Atheense democratie

De Atheense democratie wordt gekroond op een reliëf uit het Agoramuseum, Athene

De Atheense democratie. Het is zo’n onderwerp waar je als oudhistoricus niet aan kunt ontkomen. Verplicht nummer, ongeveer zoals James Bond een Martini moet bestellen. Het handboek van De Blois en Van der Spek, waarover ik op donderdag regelmatig blog, bevat dus ook een paragraaf. Ik denk te proeven dat de  auteurs die met tegenzin hebben geschreven.

Simpel samengevat is in Athene de macht van de adel op verschillende manieren overgedragen aan een breder gremium. Eerst tekende Drakon de wetten op. Rond 630 v.Chr. deed Kylon  een poging een tyrannie te stichten. Dat mislukte. (Misschien herinnert u zich dat drie jaar geleden enkele skeletten zijn gevonden van mogelijke slachtoffers.) Begin zesde eeuw waren er nieuwe wetten en hervormingen, dit keer op naam van Solon. Daarna vestigde Peisistratos een tyrannie en toen zijn zoon Hippias in 510 v.Chr. na een Spartaanse interventie was verdreven, gaf Kleisthenes extra bevoegdheden aan de Volksvergadering.

Lees verder “Atheense democratie”

Caesar in Rome

Het Forum van Caesar in Rome

Als ik u zeg dat het 2 tot en met 12 december was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 28 oktober tot en met 7 november 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij was, na beëindiging van de muiterij van het Negende Legioen, vanaf Placentia naar Rome gereisd, waar hij zich als dictator had aangediend en verkiezingen had georganiseerd. Immers, het nieuwe jaar naderde en er moesten nieuwe consuls zijn. Dat hij zelf kandidaat was, is niet verbazingwekkend: de Tweede Burgeroorlog was immers uitgebroken nadat Caesar was verboden zich in absentia kandidaat te stellen. Dat de volksvergadering hem benoemde, is evenmin verbazingwekkend. Hij deelde het hoge ambt met Publius Servilius Isauricus. Het volgende jaar zou dus dat zijn van G. Julius Caesar (voor de tweede keer) en P. Servilius Isauricus.

Lees verder “Caesar in Rome”

De Siciliaanse Expeditie (4)

Model van een triëre (Allard Pierson, Amsterdam)

[Dit is het vierde stukje in een zesdelige reeks over de Siciliaanse Expeditie waarmee Athene probeerde Syracuse te onderwerpen. Het eerste deel is hier.]

Op dat moment arriveerde de Spartaanse officier Gylippos met versterkingen uit de Peloponnesos. Ook hij bestormde de Hoogten, marcheerde om de nog onvoltooide Atheense muur en bereikte Syracuse, waar het moreel snel verbeterde. Onmiddellijk begonnen de Syracusanen met de bouw van een nieuwe dwarsmuur, waarmee de Atheners moest worden belet hun stellingen te voltooien. Nikias begreep hoe kritiek de situatie was: zou deze dwarsmuur worden voltooid, dan hielden de Syracusanen hun aanvoerlijn open. Terstond zond hij er troepen op af, maar die werden overvleugeld en verslagen door de Syracusaanse cavalerie.

Voor de Atheners was dit het begin van het einde. De Syracusanen voltooiden hun dwarsmuur, Gylippos beveiligde de verdere weg naar het westen door Labdalon in te nemen en de inheemsen liepen over naar Syracuse.

Lees verder “De Siciliaanse Expeditie (4)”

De Siciliaanse Expeditie (1)

Thoukydides (Mozaïek uit Gerasa, nu in het Altes Museum, Berlijn)

Wat was de allerbelangrijkste gebeurtenis uit de Griekse geschiedenis? De Atheense geschiedschrijver Thoukydides wist het: de mislukte expeditie van zijn landgenoten naar Sicilië.

Het was bij mijn weten de belangrijkste gebeurtenis uit de Griekse geschiedenis, omdat ze voor de overwinnaars even schitterend verliep als voor de verliezers rampzalig. Zij zijn immers op overweldigende wijze verslagen en hadden de zwaarste verliezen geleden. Het was zogezegd een nationale ramp: leger, vloot, ja wat niet al, was verloren gegaan. En van al die mensen is maar een handjevol thuisgekomen. (Thoukydides, Peloponnesische Oorlog 7.87.5-6; vert. Hein van Dolen)

Deze woorden uit het geschiedwerk van Thoukydides gelden als hét klassieke voorbeeld van de stijlfiguur die bekendstaat als bathos: na drie plechtige volzinnen volgt op de plaats waar je de ronkende conclusie zou verwachten een zinnetje in spreektaal dat, doordat het de verwachting doorbreekt, bevreemdend overkomt. Vaak is dat komisch bedoeld, maar niet bij de serieuze Thoukydides. Zijn wending in stijl illustreert de wending in de oorlog. Toen hij de geciteerde woorden schreef, vermoedelijk in 411 v.Chr., meende hij dat de mislukte Atheense aanval op Sicilië een keerpunt was geweest in het al langer spelende conflict met Sparta. (Ik blogde al eerder over de aanloop naar de oorlog bij Sybota, over de Archidamische Oorlog van 431-421 en over de slag bij Mantineia in 418.) De Atheense verliezen waren, althans volgens Thoukydides, te groot geweest en toen het conflict met Sparta opnieuw oplaaide (de Dekeleïsche Oorlog, 413-404) zou Athene vroeg of laat bezwijken. Vandaar: de Siciliaanse expeditie was de belangrijkste gebeurtenis uit deze oorlog en de hele Griekse geschiedenis.

Lees verder “De Siciliaanse Expeditie (1)”

Het schervengericht

Scherf met de naam Aristeides (Agora-museum, Athene)

In een democratie komt het weleens voor dat iemand spectaculair succesvol is, puur op basis van zijn charisma. Dat is geen misdrijf, maar zulke mensen kunnen het democratische systeem zelf destabiliseren, ook wanneer hun ideeën niet gevaarlijk zijn. Soms vestigen ze een alleenheerschappij. Dat is in Syracuse, een van de belangrijkste democratische stadstaten van de Griekse wereld, enkele keren gebeurd.

Eén tegenmaatregel zou zijn geweest zo iemand te verbannen. Dat gold in de oude wereld echter als een erg harde maatregel, eigenlijk iets dat je pas deed als de gemeenschap als geheel al schade had ondervonden en als hele gemeenschap een straf moest opleggen. (Het recht mensen weg te sturen was, net als de doodstraf, iets waarmee een stadstaat zijn onafhankelijkheid en autonomie toonde.) Er was dus behoefte aan een “ballingschap light”. De procedure daarvoor is in Athene goed gedocumenteerd en staat bekend als het schervengericht of, als u chique wil doen, ostracisme, wat hetzelfde betekent.

Lees verder “Het schervengericht”

De Archidamische Oorlog (2)

Sfakteria, waar Kleon de Spartanen gevangen nam

 [Tweede deel van een reeks over de oorlog tussen Athene en Sparta. Het eerste deel was hier.]

Hoewel de Atheners hun kasboek niet op orde hadden en werden geconfronteerd met een tyfusepidemie en opstandige bondgenoten op Lesbos, zodat het er al met al niet goed voorstond, bleken de Spartanen niet in staat Lesbos hulp te bieden. Daarna durfden de Atheense bondgenoten niet meer aan opstand te denken. De Atheense staatsman Kleon kon daardoor het tribuut verhogen. Tegelijkertijd boekten capabele generaals als Nikias en Demosthenes goedkope maar spectaculaire overwinningen die veel deden om het Atheense prestige te herstellen.

Athene kreeg zelfs de overhand toen Demosthenes een fort bouwde in het zuidwesten van de Peloponnesos. Talloze Spartaanse staatshorigen (“heloten”) konden nu weglopen van het platteland, wat de economie van Sparta grote schade toebracht. Bovendien slaagde Kleon er in 425 in een Spartaans legertje tot overgave te dwingen. Het dreigement de krijgsgevangenen te doden was voldoende om Athenes vijanden te doen besluiten het platteland rond de stad niet meer te plunderen.

Lees verder “De Archidamische Oorlog (2)”

De Archidamische Oorlog (1)

Perikles (British Museum, Londen)

Een tijdje geleden blogde ik over het uitbreken van de Archidamische Oorlog. Er was een goed-doordacht vredesverdrag geweest tussen Athene en Sparta, het Dertigjarig Bestand, maar de diplomatieke complexiteiten waren groter dan het menselijk vernuft kon oplossen. In de crisis rond Korkyra waren de complexiteiten onbeheersbaar geworden en de oorlog was uitgebroken in 431.

Athene had toen de eerste slag al verloren: die om de publieke opinie. Het orakel van Delfi steunde Sparta en zelfs de Atheners twijfelden aan de wijze waarop Perikles de kwestie-Korkyra had afgehandeld. De erop volgende maanden droegen niet bij tot een afname van de spanningen. Rekening houdend met een conflict met Korinthe dwong Athene de stad Poteidaia, een Korinthische kolonie die tevens lid was van de Delische Zeebond, zich ondubbelzinnig vóór Athene uit te spreken. Het enige resultaat was een kostbare belegering en extra ergernis in Korinthe. Vervolgens legde Perikles de Korinthische bondgenoot Megara een handelsembargo op, waarschijnlijk met het doel verdere steun aan Korinthe te ontmoedigen.

Lees verder “De Archidamische Oorlog (1)”

Misverstand: Perikles’ strategie

Perikles (Altes Museum, Berlijn)

Misverstand: Perikles had de Peloponnesische Oorlog goed voorbereid

In 431 v.Chr. verklaarde Sparta de oorlog aan Athene, vrezend dat die stad te machtig zou worden en teveel invloed zou gaan uitoefenen, met name in de Griekse heiligdommen. Het beloofde een lange oorlog te worden, en de Spartanen stuurden meteen gezanten naar Perzië om daar hulp te vragen. De grote koning had echter geen belangstelling voor een conflict met Athene, dat zich al een generatie lang onthield van inmenging in de Perzische aangelegenheden.

Zoals destijds te doen gebruikelijk, probeerden de strijdende partijen elkaar schade toe te brengen door het platteland te brandschatten. De belegering van steden was een vaardigheid die men in Griekenland op dat moment nog slecht beheerste, maar het was mogelijk de tegenpartij de toegang tot haar akkers te ontzeggen en zo uit te hongeren. Het brandschatten bracht de Spartanen echter geen stap verder, aangezien de Atheners als enigen een vloot bezaten en hun voedsel konden aanvoeren van overzee. Ondertussen konden zij vanaf zee wel het land van de Spartanen en hun bondgenoten naar hartenlust plunderen. Zo hoefden ze het niet te laten aankomen op een veldslag met de geduchte Spartaanse troepen. Bovendien beschikte Athene over een met 6000 talenten zilver gevulde krijgskas, waar in vredestijd jaarlijks zo’n 1000 talenten bij kwamen. De Atheense generaal-politicus “Perikles had de oorlog goed voorbereid”, schrijven twee Nederlandse oudhistorici in een veelgebruikt handboek voor eerstejaarsstudenten.

Lees verder “Misverstand: Perikles’ strategie”

Misverstand: Democratie

De Atheense Volksvergadering wordt gekroond op een reliëf uit het Agoramuseum, Athene

Misverstand: Onze democratie komt uit Athene

Eén van de opvallendste trekken van het klassieke Athene was de democratie, een woord dat letterlijk betekent dat het volk, de demos, de macht uitoefende, kratein. De Atheense volksvergadering, waaraan zo’n zesduizend mannen deelnamen, had reële bevoegdheden. De Atheense historicus Thoukydides (ca. 460 – ca. 395) legt de politicus Perikles het volgende in de mond:

We hebben een staatsvorm die geen kopie is van de instellingen van onze buren. In plaats van anderen na te bootsen, zijn wij juist een voorbeeld voor hen. Onze staatsvorm heet een democratie, omdat ze in handen is van velen en niet van enkelen. In onze persoonlijke geschillen verzekeren onze wetten gelijk recht. (Thoukydides, De Peloponnesische oorlog 2.37.1; vert. M.A. Schwartz)

Menig modern politicus zou het niet anders zeggen. Het oude Atheense staatsbestel vertoont ontegenzeggelijk gelijkenis met ons politieke systeem. Maar dat de huidige westerse democratie op de Griekse terug zou gaan, zoals nog in 2007 in een Nederlands schoolboek werd vermeld, is nu net niet waar. Alleen het woord is uit het Oudgrieks overgenomen.

Lees verder “Misverstand: Democratie”

Marius in Karthago

De zogenaamde “Marius” (Glyptothek, München)

Terwijl u dit leest, zal ik vermoedelijk aan het ontbijt zitten in Tunis, wachtend op de chauffeur die ons straks zal rijden naar Annaba, het antieke Hippo Regius. Als die naam u iets zegt, is het omdat het de stad is waar Augustinus bisschop is geweest. Het is vandaag dus afscheid van Karthago, hoewel ik er volgend jaar zal terugkeren, en ik neem de gelegenheid te baat een van mijn favoriete Latijnse regels te citeren.

Over de Romeinse auteur Velleius Paterculus wordt soms wat lacherig gedaan omdat hij zich in zijn Romeinse Geschiedenis nogal bewonderend uitliet over keizer Tiberius (r.14-37). Het beeld van die keizer heeft nogal geleden onder het portret dat Tacitus een eeuw later van hem zou schilderen (en dat in feite een commentaar is op de toen regerende Hadrianus). We kunnen echter voorbij Tacitus kijken en constateren dat Tiberius, hoewel hij zijn fouten heeft gehad, het zo gek niet heeft gedaan en dat Velleius’ inschatting zo slecht niet is. Sterker nog: Velleius is helemaal zo’n beroerd historicus niet. Hij heeft tenminste gereisd, weet wat het is om in het leger te dienen, heeft een brede culturele belangstelling en heeft bestuurswerk gedaan. Zeker destijds waren dat aanbevelingen en voor wie “grotemannengeschiedenis” wil schrijven is dat nog altijd het geval.

Maar ter zake.

Lees verder “Marius in Karthago”