De Romeinse Provence (2)

Romeinse brug in Vaison

[Tweede deel van een blogje over Gallia Narbonensis, ofwel de Provence in de Romeinse tijd. Het eerste deel was hier.]

Keizertijd

Een geschiedenis van Gallia Narbonensis in de Keizertijd is een standaardverhaal. Het Romeinse Rijk, gevestigd met Blut und Eisen, garandeerde rust. Gallia Narbonensis behoorde in deze wereld tot de “binnencirkel” van de Romeinse provincies, wat inhield dat zo’n provincie meer belastingen betaalde dan de Romeinse overheid investeerde. Het was een wingewest. In de buitencirkel, waar de kostbare grenslegers waren gestationeerd, was dat andersom: daar gaf de overheid meer uit dan het aan belastingen binnen haalde.

Lees verder “De Romeinse Provence (2)”

De Romeinse Provence (1)

Pont du Gard

Ik noem dit blogje “De Romeinse Provence”, opdat u meteen weet dat het gaat over het Mediterrane zuidoosten van Frankrijk. De Romeinen hebben het gebied in de loop der eeuwen aangeduid met verschillende namen, te beginnen met Gallia Transalpina, “het Gallië aan de andere kant van de Alpen”. Het andere Gallië, vanuit Rome bezien aan “deze kant” van de bergketen, was de Povlakte, die vanouds werd bewoond door Kelten.

Gallia Transalpina

In de vroegste tijden hadden de Romeinen hartelijke contacten met de Griekse havenstad Marseille, en toen de Romeinen ontdekten dat de mensen in het achterland van Marseille dezelfde Gallische taal spraken als de bewoners van de Povlakte, was de naam Gallia Transalpina al snel bedacht. De Galliërs woonden in heuvelforten als Ensérune en Le Cailar, waarover ik al eens blogde.

Lees verder “De Romeinse Provence (1)”

Het Rijk van Toledo (1)

Decoratie uit Mérida

Als we zouden afgaan op de bronnen, was de opvolgerstaat van het Rijk van Toulouse, het Rijk van Toledo, verdeeld over de vraag welk christendom het ware was: het ariaanse of dat van de keizer, zoals vastgelegd tijdens het Concilie van Chalkedon. Ik heb al verteld dat dit meer zegt over de aard van onze bronnen dan over wat er werkelijk speelde.

Voor zover de kwestie betekenis heeft, is het omdat vroegere onderzoekers meenden dat de Hispano-Romeinse bevolking het keizerlijke christendom volgde, terwijl de Visigoten ariaans zouden zijn geweest. Als dit waar was, zou het inderdaad een belangrijk thema zijn, maar er zijn voldoende uitzonderingen bekend om te concluderen dat de religieuze en etnische grenzen niet parallel liepen. Waarbij ik in dan nog maar in het midden laat wat met “etnisch” bedoeld kan zijn, want lang niet alle mensen die op last van de Visigotische koningen naar Iberië trokken, hadden Germaanse voorouders. Waarbij we óók in het midden moeten laten wat Germanen dan eigenlijk zijn.

Lees verder “Het Rijk van Toledo (1)”

Het Rijk van Toulouse (2)

Gesp uit de tijd van het Rijk van Toulouse (Musée de la romanité, Nîmes)

Het Rijk van Toulouse, waaraan ik mijn vorige blogje wijdde, was expansief. Aan de gebieden in Aquitanië die Theodorik I toegewezen had gekregen, voegden hij en zijn opvolgers het nodige toe. Ze hadden vooral belangstelling voor de Languedoc ofwel Septimania, waar ze toegang zouden krijgen tot de Middellandse Zee. Het was van begin af aan het beleid van de keizer (of wie er in Italië ook maar beleid maakte) om de verovering van Septimania te verhinderen, maar in 461 verwierf Theodorik II de voornaamste stad Narbonne desondanks toch. De Visigotische vorsten wisten bovendien de hand te leggen op andere delen van Zuidwest-Frankrijk.

Tegelijk speelden ze een belangrijke rol in de verdediging van het Romeinse Rijk tegen minder geromaniseerde volken, waarvan de Hunnen het opvallendst zijn: in 451 vochten Visigotische troepen op de Catalaunische Velden voor de Romeins generaal Aetius tegen Attila. Niet veel later steunde Theodorik II keizer Avitus (r.455-457) door op het Iberische Schiereiland te strijden tegen de Sueben, die zich moesten terugtrekken naar Galicië in het noordwesten. De les die de Visigoten leerden was dat Iberië klaar lag om te worden veroverd.

Lees verder “Het Rijk van Toulouse (2)”

Het complot tegen Caesar

Portret van een tijdgenoot van Caesar (Metropiltan Museum, New York)

In de zomer van 45 v.Chr. of, zoals de Romeinen het noemden, het jaar dat begon met Julius Caesar als enige consul, reisde Romes hoogste magistraat in het zuiden van het huidige Frankrijk. Op de vraag wat hij daar vandaag 2069 jaar geleden deed, luidt het antwoord dat hij koloniën stichtte voor zijn veteranen. Ik noemde ze al: in Narbonne vestigde hij legionairs van X Equestris, hij richtte de stad Arles in voor de mannen van VI Ferrata en organiseerde tevens de oorlogshaven Fréjus. Al eerder had hij wat verder stroomopwaarts langs de Rhône veteranenkolonies gesticht.

Het begin van een samenzwering

Het was in deze tijd dat de samenzwering begon te groeien die Caesar het leven zou kosten. De aanstichter was Gaius Trebonius en ik kan me voorstellen dat u even niet meer meteen paraat hebt wie dat ook alweer was. Het was een trouwe partijganger van Caesar, die zich had onderscheiden in de Gallische Oorlog. Hij had in het eerste jaar van de Tweede Burgeroorlog leiding gegeven aan de belegering van Marseille (een, twee, drie) en was daarna gouverneur geweest in Andalusië. Daar had hij echter de orde niet weten te handhaven en hij was zelfs verdreven uit zijn residentie Córdoba. Daarna was Gnaeus Pompeius Junior in het gebied geland.

Lees verder “Het complot tegen Caesar”

Het leger van Caesar

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de tijd van Caesar.

Ik zou dit blogje kunnen aankondigen met “Het was quintilis in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde”. En ik zou dit traditiegetrouw kunnen omrekenen naar juli 45 v.Chr., zodat u wist te zijn beland in een aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Ik zou dan kunnen vertellen dat hij op weg was naar noordelijk Italië en ik zou kunnen speculeren over zijn route. Dat zou allemaal kunnen, maar liever behandel ik een algemener onderwerp dat niet precies valt te koppelen aan een kalenderdatum: het leger.

Investeren in jezelf

Het Romeinse leger had ooit bestaan uit dienstplichtige boeren. Die waren rijk genoeg om een wapenrusting te betalen. In de loop van de tweede eeuw v.Chr. waren de soldaten echter steeds vaker gerekruteerd uit het proletariaat. Hierdoor was het leger van karakter veranderd. De militaire dienst was niet langer een dienst aan de staat, maar een manier om jezelf te verrijken. Wat ooit een eervolle taak voor de gemeenschap was geweest, verwerd, om de beruchte woorden van Wim Deetman te parafraseren, tot slechts “een investering in jezelf”.

Lees verder “Het leger van Caesar”

Narbo Via

Museum Narbo Via, Narbonne

Het gebouw van het nieuwe museum Narbo Via in Narbonne is sensationeel. Het is ontworpen door Foster + Partners, een zeer gerenommeerd architectenbureau. Toen het museum klaar was, kon het helaas vanwege de coronapandemie zijn deuren niet voor het publiek openen. Vanaf mei 2021 kon het museum bezoekers ontvangen, in december werd het gebouw officieel geopend.

Geen straat

Bij Narbo Via gaat het niet om een Romeinse straat, zoals de naam doet vermoeden. Als antieke straatnaam zou het sowieso voor Romeinen niet te begrijpen zijn, aangezien straten meestal werden vernoemd naar degene die de ze had laten aanleggen, zoals de Via Domitia naar Gnaeus Domitius Ahenobarbus. Soms werd het eindpunt van de straat aangegeven, zoals de Via Tiburtina, die naar Tivoli (Tibur) leidt. En in dat geval zien we een bijvoeglijk naamwoord afgeleid van de naam van de stad. Het zou dus de Via Narbonensis moeten zijn, maar die zou dan in Narbonne moeten eindigen. In de ontwikkelingsfase heette het museum MuRéNA, “le Musée Régional de la Narbonne Antique”. Ik moet toegeven, dat Narbo Via toch iets pakkender is. Narbonne ligt aan de Via Domitia, wat bij de naamgeving ook een rol zal hebben gespeeld.

Lees verder “Narbo Via”