Het badhuis in Heerlen

Een tijdje geleden liet het Thermenmuseum in Heerlen in een hijgerig persbericht weten dat was vastgesteld dat het beroemde Romeinse badhuis het oudste gebouw was van Nederland. De bewering is waar, mits je een heel specifieke definitie van gebouw hanteert. De Heerlenaren konden echter redelijkerwijs verwachten dat die nuance in de media zou wegvallen. Ik blogde er destijds over dat ik het een vreemde gang van zaken vond.

Een hype die niet nodig was

Nu ik het rapport Roman Bathing in Coriovallum lees, weet ik het zeker. De hype was nergens voor nodig. De onderzoeksresultaten waren interessant genoeg om te presenteren zonder overdrijving. Je kunt namelijk prima de puzzel tonen. Als voorbeeld neem ik de manier waarop museumconservator Karen Jeneson aantoont hoe oud het badhuis is.

Lees verder “Het badhuis in Heerlen”

Erfgoedroof: de schaamte voorbij

Beek, een dorpje in Nederlands Limburg, heeft iets gemeen met Bagdad, de hoofdstad van Irak: erfgoedroof. De illegale handel heeft het plaatselijke museum overvallen. Voor zover er verschil is, is dat slechts in de schaal en het thema van het museum: in Bagdad een groot oudheidkundig museum, in Beek een plaatselijk museum, gewijd aan de Tweede Wereldoorlog. De overeenkomst is dat in beide gevallen een team inbrekers doelgericht te werk ging en precies wist wat het moest halen.

Gewoon dus, beng, je komt aanrijden, je laat je auto achter, je blokkeert de weg met banden om een eventuele politie-ingreep te vertragen, je breekt de deur van het museum open, je helpt je aan wat je nodig hebt en je vertrekt met een tweede auto. Zo simpel was het, daar in Beek.

De politie onderzoekt momenteel de inbraak maar het lijkt erop dat de vandalen handelden voor een opdrachtgever. Net als in Bagdad is het probleem niet alleen de dader maar ook de heler.

Lees verder “Erfgoedroof: de schaamte voorbij”

Graf te Roermond

Het “graf met de handjes”, Roermond

Dingen waar je langs zou kunnen komen als je deze dagen niet binnenshuis moest blijven maar de vrijheid had een fietstochtje te maken: het Oude Kerkhof van Roermond, officieel de Begraafplaats Nabij de Kapel in ’t Zand. Waar het bovenstaande beroemde grafmonument is te zien.

Lees verder “Graf te Roermond”

Romeins Heerlen

Romeins Heerlen en omgeving (uit: Roman Bathing in Coriovallum)

Een paar maanden geleden blogde ik over een drietal stammen die in de Lage Landen moeten hebben gewoond en die we niet goed op de landkaart kunnen intekenen. Ik noemde de Frisiavonen, die door Nederlandse archeologen vaak worden geplaatst in Zeeland, waar Vlaamse archeologen de Menapiërs plaatsen. Ook noemde ik de Baetasi, waarvan we weten dat hun gebied zich bevond binnen dat van de latere gemeente Xanten. Tot slot noemde ik de Sunuci. Over hen is weleens gezegd dat dat ze nog zijn aan te wijzen in Zuid-Limburgse plaatsnamen als Sinnich, Schin op Geul, Schimmert en Schinnen. Tot slot nam ik een suggestie over van Karen Jeneson, de conservator van het Thermenmuseum, dat Heerlen – bepaald geen dorp – weleens de hoofdstad zou kunnen zijn geweest van een van die stammen. Het taalkundige bewijsmateriaal deed mij denken aan de Sunuci.

Nu de resultaten van drie jaar onderzoek naar Romeins Heerlen zijn gepubliceerd in een boek dat Roman Bathing in Coriovallum. The thermae of Heerlen revisited heet, wilde ik toch eens weten of dat klopte.

Lees verder “Romeins Heerlen”

De Vondst, Heerlen

Archeologisch depot

Heerlen is van alle gemeentes in Nederland de meest Romeinse. Hier is een Romeins badhuis te zien, een van de grootste ruïnes benoorden de Alpen; hier is het bijbehorende Thermenmuseum, dat de geschiedenis van Romeins Limburg documenteert; hier in de buurt liggen de Romeinse Katakomben van Valkenburg, waar ze u een van de belangrijkste antieke erfenissen tonen; op fietsafstand liggen Jülich en Aken, waar Karel de Grote een nieuwe Romeinse keizer wilde zijn, en Maastricht en Tongeren. En sinds een tijdje zijn hier ook het Archeologisch Depot van de provincie Limburg en het restauratie-atelier Restaura. Beide zijn ondergebracht in één gebouw, dat door het leven gaat als De Vondst.

Er is ook een ArcheoHotspot, wat u het beste kunt beschouwen als een archeologisch spreekuur. Als u eens iets wil weten, kunnen vrijwilligers u daar meer vertellen. U kunt er ook heen gaan als u zelf eens iets hebt gevonden en wil weten wat het is, maar er zijn ook altijd vrijwilligers van de AWN te vinden die bezig zijn scherven te determineren of zeefmonsters te sorteren.

Lees verder “De Vondst, Heerlen”

Drie stammen

Romeinse ruiterij (Institut archéologique du Luxembourg, Arlon)

Het zijn zomaar de namen van drie van de vele etnische groepen die worden genoemd in de Griekse en Romeinse bronnen: de Sunuci, de Frisiavonen en de Baetasii. De oudere Plinius noemt ze één keer. Achter de Schelde, zo schrijft hij, wonen de Catoslugi, de Atrebates (in Artesië), de Nerviërs (in Henegouwen), de Vermandui (rond Noyon), de Suaeuconen, Suessiones (rond Soissons), de Ulmanectes, de Tungri (rond Tongeren), de Sunuci, de Frisiavonen (Nederlandse archeologen zoeken die, om redenen die ik niet ken, in Zeeland), de Baetasii, de Leuci (in Lotharingen), de Treveren (rond Trier), de Lingonen (bij Langres), de Remers (rond Reims), de Mediomatrici (rond Metz), de Sequanen (in de Jura), de Raurici (achter Bazel) en de Helvetiërs (langs de Boven-Rijn).

Waar alle groepen uit deze grotendeels systeemloze lijst woonden, is een van de vele geografische puzzels uit de Oudheid, waarbij onderzoekers hypothese op hypothese stapelen. Als de Ulmanectes een schrijffout zijn voor Sulbanetes, dan leefden ze rond Senlis, waar een inscriptie die naam vermeldt. Als, als, als. We zullen vandaag eens speculeren over de Sunuci, Baetasi en Frisiavones.

Lees verder “Drie stammen”

Heerlen, Maankwartier

Hoofdingang van het nieuwe station Heerlen

Je hebt in Nederland een paar echte steden en een heleboel kleine steden met een gemeentebestuur dat denkt aan het hoofd te staan van een grote stad. Er zou een boek te schrijven zijn – het is ongetwijfeld al gedaan – over de daaruit voortvloeiende ongelukjes en ongelukken. Bedrijfsterreinen zonder huurders. Wegen naar nergens. Woonwijken waar de loop niet in komt. De voetbalclub die naar de eredivisie moet en via allerlei semilegale constructies aan geld wordt geholpen. Leegstaande kantoren. Bij mij in het dorp heeft de gemeente voor veel geld een haven gegraven waar nauwelijks schepen komen. De zeesluis is trouwens ook niet groot genoeg.

Dit alles gebeurt zó vaak dat het hekelen van bestuurlijke overmoed een eigen journalistiek genre is. Dat is ook goed. Bestuurders kunnen beter een keer te vaak dan een keer te weinig worden bekritiseerd. Maar soms lijkt het hekelen een doel in zichzelf en een voorbeeld is het Maankwartier in Heerlen.

Lees verder “Heerlen, Maankwartier”

Rond de Vaalserberg

De Geul in Moresnet

Gemmenich, waar ik momenteel verblijf, is maar een klein dorpje. Het enige monument is een kerk. Er is een bakker, er is een slager, er is een café, er is een friterie du village en er is een niet geweldig geoutilleerde avondwinkel. Omdat er geen supermarkt is ben ik voor inkopen aangewezen op het echtpaar dat me dit huisje verhuurt en voor wie geen moeite te veel is. Het alternatief is dat ik over de westelijke helling van de Vaalserberg fiets naar Vaals, maar het is een vervelende klim als je naar het noorden gaat en een nauwelijks minder vervelende klim als je naar het zuiden terugkomt.

Om die reden besloot ik het eens ten zuiden van Gemmenich te zoeken, waar dorpjes liggen met namen als Völkerich en Plombières. Dat laatste dorp heet in het Duits Bleiberg en in het lokale dialect Blieberg. Wat ik maar zeggen wil: je merkt hier goed hoe bizar het idee van een taalgrens is, want het loopt dwars door elkaar heen en ik hoor dezelfde mensen diverse talen spreken. Ik moest ook nog naar Aken, waar boeken en fotokopieën van een tijdschriftartikel voor me klaarlagen, dus na de koffie ging ik op pad.

Lees verder “Rond de Vaalserberg”

Een Romeinse haan

Een Romeins haantje uit Buchten (Limburgs Museum, Venlo)
Een Romeinse haan uit Buchten (Limburgs Museum, Venlo)

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, vind ik fietsen leuk maar heb ik een voorkeur voor lange vlakke stukken. Ik wil lekker in cadans komen. Hoewel ik de Alpen, de Apennijnen, de Abruzzen en de Pindos heb overgestoken, vind ik bergen maar niks en om die reden houd ik ook niet heel erg van het zuiden van Limburg, hoe graag ik ook in Heerlen en Maastricht kom. Dat gezegd zijnde, de rest van Limburg is heerlijk. Langs de Maas kun je schitterend rijden en je passeert plaatsen als Susteren, Roermond, Venlo, Arcen en Gennep. Ik zou ook Meerssen hebben willen noemen, ware het niet dat je daarna een rotbult krijgt naar het plateau met vliegveld Beek.

Venlo is voor mij een late ontdekking geweest. Toen ik er een jaar of drie geleden vanuit Nijmegen naartoe kwam fietsen ontdekte ik dat het een leukere stad is dan ik had gedacht. Ik ben er sindsdien verschillende keren teruggekeerd. Een ritje naar Eindhoven, een tochtje via Reuver en Steyl vanuit Roermond, of gewoon om het Limburgs Museum te bezoeken.

Lees verder “Een Romeinse haan”

Sint-Joris en de draak (1)

De draak van Sint-Joris te Beesel (Rik van Rijswick)

De draak hierboven, gemaakt door Rik van Rijswick, fotografeerde ik afgelopen zomer bij Beesel, dat u misschien kent van het draaksteken. Het is wel een tof beestje voor deze mooie zomerdag, want het is vandaag Sint-Joris. Maar wie was dat eigenlijk?

De Gulden Legende, de grote collectie heiligenlevens die Jacob van Voragine in 1260 publiceerde, noemt verschillende verhalen over de marteldood van christenen die Georgius hebben geheten, en ik sluit allerminst uit dat ze allemaal waar zijn omdat de naam destijds net zo gangbaar was als ons “meneer De Boer”. Het beroemdste verhaal is natuurlijk dat van zijn optreden als drakendoder, dat een variant is op het verhaal van de Griekse held Perseus. De christelijke legende is later weer door moslims opgepikt: zij noemen Perseus/Georgius Khidr, “de groene man”. In Jounieh bij Beiroet worden Khidr en Georgius samen vereerd; Khidrs graf is me ooit aangewezen in de citadel van Aleppo; en hij verschijnt aan u als u in Isfahan veertig dagen lang elke avond de stoep goed schrobt zonder u daarop te laten voorstaan.

Kortom, een volksverhaal waarvan er dertien in een dozijn gaan, maar omdat ik de legende eigenlijk eens wilde lezen, heb ik die maar eens opgezocht. Hieronder dus de tekst van een gedeelte uit de Gulden Legende, vertaald door Vincent Hunink. Maar eerst nog even dit: komt u vanavond naar Oog op de Oudheid in Leiden?

Lees verder “Sint-Joris en de draak (1)”