De Maronitische Wereldkroniek (10) Abd al-Malik

Een achttiende-eeuwse weergave van het Derde Concilie van Constantinopel (680).

[Dit is laatste van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

992 SE. ≡ 12 Konstantijn IV ≡ okt.680/sept.681

In het jaar 992, het twaalfde jaar van Konstantijn, vond er een onderzoek plaats naar de twee willen en de twee personen van Christus, en er kwam een concilie bijeen in Rome en ook in Constantinopel, waarna zij het geloof in de twee willen en de twee personen voorschreven en bevestigden. Vervolgens vervloekten en verwijderden zij allen die zich hiertegen verzetten, niet alleen degenen die op dat moment nog in leven waren, maar ook degenen die al lang geleden waren gestorven, namelijk paus Honorius van Rome, Sergios, de twee patriarchen Paulus en Petrus van de keizerstad, patriarch Cyrus van Alexandrië, en de zuivere Theodoretos van Paran, die allen waren overgegaan naar onze Heer. En zij vervloekten en verbannen Makarios de Antiocheen met Stefanos, zijn leerling, die zich bij hen hadden aangesloten.

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (10) Abd al-Malik”

De Maronitische Wereldkroniek (6) Catastrofe

Justinus II (Bode-Museum, Berlijn)

[Dit is het zesde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Dit deel, vrijwel zonder lacunes, beschrijft de implosie van het Byzantijnse gezag in de late zesde eeuw. Een inleiding tot deze kroniek, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

877 SE. ≡ okt.565/sept.566

In het jaar 877 regeerde Justinus II, een verwant van de eerste. Toen hij aantrad, betoonde hij zijn zorg voor de toestand van de kerken en schreef hij een orthodoxe geloofsbelijdenis. Die bijdrage stuurde hij naar alle provincies en hij beval dat allen die de kerk niet volgden, uit hun positie zouden worden ontheven.
Aan het begin van zijn regering was gedurende een jaar in het noorden iets te zien dat leek op een vuurkolom.

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (6) Catastrofe”

De Maronitische Wereldkroniek (1) Inleiding

Sint-Maron

Dit is het eerste van tien blogjes over de onlangs ontdekte Maronitische Wereldkroniek. Ik zal daarin een becommentarieerde vertaling geven van het interessantste deel. En ik zeg meteen: die vertaling heeft geen enkele pretentie. Daarover straks meer. Maar eerst: wat is de Maronitische Wereldkroniek?

Het belang

Zoals de naam al aangeeft, is het een overzicht van de geschiedenis van de wereld, die volgens de samensteller al ruim zes millennia oud was. Het eerste deel is voor ons niet bijster interessant: het is vooral een overzicht van de bijbelse geschiedenis, dat we uit andere bronnen beter kennen. (Geestig is het synchronisme van de krachtpatsers Simson en Herakles.) Na de tijd van de twee koninkrijken en de Babylonische Ballingschap lezen we over Alexander de Grote en het hellenisme. De auteur schrijft dat keizer Augustus koningin Kleopatra liet vermoorden, iets wat vermoedelijk waar is, maar niet staat in andere bronnen.

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (1) Inleiding”

Faits divers (48)

Zomaar een foto van Tipasa

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers. Ik probeer altijd wat eenheid aan te brengen, wat soms lukt en soms niet, maar dit keer zijn de faits divers echt heel divers.

Egypte in Leiden

Eerst wat nieuws uit eigen land, namelijk uit ons eigen Leidse Rijksmuseum van Oudheden: de mooie expositie over het ontdekken van het oude Egypte is tot 3 mei verlengd. “Wegens succes geprolongeerd”, heet zoiets, en de tentoonstelling is inderdaad heel goed bezocht, zonder dat het onprettig druk is. Gaat dat zien dus.

Lees verder “Faits divers (48)”

Uqba ibn Nafi al-Fihri (1)

Moskee van Kairouan

[Derde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Ik heb Uqba ibn Nafi al-Fihri (622-683) al eens eerder genoemd: hij is de stichter van de Tunesische stad Kairouan en een voorouder van enkele leiders die een belangrijke rol speelden in de jaren na de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Uqba is in Nederland niet zo bekend, en een mens hoeft ook niet alles te weten, maar hij is een van de grote namen uit de geschiedenis van de Maghreb.

Eerst even zijn afkomst. Hij was een neef van Amr ibn al-As, een van de gezellen van de profeet Mohammed en de man die in 639-642 leiding had gegeven aan de Arabische verovering van Egypte. Al in 642 was hij doorgestoten naar de Cyrenaica, het noordoosten van het huidige Libië. Amr nam Uqba, die als kind overigens de profeet nog had gekend, met zich mee en wees hem aan als gouverneur van de stad Barka, het huidige El Marj in Libië. Uqba was pas drieëntwintig jaar oud.

Lees verder “Uqba ibn Nafi al-Fihri (1)”

Het Rijk van Toledo (1)

Decoratie uit Mérida

Als we zouden afgaan op de bronnen, was de opvolgerstaat van het Rijk van Toulouse, het Rijk van Toledo, verdeeld over de vraag welk christendom het ware was: het ariaanse of dat van de keizer, zoals vastgelegd tijdens het Concilie van Chalkedon. Ik heb al verteld dat dit meer zegt over de aard van onze bronnen dan over wat er werkelijk speelde.

Voor zover de kwestie betekenis heeft, is het omdat vroegere onderzoekers meenden dat de Hispano-Romeinse bevolking het keizerlijke christendom volgde, terwijl de Visigoten ariaans zouden zijn geweest. Als dit waar was, zou het inderdaad een belangrijk thema zijn, maar er zijn voldoende uitzonderingen bekend om te concluderen dat de religieuze en etnische grenzen niet parallel liepen. Waarbij ik in dan nog maar in het midden laat wat met “etnisch” bedoeld kan zijn, want lang niet alle mensen die op last van de Visigotische koningen naar Iberië trokken, hadden Germaanse voorouders. Waarbij we óók in het midden moeten laten wat Germanen dan eigenlijk zijn.

Lees verder “Het Rijk van Toledo (1)”

Herakleios (3): christelijke disputen

Een achttiende-eeuwse weergave van het Concilie van Chalkedon (451).

[Dit is het derde van vier blogjes over keizer Herakleios, geschreven door Hein van Dolen, classicus, byzantinoloog en tevens de vertaler van Goden en halfgoden. Het eerste was hier.]

Herakleios had, zoals we gisteren zagen, na de jarenlange oorlog tegen de Perzen, te maken met financiële problemen, die hem hadden gedwongen zijn leger te verkleinen. Daar kwam nog een probleem van heel andere orde bij. Al lange tijd braken de theologen zich het hoofd over de verhouding van de goddelijke en menselijke natuur van Christus. Teveel nadruk op de goddelijke natuur deed onrecht aan zijn menselijkheid, maar de goddelijkheid kwam in gevaar als Christus teveel als mens werd gezien.

Verschillende concilies waren aan dit vraagstuk gewijd en uiteindelijk is in het Concilie van Chalkedon (451) de knoop doorgehakt: Christus is goddelijk en menselijk in één persoon, volmaakt in beide naturen, die onscheidbaar zijn verenigd. Wie zich niet aan deze doctrine hield, werd verketterd.

Lees verder “Herakleios (3): christelijke disputen”

Op bezoek in Libanon (3): de maronieten

De Qadishavallei, de heilige vallei van de maronieten.

De maronieten zijn een van de belangrijkste christelijke groepen in Libanon. Waar die groep precies vandaan komt, is een ingewikkeld verhaal, waarvan het deel over een Arabische migratie vanuit Jemen naar het noorden (dankzij die Arabische inscripties waarover we het hier al eens hadden) inmiddels geldt als achterhaald en waarvan het deel over christelijke disputen en monotheletisme te ingewikkeld is om te herhalen. Wie Sint-Maron was, is ook nogal lastig. Waarom de maronieten Syrië hebben opgegeven en zich hebben teruggetrokken in Libanon, is helemaal ingewikkeld.

De maronieten

Gelukkig is het enige dat u weten moet wel simpel: ze werden rond 1100 bedreigd door Byzantijnen, Fatimiden en Seljuken, en kozen daarom voor samenwerking met de Kruisridders. Een samenwerking die lang niet altijd harmonisch was maar die wel betekende dat de maronieten zich meer en meer zijn gaan beschouwen als oostelijke buitenpost van de rooms-katholieke kerk. De maronitische “patriarch van Antiochië en het gehele Oosten”, Bechara Boutros al-Rahi, is tegelijk kardinaal van Rome. De maronitische basiliek in Beiroet is een kopie van de Maria Maggiore en maronitische geestelijken volgen een deel van hun opleiding in Rome.

Lees verder “Op bezoek in Libanon (3): de maronieten”

De identiteiten van Libanon

Annaya, de grafkerk voor Sint-Charbel, een van de voornaamste spirituele centra van de maronitische kerk in Libanon.

Ergens rond 600 na Chr. trok een Arabische stam vanuit Jemen langs de Wierrookroute naar Syrië. Deze mensen, die in elk geval als officiële fictie maar deels ook werkelijk verwant met elkaar waren, vestigden zich in de omgeving van de Romeinse stad Kyrrhos, waar ze zich rond 630 bekeerden tot het christendom. Meer precies: ze bekeerden zich tot het monotheletisme, een doctrine die inhield dat Christus weliswaar twee naturen had gehad maar slechts één wil. Wat hier theologisch precies aan schort weet ik niet maar het moet iets afschuwelijks zijn.

Enkele jaren later veroverden de islamitische Arabieren Syrië en de monotheletisten woonden nu in het Arabische wereldrijk. De theologische discussies in het Byzantijnse Rijk zullen nauwelijks tot hen zijn doorgedrongen: ze bleven vasthouden aan hun opvattingen. Misschien was het, levend in het kalifaat van Bagdad, ook wel handig om niet teveel te lijken op de religie van de Byzantijnse vijanden.

Lees verder “De identiteiten van Libanon”

Libanese identiteiten (2)

De twee jaar geleden overleden Kamal Salibi geldt als een van de belangrijkste historici van Libanon. Dat is niet om de boeken waarmee hij dacht te bewijzen dat de Joden oorspronkelijk afkomstig waren uit het zuidwesten van het Arabische Schiereiland. Hij was zeker geen antisemiet, maar wel iemand aan wie was voorbijgegaan dat goropiseren al een eeuw of vier, vijf geen wetenschappelijke methode meer is.

Veel belangrijker is Salibi’s als klassiek beschouwde boek A House of Many Mansions. The History of Lebanon Reconsidered. Verschenen in 1988, is het te lezen als een commentaar op de burgeroorlog en een schets van de voorwaarden waaraan moest worden voldaan om de vrede te herwinnen: namelijk dat de Libanezen erkenden dat ze één staat waren en dat ze hun eigen ontstaanslegenden eens kritisch bekeken. Alleen door afstand te nemen van het eigen, sektarische verleden, kon een Libanon ontstaan met een eigen identiteit – datgene wat het land bij zijn ontstaan rond 1920 niet had bezeten. De koloniale machten hadden toen immers grenzen geschapen, maar de mensen die daarbinnen leefden, herkenden zich niet als één groep.

Lees verder “Libanese identiteiten (2)”