stenen en stemmen

Onlangs publiceerden Guido Cuyt (wereldberoemd in Antwerpen) en Michiel Verweij hierover Het Forum Romanum. Stenen en stemmen. Simpel samengevat: een volledige en actuele beschrijving van een van de allerbelangrijkste archeologische sites in Italië. Ik zou liegen als ik zei dat het rijk geïllustreerd was, maar de illustraties zijn goed gekozen en gaan voor een deel terug op de maquette die Cuyt van het Forum Romanum heeft gemaakt.

Lees verder “Het Forum Romanum”

Hadrianus’ houtvesters

Houtvestersinscriptie uit Bayt az-Zahlah (American University, Beiroet)

De hier afgebeelde inscriptie ligt in de tuin voor de ingang van het Archeologische Museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet. De Romeinse steenhouwer had weinig ruimte en heeft aan het begin, linksboven, vier letters verstrengeld tot één complex teken, dat vrijwel iedereen destijds kon ontstrengelen tot IMP H. Omdat daarop de letters AD volgen, samen met de nu niet meer zo goed leesbare letters AU, was het te lezen als IMP HAD AU. Op de volgende twee regels was G DEFINITIO SILVARUM te lezen. Als we de diverse afkortingen uitschrijven, staat er:

IMP(eratoris) HAD(riani) AU-
G(usti) DEFINITIO
SILVARUM

Vertaald: grens van de wouden van keizer Hadrianus Augustus.

Lees verder “Hadrianus’ houtvesters”

Oude inscripties, nieuwe technieken

Zomaar een inscriptie: de reparatie van de Lange Muren van Athene (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Het is de Week van de Klassieken. Dat klinkt als ouwe meuk en ouwe grijze mannetjes en dat is wel een béétje waar. Het vakgebied heeft immers vorm gekregen in de negentiende eeuw en draagt daarvan nog wel wat sporen. Terwijl archeologen in de twintigste eeuw hun deelgebied voortdurend vernieuwden, deden de classici het wat rustiger aan. Momenteel worden echter ook deze oudheidkundigen de eenentwintigste eeuw in gekatapulteerd.

De filologie valt traditioneel uiteen in twee delen. Het eerste daarvan is het vaststellen van de precieze tekst. Daarbij kun je denken aan de papyrologie (voor teksten die in de Oudheid zijn geschreven) maar ook aan de bestudering van middeleeuwse handschriften. De andere tak is de uitleg van de teksten, waaraan zowel een talig als een literair aspect zit. Al deze activiteiten zijn momenteel in beweging. Met digitale technieken, waarover ik al eerder blogde (een, twee) is het mogelijk de beperkingen van de menselijke geest te overwinnen en meer informatie uit oude manuscripten te distilleren. Morgen zal ik nog eens bloggen over een heel speciaal geval. De DNA-revolutie heeft de hermeneutische horizon doen wegvallen, waardoor enerzijds een schat aan vergelijkingsmateriaal is vrijgekomen en anderzijds een nieuwe taak is ontstaan: zinnige en onzinnige vergelijkingen zullen op een andere manier moeten worden gescheiden.

Lees verder “Oude inscripties, nieuwe technieken”

Maximinus de Thraciër

Inscriptie voor Maximinus Thrax uit El-Eulma, nu in Sétif

Mijn zakenpartner heeft het weleens over de inscriptietoeter die afgaat als hij ergens op een opgraving een steen ziet waarop wat woorden staan geschreven. Ik stuiter er dan meteen op af om foto’s te maken. Later zal ik er dan een nummer aan toevoegen uit de EDCS, de Epigrafische Database van de Duitse oudheidkundigen Manfred Clauss en Wolfgang Slaby, en als daar nog geen foto’s in staan, dan stuur ik die op. Meer dan eens gaat het om materiaal dat nog niet is gedigitaliseerd of zelfs volkomen onbekend was.

In januari heb ik iets van vierhonderd foto’s gestuurd en dat is mede doordat ik op een regenachtige ochtend in Sétif heb staan fotograferen in twee met inscripties gedecoreerde parken, de Jardin Emir Abdelkader en de wat kleinere Jardin Rafaoui. Daar zat ook de bovenstaande foto bij van een inscriptie die kort voor 1920 moet zijn ontdekt in wat toen nog Saint-Arnaud heette en tegenwoordig El-Eulma heet. Zoals u ziet heeft iemand de tekst van die inscriptie doorgestreept. Een damnatio memoriae.

Lees verder “Maximinus de Thraciër”

MoM | Somno iussus

Een inscriptie uit het heiligdom van Andesina (Archeologisch Museum, Grand)

Ik blogde gisteren over een archeologe die nogal makkelijk naar een conclusie toe aan het redeneren was. Ze voegde bijvoorbeeld een letter toe aan een inscriptie en liet andere mogelijke toevoegingen onvermeld. Vandaag hebben we een soortgelijk voorbeeld: de bovenstaande inscriptie uit de derde eeuw, gevonden in Grand.

De woorden middenin zijn goed te lezen: somno iussus. Iemand heeft iets gedaan na een bevel in een droom. Het woord erboven kan alleen [tri]bunus zijn, een officier. Daarboven zijn de onderkanten van enkele letters te lezen, die ons in staat stellen de naam van de tribuun te reconstrueren, Consinius. Met toevoeging van drie letters die we niet goed kunnen duiden komen we dus op

…nno Consinius
tribunus
somno iussus

Lees verder “MoM | Somno iussus”

Hoe kennen we de Romeinen? (2)

Germania Capta (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Ik vertelde gisteren dat we de Romeinen kenden door de teksten die ze op papyrus hebben geschreven. Sommige daarvan zijn gevonden in de Egyptische woestijn, andere zijn, omdat het zulke mooie literatuur was, door een lange reeks kopiisten overgeschreven. Er zijn echter nog veel meer Romeinse teksten over, namelijk op inscripties en op munten.

Lees verder “Hoe kennen we de Romeinen? (2)”

Hondengraf

Hondengraf (Archeologisch museum Antalya)
Hondengraf (Archeologisch museum Antalya)

De bovenstaande sarcofaag, in 1998 gevonden in Termessos, lijkt in alles op een normale sarcofaag: een vierhoekige grafkist, een deksel in de vorm van een tempeldak. Er zijn er duizenden van. Alleen al in Tyrus in Libanon zijn er honderden.

Deze sarcofaag is alleen een stuk kleiner dan gewoon. Dat is logisch, want het is het graf van een hond. Het grafschrift is links te lezen, met veel moeite. Gelukkig heeft het Archeologisch Museum van Antalya in Turkije, dat behoort tot mijn absolute favorieten, een goede epigraaf in dienst gehad die de elf regels ontcijferde en concludeerde dat het een gedichtje was van in feite zes hexameters. Alleen het begin is moeilijk te ontcijferen.

Lees verder “Hondengraf”