M04 | Antiochos IV Epifanes en de joden

Antiochos IV Epifanes (Altes Museum, Berlijn)

[Chanoeka nadert en dus is de jaarlijkse hype er weer (lees maar). Er zijn echter dingen te vertellen die wél interessant zijn. In alle bescheidenheid denk ik dat mijn reeks zinvoller is dan de junkjournalistiek waarop archeologen een abonnement hebben. Het eerste deel van deze reeks was hier.]

Hogepriester Honi III was niet de enige die in Antiochië het oor zocht van de nieuwe vorst Antiochos IV Epifanes. Volgens 2 Makkabeeën kreeg de koning ook bezoek van Honi’s broer Jason. Die zegde toe dat hij, mocht de koning hem benoemen als hogepriester, voortaan 360 talenten zilver zou betalen. Bovendien had hij 150 talenten over voor het privilege een sportschool te bouwen.

Voor de vorst was dit aanbod aantrekkelijk. Niet alleen leidde de sportschool soldaten op, een nieuwbenoemde hogepriester zou ook, doordat hij zijn positie dankte aan de koning, loyaal moeten zijn. De koning verving dus de ene broer door de andere, waarop veel Joden moeten hebben gereageerd met een combinatie van ergernis en verontwaardiging: ergernis omdat de belasting met 20% werd verhoogd, verontwaardiging omdat het afzetten van een hogepriester ongehoord was. Daar stond tegenover dat Joodse jongens vanaf nu konden meedoen aan de sportwedstrijden in het Seleukidische Rijk en aansluiting vonden bij de rijkselite. De bewoners van Jeruzalem konden zich voortaan meten met die van buursteden als Samaria, Gerasa of Filadelfia.

Lees verder “M04 | Antiochos IV Epifanes en de joden”

M03 | Seleukos’ zorg voor zijn onderdanen

Stèle van Seleukos IV Filopator (Nationaal museum, Beiroet)

Ik vertelde vanmorgen dat koning Seleukos IV Filopator in 178 v.Chr. geld nodig had en daarom zijn kanselier Heliodoros stuurde naar Jeruzalem. Elke koning beschouwde destijds tempels als banken: als je edelmetaal over had, deed je een deposito, en je kon een kasopname doen als je om geld verlegen zat. Joden beschouwden de tempelschat daarentegen als sociaal fonds voor weduwen en wezen. Dit verschil in inzicht leidde tot een stevige rel, beschreven in Tweede Boek Makkabeeën.

Twee inscripties

Twee inscripties helpen het incident te begrijpen. De ene ziet u hierboven. Ze komt uit Byblos en is tot 12 maart te zien op de grote Byblos-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Een grotere versie van de inscriptie is in 2005 ontdekt in Maresha in Israël. Deze tekst was tot vorig jaar opgenomen in de beruchte Steinhardt-collectie. Hoewel het om twee inscripties gaat, gaat het om dezelfde brief. Daaruit blijkt dat de koning in 178 v.Chr. inderdaad kanselier Heliodoros heeft gelast geld op te halen uit de tempels. Het meervoud is belangrijk, want het bewijst dat het niet ging om een maatregel tegen alleen Jeruzalem.

Lees verder “M03 | Seleukos’ zorg voor zijn onderdanen”

M02 | De Heliodoros-affaire

Qasr al-Abd, het paleis van de Tobiaden

[Tweede blogje in een zestiendelige reeks rond Chanoeka, dat dit jaar valt op 18-26 december. Ik begon de reeks hier.]

Hadden de Ptolemaiën in de derde oorlog tegen de Seleukiden hun vijanden nog op afstand kunnen houden, in de vierde boekte de “koning van Azië” al terreinwinst, en in de vijfde, die duurde van 202 tot 195 v.Chr., veroverde Antiochos III de Grote heel Judea. Daarbij lijkt hogepriester Simon de Rechtvaardige, steun te hebben verleend aan de Seleukiden. Dat verdiende een beloning, en toevallig weten we welke. In JosephusJoodse Oudheden is namelijk de proclamatie opgenomen waarmee Antiochos de macht aanvaardde. Daarin bedankt hij de Joden voor hun hulp, belooft hij steun bij de wederopbouw, zegt hij offers toe, erkent hij de Joodse Wet en verlaagt hij de jaarlijkse belasting, een som van driehonderd talenten, tot tweehonderd. De oorlog was verschrikkelijk geweest, maar het pro-Seleukidische beleid van de hogepriester bespaarde de Joden het allerergste.

Aan goede bedoelingen geen gebrek, maar de relatie tussen de Joden en de nieuwe koning liet te wensen over. Toegegeven, de Tobiade Hyrkanos, die zijn vader Jozef was opgevolgd als hoofdbelastingpachter, trok zich terug in zijn luxe kasteeltje bij het huidige Qasr al-Abd in Jordanië (zie foto hierboven). Hij bleef echter de Ptolemaïsche heersers steunen en hield contact met vrienden in Jeruzalem. In feite zat hij te stoken. De Seleukiden waren nooit helemaal zeker van de loyaliteit van hun nieuwe onderdanen. Incidenten bleven niet uit.

Lees verder “M02 | De Heliodoros-affaire”

De romaanse kerken van Keulen (1)

St. Gereon, Keulen

Het was 1981. Ik weet dat zo precies omdat we in de auto terug naar Nederland “Vienna” van Ultravox hoorden. We, dat waren mijn vader en ik, en we waren naar Keulen geweest om daar de romaanse kerken te bekijken die zijn aandacht hadden getrokken en om grammofoonplaten te kopen bij Saturn. We zullen die dag drie romaanse kerken hebben gezien.

Keulen heeft, behalve een Dom en een Ludwigmuseum en een Rijn en een Römisch-Germanisches Museum, niet minder dan twaalf romaanse kerken, producten uit de tijd waarin Keulen een van de machtigste en belangrijkste steden in Duitsland was. Zeg maar de Volle Middeleeuwen. In de Late Middeleeuwen was het wat minder; de Dom bleef althans onvoltooid tot dit project na de Duitse vereniging van 1870 alsnog ter hand werd genomen. Maar die romaanse kerken zijn de eigenlijke sieraden van de stad.

Omdat we die dag in 1981 niet zo ver zijn gekomen, wilde ik die nog eens allemaal zien. Het kwam er echter nooit van. Ik ben heus wel vaker in die fijne stad geweest – vorige maand voor het laatst – maar de Romeinen hadden altijd mijn volle aandacht. Nu het Römisch-Germanisches Museum is gesloten, stonden die niet in de weg en was er alle tijd om de schade in te halen. Hier zijn er alvast een paar. Dat de gebouwen zelf romaans zijn maar veel kunstvoorwerpen van recenter datum, is natuurlijk vanzelfsprekend.

Lees verder “De romaanse kerken van Keulen (1)”

De joodse Dionysos

De “Mona Lisa van Galilea”, Huis van het Dionysosmozaiëk in Sepforis

Ik heb wel eens eerder verwezen naar de inscriptie, gevonden in een tempel voor de Griekse god Pan, waarin iemand met de naam Ptolemaios, zoon van Dionysios, zijn dank aan de godheid uitspreekt wegens een redding op zee. Niets bijzonders, zou je zeggen, maar dat verandert als we kijken naar de zelfidentificatie van de dankbare Ptolemaios: hij was joods. Oudheidkundigen zullen niet opkijken van een jood die Pan vereert, maar het sluit slecht aan bij het gangbare begrip van het jodendom.

Het punt is in dit blogstukje niet dat het wel meevalt (of tegenvalt) met het monotheïsme van het antieke jodendom. Het gaat me erom dat Ptolemaios niet alleen Pan vereert, maar ook een vader heeft met een naam die verwijst naar Dionysos. Dat is in een joodse context vrij significant.

Lees verder “De joodse Dionysos”

Christenvervolging? (1)

Vier jaar geleden las ik in de Huffington Post een artikel dat even goed bedoeld als verbijsterend was. Drie godsdienstwetenschappers wezen erop dat de Bijbel nergens het huwelijk definieert als verbintenis tussen een man en een vrouw, waaraan ze de conclusie verbonden dat er dus geen bijbelse bezwaren konden zijn tegen het openstelling van het huwelijk voor homoseksuelen. Een sympathieke conclusie, daar niet van, maar niet op basis van dit argument. Iedereen ging er in het oude jodendom namelijk van uit dat alleen een man en een vrouw konden trouwen. Zoiets hoefde niet op papier te worden gezet. De antieke teksten laten wel meer zaken onvermeld. De Bijbel biedt bijvoorbeeld ook nergens de taakomschrijving van een messias.

Dat wisten die drie godsdienstwetenschappers natuurlijk ook. Ze moeten hun studenten hebben uitgelegd dat je, bij elke tekst die je begint te lezen, eerst behoort na te denken over dat wat de auteurs bekend veronderstelden. Wat me verbijsterde was dat ze dit inzicht ondergeschikt maakten aan een op dat moment actueel politiek doel en zo alle vooroordelen bevestigden als zouden de humaniora een linkse hobby zijn (wat “links” ook moge betekenen). Ik dacht dat het een incident was, maar er lijkt echt iets grondig mis in de Amerikaanse humanities. Ik voel althans dezelfde ergernis bij het boek van Candida Moss over de christenvervolgingen, The Myth of Persecution. How Early Christians Invented a Story of Martyrdom. De politieke boodschap aan de Amerikaanse christenen ligt er te dik bovenop.

Lees verder “Christenvervolging? (1)”

De tien invloedrijkste antieke teksten (3)

aristotle_carpet
Aristoteles op een Perzisch tapijt

Alles is water. De Babyloniërs wisten het al. En ook de wijsheid kwam vanuit de zee. Ooit waren de Zeven Wijzen, de apkallu, uit de oerwateren opgeklommen om de mensheid van alles te leren. De Grieken namen deze ideeën over. Alles is water, zei dus ook Thales van Milete, en hij begon te speculeren over de aard van de werkelijkheid. Het maakte indruk. Toen de Grieken eveneens het concept van “zeven wijzen” overnamen, pasten ze het niet toe op aquatische schepselen maar op echte mensen. Daar rekenden ze ook Thales toe.

Wat ik maar zeggen wil: de Griekse filosofie bouwt voort op de Mesopotamische cultuur, die ze creatief ombouwde. Dat geldt ook voor de wetenschap: Thales kon aangeven wanneer een zonsverduistering mogelijk was en moet zijn kennis van de saros hebben gehaald uit het oosten. De Griekse filosofie ging daarna al snel wegen die niet zijn gedocumenteerd in de spijkerschriftcultuur. Het kan zijn dat de Mesopotamiërs gesprekken voerden over dezelfde vragen als de Grieken, de teksten zijn niet bewaard gebleven.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten (3)”

Monotheïsering

Pantheon, Hadrianus 118-125
Monotheïsme in het heidendom: het Pantheon, tempel voor het algoddelijke, in Rome

Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, ben ik momenteel bezig met een reeks over de vroege geschiedenis van het christendom, waarin ik inmiddels een aantal zaken heb behandeld. Eén daarvan is dat het jodendom weliswaar een monotheïstische norm had, maar in de dagelijkse praktijk open stond voor elementen uit andere religies. Verder wees ik erop dat ideeën over een tweede godheid weliswaar niet voldeden aan die norm, maar ook niet volstrekt marginaal waren. De positie van “tweede godheid” was aan het begin van de jaartelling een vacature en het was mogelijk die door een sterveling te laten vervullen: het is denkbaar dat de Zelfverheerlijkingshymne deze hemelse status toeschrijft aan de stichter van de sekte van de Dode Zee-rollen en Paulus schrijft in de Filippenzenbrief dat Jezus een naam krijgt, hoger dan alle andere namen, wat een aanduiding is van die tweede godheid.

Dit alles roept uiteraard de vraag op waarom christenen Jezus niet langer beschrijven als middelaarfiguur. In een Romeinse context zou Jezus typeren als Gods vizier – praetoriaans prefect desnoods – simpeler zijn geweest dan de complexe Drie-eenheid, waarin in Christus twee naturen samenkwamen. Niet alleen zou het idee van Christus als een lager soort hemeling makkelijker zijn geweest, het is ook beter in lijn met de Bijbel. In de woorden van Paulus: “Christus is het hoofd van iedere man, maar de man is het hoofd van de vrouw, en God het hoofd van Christus” (1 Korinthiërs 11.3). Het idee van een Drie-eenheid is onpraktisch, staat haaks op althans sommige Bijbelteksten en is dan ook een late ontwikkeling.

Lees verder “Monotheïsering”

Polytheïstisch jodendom

Yosef Caro-synagoge, Safed: de Tien Geboden.
Yosef Caro-synagoge, Safed: de Tien Geboden.

Ik kondigde gisteren een reeks stukjes aan over de tegenstelling tussen het polytheïstische heidendom en het monotheïstische christendom, waarbij ik erop wees dat hedendaags onderzoek enkele algemeen gedeelde ideeën onderuit heeft gehaald. Om te beginnen: was het christendom wel monotheïstisch?

Het enig juiste antwoord is natuurlijk “ja”, aangezien het christendom een afsplitsing is van het jodendom en de joden de uitvinders zijn van het monotheïsme. Er is geen reden dit te ontkennen: dit is de strekking van de gehele Bijbel. Er is echter wel een kanttekening te plaatsen: de waarheid is namelijk dat de Bijbel niet alle joodse ideeën documenteert. Het heilige boek biedt een selectie. De Bijbel bevat de teksten waaraan de joodse autoriteiten waarde hechtten, maar er is destijds veel meer materiaal geweest: de Dode Zee-rollen en de Henochitische literatuur. Verder zijn er natuurlijk inscripties en we zullen beginnen met een zeer korte tekst uit de verzameling die bekendstaat als het Corpus Inscriptionum Judaicarum:

Lees verder “Polytheïstisch jodendom”

Brandde Persepolis?

dig

Een tijdje geleden blogde ik over de brand van Persepolis. Die wordt genoemd in verschillende antieke bronnen en ik citeerde Diodoros van Sicilië, die het had van een eerdere auteur, Kleitarchos, die het op zijn beurt van ooggetuigen lijkt te hebben gehad. Die lijken te hebben gedacht dat Alexander het bevel tot de brandstichting heeft gegeven in een dronkenmansroes. We hebben echter een tweede bron, Arrianus, die zijn verhaal baseert op de verslagen van twee officieren die aanwezig waren (Ptolemaios en Aristoboulos). Daar lezen we over een krijgsraad waarbij de beslissing weloverwogen wordt genomen.

Wat zou er waar zijn? Het zou helpen als één van de scenario’s evident onmogelijk was, maar één ding is zeker: het argument “dronkaards kunnen geen paleizencomplex verwoesten, dat vergt voorbereiding” snijdt geen hout. Dat leerde ik jaren geleden, toen ik een boek over Alexander de Grote schreef, bij wat nu het Informatiepunt Brandveiligheid heet. Het is op loopafstand van mijn huis. Ik citeer uit eigen werk:

Lees verder “Brandde Persepolis?”