Toerist in Madrid (1)

Madrid

Een tijdje geleden, in de zomer van 2023, bezocht ik Andalusië, waar ik – in het kader van mijn reeks over Julius Caesar – het slagveld van Munda kon bekijken. Tijdens die korte reis realiseerde ik me ineens weer hoe prettig ik Spanje had gevonden bij een eerder bezoek, eind jaren tachtig. Na dat bezoek had ik mijn doctoraalscriptie gewijd aan een vergelijking van de romanisering en arabisering, maar daarna was Spanje uit mijn belangstelling verdwenen. Mocht Spanje na na 2023 nog niet voldoende op mijn netvlies hebben gestaan, dan keerde het afgelopen najaar terug, toen ik werd uitgenodigd voor het Hay Festival. De vaste lezers van deze blog hebben de laatste tijd allerlei blogjes over antiek, laatantiek en middeleeuws Spanje zien langskomen.

Gisteren zijn mijn betere helft en ik hier gearriveerd. We hebben de reis al weken geleden voorbereid, want we willen een zwerftocht maken en helaas is autohuur geen optie. Al in november hebben we dus de treinen en de bussen geboekt, zodat we konden profiteren van de korting van Black Friday.noot Ik moet toch eens opzoeken wat dat nou eigenlijk is. Het idee is dat we steden gaan bezoeken met een Romeins, Visigotisch of Arabisch verleden. We zullen zeker niet verzuimen de kathedralen te bekijken en de man die vreesde dat we naar een stierengevecht zouden gaan kijken, kan gerust zijn: die staan niet op ons programma. Ergens herneem ik mijn doctoraalscriptie over romanisering en arabisering, maar het is vooral fijn om voor het eerst in ruim zes jaar met mijn vriendin langer dan een midweek of een weekend op pad te kunnen.

Lees verder “Toerist in Madrid (1)” →

De verledens van Spanje (3)

Romeins en Arabisch Spanje bij elkaar in Málaga

Wat ik met de twee voorgaande blogjes (een, twee) heb willen vertellen, is dat het beeld van het verleden van Spanje verandert doordat de wind uit een andere politieke en culturele hoek is gaan waaien, wat een beetje de dagelijkse omgang is met het verleden, terwijl er tegelijk ook echte wetenschappelijke ontwikkelingen zijn: nieuwe technieken, nieuwe vragen, nieuwe data, nieuwe onzekerheden, nieuwe hypothesen. Die leiden overigens en gelukkig niet meteen tot nieuwe conclusies.

Je mag voor de toekomst verwachten dat onderzoekers, nu er allerlei nieuwe bioarcheologische technieken zijn, zullen gaan kijken naar de routes waarlangs herders hun kuddes verweidden. Mij zou het niet verbazen als vee over grotere afstanden blijkt te zijn verplaatst dan we zouden verwachten aan de hand van de bekende cañadas, want dat is in elk geval elders in Europa bewezen: denk aan de Romeinse herders die van Schotland naar Zuid-Engeland kwamen. Dat documenteert dan ook weer de verspreiding van ideeën. De DNA-revolutie is vooral een hermeneutische revolutie, net wat u zegt.

Lees verder “De verledens van Spanje (3)” →

De verledens van Spanje (2)

Een Dressel-20-amfoor (Archeologisch Museum, Córdoba)

Het is niet voor niets dat we wetenschappers en erfgoedspecialisten faciliteiten bieden. We krijgen daar als samenleving immers iets voor terug. Dat kan bijvoorbeeld ontstaansgeschiedenis zijn, zoals ik in het vorige blogje illustreerde aan de hand van de visies op het Spaanse verleden: eerst was er een frame waarin de maatschappelijke, linguïstische, religieuze en nationale eenheid centraal stond, de afgelopen halve eeuw groeide een beeld dat meer ruimte liet aan variatie. Volgden oudheidkundigen en mediëvisten aanvankelijk een door nationalistische historici bepaalde visie, ook na 1975 volgden ze andermans agenda. Weliswaar een sympathiekere agenda, maar toch: de wetenschap handelde niet autonoom.

De sociale wetenschappen

Er zijn ook betere manieren om betekenis toe te kennen aan het verleden, ook al is dat voorbij en betekenisloos, en ook al is het door de schaarste van de ambigue archeologische en tekstuele data slecht kenbaar. Eén van die betere manieren is vertellen hoe de samenleving zich ontwikkelde.

Lees verder “De verledens van Spanje (2)” →

De verledens van Spanje (1)

Het beeld van Leovigild, vóór het koninklijk paleis in Madrid, claimt de laatantieke vorst als voorloper van de koningen van Spanje.

Archeologische vondsten zeggen eigenlijk maar weinig. Ze moeten worden geïnterpreteerd: die scherven vormden ooit een kruik, die kruik bevatte olijfolie, de klei van die kruik komt uit de vallei van de Guadalquivir, en omdat ze is opgegraven in Rome duidt die kruik op handel. Maar ook zo’n geïnterpreteerde vondst is niet waarom wij, als samenleving, de mogelijkheid garanderen dat wetenschappers hun intellect, tijd en energie besteden aan archeologie. Wat kan het ons immers schelen dat Rome negentien eeuwen geleden Spaanse olijfolie importeerde? Wat hebben wij, om met Halbe Zijlstra te spreken, aan opgegraven potten en pannen, geïnterpreteerd of niet?

Die vraag kunnen we ook stellen bij historische gebeurtenissen. U en ik worden niet gelukkiger of wijzer als we weten dat in de late eerste eeuw na Chr. de Romeinse gemeentewetten in Spanje volgens een standaardmodel zijn geharmoniseerd. Er is méér nodig om zulke gegevens betekenis te geven. De resultaten van archeologisch en historisch onderzoek, en ook dat van het onderzoek van classici, krijgen pas zin als ze in een groter kader zijn geplaatst.

Lees verder “De verledens van Spanje (1)” →

De Dame van Elche

De Dame van Elche (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)

Ik heb nog nooit iemand ontmoet niet onder de indruk was bij het zien van een afbeelding van de Dame van Elche. Niet dat ik dit heb getoetst door middel van een representatief bevolkingsonderzoek, maar alleen al uit het afgelopen halve jaar herinner ik me een stuk of vijf mensen die zich er ongevraagd positief over uitlieten.

Ontdekking

Het beeld is in 1897 gevonden bij Elche (of Elx, zoals men ter plekke zegt), waar een antieke stad lag die de Grieken Helike noemden en de Romeinen Ilici. Lange tijd is beweerd dat de ontdekker een veertienjarige jongen was die Manuel Campello heette. Zo’n verhaal past goed bij het slappe format “niet-archeoloog doet ontdekking en zorgt dat het bij de autoriteiten komt en het blijkt belangrijk en nou is de wetenschap heel erg blij”. Archeologen gebruiken dit format graag om mensen ervan te overtuigen vondsten te melden. Dat die vondsten zelden werkelijk belangrijk zijn, wordt er nooit bij gezegd, en ik voel me altijd ongemakkelijk als ik weer lees dat een kind, een wandelaar of een soldaat die een schuttersputje aan het graven was, een vondst deed en meldde. Wetenschappelijke persberichten zijn er om te informeren, niet om te nudgen.

Lees verder “De Dame van Elche” →

Francisco Franco

Francisco Franco, dat was iemand uit mijn jeugd. In Apeldoorn, waar ik opgroeide, hingen posters met daarop een vrouw voor een garrote en het opschrift “Spanje. Adembenemend vakantieland”. Ik begreep niet goed waar dat op sloeg, maar mijn moeder legde uit dat in Spanje zwangere vrouwen ter dood waren veroordeeld. Uit het feit dat ik dit na een halve eeuw nog herinner, mag u afleiden dat ik er behoorlijk overstuur van was. Ik heb ter voorbereiding van dit blogje opgezocht wat er destijds speelde, en weet nu dat de internationale verontwaardiging waar ik in 1975 een glimp van heb opgevangen, ertoe leidde dat de doodstraf van de vrouwen niet is voltrokken en dat vijf anderen zijn doodgeschoten – meer details hier.

Franco, dat was verder de grap van Chevy Chase dat generalísimo Francisco Franco nog steeds dood was. Maar uiteraard viel er niets te lachen in een land waar het überhaupt overwogen worden kon zwangere vrouwen te binden aan de wurgpaal. Een land waar een dictator aan de macht was gekomen met een strategie die erop neerkwam dat hij zijn tegenstanders niet versloeg maar uitroeide. Een dictator die zich eerst aandiende als falangist en vervolgens, toen de As-mogendheden waren verslagen, als rooms-katholiek. Een rooms-katholicisme dat zó reactionair was dat zowel de falangisten als het Vaticaan zich ervan distantieerden.

Lees verder “Francisco Franco” →

Modern Spanje

Toen ik in september Segovia bezocht, ontmoette ik Giles Tremlett, de auteur van Ghosts of Spain, het boek dat ik had willen lezen vóór ik naar Spanje reisde. Het was er niet van gekomen en ik had het boek zelfs niet meegenomen als vliegtuiglectuur. Dat ik het niet bij me had nu ik aan tafel zat tegenover de auteur, was jammer, want het is fijn als je iemand kunt complimenteren, en het is ook leuk voor een schrijver als hij “in het wild” een lezer ontmoet. In dit geval was het zelfs dubbel jammer, want dit is een boek dat schreeuwt om aanvullend commentaar. Ik had het daar in Segovia aan de auteur kunnen vragen.

Geesten uit verleden

Ghosts of Spain verscheen voor het eerst in 2006. Tremlett, correspondent voor The Guardian, zette zijn persoonlijke indrukken over zijn tweede vaderland op papier, niet heel lang nadat een vastgoedschandaal in Marbella de banden tussen openbaar bestuur, bedrijfsleven en misdaad had blootgelegd, en ook niet heel lang na de reeks terroristische aanslagen op enkele treinen naar spoorwegstation Madrid Atocha. Tremlett herkende dat in de politiek oude tegenstellingen (de “geesten” uit de titel) terugkeerden, en schreef zijn boek tegen die achtergrond. Daarop volgden de bankencrisis van 2008 en de eurocrisis van 2011, zodat Tremlett in 2o12 Ghosts of Spain opnieuw uitgaf met een extra hoofdstuk. Inmiddels schreeuwt het boek om nog een extra hoofdstuk, want we zijn alweer dertien jaar, een nieuwe koning en vier kabinetten verder. Dáár had ik Tremlett dus wel wat over willen vragen.

Lees verder “Modern Spanje” →

Tartessos

Armband uit El Carambolo (Nationaal archeologisch museum, Madrid)

Ergens rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. naderde een Perzisch leger de Griekse stad Fokaia in Ionië, in het westen van het huidige Turkije. Als Herodotos het daarover heeft, last hij een van de uitweidingen in die zijn werk zo onderhoudend maken.

De Fokeeërs zijn de eerste Grieken geweest die verre zeereizen hebben ondernomen. Het is aan hen te danken dat de route naar de Adriatische Zee, Etrurië, Iberië en Tartessos bekend is geworden. … Op een van hun tochten zijn ze dus in Tartessos beland. Hier kwamen ze op goede voet te staan met de plaatselijke heerser, een zekere Arganthonios, die niet minder dan tachtig jaar heeft geregeerd en al met al honderdtwintig jaar oud is geworden. Hij is zo op ze gesteld geraakt dat hij hun in het begin zelfs heeft aangeraden om Ionië voorgoed te verlaten en zich in zijn rijk te vestigen, ze mochten zelf een plaats uitkiezen. De Fokeeërs gingen hier niet op in.noot Herodotos, Historiën 1.163; vert. Van Dolen.

Lees verder “Tartessos” →

Nogmaals El-Andalus

Een tijdje geleden blogde ik over het boek Muslim Spain Reconsidered (2014) van Richard Hitchcock over de geschiedenis van…, eh, ja, hoe moeten we dat nou noemen? Arabisch Spanje? Nee, want er is ook Portugal, en veel mensen in het Emiraat van Córdoba (en zijn opvolgerstaten) beschouwden zich niet als Arabieren. Islamitisch Iberië? Onnauwkeurig, want er waren lange tijd grote christelijke en joodse minderheden. Ik koos destijds voor El-Andalus, en doe het vandaag opnieuw, maar het is een verlegenheidsoplossing. In elk geval: de tijd waarin Arabischsprekenden heersten over het Iberische Schiereiland.

Die vervelende hype weer

Ik las er inmiddels nog een ander boek over: Kingdoms of Faith (2021) van de Amerikaanse mediëvist Brian A. Catlos. De kritiek die ik had op het hierboven genoemde boek, namelijk dat ik niet herkende wat er nou reconsidered was, is ook dit keer van toepassing. Dat religie niet zo belangrijk was als eerdere auteurs hebben beweerd? Dat wist ik als student al. Dat de reconquistà grotendeels een later verzonnen mythe is? Ook geen nieuws.

Lees verder “Nogmaals El-Andalus” →

Theodomir

Zomaar mooi kapiteel uit het Rijk van Toledo (Archeologisch museum, Mérida)

Een tijdje geleden postte ik enkele blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland in 711 na Chr. Simpel samengevat stak generaal Tariq ibn Ziyad vanuit de Maghreb over naar Andalusië, waar hij Roderik versloeg, de koning van het Rijk van Toledo. Na dit eerste succes arriveerde een tweede Arabische strijdmacht, en vervolgens liepen de twee legers de regio volledig onder de voet. De verovering werd vereenvoudigd door verdragen te sluiten met lokale leiders, zoals een zekere Theodomir. Die erkende de Arabieren als gezaghebbers en kreeg in ruil erkenning als heerser van het zuidoosten van Spanje.

Voor mijn eerdere blogjes was Theodomir niet meer dan een voorbeeld van het soort verdragen dat de Arabieren sloten om hun gezag te vestigen. Er valt echter meer over deze man, die zo mooi de overgang van Late Oudheid naar Middeleeuwen markeert, te vertellen. Maar eerst iets over de context: wat de laatste generatie zou blijken te zijn van het Rijk van Toledo. En voor we dáár aan toekomen, moet ik nog wat verder terug, namelijk naar het midden van de zesde eeuw.

Lees verder “Theodomir” →