Samarkand

De oude citadel van Samarkand, waar Alexander trouwde met Roxane.

U kent dat wel: in de buurt van een museum zitten mensen die u proberen wat souvenirs aan te smeren. Storend, maar als je eenmaal binnen bent, ben je ervan verlost. Zo niet in Samarkand, waar de directie van het archeologisch museum de verkopers toestemming heeft verleend hun waren aan u op te dringen in de zalen. Ik begrijp werkelijk niet wat de directie hiertoe heeft bewogen, want niet alleen is het irritant, er wordt ook voortdurend gesproken, zodat gidsen weer luider moeten spreken en er uiteindelijk Mauritshuisachtige toestanden ontstaan.

En dat is jammer, want de collectie, die we gisteren bekeken, en de opgraving, die we vandaag bezochten, is zó de moeite waard dat twee dagen te weinig is. Het is niet veel overdreven te zeggen dat Samarkand een van de belangrijkste culturele centra van Centraal-Azië is geweest, en daarmee het middelpunt van de oude wereld, die immers bestond uit een periferie van beschavingen – het Romeinse Rijk, Griekenland, Mesopotamië, Perzië, India, Tibet, China – rond een Centraal-Aziatisch centrum, waarvan Samarkand dan weer het midden vormde. De stad was, om zo te zeggen, eeuwenlang de as waarom de wereld draaide.

Lees verder “Samarkand”

Het einde van Bessos

De “IJzeren Poort”, waar Bessos werd gedood.

In de zomer van 330 v.Chr. werd de Achaimenidische koning Darius III vermoord. Wie de moordenaar was, zullen we wel nooit weten: we hebben als bronnen alleen de teksten over de regering Alexander de Grote, die de officiële Macedonische propaganda weergeven dat Darius was gedood door zijn eigen hovelingen. Dat dit verhaal Alexander érg goed uitkwam, wil uiteraard niet zeggen dat het niet waar is. We weten het gewoon niet. Testis unus testis nullus, één bron is geen bron.

De nieuwe Perzische koning was de satraap van Baktrië, Bessos. Dat was niet meer dan logisch, want de satraap van dit gebied was doorgaans de beoogde troonopvolger. Uit een kleitablet weten we dat Bessos meteen werd erkend. De Griekse bronnen, die zeggen dat Bessos niet meer was dan een van de veronderstelde samenzweerders en pas later koning werd, zijn onjuist. Zijn troonnaam was Artaxerxes V en enkele onlangs gevonden Afghaanse perkamenten werpen wat licht op zijn bestuurlijke maatregelen.

Lees verder “Het einde van Bessos”

Boeddha als Herakles

Boeddha als Herakles op een beeld uit Oud-Termez

Ik vertelde gisteren hoe de Grieken in Baktrië, het noorden van Afghanistan en het Surkandarya-district in Oezbekistan, waren aangekomen: eerst als ballingen, later als een door Alexander de Grote geïniteerde volksplanting. Kampyr Tepe is een van de zo ontstane Graeco-Baktrische versterkingen.

Vanaf de vroege tweede eeuw waren deze Grieken onafhankelijk onder eigen koningen, waarvan ik Demetrios de Onoverwonnene al eens noemde, de vorst naar wie Termez, ooit Demetria, is vernoemd. Er zijn andere theorieën, waaronder de Indische etymologie Taro Maetha, “overkant”. Deze naam kan zijn gegeven door Boeddhistische monniken die aan de zuidkant van de Amudarya zouden hebben gewoond en zich later aan de overzijde vestigden.

Lees verder “Boeddha als Herakles”

Kampyr Tepe

Huizen in Kampyr Tepe
Huizen in Kampyr Tepe

Het zuiden van Oezbekistan bestaat uit de vlakte langs rivieren als de Surkandarya en Amudarya. In de Perzische tijd werd het gebied gerekend tot Baktrië en gold het als het district waar de kroonprins kon leren besturen, ongeveer zoals de Franse kroonprins de Dauphiné had en zijn Engelse collega Wales.

Baktrië was ook het gebied waarheen de Perzische koning mensen liet deporteren: de Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt bijvoorbeeld dat de bewoners van het Libische Barka naar het verre oosten werden afgemarcheerd. Latere Griekse historici schrijven dat Alexander de Grote in 329 v.Chr. in de omgeving van Termez werd verwelkomd door de afstammelingen van Griekse ballingen. Ondanks het gastvrij onthaal liet Alexander ze allemaal doden, omdat hun voorouders niet méér tegen de Perzen hadden gevochten.

Lees verder “Kampyr Tepe”

Kara Tepe

De noordelijke sector van Kara Tepe
De noordelijke sector van Kara Tepe

Te zeggen dat Kara Tepe lastig bereikbaar is doordat het ligt in het Oezbeeks-Afghaanse grensgebied, is een understatement: de opgraving ligt op een militair oefenterrein. Als je van de kazerne naar de eigenlijke heuvel loopt, struikel je over de patroonhulzen en het schroot. De veiligheidsmaatregelen grenzen aan paranoia, maar je kunt een vergunning krijgen om de plaats te bezoeken – nog bedankt, Vincent – en zaterdag ben ik er geweest.

De Indo-Grieken

Om Kara Tepe te begrijpen, moeten we eerst even kijken naar de buurstad, Termez. Die naam is vrijwel zeker afgeleid van “Demetria”: een hellenistische stad, aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. gesticht door koning Demetrios I van Baktrië (zoals Zuid-Oezbekistan en Noord-Afghanistan toen heetten). Deze vorst stelde belang in de Punjab en beschermde het boeddhisme; er kunnen in zijn tijd al kloosters zijn geweest in Demetria.

Lees verder “Kara Tepe”

Toerist in Margilan

Geschilderde decoratie in de moskee in Margilan
Geschilderde decoratie in de moskee in Margilan

Eerst maar even de disclaimer die hoort bij mijn korte doch irrelevante reeks “toerist in”: ik ben voor het eerst in Oezbekistan en heb nog niet het idee dat ik er met veel verstand van zaken over kan schrijven. Desondanks neem ik u vandaag mee naar een moskee in Margilan in de Fergana-vallei. Gebrek aan kennis van zaken heeft immers nog nooit oudheidkundige ervan weerhouden zijn mening te geven.

Margilan is een oeroud koopmansstadje, één van de kandidaat-locaties van een in deze contreien gelegen stad Antiochië. Er wordt zelfs verteld dat Alexander de Grote hier is geweest en dat de plaatselijke bevolking hem toen onthaalde op murk (“kip” in de Indo-Iraanse talen) en naan (“brood”), waarvan “Margilan” dan zou zijn afgeleid. Dat is natuurlijk onzin, al was het maar omdat Alexander hier nooit is geweest, maar dat Margilan oud is, staat buiten kijf. Het werd pas in de twintigste eeuw overvleugeld door het nabijgelegen militaire garnizoen en bestuurscentrum Fergana, waarvan Margilan nu in feite een buitenwijk is.

Lees verder “Toerist in Margilan”

Toerist in Fergana

Quwa, standbeeld van Al-Farghani
Quwa, standbeeld van Al-Farghani

Ik ben voor het eerst in Oezbekistan en heb niet de pretentie u met deze stukjes veel wereldschokkende dingen te vertellen. Het zijn maar wat eerste indrukken, en zelfs die zullen u niet veel zeggen. Ik kan wel schrijven dat de weg naar de Kamchik-pas door het Qurama-gebergte me deed denken aan de weg over de Sannine in Libanon, maar dat helpt u vermoedelijk weinig verder en wekt vooral de indruk dat ik lijd aan een acute vorm van name dropping.

Voorbij opgemelde bergpas ligt, in het oosten van Oezbekistan, de Fergana-vallei. Stelt u zich dat niet als een dal voor, want het gaat om een gebied zo groot als Nederland en net zo vruchtbaar. Ik zag er appelbomen, platanen, peppels en moerbeibomen, terwijl er op allerlei plaatsen vrouwen bezig waren katoen te oogsten.

Lees verder “Toerist in Fergana”

Toerist in Tasjkent

Onafhankelijkheidsmonument (detail)
Onafhankelijkheidsmonument (detail)

Wat weet je over een land waar je voor het eerst komt? Je las een artikel in de encyclopedie, bestudeerde een reisgids, las een paar boeken. Wie, zoals ik, oudheidkundige is, kan een deel van de oude geschiedenis plaatsen, maar kent de recentere geschiedenis daarmee nog niet. Pas als je er eenmaal bent, vertellen de mensen je iets over het echte leven en pas dan begin je iets te begrijpen.

Het blijft echter subjectieve informatie, afkomstig van het Engelssprekende deel van de bevolking, afkomstig van stedelingen, afkomstig van mensen die het niet per se precies weten. Kortom, wat ik de komende dagen over Oezbekistan zal schrijven, is niet de hele waarheid. Het zijn maar wat losse impressies.

Lees verder “Toerist in Tasjkent”

Dooie stenen

Taxila-Sirkap: Boeddhistische stupa met korinthische pilasters.
Taxila-Sirkap: Boeddhistische stupa met korinthische pilasters.

Als deze blogpost geautomatiseerd online gaat, ben ik in Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan. Vermoedelijk ben ik gebroken van een nachtvlucht met een overstap in Istanbul, heb ik allerlei douaneformaliteiten achter de rug en probeer ik, als u dit leest, nog wat slaap in te halen in mijn hotelkamer. Ik ben wel eens makkelijker op reis geweest. Waarom doe ik dit? Waarom heb ik mijn (uitstekende) agent het leven zuur gemaakt met verzoeken om onmogelijke vergunningen? Waarom heb ik de afgelopen weken geprobeerd vat te krijgen op de complexe geschiedenis van een land waarmee ik weinig aanknopingspunten heb? Waarom, als ik ook gewoon thuis kan zitten met een boek en een biertje erbij? Of, zoals een bevriende classicus gekscherend zei: “Waarom waag je je leven voor een paar dooie stenen? Dat zal ik wel nooit begrijpen.”

“Because it’s there,” citeerde ik, maar dat is natuurlijk geen echt antwoord. De echte reden is echter heel serieus: omdat ik de klassieken beter wil begrijpen.

Lees verder “Dooie stenen”

De eerste Oezbeken

Shahkrisabz
Shahrisabz

In mijn reeks (1, 2, 3, 4, 5, 6) over de geschiedenis van Centraal-Azië vertelde ik gisteren hoe de Mongolen in de dertiende eeuw de etnische kaart opnieuw tekenden. De oude, Iraanse volken trokken zich terug in Perzië en Tajikistan, terwijl het gebied dat wij kennen als Turkmenistan, Oezbekistan en Kazachstan werd overgenomen door de Mongolen en de Turkse volken. Dit was, om het beeld te herhalen dat ik al tot vervelens toe heb gebruikt, de derde van de vier “grote vegen” waartoe ik de geschiedenis van Centraal-Azië probeer te reduceren.

De menselijke prijs van de Mongoolse veroveringen was immens, maar er was één positief gevolg: van Boedapest tot Burma en van Beijing tot Bagdad vormde Eurazië een eenheid, waardoor de handel kon opbloeien. Marco Polo is maar één voorbeeld van een reiziger in dit gebied. Een minder voor de hand liggend voorbeeld is de pestbacil, die in de veertiende eeuw van Tibet naar de Krim kon reizen en daarvandaan zijn verwoestende werk kon doen in West-Europa.

Lees verder “De eerste Oezbeken”