Huishoudelijke mededeling

U zult morgen merken dat de commentaarsectie op slot gaat. Daarvoor was geen nare aanleiding, zoals een vervelio die hier kwam zeeleeuwen of op een andere manier onze fascinerende huisregels negeerde. Integendeel, er is een leuke aanleiding: mijn vriendin en ik zijn de komende tijd in Irak. Als blogger houd ik zielsveel van mijn publiek maar eenmaal aan Babels stromen wil ik mijn aandacht hebben bij

  1. mijn vriendin
  2. andere zaken.

Bij die andere zaken mag u denken aan de verkiezingen die Irak aanstaande zondag organiseert. Maar u mag ook denken aan, ik noem eens wat, de Sumerische steden Uruk en Ur, aan de Babylonische stad Sippar en aan de Assyrische hoofdsteden Nimrud en Nineveh. De vlakte van Gaugamela zullen we wellicht zien vanaf een bergtop bij het klooster van Mar Mattai. Misschien kunnen we vanuit Mosul de Italiaanse opgraving in Hatra bezoeken. In het museum in Bagdad wil ik kleitabletten fotograferen die horen bij dit project. En het lijkt me leuk het Gilgameštablet te zien dat onlangs door de Green-collectie is teruggegeven. Ook de Moeras-Arabieren staan op het programma.

Lees verder “Huishoudelijke mededeling”

Tien jaar Mainzer Beobachter

Mainz in 1880

Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar. Ik ben op 14 juli 2011 begonnen met een stukje over Don Quichot en dit is de 4563e toevoeging. Ooit bedoeld om te schrijven over alles wat me te binnen schoot, is de Mainzer Beobachter (waarvan niemand bleek te begrijpen waarom die zo heet) in de loop van de jaren steeds meer een Oudheidblog geworden. Waarom dat zo is, leest u hier.

U reageerde in totaal zo’n 45.000 keer. Daarvoor dank! Hoewel ik de discussies soms te heftig vind, en ik twee keer een ban heb moeten uitdelen, ben ik blij met uw betrokkenheid. Ik heb vooral genoten van de stukken die u zelf aanleverde in de reeks geliefde boeken. Echt, dit zijn verrijkingen voor in elk geval mijn leven geweest en ik weet dat ook u dat zo heeft ervaren.

Lees verder “Tien jaar Mainzer Beobachter”

Livius.org, hoe verder?

Inscriptie van Antigonos (Archeologisch Museum van Amfipolis)

Jaren, jaren geleden moest ik concluderen dat ik de Livius.org-website eigenhandig om zeep had geholpen. Ooit was ik er trots op, want Livius.org was de grootste Oudheid-site ter wereld. Er was echter wat je noemt een fatal flaw: ik had een verzoek ingewilligd geen literatuurverwijzingen op te nemen, omdat studenten anders mijn pagina’s zouden overschrijven en als werkstuk inleveren. Ik vond dit destijds een vreemd verzoek – studenten hebben niets op het internet te zoeken, nog steeds niet – maar plagiaat schijnt inderdaad voor te komen. Ik willigde het verzoek dus in en maakte Livius.org zo minder nuttig dan het project had kunnen zijn. De Wikipedia haalde me later in, en terecht. Mijn trots haal ik nu uit het ontsluiten van duizenden foto’s.

De ontbrekende literatuurverwijzingen vormden niet het enige probleem. De software waarmee ik Livius.org heb gebouwd, verouderde. Ik schakelde over op een veelbelovend nieuw content management system, wat nogal een klus was. Bovendien was het, tot het allemaal handmatig overgezet was, lastig bestaande pagina’s te actualiseren en de annotatie toe te voegen. Het nieuwe content management system is sindsdien veelbelovend gebleven, en zo kwam het dat ik naar een gangbaarder systeem moest overschakelen. Dat gebeurt binnenkort en ik hoop daarna een begin te maken met het verbeteren van de bestaande pagina’s. En nog meer foto’s te ontsluiten.

Lees verder “Livius.org, hoe verder?”

Drie voorbeelden

Soms voel ik me de koning te rijk

Twee weken geleden bestond mijn blog acht jaar en ik had me voorgenomen een stukje te schrijven over drie blogs die me de afgelopen jaren als voorbeeld hebben gediend. De actualiteit sprong er die dag voor, maar eigenlijk had ik een compliment willen geven aan Peter Breedveld, een van de eerste bloggers in Nederland en qualitate qua iemand die allerlei dingen heeft bedacht.

Peter Breedveld

Zijn blog Frontaal Naakt had bijvoorbeeld aanvankelijk de vorm van een tijdschrift dat op zondag verscheen met een aantal stukken. Het was Breedveld die – vermoedelijk niet als enige maar wel als eerste binnen mijn horizon – zag dat die vorm niet werkt. Je moet je stukken verspreid over de week publiceren.

Ook als het gaat om het definiëren van een thema, is Breedveld een voorganger. Simpel gezegd: met schrijven over alles wat bij je opkomt of met het bijhouden van een kroniek van alledag draag je niets zinvols bij. Je moet een thema hebben om herkenbaar te zijn. Breedvelds blog is van breed en algemeen cultureel geradicaliseerd naar een verzameling (naar mijn smaak: te) scherpe stukken over iedereen die kritisch is over de multiculturele samenleving; zelf ben ik me gaan toeleggen op het informeren over de ontwikkelingen in de oudheidkunde. Dat is een andere richting maar dat doet niet af aan het feit dat ik me, net als Breedveld, ben gaan beperken. Een wegbereider moet hij helaas ook zijn op het gebied van modereren, het bannen van vervelio’s, het problemen krijgen met stukken en de noodzaak te beschikken over de adviezen van een jurist. Het feit dat Breedveld ondanks weerstand door blijft gaan, vind ik knap.

Lees verder “Drie voorbeelden”

De bloggersparadox

Ik heb nu ruim 3200 blogstukjes en ruim twee miljoen woorden geschreven, meestal over de Oudheid. Daarbij kan ik me weleens vergissen, maar trouwe lezers van deze blog weten dat ik ook weleens terugkom op een eerder oordeel en mezelf verbeter. U weet dat ik daarbij geen werkelijke agenda heb, of het moest zijn dat ik wil tonen waarom oudheidkunde een wetenschap is. Volmaakt ben ik allerminst, maar ik probeer naar eer en geweten te schrijven over het onderwerp dat me dierbaar is.

Gek genoeg is het problematisch. U vertrouwt me, maar alleen eerlijke mensen zijn zulk vertrouwen waard. Helaas moet ik, om zo nu en dan een bepaald punt te maken, van tijd tot tijd oneerlijk zijn. Daarin zit iets paradoxaals. En ik kom er niet werkelijk uit.

Lees verder “De bloggersparadox”

3000+1

Gevelsteen (Egelantiersstraat, Amsterdam)

Dit is een blog. Bloggen is, als journalistiek genre, nog vrijer dan het schrijven van columns. Je mag immers alles en bent niet gehouden aan woordenaantallen. De lezer heeft bovendien de mogelijkheid te antwoorden, wat voor de auteur een prettige manier is om zijn onwetendheid te verminderen. Misschien nog wel het aardigst van bloggen is dat de respondenten belang beginnen te stellen in elkaar, zoals toen vorige week iemand constateerde dat het stukje over zwaartekracht iets zou zijn voor de natuurkundeleraar die hier vroeger weleens antwoordde – hoe was het eigenlijk met hem? Kortom, bloggen is leuk.

Nou ja, meestal. Je moet soms wat alert zijn. Bijvoorbeeld omdat deze blog wat groot aan het worden is. De Livius Nieuwsbrief van gisteren was het 3000e stukje. Afgelopen augustus had ik gemiddeld 2200 lezers per dag en er zijn ook nog ruim 900 mensen die mijn verwarde flarden per e-mail ontvangen. Er liggen inmiddels zo’n 20.000 reacties; de laatste tijd zijn stukjes met twintig, dertig reacties niet ongebruikelijk meer. En daar, beste digitale vrienden, moet ik het vandaag even met u over hebben.

Lees verder “3000+1”

Google, Vici, Livius (en een hoop narigheid)

De door mij beheerde website Livius.org is ooit, midden jaren negentig, begonnen als een persoonlijke webpagina bij Planet.nl, heeft later een eigen URL gekregen en is langzaam gegroeid tot een kleine 3900 pagina’s met ruim 9000 eigen foto’s. Bij het bouwen heb ik twee fouten gemaakt. De eerste is dat ik op verzoek van enkele universiteiten, die bang waren dat mijn webpagina’s in studentenwerkstukken zouden worden geplagieerd, onvoldoende bronvermeldingen heb gedaan. Dat komt de bruikbaarheid nu niet ten goede en ik schrik altijd als studenten mijn website benutten. De tweede fout is dat ik te laat heb ingezien dat de klassieke html waarin ik de pagina’s maakte, uit de mode aan het raken was.

Sinds ik dat laatste ontdekte, ben ik bezig de website om te zetten naar een content-management-systeem. Dat schiet redelijk op, al zijn enkele pagina’s met Babylonische kronieken reddeloos verloren. Ik kan ook al wat dingen toevoegen – meest foto’s – en ik meende dat ik langzamerhand kon beginnen aan het verbeteren van bestaande pagina’s, toen slecht nieuws kwam, dat zou kunnen betekenen dat Livius.org in de huidige vorm gaat verdwijnen.

Lees verder “Google, Vici, Livius (en een hoop narigheid)”

Recensie: Livius.Org

Nee, het is me niet in mijn bol geslagen, dat ik mijn eigen website ga recenseren, Livius.Org. Ik doe het bij wijze van experiment. De achtergrond is dat steeds meer mensen hun informatie halen van het internet, een medium dat veel voordelen biedt. Mijn Amerikaanse vriend Bill Thayer is bijvoorbeeld bezig de tekst van Diogenes Laertius online te plaatsen en daarbij kun je met één muisklik van de Engelse vertaling naar het Griekse origineel springen. Online-pagina’s zijn ook makkelijker doorzoekbaar dan die van een boek. Een ander voordeel van het wereldwijde web is dat je nooit ver verwijderd bent van illustraties, achtergrondinformatie of de abstracts van recente wetenschappelijke publicaties. Geen boek kan daar tegenop.

Ik heb al een paar keer geschreven dat een boek wél iets anders kan: in de ongedifferentieerde nevenschikking van online-informatie (©Kris Peeters) kan een boek orde aanbrengen. Voor ik een boek recenseer, kijk ik dus eerst, zoals ik al eens schreef, of het wel iets toevoegt. Niemand zit te wachten op wéér een biografie van een Romeinse keizer of wéér een vertaling van een Grieks toneelstuk. Allemaal al online aanwezig. Wat we daar niet hebben, zijn overzichtswerken als Holger Gzella’s De eerste wereldtaal.

Uit het enorme belang van het internet vloeit voort dat, als de boekenbijlagen van onze kranten relevant willen blijven, ze ook websites moeten gaan recenseren – al was het maar één website per week. Wat ik me daarbij voorstel, kan ik het beste tonen door mijn eigen site te bespreken. Geen zorgen, ik zal mijn eigen loftrompet niet steken. Nou ja, een beetje dan.

Lees verder “Recensie: Livius.Org”

Lopende en juridische zaken

Een paar jaar geleden werd me duidelijk dat mijn website, Livius.org, verouderd begon te raken. Ik ben er midden jaren negentig mee begonnen en na tien jaar bleek dat de klassieke html niet de toekomst had. Het ding moest op de schop. Ik ben dus begonnen met het aanbrengen van een scheiding tussen fotografie en tekst. Later zijn beide delen overgezet naar een modern content management systeem. Dat moest handmatig gebeuren want de html-pagina’s waren nogal chaotisch. Ik had er 3653 te doen en daarvan zijn er inmiddels zo’n 3400 omgezet.

Wat nog niet is gedaan, zijn enkele pagina’s waar ook een Babylonische tekst te lezen valt. Die zijn nogal lastig. Evenmin gedaan zijn correcties, hoewel ik van talloze pagina’s weet dat er fouten in zitten. Aan beide problemen wordt gewerkt, maar ze staan even in de ijskast tot er wat technische toeters en bellen zijn toegevoegd.

Daar staat dan weer tegenover dat ik ben begonnen een Engelse vertaling van de Nieuwe geschiedenis van Zosimos online te plaatsen. Die was overigens al online, maar dat is een scan van een herdruk van een niet zo beste anonieme uitgave uit 1814, die weleens terug zou kunnen gaan op een vertaling uit de achttiende eeuw. De enige indeling die in die scan was aangebracht, was een pagina-verwijzing naar de 1814-uitgave. Ik breng nu, aan de hand van de Franse Budé-editie, hoofdstuk- en paragraafnummers aan. Ook controleer ik de eigennamen en nog zo wat zaken die bij het scannen slecht zijn doorgekomen.

Lees verder “Lopende en juridische zaken”

Groot onderhoud

Alweer een tijdje geleden kreeg deze blog een nieuwe lay-out, waardoor die op telefoons en tablets wat makkelijker valt te lezen. Een andere verandering was dat het beeldmateriaal wat prominenter werd: ik heb de kleine, 150 pixels brede plaatjes rechtsboven vervangen door een grote illustratie boven het stukje. Verder stond beeldmateriaal soms op de Livius.org-website, die echter op de schop is, zodat plaatjes waren verdwenen.

Een en ander dwong me alle blogstukjes eens langs te lopen en daar ben ik momenteel mee bezig. Sommige plaatjes, zoals de kop bij de Livius Nieuwsbrief, zijn bijvoorbeeld gestandaardiseerd, zodat u meteen weet wat u eraan heeft. De hand die boven dit stukje staat, geeft meestal aan dat een stukje wat overpeinzingen bevat over mijn schrijfwerkzaamheden. Ik heb nog meer van die leuke Amsterdamse gevelsteentjes kunnen toevoegen.

Lees verder “Groot onderhoud”