Gekooide vogel

Een gekooide vogel en een vrije patrijs (Folklore-museum, Amman)

Het bovenstaande mozaïek met een gekooide en een vrije vogel fotografeerde ik in het Folklore-museum in Amman maar het is afkomstig uit Jerash, het antieke Gerasa, een enorme ruïnestad in het noordwesten van Jordanië. Meer specifiek: ze komen uit de zesde-eeuwse kerk van de heiligen Elias, Maria en Soreg. De afbeelding is niet heel ingewikkeld: twee patrijzen, waarvan één in een kooitje.

Ik heb ze wel vaker gezien, meestal in het oostelijk Middellandse Zee-gebied, maar ook in Italië. Ik begrijp echter dat het motief is ontleend aan de klassieke wereld: stoïcijnse filosofen als Seneca en neoplatonisten als Porfyrios vergeleken de menselijke ziel met een vogel in een kooi. Het verlangen van de vogel om weer langs de hemel te kunnen vliegen is hierbij te vergelijken met het verlangen van de ziel om weer vrij te zijn en naar zijn hemelse oorsprong terug te keren.

Lees verder “Gekooide vogel” →

Zosimos’ staatsleer

De oude goden waren voor Zosimos reëel (detail van de Elgin Marbles, British Museum)

Ik heb op deze plek al eens eerder verteld over Zosimos, de Byzantijnse auteur die in feite de eerste historicus is geweest van de Val van het Romeinse Rijk. Aan het begin van de zesde eeuw beschreef hij hoe het wereldrijk werd bedreigd, hoe de bestuurders – de keizers Constantijn en Theodosius voorop – fout op fout stapelden en zo vrij baan gaven aan de barbaren.

Barbaren die eigenlijk zo heel barbaars niet waren. Een Alarik, die in 410 Rome belegerde, wilde vrede en bood alleszins redelijke voorwaarden aan de stad die hij blokkeerde, maar de burgers wezen die af. Als ze hun eed nooit te capituleren nou bij de goden hadden afgelegd, zeiden ze, hadden ze mogen rekenen op de goddelijke mildheid, maar ze hadden gezworen bij de keizer en dat was natuurlijk iets anders. Door dit antwoord werd de plundering van Rome onafwendbaar en voor Zosimos was dit het beste bewijs dat wie de oude goden verliet, alleen kon afstevenen op het allerergste.

Lees verder “Zosimos’ staatsleer” →

Romeinse klimaatcrises

De ondergang van het Romeinse Rijk vormt welhaast een eigen literair genre. Steeds herkent een auteur in de Late Oudheid een bezorgdheid uit zijn eigen tijd en dist hij daarover een dramatisch verhaal op. Dat kruidt hij vervolgens met wat citaten van Edward Gibbon, wiens Decline and Fall (1776-1788) het beroemdste voorbeeld is van dit genre. Tot slot serveert de auteur het resultaat met een saus van apocalyptiek, want de tijdgenoten mochten de waarschuwing toch eens missen.

Het kan niet mislukken. De oudheidkundige beschikt immers over weinig bronnen – laten we zeggen twee boekenkasten vol literaire teksten en drie kasten inscripties en papyri – terwijl het archeologisch materiaal vaak ambigu is. In de Late Oudheid is het nóg minder: vooral bronnen over het christendom; weinig inscripties, munten of papyri; een afname van de archeologische vondsten. Dat is jammer, want hoe schaarser de data, hoe makkelijker ze in elke gewenste richting zijn te redeneren. De transitie van Oudheid naar Middeleeuwen heeft bovendien lang geduurd, zodat er altijd wel een periode is waarin de auteur zijn bezorgdheid ziet weerspiegeld.

Lees verder “Romeinse klimaatcrises” →

Sint-Menas

Pelgrimsfles met Sint-Menas (Byzantijns Museum, Athene)

In Het visioen van Constantijn wijzen Vincent Hunink en ik op de mensen die Christus vereerden en tegelijk de heidense goden in ere hielden. Archeologisch zijn ze niet te onderscheiden van christenen die zich bedienden van heidense symbolen, zoals op deze pelgrimsfles uit de vierde eeuw, die ik ooit heb gefotografeerd in het onvolprezen Byzantijnse Museum van Athene.

Afgebeeld is een zogeheten orante, iemand die aan het bidden is. Het bordje van het museum meldt dat het gaat om een vrouw, maar ik beken dat ik niet zo snel herken waarom dat zo zou zijn. De ruim vallende mantel kan door iedereen zo zijn gedragen en de blote benen suggereren eerder een man dan een vrouw. Maar ik kan me vergissen. Hoe dat ook zij, een orante is een gebruikelijke afbeelding. Het leuke zijn de twee figuren links en rechts, die wel wat lijken op stegosaurussen maar volgens het museumbordje jakhalzen zijn, het dier dat was gewijd aan de Egyptische dodengod Anubis.

Lees verder “Sint-Menas” →

Zosimos

Portret van een man, eerste helft zesde eeuw (Glyptotheek, Munchen)

Een van de aardigste auteurs uit de Oudheid is Zosimos, een Byzantijnse historicus met een voor zijn tijd ongebruikelijke visie op het verleden. Op twee manieren. Om te beginnen was de Romeinse elite in de loop van de vierde en vijfde eeuw christelijk geworden maar bleef Zosimos hardnekkig trouw aan de oude goden. Hij heeft daardoor een uniek perspectief op de gebeurtenissen tussen pakweg 300 en 410. Daarmee verwant is zijn tweede bijzonderheid: hij had in de gaten dat het Romeinse Rijk in de late vijfde eeuw zwaar, zeer zwaar in de problemen was geraakt. Terwijl veel van zijn tijdgenoten meenden dat de teloorgang van de westelijke gebiedsdelen eigenlijk niet zoveel voorstelde omdat een christen vooral een burger was van het Koninkrijk Gods, zag Zosimos scherp dat er wél iets was veranderd. Hij was de eerste historicus van “the decline and fall of the Roman Empire”. Dat maakt hem interessant.

Maar wanneer leefde hij eigenlijk? Je leest weleens: tussen 498 en 518 publiceerde hij zijn Nieuwe geschiedenis. Maar ja, het is natuurlijk wel oudheidkunde, dus we hebben vanzelfsprekend te weinig informatie en in feite wordt weer eens hypothese op hypothese gestapeld. Het bewijs oogt in elk geval zwak.

Lees verder “Zosimos” →

Crossroads

In de vijftiende eeuw was ze er ineens, de term “Middeleeuwen”. Het achterliggende idee was dat er ooit een glorieuze Romeinse Oudheid was geweest, dat het daarna allemaal minder was geweest maar dat men nu, in het Italië van de Renaissance, althans de ambitie had die glorieuze tijd te doen herleven. De driedeling Oudheid – Middeleeuwen – Nieuwe Tijd is sindsdien blijven bestaan, inclusief de negatieve beoordeling van het middelste tijdvak. Het is geen compliment als iemand je toevoegt dat je er middeleeuwse denkbeelden op nahoudt.

Geen historicus die er nog zo over denkt. Enerzijds omdat aan het einde van de Middeleeuwen het belang van de Italiaanse Renaissance sterk is genuanceerd, anderzijds omdat aan het begin van de Middeleeuwen in feite een compleet nieuw tijdvak “ertussen is geschoven”. Werd vroeger een cesuur aangenomen op het moment dat het Romeinse staatsapparaat in West-Europa in de late vijfde eeuw desintegreerde, tegenwoordig zien historici de periode tussen pakweg 300 en 1000 meer als eenheid. Ik heb weleens geblogd over Chris Wickham, een van de historici die deze omslag hebben bewerkstelligd. Het Amsterdamse Allard Pierson-museum wijdt momenteel een prettige expositie aan dit tijdvak.

Lees verder “Crossroads” →

Maria, moeder van god

Wandschildering van Maria (Nationaal Museum van Libanon, Beiroet)

Drie jaar geleden was ik op de Al-Bass-begraafplaats in Tyrus: een lange Romeinse straat met honderden sarcofagen, grafkamers, columbaria, torengraven en wat dies meer zij. Een enkel kapelletje voor een christen die na zijn dood is vereerd. Ergens ook een heiligdom voor de god Apollo, rond 400 door christenen overgenomen. En hier ergens moest de oudste afbeelding zijn van Maria. Een reisgenote en ik hebben even lopen zoeken voor we concludeerden dat onze informatie niet klopte. Ik vergat het fresco.

Dat u de muurschildering hierboven toch ziet, is doordat ik haar afgelopen donderdag ineens zag in de onlangs geopende benedenverdieping van het Nationaal Museum in Beiroet. Een museum dat – ik overdrijf niet – voldoende reden is om het vliegtuig naar Libanon te nemen. (Hier is het trouwens ook lekker weer.) (En ze hebben goede waterpijpen.) (De beschaving komt nu eenmaal uit het oosten.)

Lees verder “Maria, moeder van god” →

Basiliscus

Inscriptie ter ere van generaal Basiliscus (Museum van Plovdiv)

In het museum van het Bulgaarse Plovdiv mag je, om redenen die vermoedelijk alleen de directie begrijpt, niet fotograferen. Gelukkig geldt dat verbod niet in het parkje dat dient als museumtuin. Ik bekeek bovenstaande steen destijds vluchtig, lang genoeg om te zien dat er twee talen en twee handschriften op staan en te concluderen dat ’ie op de foto moest. Dat was dat. Onlangs las ik de tekst ook en toen bleek dat dit toch wel iets bijzonders was.

Als je goed kijkt naar de onderste helft, zie je dat die ooit eveneens beschreven is geweest. De maker heeft een standbeeldsokkel met een oude inscriptie genomen, de letters weggebeiteld en er iets nieuws op gezet. Helemaal bovenaan deze stenen palimpsest is nog iets in het Grieks blijven staan, Ἀγαθῇ τύχῃ, een aanroep van het geluk die je op talloze antieke teksten vindt. En dan komt het!

Lees verder “Basiliscus” →

De vijfde eeuw (2)

Arcadius (Archeologisch Museum, Istanbul)

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Dat leidde tot leuke reacties en een van de “reaguurders”, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp eens op een rijtje te zetten. Van dat stuk verscheen het eerste deel hier.]

Keizer Theodosius overleed in 395 in Milaan. In zijn testament verdeelde hij het rijk tussen zijn zonen Arcadius en Honorius. Laatstgenoemde erfde de westelijke provincies, Arcadius erfde de oostelijke. Hij was op dat moment achttien jaar en Theodosius vertrouwde de jonge man in zijn testament toe aan de sterke man van het Oosten, Rufinus. Zijn tijdgenoot Claudius Claudianus, de propagandist van de West-Romeinse generaal Stilicho, beschuldigt Rufinus ervan zich te kleden zoals de barbaren en met hen samen te spannen.

Lees verder “De vijfde eeuw (2)” →

Parthenon: kerk of tempel?

Deel van een preekstoel (Museum voor Byzantijnse en christelijke kunst, Athene)
Deel van een preekstoel uit het Parthenon (Museum voor Byzantijnse en christelijke kunst, Athene)

Het bovenstaande museumstuk is voor reisleiders een klassieker. Het is te zien in het Museum voor Byzantijnse en Christelijke Kunst in Athene, dat volgens mij het mooiste museum van die toch al met mooie musea gezegende stad was vóór de Grieken zichzelf overtroffen met het nóg mooiere Akropolismuseum. Het voorwerp zelf is natuurlijk simpel: dit is deel van een preekstoel die ooit in een Atheense kerk stond. De reisleider kan de groep zelf laten raden wat het is.

Vervolgens het trucje: vertellen dat het een mooie en belangrijke kerk was, die echter door oorlogshandelingen werd verwoest en eeuwenlang als ruïne middenin de stad lag. Omdat de kerk echter ooit was gebouwd in een oud-Griekse tempel en er nou eenmaal meer toeristen komen voor antieke dan voor christelijke kunst, besloot het moderne Athene op een gegeven moment de kerk te slopen, zodat die tempel beter zichtbaar werd. Vandaar dat dit onderdeel van een laatantieke preekstoel nu een museumstuk is, terwijl ze natuurlijk ook de kerk hadden kunnen restaureren, die een van de weinige in Athene was uit die tijd, terwijl de stad genoeg klassieke tempels heeft.

Lees verder “Parthenon: kerk of tempel?” →