Frederik de Verschrikkelijke

“Daden van Anitta”: de oudst-bekende Hittitische tekst (Archeologische Musea, Istanbul)

Vandaag vieren we de 141e geboortedag van Frederik de Verschrikkelijke. Ik leg dat zo dadelijk uit, maar eerst het volgende.

Zo’n 100 kilometer ten oosten van Ankara ligt het dorpje Boğazkale. In 1834 waren daar al de ruïnes van Hattusa ontdekt, de oude hoofdstad van de Hittieten. De stad moet bestaan hebben tussen 1900 en ca. 1200 v.Chr. Spannend werd het helemaal toen in 1906 Duitse opgravers het koninklijk archief vonden: tienduizenden kleitabletten beschreven in Babylonisch spijkerschrift.

Dat zei nog niets over de taal van die tabletten: het spijkerschrift is drieduizend jaar lang in grote delen van het Nabije en Midden-Oosten in zwang gebleven om er heel verschillende talen mee te schrijven. De taal van een deel van de tabletten van Boğazkale was bekend: het was de oudst bekende Semitische taal: Akkadisch, de taal van Mesopotamië, maar ook de lingua franca van het hele Midden Oosten. Akkadisch was te lezen. Maar wat was de taal van die andere spijkerschrifttabletten? Het lag wel voor de hand dat die in het Hittitisch geschreven waren – en dus onleesbaar.

Lees verder “Frederik de Verschrikkelijke”

De Anatolische beschavingen (4)

Het zogenaamde “graf van koning Midas” in Gordion

[Dit is het vierde deel van een reeks over de Brons- en IJzertijd van Turkije; het eerste deel is hier.]

De ontruiming van de Hettitische hoofdstad Hattusa was een teken des tijds. De oude netwerken waarmee tin en koper waren geruild (de bestanddelen van brons), vielen uiteen. Wat restte was het goedkopere ijzer, dat overal te vinden is. Kleine én ooit grote staten schakelden erop over, en dat had een democratiserend effect: de supermachten van weleer hadden geen strategische voordelen meer. Tegelijk en samenhangend met de instorting van de grote Bronstijdrijken en de opkomst van de IJzertijdrijkjes, waren er migraties, die meestal worden aangeduid als de “Zeevolkeren”: in Anatolië breidden de noordelijke nomaden hun invloed uit naar het zuiden, in het zuiden van de Anatolische hoogvlakte lag het koninkrijkje Muski, vanuit het zuidoosten kwamen de Arameeërs, en vanuit het noordwesten trokken de Frygiërs het gebied binnen.

Moderne kopie van een van de Neo-Hettitische orthostaten in Arslantepe
Moderne kopie van een van de Neo-Hettitische orthostaten in Arslantepe

Van deze laatsten was de hoofdstad Gordion, die tot op de huidige dag wordt gedomineerd door talloze grote grafheuvels. In een ervan ligt, naar men wel beweert, de legendarische koning Midas begraven. We beklommen de citadel, waar eeuwen later Alexander de Grote de beroemde “gordiaanse knoop” zou doorhakken. De Frygiërs lieten ook hun sporen na in Ankara en Hattusa, waar mooie standbeelden zijn gevonden van de moedergodin (meer…), en in Alacahöyük. Er is wel geopperd dat het zojuist genoemde koninkrijk Muski identiek is aan Frygië, maar volgens mij is dat topografisch onmogelijk.

Ondertussen waren er ook nog staten die de tradities voortzetten van het oude Hettitische Rijk. Helaas lukte het ons niet om Karchemis te bereiken (een ingecalculeerde mislukking overigens – we rekenden er niet echt op), maar we bezochten wel het prachtig in een bos aan een meer gelegen Karatepe, de opgraving van Zincirli en het fenomenale Arslantepe. Ook hier leefden de kunstenaars zich uit in mooie stadspoorten en fraaie orthostaten. Ik ga zeker nog eens terug om deze steden te bekijken, met – hopelijk – wat meer kans op succes in Karchemis.

Muzikanten op een Neo-Hettitische orthostaat in Karatepe
Muzikanten op een Neo-Hettitische orthostaat in Karatepe

Deze zogeheten Neo-Hettitische staatjes bleven, met Aramese en andere invloeden, nog enkele eeuwen bestaan. Wat in Griekenland wel eens wordt aangeduid als de “Dark Ages”, is dat in Turkije beslist niet meer, al zou ik ook weer niet zo ver willen gaan te beweren dat we ons bevinden in het volle licht der geschiedenis.

Eén Neo-Hettiet wil ik nog noemen: Uria, een soldaat die (volgens de Bijbel) in de tiende eeuw in het verre Jeruzalem koning David diende. De vorst werd verliefd op Uria’s echtgenote, Batseba, en stuurde haar man naar het front met een brief aan zijn commandant, waarin de koning opdracht gaf aan zijn commandant om de brenger van de brief aan het front te laten strijden, opdat hij zou sneuvelen. Het is maar één kijkje naar de details van het leven in deze tijd. Ik zou er graag meer hebben, en wie weet wordt in Karchemis, Karatepe, Zincirli of Arslantepe nog eens een stevig kleitablettenarchief gevonden.

[wordt vervolgd]

De Anatolische beschavingen (3)

Een typische schenkkan uit het Oude Rijk; museum van Hattusa
Een typische schenkkan uit het Oude Rijk; museum van Hattusa

[Dit is het derde deel van een reeks over de Brons- en IJzertijd van Turkije; het eerste deel is hier.]

Aan het Rijk van de Hettieten herinneren talloze monumenten in centraal-Turkije. De voornaamste nederzetting was natuurlijk de hoofdstad Hattusa, niet ver ten oosten van Ankara. Er is een deel van de Hettitische stadsmuur gereconstrueerd en daarnaast ligt een gigantisch tempelcomplex, dat dateert uit de tijd van het Oude Rijk: de periode tot ongeveer 1400. Daaruit stamt ook de koningsburcht, hoewel de bebouwing die daarop nu is te zien, dateert uit het Nieuwe Rijk, ruwweg de periode 1400-1200. Ik beken dat ik die burcht wat tegen vind vallen.

Hattusa werd in de veertiende eeuw uitgebreid met een bovenstad. Als de graansilo’s (wel opgegraven maar niet meer te bezichtigen) een aanwijzing vormen, woonden er in deze tijd zo’n 30.000 mensen. In de bovenstad zijn opvallend veel tempels zijn gevonden en ik vind de gedachte aantrekkelijk dat het tevens de ambassades waren van de steden die de goden vereerden die ook in deze tempels hun huis hadden. De stadsmuur om de bovenstad was voorzien van drie poorten: de Leeuwenpoort, de Sfinxenpoort en de Koningspoort. Alleen de laatste heeft een logische locatie, de twee andere zijn onpraktisch geplaatst en het zou me niet verbazen als ze alleen werden gebruikt bij speciale gelegenheden.

Lees verder “De Anatolische beschavingen (3)”

De Anatolische beschavingen (2)

“Zonneschijf” uit Alacahöyük, nu in het museum voor Anatolische Beschavingen in Ankara.

[Dit is het tweede deel van een reeks over de Brons- en IJzertijd van Turkije; het eerste deel is hier.]

De opkomst van de steden en het ontstaan van de staat vonden plaats tijdens de overgang van de Kopertijd naar de Vroege Bronstijd, zo rond 3000 v.Chr. Rond 2750 ging Arslantepe ten onder. De opgraving van Alacahöyük documenteert de tweede helft van het Vroeg Brons. Er zijn dertien koningsgraven gevonden – vijf ervan zijn momenteel te zien – waarin wonderlijke bronzen of zilveren voorwerpen zijn opgegraven die, om het oneerbiedig te zeggen, nog het meest lijken op mattenkloppers. Men noemt ze “zonneschijven”, maar dat is omdat we niet weten wat ze wél zijn.

Tegen het einde van de Vroege Bronstijd trokken nieuwe volken Anatolië binnen, die Indo-Europese talen spraken. Daarvan stammen drie talen uit de historische periode af: het Luwisch, dat we later aantreffen in het zuiden en westen van Turkije (bijvoorbeeld in Troje), een daarmee verwante taal die in een eigen schrift werd geschreven en daarom “hiëroglifisch Luwisch” wordt genoemd, en de taal van de Hettieten.

Lees verder “De Anatolische beschavingen (2)”

Hittitische sfinxen

Twee sfinxen: links de Duitse en rechts de Turkse
Twee sfinxen: links de Duitse en rechts de Turkse

Aan de voet van de hoofdstad van de oude Hittieten, Hattusa, ligt een klein dorpje, Boğazkale, waar een museumpje is met archeologische vondsten. Ik was er al eens eerder geweest en vond het aardig, zonder bijzonder onder de indruk te zijn van de voorwerpen: de echte topstukken lagen namelijk in het Museum voor Anatolische Beschavingen in Ankara en het Archeologisch Museum in Istanbul. Een kleitablet met een deel van de tekst van het Epos van Gilgameš was eigenlijk het enige dat bij mijn eerdere bezoeken indruk op me maakte.

Maar afgelopen zaterdag was dat ineens anders en daar zit een niet zo fris verhaal aan vast. Beide sfinxen zijn door Duitse archeologen opgegraven en in 1915 naar Berlijn overgebracht om te worden gerestaureerd. De afspraak tussen de toenmalige archeologische diensten was dat de vondsten zouden worden verdeeld en de Duitsers legden dat uit als “één sfinx voor ons en één voor jullie” en lieten in 1924 de eerste sfinx naar Istanbul verhuizen. In Turkije legde men de verdeling echter anders uit: het ging om de verdeling van het geheel van vondsten, en dat betekende dat beide sfinxen in hetzelfde museum behoorden, en dat de partij die ze niet kreeg, zich mocht compenseren met meer van de andere archeologische vondsten.

Lees verder “Hittitische sfinxen”

Vredesmonument

Oorlosmonument
Vredesmonument

Ter voorbereiding van deze reis had ik, nog in Amsterdam, wat stukjes geschreven, zoals het voorgaande over het verdrag dat de Egyptenaren en Hittieten in 1259 tekenden. Het maakte een einde aan een lange oorlog, waarin de slag bij Kadesh (1274) de bekendste gevechtshandeling was. Ik wist toen nog niet dat ik in het dorpje Boğazkale, aan de voet van de antieke Hettitische hoofdstad Hattusa, het bovenstaande monument zou zien.

Lees verder “Vredesmonument”

Hittitisch vredesverdrag

Hittitisch-Egyptisch verdraag (Archeologisch museum van Istanbul)
Hittitisch-Egyptisch verdraag (Archeologisch museum van Istanbul)

Het kleitablet hierboven is een van de allerberoemdste teksten uit de Oudheid. Mocht u het willen zien: het is in het onvolprezen archeologische museum van Istanbul. En mocht u willen weten wat het is: het is de tekst van een staatsverdrag tussen de Egyptische farao Ramses II en de Hittitische koning Hattusili III, gesloten in 1259 v.Chr..

Ramses was in 1279 aan de macht gekomen en erfde een imperium dat wel eens betere tijden had gekend. De Egyptische garnizoenen in Kanaän (zeg maar Israël, Libanon en delen van Syrië), dat in de vijftiende eeuw was veroverd door Thutmoses III,  waren voor een deel ontruimd, maar de nieuwe koning slaagde erin althans de kuststeden weer onder Egyptisch gezag te brengen. In 1274 besloot hij een eind landinwaarts te trekken.

Lees verder “Hittitisch vredesverdrag”

Anatolische beschavingen

Groepsportret met curieuze verkeersborden
Groepsportret met curieuze verkeersborden

Ik ben nu alweer een paar dagen onderweg door Turkije en ben momenteel in Kayseri, een stad die ik nog nooit eerder bezocht. De reis verloopt voorspoedig, met geen grotere klachten dan een ergerlijke verkoudheid en een zonnebril die ik op de dag van aanschaf alweer kwijt was.

In Ankara sliepen we in een hotel tegenover de ruïne van het Romeinse badhuis. Het is niet echt de moeite van een bezoek waard, maar als uitzicht was het natuurlijk bepaald niet slecht. Tot mijn vreugde was het museum van Anatolische Beschavingen, dat bij mijn weten tijdelijk gesloten was, toch open. Althans, gedeeltelijk. In elk geval waren de reliëfs te zien uit Karchemish en Arslantepe, plaatsen aan de Eufraat.

Lees verder “Anatolische beschavingen”