Het ontstaan van Marseille (1)

Marseille

In de eerste eeuw v.Chr. ontstonden enkele supergrote geschiedwerken. De Romeinse Geschiedenis van Quintus Valerius Antias telde ongeveer 80 boeken; de Wereldgeschiedenis van Nikolaos van Damascus was 144 boeken lang; Titus LiviusGeschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad bestond uit 142 boekrollen. Met 44 rollen was Pompeius Trogus’ geschiedwerk aan de korte kant, in tegenstelling tot de nogal opvallende titel: Geschiedenis van Filippos, het ontstaan van de hele wereld en de steden op aarde. Al deze werken zijn grotendeels verloren, maar gelukkig zijn er in de Oudheid al uittreksels gemaakt. Zo beschikken we wel over Justinus’ Epitome, een uittreksel uit de Geschiedenis van Pompeius Trogus.

De Epitome bevat een schat aan informatie, want Trogus had belangstelling voor de hele wereld. We zouden over de vroege geschiedenis van de Parthen een stuk minder hebben geweten als ook Justinus’ uittreksel verloren zou zijn gegaan. En we zouden het volgende pareltje niet hebben bezeten.

Lees verder “Het ontstaan van Marseille (1)”

Deel dit:

Een gesprek over kleuren bij Aulus Gellius

De Romeinse auteur Aulus Gellius (tweede eeuw na Chr.) beschrijft in zijn boek Attische Nachten een interessant gesprek over kleuren tussen twee intellectuelen uit zijn tijd, Favorinus van Arelate en Marcus Cornelius Fronto. Interessant is dat ze werkelijk over de linguïstische betekenissen van bepaalde kleurwoorden spreken en niet over het mengen van pigmenten. Favorinus zegt:

Er is meer verschil in de waarneming van onze ogen dan we in de woorden voor kleuren kunnen uitdrukken. Want om andere tekortkomingen buiten beschouwing te laten: voor de primaire kleuren rood (rufus) en groen (viridis) hebben we weliswaar maar één woord, terwijl er allerlei nuances zijn. Dit gebrek aan woorden zie ik in het Latijn meer dan in het Grieks. Weliswaar is de kleur rufus afgeleid van rubor (roodheid), maar vuur is een ander rood dan bloed, purper, saffraan of goud, en toch benoemt het Latijn deze afzonderlijke tinten rood niet met eigen, aparte woorden, maar vat het ze allemaal samen met die ene uitdrukking rubor – tenzij het een naam ontleent aan de zaak zelf en bijvoorbeeld zegt vurig (igneus), vlammend (flammeus), bloedig (sanguineus), saffraankleurig (croceus), purperen (ostrinus), gouden (aureus). Want de kleuren russus en ruber zijn weliswaar afgeleid van het woord rufus, maar verklaren niet al zijn eigenschappen. Daarentegen lijken ξανθός, ἐρυθρός, πυρρός, κιρρός en φοῖνιξ bepaalde gradaties rood weer te geven, doordat ze het ofwel versterken, verzwakken of door een gemengde nuance afzwakken.noot Aulus Gellius, Attische Nachten 2.26.

Lees verder “Een gesprek over kleuren bij Aulus Gellius”

Deel dit:

Het model van David Clarke

Het model van David Clarke (klik=groot)

Vorige week blogde ik over de Ladder van Hawkes: een manier om de relatie tussen de diverse oudheidkundige deelgebieden te conceptualiseren. Een archeoloog kan aan de hand van zijn vondsten vrij robuuste uitspraken doen over het technologisch peil van een samenleving, en als dat eenmaal is vastgesteld, blijft er maar een beperkt aantal configuraties over waarmee, op een hogere tree van deze “ladder”, de economie valt te organiseren. De economie stelt weer beperkingen aan de sociale verhoudingen, weer een tree hoger, en de sociale verhoudingen hebben weer enige invloed op de ideologie.

Er zit veel in dit concept dat de moeite van het overwegen waard is. Hoe hoger we komen op deze ladder, hoe minder robuust onze kennis is en hoe vaker archeologen een beroep moeten doen op andere vakgebieden. En er is een zwak punt: het is niet zo dat uitsluitend lagere treden beperkingen opleggen aan de hogere; het omgekeerde gebeurt ook. Het schema van de Britse archeoloog David Clarke, gepubliceerd in 1968, houdt daar rekening mee. Het is het plaatje hierboven. Het eerste wat opvalt is dat het enorm complex is, maar gelukkig heeft Kees Huijser, die dit plaatje voor u maakte, er kleur aan toegevoegd. Dat helpt.

Lees verder “Het model van David Clarke”

Deel dit:

Het verloren schaap

Goede herder (Musée archéologique de Sousse)

Het is zondag, dus ik blog over het Nieuwe Testament: zo’n fijne bron voor het leven van gewone mensen in de Romeinse wereld. Vandaag het verloren schaap, dat een rol speelt in Jezus’ prediking.

Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.” Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.”noot Lukas 15.4-7.

Lees verder “Het verloren schaap”

Deel dit:

D’Artagnan, archeologie en de waakhond

Generiek plaatje van D’Artagnan

Het bericht die je wist dat zou komen: er is van alles verkeerd gegaan bij het onderzoek in de kerk van Wolder bij Maastricht, waar het stoffelijk overschot zou liggen van D’Artagnan, zoals u tot vervelens toe hebt vernomen de vierde van Dumas’ Drie Musketiers. De beschuldigingen zijn niet mals: het botmateriaal is verstoord, de documentatie is gebrekkig, de resten zijn vervoerd in schepijsbakjes, de opgraver heeft op het graf gestaan, het onderzoek is niet uitgevoerd volgens de regels. De betrokken archeoloog, die vóór zijn pensioen veertig jaar heeft gewerkt in Maastricht, is aangehouden.

De berichtgeving bevat twee rode vlaggen: de eerste is dat men nog onderzoekt hoe groot de schade is en de tweede is dat degenen die dat onderzoeken, anoniem willen blijven. Ik wil geloven dat er iets grondig verkeerd is gegaan. Waar rook is, is meestal ook vuur. Als iemand echter tegenwerpt dat het lijkt op moddergooien als iemand de pers anoniem informeert over onderzoek dat nog moet plaatsvinden, dan denk ik dat ook daarvoor iets valt te zeggen. Ik schort mijn oordeel over wat zich daar in het zand heeft afgespeeld dus op, en bedek de naam van de betrokkene met de mantel der liefde.

Lees verder “D’Artagnan, archeologie en de waakhond”

Deel dit:

Voor-westerse geschiedenis (10) zeevaart

De bark van koning Khufu

Begin vorig jaar publiceerde ik met classicus Hein van Dolen een vertaling van de fragmenten die we nog hebben van de Fenicische Geschiedenis van Filon van Byblos. Een van die passages, onderdeel van het lange Fragment 2, is een opsomming van uitvindingen waardoor de mens meer mans was geworden. Hier zijn enkele voorbeelden die betrekking hebben op de scheepvaart:

  • Ousoös pakte toen een boom, brak de takken ervan af en waagde zich als allereerste op zee.
  • Een van hen, Chousour, bekwaamde zich in het spreken, bezweren en profeteren. … Hij vond ook vishaak, lokaas, snoer en vlot uit, waarmee hij als eerste mens heeft gezeild.
  • De Tweelingen of Kabeiren, Korybanten of Samothrakiërs waren de uitvinders van het schip.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (10) zeevaart”

Deel dit:

De weerwolf van Jan Wier (2)

Jan Wier

[Dit is de vertaling die Bas Jongenelen maakte van hoofdstuk 14 uit De lamiis liber, waarmee Jan Wier in 1577 aantoonde dat weerwolven niet kunnen bestaan. Een inleiding was hier en het Latijn is daar.]

Mensen kunnen door geen enkele kracht in beesten veranderd worden (hoofdstuk 14)

Aan de almacht van heksen wordt ook toegeschreven dat zij zich echt en geheel kunnen veranderen in wolven, bokken, honden, katten en dieren beesten; om hun lusten te bevredigen, en dat zij zich per direct weer terug kunnen veranderen in mensen. Zelfs door zeergeleerden wordt deze waanzin als absolute waarheid verdedigd.

Lees verder “De weerwolf van Jan Wier (2)”

Deel dit:

De weerwolf van Jan Wier (1)

Weerwolf (Lucas Cranach de Oude)

De wolf is een dier dat in veel verhalen voorkomt, zo zijn er de wolvin van Romulus en Remus, Fenrir uit de noordse mythologie, Isengrijn uit Vanden vos Reynaerde, de grote boze wolf uit Roodkapje, de drie biggetjes en de zeven geitjes. De wolf vinden we een fascinerend dier, zeer geschikt om literatuur mee te maken.

Griekse weerwolven

Een aparte categorie van wolven is de weerwolf. Voor de mensen die met (een onregelmatige) regelmaat de Mainzer Beobachter lezen is Lykaon waarschijnlijk de bekendste weerwolf. In zijn Metamorfosen beschrijft de Romeinse dichter Ovidius hoe Lykaon voor straf veranderd wordt in een wolf.noot Ovidius, Metamorfosen 1.207-243. Helaas voor de man blijft hij wolf, om nooit meer mens te worden.

Lees verder “De weerwolf van Jan Wier (1)”

Deel dit:

De Alexandersarcofaag

De Alexandersarcofaag achter spiegelend glas (Archeologisch Musea, Istanbul)

Osman Hamdi was een van de belangrijkste Ottomaanse archeologen, en het is aan hem te danken dat de koninklijke graven in Sidon in 1887 niet zijn geplunderd maar redelijk professioneel zijn opgegraven. Het gaat om twee complexen; het een was door antieke vandalen geplunderd, in het ander stonden de sarcofagen van een dynastie die in de vijfde en vierde eeuw v.Chr. regeerde over de Fenicische havenstad. De jongste van de stenen grafkisten staat bekend als de Alexandersarcofaag en was het graf van koning Abdalonymos (Abd-Elonim, “dienaar van de hoogste goden”). Deze koning van Sidon zou Alexander volgen tot in India.

Hamdi begreep meteen het belang van de vondst, borg alle sarcofagen en liet ze overbrengen naar het Ottomaanse Museum in Constantinopel, niet ver van het Topkapi-paleis. Daar staat de verzameling grafkisten nog altijd, al heet de instelling inmiddels de Archeologische Musea van Istanbul.

Lees verder “De Alexandersarcofaag”

Deel dit: