Spiritus asper

De proloog van het Evangelie van Johannes: ἐν ἀρχῇ ἦν ὁ λόγος, met een spiritus asper op en driemaal een spiritus lenis (Byzantijns Museum, Athene)

Het alfabet heeft een lange geschiedenis. Het lijkt erop dat het is ontstaan in Egypte, waar niet-Egyptische arbeiders voor korte notities enkele hiërogliefen namen. Hun aantekeningen zijn gevonden in de Wadi el-Hol, al zijn niet alle onderzoekers het eens over de interpretatie. Die krassen dateren uit de tijd van Egyptische Middenrijk. De volgende stappen brengen ons via de Sinaï naar plaatsen als Lachis in de Levant en vervolgens naar het Ugarit van de Late Bronstijd. In de Vroege IJzertijd vinden we teksten van aanzienlijke lengte in de steden van Fenicië, zoals het grafschrift van koning Ahirom van Byblos. Dit is het beroemde Fenicische alfabet.

Tot dan toe noteerde men vooral medeklinkers. Het Hebreeuwse, het Aramese, het Punische en een groep fascinerende, nog niet zo lang begrepen zuidelijke alfabetten gaan op dat klinkerloze Fenicische alfabet terug. Ook de Grieken namen de Fenicische tekens over, maar zij pasten het aan om klinkers te noteren: alfa, epsilon, èta, jota, omikron, ypsilon, omega. Wat anderen uitvonden, deden de Grieken beter, zoals Plato ergens zegt. De Etrusken, Romeinen en Kelten namen dat Griekse alfabet weer over en momenteel is het Romeinse alfabet in feite de wereldwijde standaard. Zeker, u kunt met uw tekstverwerker Chinese, Japanse of Koreaanse karakters typen, maar de onderliggende software is geschreven in het Latijnse alfabet.

Lees verder “Spiritus asper”

Egypte in Antwerpen: de Levende Zon der Belgen

De Egyptische tempel in de dierentuin van Antwerpen

Een kleine maand geleden was ik in Antwerpen, waar ik al jaren de dierentuin eens wilde bezoeken. Verschillende gebouwen zijn, zoals een park van een ruime eeuw oud betaamt, gebouwd in historische stijl. De ingang van het reptielenhuis/aquarium lijkt op een Romeins tempeltje, er is een café in Louis XVI-stijl en ik zag een okapi komen uit een gebouw in Moorse stijl. Het leukst is echter de Egyptische tempel die Charles Servais in 1856 ontwierp en die u hierboven ziet.

Zoals alle Nachleben is ook in Antwerpen de inspiratie oppervlakkig en niet  wezenlijk. Ze beperkt zich tot een façade. Het eigenlijke gebouw is niet uit Egyptische steen opgetrokken en heeft zelfs de structuur van een Romeinse basilica. Dat maakt natuurlijk niet uit: het oog wil ook wat en het oogt uitstekend. De ontwerper van de schilderingen, de oriëntalist L. Delguer, baseerde zich dan ook op tekeningen van de Duitse egyptoloog Richard Lepsius.

Lees verder “Egypte in Antwerpen: de Levende Zon der Belgen”

Een nieuw “eerste” alfabet?

Een van de beschreven scherven (uit dit artikel)

Een van de redenen waarom men in de achttiende en negentiende eeuw de Oudheid bestudeerde, was dat men meende dat als men iets in zijn oorspronkelijke staat kende, men ook het wezen ervan doorgrondde. Het vroegste christendom was volmaakt geweest en later was het minder geworden; ooit was er een zuiverder Grieks gesproken geweest en dat was later vervuild geraakt. Hier komt de obsessie met “eerstes” vandaan die de oudheidkunde nog steeds teistert.

Vaak is dat aandachttrekkerij, maar niet altijd. De Amerikaanse archeoloog Glenn Schwartz publiceerde een paar weken geleden een artikel over een viertal beschreven stukjes klei uit de Bronstijdnederzetting Umm el-Marra ten oosten van Aleppo, waar hij samen met de Universiteit van Amsterdam onderzoek heeft gedaan in de jaren voor de burgeroorlog. De vondst is dus alweer wat ouder en in 2010 al gepubliceerd. Nu komt Schwartz erop terug in een artikel met de bescheiden kop “Non-Cuneiform Writing at Third-Millennium Umm el-Marra, Syria” (€). Het nieuwtje zit in de ondertitel: “Evidence of an Early Alphabetic Tradition?”

Lees verder “Een nieuw “eerste” alfabet?”

Hoe lezen we hiërogliefen?

Zomaar wat hiërogliefen (Museo Barracco, Rome)

Dat was dus een leuk gesprek, alweer ruim een jaar geleden, in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden: egyptologe, bling-specialiste, archeologe, schrijfster en door-en-door leuk mens Sigrid van Roode legde me voor de camera’s uit hoe de hiërogliefen en de oude Egyptische taal zijn ontcijferd.

Een deel van haar betoog kent u misschien wel, zoals het verhaal van de Steen van Rosetta, de cartouches en de rol van Champollion. Ik wil niet beweren dat het algemeen bekend is, maar het behoort wel tot de meer bekende informatie over de oude wereld. Een ander deel is misschien wat minder bekend, zoals het belang van kwantificatie van het aantal tekens. Plus de betekenis van het woord wiwi.

Lees verder “Hoe lezen we hiërogliefen?”

Groot huis

Twee keer het woord “farao” in de cartouches van de tempel van Dendur (Metropolitan Museum, New York)

Het bovenstaande Egyptische reliëf is te zien op de tempel van Dendur en als u denkt dat u ervoor naar Egypte moet, dan heeft u het mis, want dit heiligdommetje staat in het Metropolitan Museum in New York. Net als de tempel van Taffeh in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is het gebouwtje uit Dendur door de Egyptische overheid geschonken aan een land dat meehielp bij het redden van oudheden toen die dreigden te verdrinken na de aanleg van de Aswandam.

De afbeelding zelf is niet zo heel bijzonder, maar de twee cartouches erboven zijn dat wel. Ze zijn niet alleen identiek, maar ook veelzeggend in hun nietszeggendheid. Zoals u ziet staan in beide cartouches dezelfde drie hiërogliefen: een rechthoek, een soort pilaar en een mannetje. De rechthoek is het teken pr, “huis”, en het pilaartje, dat een soort dubbele a-klank weergeeft, maakt dit tot een groot huis. Het mannetje is een determinatief, een teken dat aangeeft hoe je het bovenstaande dient te duiden: in dit geval gaat het om een persoon die het Grote Huis is. De koning, met andere woorden, ofwel de farao, om de Hebreeuwse verbastering te citeren van het Egyptische woord voor Groot Huis. We hebben dus te maken met twee cartouches waarin niet de naam van de vorst staat, maar alleen de hiërogliefen voor farao.

Lees verder “Groot huis”

Filmen in Leiden

Ruim een jaar geleden kondigde ik aan dat Livius (de vennootschap waar ik lid van ben) een reeks korte filmpjes wilde maken om uit te leggen hoe oudheidkundigen weten wat ze weten. Een soort “Methode op maandag” dus, maar dan in een ander medium. Een wetenschap die haar methoden niet uitlegt, lijkt immers geen methode te hebben, trekt dus amateurs aan, is niet in staat een overtuigend weerwoord te bieden aan kwakhistorici en kan niet langer spreken met het gezag dat nodig is om de samenleving adequaat te informeren. We hebben al twee draaidagen gehad en gisteren was de derde.

En zo zat ik – letterlijk, zie boven – zondag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden voor een interview met Casper Porton van Addisco. Hij legde uit hoe taalkundigen de klanken van het oude Latijn reconstrueren. Ik heb zelden een zó gemakkelijk interview afgenomen. Handig was dat er een inscriptie aan de muur hing waar een spelfout in zat: het soort dingen dat helpt bij de reconstructie van de uitspraak.

Lees verder “Filmen in Leiden”

Alfabet

Ugaritisch alfabet (Parijs, Louvre)

Ik was wat foto’s aan het opruimen toen ik het bovenstaande plaatje vond. Dit kleitabletje is gevonden in Ugarit, een havenstad in het noordwesten van het huidige Syrië. Het dateert uit de dertiende eeuw v.Chr. en bevat een zogeheten abecedarium. Dat is een tekst met de letters van het alfabet. In het ontbrekende hoekje linksbovenaan stond een alef en een halve bet, daarop volgden op de bovenste regel van links naar rechts nog de sporen van een bet, een gimel, een dalet, een hee en een waw.

Dit is niet ’s werelds oudste alfabet. In Ugarit is een ouder kleitabletje gevonden met de letters erop. Ik heb het gezien in het museum van Damascus maar had die dag nog niet in de gaten dat het fotografieverbod ter plekke diende om suppoosten te helpen aan baksjisj, dus ik heb geen foto gemaakt. Even goed is ook dat tabletje, beroemd als het is, niet de oudste alfabetische tekst. Zulke tekens zijn ook gevonden in de Sinaïwoestijn en mogelijk – en dan nog ouder – in de Wadi el-Hol in zuidelijk Egypte. Er is wel geopperd dat de tekens daar zijn bedacht door West-Semitische slaven die inspiratie ontleenden aan de hiërogliefen die de Egyptenaren gebruikten om koningsnamen te schrijven.

Lees verder “Alfabet”

Arrianus en Ammianus

arrianus

Soms vertelt één noot meer dan een pagina tekst. Als Ammianus Marcellinus, de auteur van een magistrale militaire geschiedenis van het Romeinse Rijk in de jaren 353-378, het heeft over een “inspecteur van de kunstschatten van Rome”, legt classicus Daan den Hengst, die de Latijnse tekst heeft vertaald in mooi Nederlands, uit dat de taken van deze functionaris onvoldoende bekend zijn maar dat hij vermoedelijk toezag op historische gebouwen en oude kunstwerken. Dat lijkt het intrappen van een open deur, maar Den Hengst wijst de lezer hier op twee wezenlijke punten: enerzijds dat voor de Romeinen van de tweede helft van de vierde eeuw bewondering voor het verleden een heel serieuze zaak was en anderzijds dat we minder weten over deze periode dan we zouden willen.

Wat we wel weten, maakt nieuwsgierig. Het was in die tijd niet meer vanzelfsprekend dat de Romeinse legers elke oorlog wonnen; de traditionele, literair-geschoolde bovenlaag maakte plaats voor een gemilitariseerde elite; het christendom won aan invloed. Weliswaar probeerde keizer Julianus (reg. 360-363) het laatste proces te remmen, maar hij kwam om het leven tijdens een veldtocht tegen het Perzische Rijk, zodat zijn poging de kerstening te vertragen zonder gevolg bleef. De titel die Den Hengst heeft meegegeven aan de Nederlandse vertaling van Ammianus’ geschiedwerk, Julianus, de laatste heidense keizer, legt een accent dat de Romeinse schrijver zelf niet legt. Toen hij rond 390 zijn boek afrondde, was het conflict allang niet meer actueel. En bovendien: Ammianus was vooral krijgshistoricus.

Lees verder “Arrianus en Ammianus”

Serekh

Kom met de serekh van koning Djer (Leiden, Rijksmuseum van Oudheden)
Kom met de serekh van koning Djer (Leiden, Rijksmuseum van Oudheden)

In hiërogliefische teksten zie je vaak hoe sommige tekens staan geplaatst in een soort lus, een cartouche. Die cartouches zijn redelijk bekend, want ze speelden een rol bij de ontcijfering van de Egyptische lettertekens: de tekens in de lus gaven de naam van de vorst weer, geschreven in tekens die in feite alfabetisch waren. Doordat het verhaal van de ontcijfering vrij bekend is, is de uitdrukking “cartouche” een van de weinige uitdrukkingen uit het oudheidkundige jargon die ingeburgerd zijn geraakt.

Een serekh is het makkelijkste typeren als een vierkante cartouche, zoals op het plaatje hierboven. (De prachtige albasten kom is overigens te zien in de onlangs heropende Egyptische afdeling van het Rijksmuseum van Oudheden.) Vanwaar het verschil tussen de serekh en de cartouche?

Lees verder “Serekh”