Judas Iskariot

De dood van Judas Iskariot (Koninklijke Bibliotheek, Den Haag)

Mijn goede vriend Richard attendeerde me onlangs op een kort filmpje waarin een franciscaner monnik het revolutionaire karakter van het christendom beter samenvatte dan ik ooit eerder hoorde. Kijk, zei de man, niets is makkelijker dan te houden van Jezus. Die geneest mensen, doet wonderen en lijdt in jouw plaats. Iedereen zou sympathie voelen voor zo’n weldoener. Een goede christen, zo zei de monnik, voelt echter eveneens sympathie voor Judas. Ik heb nooit een oudhistoricus zó scherp horen uitleggen hoe vernieuwend het christendom is geweest.

Wat weten we echter over Judas, behalve dat zijn naam inmiddels synoniem is voor verraad? U raadt het al: we weten niet veel. Eigenlijk maar twee dingen. Eén: Judas behoorde tot Jezus’ inner circle, de Twaalf: de mannen dus die, na de grote kosmische ommekeer die Jezus en zijn volgelingen verwachtten, leiding zouden moeten geven aan het herstelde Israël. Twee: Judas leverde Jezus uit aan de autoriteiten in Jeruzalem. Aan die twee stukjes informatie kunnen we toevoegen dat de auteurs van het Nieuwe Testament al onzeker waren over Judas’ beweegredenen.

Lees verder “Judas Iskariot”

Nogmaals Judas

Judas, Brutus en Cassius in de muil van de duivel (Baptisterium van Florence)

Een tijdje geleden blogde ik over Judas Iskariot, over wie ik concludeerde dat we er eigenlijk maar weinig over weten. De bronnen vertellen dat hij Jezus uitleverde en sommige noemen hebzucht als motief. We moeten het daarmee doen. Nog even wat kanttekeningen.

1.

Ik had iets over het hoofd gezien. In Marcus 14 en Johannes 12 zalft een vrouw Jezus met kostbare olie.

Marcus 14.4-5: Sommige aanwezigen zeiden geërgerd tegen elkaar: “Waar is deze verkwisting goed voor? Die olie had immers voor meer dan driehonderd denarie verkocht kunnen worden, en dat geld hadden we aan de armen kunnen geven.” Ze voeren tegen haar uit.

Johannes 12.4-6: Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die hem zou uitleveren, vroeg: “Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?” Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde. Hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit.

Lees verder “Nogmaals Judas”

Judas Iskariot

Dertig Tyrische sjekels (Bibelhaus, Frankfurt)

Ik denk dat er, met de mogelijke uitzondering van Maria Magdalena, geen nieuwtestamentische bijrolspeler is die meer de aandacht heeft getrokken dan Judas Iskariot. Een deel van de verklaring is natuurlijk dat zo weinig over hem bekend is. Je kunt er van alles bij verzinnen.  En dat is in de afgelopen eeuwen dan ook gedaan. We weten echter weinig met voldoende zekerheid. Hij behoorde tot Jezus’ inner circle, De Twaalf. De evangelist Johannes weet dat Judas de gemeenschappelijke kas beheerde (12.6 en 13.29). Verder weten we dat Judas Jezus uitleverde aan de autoriteiten en dat hij kort na Jezus’ marteldood ook zelf dood was.

Iskariot

En o ja, zijn bijnaam was Iskariot. Maar we weten niet wat het betekent. Eén verklaring is in elk geval weinig plausibel: dat het zou zijn afgeleid van sicarius, “dolkdrager”. Er zijn namelijk maar heel weinig Latijnse leenwoorden in het Aramees en Hebreeuws. Je moet dan ook nog verklaren waarom de twee eerste letters zijn verwisseld. Zoiets komt wel voor maar is ongebruikelijk.

Lees verder “Judas Iskariot”

Kon Jezus lezen en schrijven? (2)

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

In het eerste stukje legde ik uit dat de evangeliën weinig beslissends zeggen over de vraag of Jezus kon lezen en schrijven. We zullen deze teksten verder laten rusten. Een andere aanpak is te kijken naar Jezus’ wereld en dan zijn er wel meer dingen te zeggen.

Een vrome timmerman

Het eerste is: Jezus kwam uit een religieus milieu. Dat weten we omdat zowel hijzelf als zijn familieleden heel sprekende namen hebben: een moeder Maria, een vader Jozef, een broer Jakobus, een broer Judas, en een verdere verwant Simon. Ik blogde er al eens over dat dit namen zijn met goede antecedenten in de eerste boeken van de Bijbel, waar u ze tegenkomt als Miriam, Jozef, Jakob, Juda, Simeon. De naam die wij weergeven als Jezus is dezelfde als die van de strijder Jozua.

In vrome kringen als deze was het gebruikelijk minimaal de oudste zoon naar school te sturen. De geletterdheid van de Joden was in de Oudheid spreekwoordelijk. Romeinse soldaten wisten daarom heel goed dat als je een Jood wilde pesten, je zijn boeken kapot moest maken. Dode-Zee-rollen met zwaardhouwen en reparaties bewijzen hoe gehecht Joden eraan waren.

Lees verder “Kon Jezus lezen en schrijven? (2)”

Misverstand: Jezus de timmerman

Schrijnwerker, niet per se Jezus (Musée Saint-Rémi, Reims)

Het is een standaardscène in vrijwel elke film over Jezus: de flashback waarin iemand terugdenkt aan hoe het allemaal begon, met een jonge Jezus die in Nazareth nog tafels en andere meubels timmerde. In Jesus Christ Superstar (1973) herinnert Judas eraan dat “tables, chairs, and wooden chests would have suited Jesus best” en in The Passion of the Christ (2004) is de timmermanszoon uit Nazaret zelfs de uitvinder van een nieuw soort meubilair.

Het maken van meubels was echter het werk van een schrijnwerker, terwijl Jezus (volgens Marcus 6.3 || Matteüs 13.55) van beroep timmerman was – of beter, een bouwkundig vakman, wat vermoedelijk de beste vertaling is van het Griekse tektôn.

Het pro-actieve Paasstukje

De kruisiging van de historische Jezus was gruwelijker dan op deze middeleeuwse afbeelding (Keulen, St. Maria im Kapitol).

Binnenkort is het Pasen, journalisten willen daar dan iets mee doen en zoeken iets nieuws. Daar is niets mis mee, maar er zit kaf tussen het koren; zie onderaan deze pagina voor een overzicht van enkele paashoaxes. Wetenschappers staan er bovendien niet boven om journalisten voor hun karretje te spannen: toen Harvard door het stof moest voor een wetenschapsfraude, bracht de universiteit kort voor Pasen een misleidend persbericht naar buiten. Op deze pagina heb ik wat populaire misverstanden op een rijtje gezet.

1 Judea was politiek onrustig

Populair gemaakt door Jesus Christ Superstar en later Fik Meijer. Gebaseerd op kritiekloos gebruik van de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, die een nogal aparte visie had op de aanloop naar de grote oorlog tussen Joden en Romeinen van 66-70. Volgens hem was de oorzaak gelegen in een “vierde filosofie” die “aan het Jodendom vreemd” was, waarmee hij de Sicariërs bedoelde. Deze streed aan het begin van de jaartelling tegen de Romeinen en speelde zestig jaar later opnieuw een kleine rol. Josephus claimt continuïteit en om die te bewijzen noemt hij allerlei opstandelingen, maar die dateren uit de tijd tussen 36 en 66. Over de daaraan voorafgaande periode, waarin Jezus leefde, weet hij domweg geen rebellen te noemen. Die continue onrust in Judea bewijst hij dus niet. De wetenschappelijke consensus komt overeen met de inschatting van de Romeinse schrijver Tacitus, die de situatie typeert met één woord: quies.
Lees verder “Het pro-actieve Paasstukje”

De Petrus van Fik Meijer (2)

Petrus (gevelsteen Prinsengracht 1, Amsterdam)

[Ik wijd vandaag een stuk aan het boek Petrus. Leerling, leraar, mythe van Fik Meijer. Ik wil tonen dat er voor geschiedschrijving en wetenschapscommunicatie kwaliteitsnormen zijn. Meijer haalt die niet, zal bij menig lezer scepsis oproepen en draagt zo bij aan het afkalvende draagvlak voor de oudheidkundige wetenschappen. Het eerste deel is hier.]

Verouderde interpretaties

Zie ik het goed, dan citeert Meijer niet-Griekstalige joodse teksten (apocriefen, Dode Zee-rollen en rabbijnse literatuur) allemaal uit de secundaire literatuur. Net als in Jezus en de vijfde evangelist is Petrus dus een boek over een jood, geschreven zonder te kijken naar de joodse bronnen. De uitzondering die deze regel bevestigt is de Grieks-schrijvende joodse historicus Flavius Josephus, die Meijer vrijwel letterlijk volgt.

Josephus was een aristocraat die zich aan zijn privileges verplicht voelde op te komen voor de Joden én hun leiders. (Daarin was hij overigens niet anders dan zijn tijdgenoten Tacitus en Ploutarchos.) In Josephus’ visie waren niet alle Joden anti-Romeins, maar was het verzet beperkt tot een kleine groep, die niet luisterde naar het goedbedoelde leiderschap van de joodse elite. Die kleine groep zou sinds de Romeinse annexatie voortdurend de orde hebben verstoord: in de jaren tussen 6 en 66 na Chr. zou het van kwaad tot erger zijn gegaan tot de Joodse Oorlog was uitgebroken en in 70 Jeruzalem was verwoest. Althans volgens Josephus.

Lees verder “De Petrus van Fik Meijer (2)”

Sicariërs

Masada

Een tijdje geleden was er een heus wetenschappelijk congres over de historische achtergronden van Monty Pythons Life of Brian. Ik heb de congresbundel niet gelezen, maar het thema is interessant: welke kennis was er in 1979 over Judea, hoe verwerkten de Pythons die in hun film en hoe kijken we nu naar het vroege Judea?

Allerlei scènes zijn goed gekozen. Discussies over sandalen en kalebassen lijken verdacht veel op de toenmalige halachische debatten, terwijl de Pythons het verzet tegen Rome presenteren als hopeloos verdeeld. Daarvoor valt beslist iets te zeggen.

Lees verder “Sicariërs”

Beit Guvrin

Beit Guvrin
Beit Guvrin

Vlak voordat ik naar Curaçao vertrok, had ik nog een gesprek met mijn uitgever, Frits van der Meij, over Israël verdeeld, het boek dat ik nu aan het afronden ben over de Joodse ideeënwereld aan het begin van onze jaartelling. (De titel heb ik overigens te danken aan een van de respondenten op deze kleine blog.)

Ik spreek graag met Frits. Los van het feit dat het altijd gezellig is, zijn er in de aanloop naar de publicatie allerlei praktische zaken te bespreken. Over meelezers en spellingskwesties hadden we het al eerder gehad (jood of Jood? – het laatste dus). Dit keer ging het over onder meer het tijdschema, het contract, de publiciteit en de tekst waarmee het boek aan de boekhandels wordt aangekondigd. En het omslag.

Lees verder “Beit Guvrin”

Vrijblijvende science-fiction

De Amerikaanse auteur Gore Vidal vindt dat Life from Golgotha behoort tot zijn beste werk, maar hij vormt een minderheid. De meeste critici oordeelden dat de ouwe rot niet echt op dreef was in zijn exuberante verhaal over tijdreizigers die in Jeruzalem de kruisiging van Jezus bijna in het honderd laten lopen. Toch moet je Vidal nageven dat hij het komisch potentieel van een tijdreis volledig uitbuit. Dat kun je niet zeggen van de imitatie van de Amerikaanse satire die Piet Meeuse schreef. Het kraaien van de haan wil de lezer maar niet aan het lachen krijgen – en dat is dodelijk voor een boek waarin het belang van humor een centrale rol speelt.

Meeuse en Vidal

De imitatie ligt er duimendik bovenop: evangelische christenen uit de nabije toekomst willen beelden van de kruisiging, er worden tijdreizen gemaakt, Jeruzalem en Efese vormen het decor, Jezus en Judas zijn niet wie we denken dat ze zijn, de relatie tussen geweld en religie komt aan bod, Paulus blijkt de historische waarheid niet te kennen en de eigenlijke vertelling eindigt met een ironische cliffhanger waarbij de lezer al weet wat er zal gebeuren, maar de personages niet. Toch is Het kraaien van de haan een voldoende creatieve kopie om niet te hoeven doorgaan voor plagiaat, want zelfs al is de substantie identiek, de uitwerking is anders.

Lees verder “Vrijblijvende science-fiction”