Het einde van de Oudheid

Drie gezanten op het Afrosiab-fresco (Samarkand)
Drie gezanten op het Afrosiab-fresco (Samarkand)

De foto hierboven is niet heel geweldig, ik weet het. De ruis is ontstaan doordat ik de foto nam in een nauwelijks verlicht vertrek: fresco’s verbleken immers als ze lang worden blootgesteld aan het volle daglicht en daarom heeft het Archeologisch Museum van Afrosiab in Samarkand deze schilderingen geplaatst in een kamer met alleen wat schemerlicht. De ruimte wordt bovendien kunstmatig gekoeld tot 17°, wat behoorlijk fris is als het buiten 30° is.

Al die zorg is terecht want de fresco’s, die in 1965 zijn opgegraven in het enorme ruïnecomplex Afrosiab, zouden werelderfgoed kunnen zijn. Het zijn er drie. De zuidelijke wand toont een processie: op olifanten, paarden en dromedarissen komt een enorme stoet mensen aan, met in hun midden koning Varkhuman, die u zo rond 650 na Chr. moet plaatsen. Er zijn ook offerdieren afgebeeld: niet alleen ganzen maar ook een prachtig opgetuigde hengst. Het is denkbaar dat Varkhuman een oeroud type offer bracht dat we het beste kennen uit India en dat daar aśvamedhá wordt genoemd: een paardenoffer waarmee een vorst zichzelf legitimeerde.

Lees verder “Het einde van de Oudheid”

Alexander in Oezbekistan

Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort
Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort

Ik had vandaag eigenlijk wakker zullen worden in Tasjkent, waar ik een groep zou rondleiden. Het Nationaal Museum van Oezbekistan stond op het programma, vol interessante oudheden, culminerend in een welhaast tempelachtige zaal voor de nationale held Timoer Lenk – die overigens leefde vóór de horde van Öz Bek zich vestigde in het land dat naar hem is vernoemd. Omdat mijn vader overleed, heb ik in Nederland moeten blijven. Een vriendin begeleidt de groep nu; ik heb dinsdag de groep uitgeleide gedaan op Schiphol; en ik kan niet méér doen dan een stukje schrijven over Alexander de Grote in Sogdië – zoals Oezbekistan heette voordat de Oezbeken zich daar vestigden. Huishoudelijke mededeling voor de trouwe lezers van deze kleine blog: morgen gaan we verder met de reeks over de monotheïsering van jodendom, christendom en heidendom.

**

Hoe raakte Alexander de Grote in vredesnaam verzeild in Sogdië, een land waarvan de Grieken nauwelijks iets wisten? Het antwoord “het behoorde bij het Perzische Rijk waarmee Alexander in oorlog was” is te makkelijk: in de eerste plaats omdat de Perzische controle informeel was – anders dan in Libanon of Egypte of Turkije is er in Oezbekistan geen monumentale Perzische architectuur opgegraven. In de tweede plaats omdat de oorlog, met de dood van de Perzische koning Darius III Codomannus, in feite ten einde was. De Griekse contingenten in Alexanders leger waren in de zomer van 330 al naar huis gestuurd en werden vervangen door Griekse huurlingen.

Lees verder “Alexander in Oezbekistan”

Amulet

Slangenamulet uit Soch (Nationaal Historisch Museum van Oezbekistan, Tasjkent)
Amulet met slangen uit Soch (Nationaal Historisch Museum van Oezbekistan, Tasjkent)

Om nog even in Oezbekistan te blijven: dit amulet is te zien in het Nationaal Historisch Museum van Oezbekistan in Tasjkent. Het is gemaakt rond 2000 v.Chr. en opgegraven in Soch in de Fergana-vallei. Dus helemaal in het oosten van het land. Archeologen rekenen deze regio tot de periferie van wat bekendstaat als het “Bactria-Margiana Archaeological Complex” (BMAC). Er is linguïstische discussie over de vraag of de sprekers de voorlopers zijn van de Indo-Iraanse talen of dat de sprekers van deze talen, door het gebied trekkend, woorden hebben overgenomen van de mensen uit het Bactria-Margiana Archaeological Complex.

Lees verder “Amulet”

Communistisch Oezbekistan

Sovjet-oorlogsmonument in Fergana
Sovjet-oorlogsmonument in de Fergana-vallei (oostelijk Oezbekistan)

Ik eindigde gisteren mijn stukje over de geschiedenis van negentiende-eeuws Centraal-Azië met de laatste van de “vier vegen” waardoor het gebied zijn huidige vorm kreeg: op de aanvankelijke integratie van de gebieden waren de komst van de moslims en de Mongolenstorm gevolgd, waardoor de religieuze etnische grenzen waren getrokken, en gisteren arriveerden dus de Russen. Zij onderwierpen de khanaten van Centraal-Azië en namen die op in een groter economisch stelsel, waarbij de katoenteelt en -industrie een rol speelden. Een industrieel proletariaat en een middenklasse begonnen te ontstaan.

En die mensen, of ze nu Oezbeeks waren of Turks of Mongools of Russisch, hadden redenen om ontevreden te zijn. De katoenproductie was namelijk zó intensief geworden dat er soms voedselschaarste was.

Lees verder “Communistisch Oezbekistan”

De Russen komen

De Russisch-orthodoxe kerk in Termez
De Russisch-orthodoxe kerk in Termez

Vorige maand schreef ik een reeks stukjes (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8) over de voor mij verwarde geschiedenis van Centraal-Azië, waarin ik probeerde wat structuur aan te brengen door haar te reduceren tot wat ik “vier vegen” noemde. Ik maakte de reeks nog niet af. De vierde “veeg” over de landkaart, de noordwest-zuidoostelijke beweging waarmee Centraal-Azië in de negentiende eeuw deel kwam uit te maken van het rijk van de Russische tsaar, was te recent. Ik wilde Oezbekistan eerst met eigen ogen hebben gezien. Vandaag echter de russificatie, morgen dan de staatsvorming, en overmorgen tot slot nog een Oezbeeks museumstuk om de reeks te brengen tot een voorlopig einde.

In feite hebben de Russen altijd belangstelling gehad voor Centraal-Azië: ze hadden vanouds te maken met de Mongolen. Toen de Oezbeken uit hun oorspronkelijke leefgebied wegtrokken en zich vestigden in het land dat nog altijd naar hen heet, ontstond ruimte voor Russische expansie naar het oosten, en deze expansie, eenmaal op gang gekomen, zou niet ophouden voor ze de Stille Oceaan had bereikt. De Russen bewogen dus gestaag naar het oosten en zuidoosten, langs de handelsroutes richting Khiva (aan de Amudarya, ten zuiden van het Aralmeer) en richting Tasj ofwel Tasjkent.

Lees verder “De Russen komen”

Oezbeekse trein

Waren alle treinen maar als kantoor bruikbaar.
Waren alle treinen maar als kantoor bruikbaar.

Ik weet het, vaste lezers van deze kleine blog, ik weet het. U wacht al weken op onze running gag, mijn maandelijkse mopperstukje over de spoorwegen in het algemeen en het forenzenleed in het bijzonder. U zult echter nog wat moeten wachten, want ik schrijf u vandaag vanuit de trein van Buchara naar Tasjkent, die met een mooi arabisme Shark heet, “oostwaarts”. Ik neem aan dat er ook een vanuit Tasjkent westwaarts rijdende Garb of – zoals de Oezbeken het wel zullen uitspreken – Gorb is.

Alles klopt aan de Shark. Het begint al als je aankomt in het station, waar het perronpersoneel over brede snorren gezag uitstraalt. Indrukwekkende uniformen ook: conducteurs zoals conducteurs eruit moeten zien. Er worden op het perron ook drankjes en kranten verkocht, wat bij mij meteen herinneringen opriep aan het oude station Roozendaal, waar in de jaren tachtig (toen ik daar als dienstplichtige vaker overstapte dan me lief was) nog iemand langs de rijtuigen kwam lopen en koffie, thee en limonade aanbood, die we dan aanpakten door het geopende raam.

Lees verder “Oezbeekse trein”

Joseph Wolff in Buchara

Joseph Wolff
Joseph Wolff

Joseph Wolff, die ik gisteren noemde in mijn verhaal over Stoddart en Connolly, was een van die bijzondere mensen waaraan de negentiende eeuw zo rijk is. Geboren in Beieren leefde hij in Engeland; geboren als jood werd hij christen, zelfs dominee. En zijn avonturen zijn spannender dan die van Indiana Jones. In 1845 waagde Wolff zijn leven om te achterhalen wat het lot van de twee Britse officieren was geweest. En niet alleen dat: hij was ook op zoek naar de tien verloren stammen van Israël, die ergens in het oosten zouden moeten wonen.

Anders dan de twee eerdere bezoekers aan Buchara, las Wolff zich in. Hij leerde de plaatselijke zeden en gewoonten, begreep hoe de Centraal-Aziatische diplomatie werkte en zorgde voor passende geschenken: horloges en een Arabische vertaling van Robinson Crusoë, een boek dat elke moslim moet hebben doen denken aan het verhaal  van Hayy ibn Yaqdhan van de twaalfde-eeuwse geleerde Ibn Tufail, en dus in goede aarde zou vallen. Hij had wél geloofsbrieven bij zich, niet alleen van koningin Victoria maar ook van Mohammad Sjah van Perzië; toen hij de citadel beklom, deed hij dat lopend; toen hij emir Nasrallah benaderde, wierp hij zich, zoals het hoorde, ter aarde en riep dat God groot was. En dat niet de voorgeschreven drie keer, maar dertig keer. De vorst vatte meteen sympathie op voor zijn gast, liet zijn orkest “God Save The Queen” spelen en stuurde ’s avonds een oosterse schone naar ’s dominees slaapkamer.

Lees verder “Joseph Wolff in Buchara”

Stoddart en Connolly in Buchara

De audiëntiehof in de citadel van Buchara, waar noch Stoddart, noch Connolly de juiste geloofbrieven wist te tonen.
De audiëntiehof in de citadel van Buchara, waar noch Stoddart, noch Connolly de juiste geloofbrieven wist te tonen.

Ik schrijf dit in Buchara, een plaats die mogelijk heeft gediend als residentie van Spitamenes, de man die in het voorjaar van 329 v.Chr. Bessos uitleverde aan Alexander, te laat ontdekte wat de Macedonische heerschappij inhield, in de late zomer in opstand kwam en het de Macedoniërs behoorlijk lastig maakte. Een Macedonisch leger dat richting Buchara werd uitgezonden, werd aan de rivier de Polytimetos (Zarafshan) door de Sogdiërs vernietigd. Pas in 327, na de stichting van steden als Kampyr Tepe en door de vestiging van duizenden Griekse huurlingen werd het gebied voldoende worden gepacificeerd om Alexander zonder gezichtsverlies verder te laten trekken.

De Macedoniërs bezetten Buchara later wel, maar de regio werd weer opgegeven. Pas in de Middeleeuwen kwam het waterrijke gebied in de Kyzyl Kum-steppe onder westerse aandacht, maar het zou tot de negentiende eeuw duren voor het echt goed bekend werd. De wederzijdse ontmoeting verliep, voorzichtig uitgedrukt, niet al te best, zoals de Britse kolonel Charles Stoddart tot zijn verdriet ondervond.

Lees verder “Stoddart en Connolly in Buchara”

Het einde van de reis

Een boeddhistische Alexander (Nationaal Museum, Tasjkent)

De Livius-website concentreerde zich aanvankelijk – we hebben het over de late jaren negentig – op twee gebieden waarover destijds weinig online-informatie bestond: Germania Inferior (ofwel de Lage Landen in de Romeinse tijd) en Perzië. Over beide onderwerpen schreef ik later een boek: De randen van de aarde en Alexander de Grote. Het eerste boek was makkelijker dan het tweede, want ik kende het gebied en hoefde maar een paar plekken langs te gaan. Een handvol autoritjes volstond.

Het Alexanderboek was veeleisender. In 2003 en 2004 trokken we door Turkije, door Iran en door Pakistan. Dat laatste land staat nog steeds op mijn verlanglijstje: het was zonder meer het vreemdste en daarom fascinerendste land. Ik had er langer willen blijven en ik geloof dat mijn vaste reisgenoot, met wie ik daarvoor Germania Inferior had verkend, er ook zo over denkt. We willen zien wat er van het land is geworden.

Lees verder “Het einde van de reis”

Het graf van Daniël

Het graf van Daniël in Susa
Het graf van Daniël in Sousa

In Sousa, in het zuidwesten van Iran, is een mooi mausoleum voor de profeet Daniël. Inderdaad, die van de leeuwenkuil en de voorspellingen aan de Babylonische koning Nebukadnezar. Dat de bewoners van Sousa geloven dat Daniël begraven zou liggen in Sousa, is op het eerste gezicht wat merkwaardig, omdat de joodse profeet toch vooral met Babylon wordt geassocieerd. Waarom denken mensen dat hij desondanks ligt in Sousa?

Het heeft te maken met de Arabische veroveringen en het ontstaan van de islam. De Arabieren hadden de stad ingenomen en waren al aan het plunderen, toen bij de rivier een mummie werd ontdekt. De veroveraars wilden die kapotmaken, toen iemand hun voorhield dat ze het lichaam wilden vernietigen van de profeet Daniël. Dit weerhield de moslims, en zo bleef de mummie bewaard. Het is echter wat curieus, want Daniël wordt nergens in de Koran genoemd. De gebeurtenis illustreert hoezeer de vroege islam openstond voor allerlei ideeën uit de monotheïstische religies. De islamitische leer was nog niet uitgekristalliseerd.

Lees verder “Het graf van Daniël”