De Siciliaanse Vespers (3): Oorlog

Peter III van Aragón

[Dit is het laatste van drie blogjes over de Siciliaanse Vespers. Het eerste was hier.]

De Siciliaanse Vespers, gevolgd door de troonsbestijging van Peter III van Aragón, vormden het begin van een oorlog die twintig jaar zou duren. Karel van Anjou probeerde op het opstandige eiland de orde te herstellen, maar zijn mannen werden verdreven door Aragonese troepen, die vervolgens vanuit Messina konden oversteken naar Calabrië, van waaruit ze naar Napels konden marcheren.

Omdat Karel tijdens de Siciliaanse Vespers veel van zijn schepen had verloren, kon hij weinig doen om de invasie te voorkomen, en daarom deed hij een voorstel dat zijn wanhoop verraadt: hij stelde een duel voor met Peter. Het zou in Bordeaux moeten worden gehouden, maar vond nooit plaats en stelde zelfs de gevechten in zuidelijk Italië niet uit, want Peters vloot brandschatte de kusten van Calabrië, veroverde Malta en versloeg in de Golf van Napels de rest van Karels vloot. Karels zoon, de toekomstige Karel II, behoorde tot de krijgsgevangenen.

Lees verder “De Siciliaanse Vespers (3): Oorlog”

De Siciliaanse Vespers (2): Karel van Anjou

Karel van Anjou (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het tweede van drie blogjes over de Siciliaanse Vespers. Het eerste was hier.]

In het conflict dat Frederik II had met de Noord-Italiaanse stadstaten en de paus, vocht de keizer-koning met succes, zodat de paus geen andere optie meer had dan een concilie af te kondigen om de man af te zetten. In 1245 kwamen de kerkelijke leiders bijeen in Lyon, waar ze de keizer, die toch de meest succesvolle kruisvaarder was in zijn tijd, verklaarden tot ketter. Het was een schandaal: nooit eerder was een kerkelijk concilie gebruikt voor zulke evident niet-kerkelijke doelen.

Karel van Anjou

Desondanks beschouwden de aartsbisschoppen van Mainz en Keulen keizer Frederik als afgezet. Ze kozen graaf Willem II van Holland als nieuwe rooms koning. Hoewel die er in slaagde zich in Aken tot koning te laten kronen (1248), en hoewel Frederik in Italië enkele tegenslagen te verduren had, kon de keizer rekenen op voldoende steun in zowel Duitsland als Italië. Toen hij overleed in december 1250, liet Frederik de beide gebieden na aan zijn zoon Koenraad IV, die de strijd voortzette, maar in 1254 bezweek aan malaria.

Lees verder “De Siciliaanse Vespers (2): Karel van Anjou”

Lodewijk de Heilige in Karthago

Lodewijk de Heilige (Karthago)

Een week of drie, vier geleden blogde ik over de Zevende Kruistocht. De Franse koning Lodewijk de Heilige boekte in Egypte aanvankelijk succes, werd daarna verslagen, raakte in krijgsgevangenschap, werd vrijgekocht en concentreerde zich vervolgens op het versterken van de havensteden van het Koninkrijk Jeruzalem. Dat gebeurde allemaal tussen 1248 en 1254. In 1270 trok Lodewijk, zesenvijftig jaar oud, opnieuw ten strijde.

De Achtste Kruistocht

Het was urgent het Heilig Land te verdedigen. De Mammelukse sultan Baybars was bezig de christelijke steunpunten in de Landen van Overzee een voor een uit te schakelen. Desondanks was de eerste bestemming van de Achtste Kruistocht de stad Tunis. We hebben geen idee waarom, al biedt Lodewijks biechtvader een aanwijzing: Lodewijk zou hebben gemeend dat sultan Muhammad I al-Mustansir – hij behoorde tot de Hafsidische dynastie waarover ik al eens blogde – zich wilde bekeren tot het christendom. Zo iemand zou een extra steun kunnen zijn voor het eigenlijke werk in het oosten. Toen dat niet zo bleek te zijn, was het Franse leger al slaags geraakt met het Hafsidische en was er geen weg terug.

Lees verder “Lodewijk de Heilige in Karthago”

Lodewijk de Heilige in Sidon

Lodewijk de Heilige begraaft de doden in Sidon: afbeelding uit het getijdenboek van Johanna van Évreux.

Binnenkort verzorg ik in Amsterdam een cursus over de Kruistochten. Een van de personen die dan aan bod zal komen, is de Franse koning Lodewijk de Heilige of, als u z’n koninklijke serienummer wil gebruiken, Lodewijk IX. In de jaren vóór zijn expeditie naar het Heilig Land was de situatie van de Kruisvaardersstaatjes sterk verbeterd. Keizer Frederik II had tijdens de Zesde Kruistocht (1227) Jeruzalem in handen weten te krijgen en in de daarop volgende jaren hadden westerse troepen, profiterend van de verdeeldheid van de Arabische heersers, het Koninkrijk Jeruzalem nog wat verder vergroot.

Deze terreinwinst werd echter in één klap ongedaan gemaakt door de aankomst van een voordien onbekend leger uit het Verre Oosten. Tot de vele Turkse groepen in Centraal-Azië behoorden ook de Chorasmiërs in het huidige Oezbekistan en Iran, maar hun staat was onder de voet gelopen tijdens de Mongolenstorm. Een deel van het Chorasmische leger was naar het westen getrokken en had zich verbonden met de sultan van Egypte, die deze soldaten aanspoorde Jeruzalem in te nemen. In 1244 verwoestten ze de stad. De christelijke leiders en de emir van Damascus keerden zich nu tegen de Egyptische en Chorasmische troepen, maar werden vlakbij Gaza zo totaal verslagen dat er feitelijk geen christelijk leger meer was in het Koninkrijk Jeruzalem. Dat was eind 1244 gereduceerd tot enkele havensteden, en zou zich nooit meer herstellen.

Lees verder “Lodewijk de Heilige in Sidon”

Een oorkonde van Lodewijk de Heilige

Zegel van Lodewijk de Heilige

In 1187 veroverde Saladin de stad Jeruzalem en sindsdien ging het van kwaad tot erger voor de Kruisvaardersstaten in het Nabije Oosten. Keizer Frederik II wist weliswaar in 1229 het christelijk gezag over Jeruzalem te herstellen, maar in 1244 ging de stad voorgoed verloren. Koning Lodewijk de Heilige was een van de leiders van de Zevende Kruistocht, die probeerde Jeruzalem te heroveren, maar die uitliep op een catastrofe.

In 1250 bevond de koning zich in Akko, waar hij probeerde zijn verslagen leger te herorganiseren. Hij ontving ook een gezantschap van de Maronieten, de christenen uit het Libanongebergte, die zich al een tijdje presenteerden als westerse katholieken in een Grieks-Orthodoxe en islamitische wereld. Dat maakte hen tot geschikte bondgenoten voor de Kruisvaarders en leverde hen westerse bescherming tegen andere groepen in het gebergte.

Lees verder “Een oorkonde van Lodewijk de Heilige”

Toerist in Tunesië

Olijfoogst in Romeins Tunesië (Bardomuseum, Tunis)

De vaste lezers van deze blog zal het wellicht zijn opgevallen: ik ben momenteel voor mijn werk in Tunesië. En omdat ik onverwacht wat tijd over heb, trakteer ik u op wat foto’s uit dat mooie land.

Het Bardomuseum

Het Bardomuseum in Tunis is het voornaamste museum van Tunesië. Het heeft een heel mooie collectie Romeinse mozaïeken. Hierboven heeft u een voorbeeld: een olijfoogst. Ik schreef al eerder over een mooi mozaïek dat Vergilius voorstelt, over de reis van Afrodite en een goudschat.

Lees verder “Toerist in Tunesië”

Op bezoek in Libanon (3): de maronieten

De Qadishavallei, de heilige vallei van de maronieten.

De maronieten zijn een van de belangrijkste christelijke groepen in Libanon. Waar die groep precies vandaan komt, is een ingewikkeld verhaal, waarvan het deel over een Arabische migratie vanuit Jemen naar het noorden (dankzij die Arabische inscripties waarover we het hier al eens hadden) inmiddels geldt als achterhaald en waarvan het deel over christelijke disputen en monotheletisme te ingewikkeld is om te herhalen. Wie Sint-Maron was, is ook nogal lastig. Waarom de maronieten Syrië hebben opgegeven en zich hebben teruggetrokken in Libanon, is helemaal ingewikkeld.

De maronieten

Gelukkig is het enige dat u weten moet wel simpel: ze werden rond 1100 bedreigd door Byzantijnen, Fatimiden en Seljuken, en kozen daarom voor samenwerking met de Kruisridders. Een samenwerking die lang niet altijd harmonisch was maar die wel betekende dat de maronieten zich meer en meer zijn gaan beschouwen als oostelijke buitenpost van de rooms-katholieke kerk. De maronitische “patriarch van Antiochië en het gehele Oosten”, Bechara Boutros al-Rahi, is tegelijk kardinaal van Rome. De maronitische basiliek in Beiroet is een kopie van de Maria Maggiore en maronitische geestelijken volgen een deel van hun opleiding in Rome.

Lees verder “Op bezoek in Libanon (3): de maronieten”

Middeleeuws Tunesië

Mahdia

Ik vertelde gisteren dat Aghlabidisch Tunesië in de problemen kwam door een grote opstand. De rebellen hielpen vervolgens de Fatimiden, eveneens sji’ieten, aan de macht in Egypte. Zij eisten het kalifaat op, dat volgens hen ten onrechte in handen was gekomen van de Umayyaden (eerst in Damascus, rond 900 nog steeds in Córdoba) en de Abbasiden van Bagdad. De zich als kalief aandienende Fatimidische leider gold als de teruggekeerde laatste imam, de mahdi, en de residentie van de Fatimidische gouverneur in Tunesië heette dan ook Mahdia.

De Ziriden

De bestuurders die, toen de Fatimidische kalief zich vestigde in Cairo, namens hem heersten over Tunesië, kwamen vanaf 972 uit de dynastie die bekendstaat als de Ziriden, Berbers. En zoals de Aghlabiden autonomie hadden verworven ten opzichte van de Abbasiden, zo gingen de Ziriden zich onafhankelijk gedragen ten opzichte van de Fatimiden. De economische bloei van Tunesië zette zich aanvankelijk voort, maar men verloor de greep op de woestijnhandel: de Fatimiden in Egypte en de Almoraviden in Marokko werden geduchte concurrenten.

Lees verder “Middeleeuws Tunesië”

Museum in aanbouw

Museum in aanbouw; vooraan een licht gebogen middeleeuwse muur en de Perzische en Fencische resten ingepakt

Waarom zou een toerist in Libanon een bezoek brengen aan Sidon? De havenstad heeft natuurlijk een beroemde naam: het was een van de voornaamste steden van de oude Feniciërs. Er valt echter weinig te bekijken. De koninklijke tombes zijn in de late negentiende eeuw opgegraven door Osman Hamdi, de belangrijkste archeoloog in het Ottomaanse Rijk, en daarom staan de puntgaaf bewaarde sarcofagen in het Archeologische Museum van Istanbul. Sidon heeft verder een gezellige souq, een handvol moskeeën, een zeepmuseum, een kruisvaarderskasteel dat staat in zee en een kruisvaarderskasteel dat staat op een heuvel. Dat is het wel zo’n beetje. Een Palestijns vluchtelingenkamp dat elk jaar slecht in het nieuws komt is voldoende om toeristen te doen besluiten Sidon te mijden.

Dat zal echter snel veranderen want de stad krijgt binnenkort een enorm archeologisch museum. Het leuke is dat het volledig is gewijd aan slechts één opgraving, die buitengewoon rijk is: het terrein van twee voormalige scholen, een college voor protestantse zending en een instituut voor rooms-katholieke missie. De locatie wordt daarom aangeduid als de College-opgraving of Les frères. Ik was er al eens eerder geweest – ik blogde er destijds over – en ben er afgelopen dinsdag opnieuw een kijkje wezen nemen.

Lees verder “Museum in aanbouw”

Sidon

sidon-college_excavation
Opgraving te Sidon: complex uit de Vroege Bronstijd

Een paar weken geleden was ik in Sidon, waar een grote opgraving plaatsvindt, niet ver van een van de twee Kruisvaarderskastelen in deze Libanese havenstad. De opzienbarendste vondst tot nu toe is een massagraf dat vrijwel zeker behoort tot de soldaten die zijn gesneuveld toen de Saracenen de plaats in 1249 innamen. Koning Lodewijk de Heilige, die op dat moment in de omgeving verbleef maar te laat aankwam om een ramp te verhinderen, begroef de doden alvorens het kasteel te versterken.

Een vriendelijke archeologe, geboren in een Palestijns vluchtelingenkamp maar inmiddels in het bezit van een “green card” om haar loopbaan voort te zetten in de Verenigde Staten, leidde ons rond en legde uit hoe de ontwikkeling van de antieke stad op deze plaats perfect was te volgen, dwars door het immer fascinerende Chalcolithicum en de Vroege, Midden- en late Bronstijd. Uit de IJzertijd waren wat minder vondsten, maar de Griekse aanwezigheid was weer wel goed geattesteerd en uit de Romeinse tijd stamde een deel van de versterking van een fort.

Lees verder “Sidon”