Caesar verovert Corfinium

Caesar (Vaticaanse Musea, Rome)

In de nacht van 16 op 17 december 50 v.Chr. (11/12 januari volgens de Romeinse kalender), was Julius Caesar Italië binnengevallen door de Rubico over te trekken. Dat was het begin van de Tweede Burgeroorlog. Hij was namelijk gouverneur van wat ik gemakshalve even zal aanduiden als Gallië en de Povlakte, en door met een leger zijn provincie te verlaten, was hij formeel in opstand tegen de Senaat.

Ik wijdde er al een stukje aan en beschreef in een tweede stukje hoe Caesar langs de Adriatische kust oprukte naar het zuidoosten, terwijl zijn kolonel Marcus Antonius de Apennijnen overtrok richting Umbrië. Met de inname van Arezzo stelde hij Caesars aanvoerlijnen vanuit Gallië veilig. Ondertussen evacueerden de consuls en hun generaal Pompeius, die hun macht zagen afbrokkelen, de hoofdstad. Alleen in het zuiden konden ze nog soldaten rekruteren. Ik was in deze reeks gekomen tot Caesars inname van Ascoli op 8 januari (5 februari op de Romeinse kalender). Wat gebeurde er in de daarop volgende weken?

Lees verder “Caesar verovert Corfinium”

De Via Appia en wat dies meer zij

De Via Appia

Waar ter wereld je ook gaat, taal is het duurzaamste erfgoed. Wie weleens met de auto naar Rome is gereden, kent de namen van de huidige autostrade, die teruggaan op de Romeinse heerbanen. Je kunt bijvoorbeeld zuidwaarts rijden langs de Tiber over de Via Flaminia, waarvan de bouw vlak in 220 v.Chr. is begonnen. Een andere route is die langs de Tyrrheense kust: de Via Aurelia, begonnen in 241 v.Chr. De afslagen van de Grande Raccordo Anulare rond Rome hebben oeroude namen: de Via Salaria naar het noorden, de Via Tiburtina naar het noordoosten, de Via Latina naar het oosten, de Via Appia naar het zuidoosten.

Van die laatste weg, begonnen in 310 v.Chr., is het originele plaveisel bewaard. Hierover reisden kooplieden van Rome naar Capua, hierover marcheerden de legionairs die Macedonië en Griekenland onderwierpen, hier stonden de kruisen van de zesduizend slaven die met Spartacus omkwamen, hierover wandelde Paulus naar Rome, en dan sla ik nog het een en ander over.

Lees verder “De Via Appia en wat dies meer zij”

Drie koningen (en een keizerin) in Ravenna

Keizerin Theodora op een Byzantijns mozaïek in de San Vitale, Ravenna

De basiliek van San Vitale in Ravenna is een van de mooiste gebouwen uit de Byzantijnse wereld. In de Adriatische havenstad resideerde de exarch, de hoogste Byzantijnse magistraat in deze regio, een soort onderkoning. Die had geld te besteden en de herovering van Italië door generaal Belisarius in de jaren na 535 na Chr. bood daarvoor een mooie aanleiding. In 540 begonnen mozaïekleggers met de decoratie van de bijna voltooide kerk. Acht jaar later volgde de kerkelijke inwijding.

De mozaïeken zijn beroemd door de portretten. Lees een boek over keizer Justinianus (r.527-565) en je zult het portret zien uit de San Vitale. Ook zijn echtgenote, de formidabele keizerin Theodora, is daar afgebeeld, zie boven. En hieronder is een detail van de mantel van de keizerin.

Lees verder “Drie koningen (en een keizerin) in Ravenna”

Caesar in Picenum

Een inscriptie (EDCS-25601271) van het Twaalfde Legioen uit Dougga met een vroege vermelding van de bijnaam van het legioen: Fulminata, “bliksemsnel”.

In de nacht van 11 op 12 januari van het jaar waarin Marcellus en Lentulus het consulaat bekleedden of, zoals wij zouden zeggen, in de nacht van 16 op 17 december 50 v.Chr., was Julius Caesar met het Dertiende Legioen de Rubico overgetrokken. Dit was een oorlogshandeling: hij was gouverneur van Gallia, waartoe de Povlakte behoorde, en viel nu met leger en al Italië binnen. Caesar was nu officieel in opstand tegen de Senaat. De reden (en het probleem van een datum vóór de invoering van de juliaanse kalender) heb ik in een eerder stukje behandeld; vandaag het eerste vervolg.

In een ongekend hoog tempo rukte Caesar op langs de Adriatische kust. Rimini was het eerste doelwit en viel zonder noemenswaardige gevechten. Daarna volgden Pesaro, Fano, Ancona en de iets verderop gelegen regio die Picenum heette. De realiteit van de burgeroorlog was voor iedereen zichtbaar; senatoren herinnerden elkaar aan Caesars meedogenloze optreden in Gallië. De brieven van Cicero zijn inktzwart. Er was dan ook reden tot pessimisme. In de vorige burgeroorlog had Sulla, toen hij Rome had bezet, een waar bloedbad aangericht onder zijn tegenstanders. Dat hing nu weer in de lucht.

Lees verder “Caesar in Picenum”

Een Algerijnse officier in Vechten

Inscriptie van Antistius Adventus (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Een half jaar geleden was ik op reis door Algerije en hoewel ik veel mooie dingen heb gezien, was er ook een mini-teleurstelling: terwijl ik wél de grafsteen vond van Adiutor, iemand uit Nederland die belandde in Algerije, vond ik niets over Antistius, een Romeinse bestuurder uit de tweede eeuw na Chr. die de omgekeerde reis maakte. Er zijn in Algerije minstens twee inscripties (deze EDCS-13100076 en EDCS-16300167) maar ik heb die niet gezien. Een derde inscriptie is gevonden bij de Muur van Hadrianus (EDCS-07801373) en een vierde – hier boven – komt uit Vechten, even onder Utrecht. Die staat bekend als EDCS-11100902 en als u denkt dat ze slecht leesbaar is, heeft u gelijk, maar zie hieronder.

De jonge bestuurder

Quintus Antistius Adventus Postumius Aquilinus is rond 128 geboren in een senatoriële familie uit de Numidische stad Thibilis, halverwege Cirta en Hippo Regius, en profiteerde van het netwerk van Afrikaanse bestuurders dat in de loop van de tweede eeuw steeds meer invloed kreeg in Italië en uiteindelijk een keizer zou leveren, Septimius Severus. Uit de vier inscripties kennen we Antistius’ loopbaan, die hem kort voor 150 moet hebben gebracht naar Rome, waar hij een van de leden was van het college der vigintiviri, de beginnende magistraten, meest senatorenzonen, die ieder jaar werden benoemd. Hij was een van het viertal dat samen verantwoordelijk was voor het onderhoud van de straten in Rome.

Lees verder “Een Algerijnse officier in Vechten”

De Tweede Punische Oorlog (7)

De carrière van een Romeinse soldaat uit de tijd van de Tweede Punische Oorlog: registratie, afscheid en naar het front. De muzikaal omlijste promotie tot officier volgt later in dit reliëf. (Louvre, Parijs)

[Dit is het zevende stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het zesde deel lazen we hoe de Romeinen zich aarzelend herstelden van de nederlaag bij het Trasimeense Meer.]

De Romeinse consuls die in het voorjaar van 216 aantraden zouden elkaar niet snel als collega hebben gekozen. Caius Terentius Varro sympathiseerde met het volk. Zijn senatoriële lasteraars beweerden dat zijn vader niet alleen slachter was geweest, maar het vlees zelfs had verkocht, wat een heer van stand nooit zou doen. Varro’s visie op de oorlog was eenvoudig: Rome had de moeilijkste oorlogen beslist in open veldslagen en het zou slecht voor het moreel zijn van de vertrouwde benadering af te wijken.

De andere consul was de aristocratische oud-consul Marcus Aemilius Paullus, die Hannibal liever insloot in de stad waar hij overwinterde en uithongerde. Hij was bevriend met Fabius Cunctator, die hem dit plan aan de hand zou hebben gedaan.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (7)”

Fietsen naar Thessaloniki: Ravenna

Bisschop Maximianus van Ravenna vindt dat u zijn naam niet mag vergeten. De anonymus middenin is keizer Justinianus (San Vitale, Ravenna)

Ik had u, beste lezer van dit zomerfeuilleton, gisteren achtergelaten bij het graf van Augustinus in het mooie Noord-Italiaanse stadje Pavia.

Cremona

Ik pikte daar die ochtend mijn eerste Italiaanse espressootje en fietste verder naar Cremona, dat al net zo’n fijne stad bleek te zijn als Pavia. Toch was ik in mei-juni 1992 niet op reis van stad naar stad, zelfs al zal ik er nog tientallen noemen. Ik wilde gewoon het landschap ervaren. De zon voelen, de wind in de rug hebben, ergens rechts van me de Po zien glinsteren, de populieren langs de weg zien. De middeleeuwse dom hier, het museum daar en het kasteel verderop waren zeker geen obstakels maar waren niet waarvoor ik op reis was.

Ten oosten van Cremona was een slagveld uit het Vierkeizerjaar 69: het is waar de Rijnlegioenen van de Romeinse keizer Vitellius de troepen van keizer Otho versloegen. Het verslag in TacitusHistoriën is adembenemend en was de reden waarom ik de omweg over Cremona had gemaakt. Niet dat er iets was te zien, maar ik wilde er zijn geweest. Ik denk dat de Bataven in Vitellius’ leger zich op die dag in april 69 wel op hun gemak zullen hebben gevoeld want het vlakke rivierenland doet wat denken aan de Betuwe.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: Ravenna”