Het Algerijnse Xanten: Timgad

Een abstract mozaïek uit Timgad

Vanuit Batna is het niet ver rijden naar Timgad, het antieke Thamugadi, een stad die door keizer Trajanus is gesticht en die in feite het zusje is van Xanten: een schaakbordachtige stad met alles erop en eraan. Ik geloof dat ik alleen het amfitheater heb gemist, maar verder was alles aanwezig wat een Romein in een stad verwachtte, dus tempels, markten, een theater, badhuizen, een basiliek, geplaveide straten, stadspoorten, een bibliotheek en in de Late Oudheid ook een Byzantijns fort en kerken. Numidië zijnde Numidië waren die kerken leverbaar in diverse soorten en maten, inclusief een Donatistische kathedraal én een grafschrift waarop de naam “Donatus” rauw was weggekrast. Kortom, Timgad is een stad waar mensen woonden.

Het is lastig te beschrijven dus ik toon maar wat plaatjes en hierboven ziet u een van de schitterende mozaïeken in het museum. Grappig was hier dat we alles mochten fotograferen, maar niets in de vitrines. Buiten het museum was een soort lapidarium, waar een eindeloze rij grafstenen en votiefsteles was te zien, zoals het mooie reliëfje hieronder.

Lees verder “Het Algerijnse Xanten: Timgad” →

Het beleg van Jeruzalem (1)

Jeruzalem tijdens de Joodse Opstand

[Tiende deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 na Chr. Het eerste deel was hier.]

Ik heb eerder beschreven dat de Romeinen, verdeeld door een burgeroorlog, aarzelden of ze het opstandige Jeruzalem moesten aanvallen. Toen Vespasianus eenmaal de macht in handen had, was er niets dat de belegering belette. In die stad waren fanatiekelingen aan de macht gekomen, en hun moreel was in de loop van 69 verbeterd. Het Romeinse imperium leek, met verschillende mannen die streden om de troon, immers op instorten te staan. Ook de tempel van de Romeinse oppergod Jupiter was afgebrand: een beter teken dat God de Joden zou steunen, was er niet.

Vol vertrouwen in de toekomst gingen de boeren in het najaar van 69 weer aan het werk, zoals blijkt uit een in het Hebreeuws gestelde akte waarin de verkoop is vastgelegd van een stuk bouwland “op 14 chesjvan van het vierde jaar van de verlossing van Israël” (18 oktober 69). De bij deze transactie betrokken partijen hielden geen rekening met oorlog. Bovendien was de nieuwe Romeinse generaal onervaren. Titus’ enige verdienste was dat zijn vader op hem kon rekenen, maar er gingen geruchten dat hij minder was geïnteresseerd in de oorlog dan in de charmes van de Joodse koningin Berenike, de zus van Agrippa II, een Joodse leider met de wat grandioze titel “koning” en wat bezittingen in het noorden.

Lees verder “Het beleg van Jeruzalem (1)” →

Aardenburg

De westelijke poort van Aardenburg; achteraan de lage muur waarop de gedichtjes zijn te lezen.

Hoe presenteer je een antieke nederzetting? De ideale situatie begint ermee dat je een opgraving echt kunt tonen – denk aan DomUnder in Utrecht, het Thermenmuseum te Heerlen of de basiliek van Tongeren – en dat je vervolgens een manier hebt om aan te geven waarop de reconstructie is gebaseerd. Het publiek ziet immers alleen fundamenten en toch zeggen archeologen iets over het dak. Waarop baseren ze zoiets? Als je deze uitleg overslaat, roep je de scepsis over je af.

Maar dat is natuurlijk niet voldoende. Leuk hoor, zo’n fort of badhuis of kerk, maar wat betekende dat voor de mensen destijds? Hier komen teksten van pas en dit is wat ik in Aardenburg in Zeeuws-Vlaanderen zo verschrikkelijk aardig vind. De brokken natuursteen van het fort zelf zijn op verschillende plaatsen in het vestingstadje hergebruikt, zoals in de kerk, wat in elk geval het voordeel heeft dat de mensen weten dat er een Romeins fort is geweest. Met wat modern metselwerk zijn bovendien de resten van de westelijke poort aangeven.

Lees verder “Aardenburg” →

Trier

Een Rijnlandse dame (Bischöfliches Dom- und Diözesanmuseum, Trier)

Een paar maanden geleden maakte ik met mijn zakenpartner een reisje door dat stuk van Europa waar je gedachteloos doorheen reist op weg naar échte buitenlanden: de Ardennen, de Moezelvallei, de Elzas, Champagne. Gebieden die eigenlijk prachtig zijn maar die we, blasé als we zijn, altijd hadden genegeerd. Ik blogde al over Bastogne en de Titelberg en neem u vandaag mee naar Trier, de enige bestemming op dit reisje waarvan ik kan zeggen dat ik die niet had genegeerd.

Trier is geweldig. Ik kom er al jaren tot mijn genoegen, al sliep ik dit keer voor het eerst in een hotel waar op mijn kamer een portret hing van Triers beroemdste zoon, de negentiende-eeuwse journalist, filosoof, politicus, econoom, publicist, oproerkraaier, visionair en socioloog K. Marx. Zijn familie woont nog steeds in de stad: als je de door de Romeinse keizer Constantijn gebouwde basiliek een beetje leuk op de foto wil zetten, is het onvermijdelijk dat je met je rug gaat staan naar Modehaus Marx.

Lees verder “Trier” →

De val van Nineveh

De laatste verdedigers van Nineveh

Hoe het Assyrische Rijk precies ten onder is gegaan, er is niemand die het weet. Onder koning Esarhaddon had het nog Egypte onderworpen, onder Aššurbanipal bloeide het wereldrijk, maar vanaf diens dood kampte het met steeds meer problemen: onrust in het binnenland, onrust in Babylonië, onrust aan de grenzen. De Egyptenaren en Babyloniërs wisten onafhankelijk te worden en de laatsten bestreden hun voormalige meesters, daarbij geholpen door de Meden uit het Zagrosgebergte. De stad Aššur viel in 614, Nineveh twee jaar later, en in 610 kwam er ook een einde aan de laatste Assyrische burcht in Harran.

Die feiten staan vast, maar niemand weet waarom het zo liep. Het helpt niet dat we voor deze periode van verval minder bronnen hebben. Imperial overstretch kan een factor zijn geweest voor de neergang van Assyrië. Dat het rijk sowieso nooit meer is geweest dan een plundermachine, zal ook een rol hebben gespeeld. In elk geval: in 612 was het voorbij.

Lees verder “De val van Nineveh” →

Nineveh, die grote stad

Stele van Sanherib uit Nineveh (Archeologisch museum, Istanbul)

Nineveh werd gesticht door de Assyrische koning die in onze taal Sanherib wordt genoemd, wat een weergave is van de Hebreeuwse versie van die naam. In het Engels wordt hij meestal Sennacherib genoemd, een vorm die teruggaat op de Griekse weergave van dezelfde naam. Beide geven hetzelfde Assyrisch woord weer, Sîn-aḫḫe-eriba, “de god Sin heeft de broers vervangen”. Anders gezegd: Sanheribs ouders, koning Sargon en koningin Atalia, hadden al minimaal twee zonen moeten begraven. Het herinnert ons aan de kindersterfte in voorindustriële samenlevingen.

Sanherib volgde zijn vader in 704 v.Chr. op en zette op sommige punten een heel ander beleid in. Zo gaf de nieuwe vorst de door Sargon gestichte hoofdstad Dur Šarrukin (Khorsabad) op en verplaatste hij de residentie naar Nineveh, waar hij het “paleis zonder gelijke” bouwde. Het was ruim twaalf hectare groot en had ruim tachtig vertrekken. De stèle hierboven, die ik fotografeerde in het fenomenale archeologische museum van Istanbul, beschrijft de stichting van de nieuwe hoofdstad.

Lees verder “Nineveh, die grote stad” →

Trojaanse Oorlog

Speerpunt uit Troje (Neues Museum, Berlijn)
Speerpunt uit Troje (Neues Museum, Berlijn)

De oudheidkunde kent een aantal onderwerpen waaraan meer inkt is verspild dan zo’n onderwerp rechtvaardigt. De tocht van Hannibal over de Alpen is een voorbeeld, de Trojaanse Oorlog een ander.

Die oorlog vormt de achtergrond van de Ilias, het fenomenale gedicht van Homeros waarmee de klassieke literatuur begint. In dit conflict zou een coalitie van krijgers uit het gebied dat nu Griekenland heet zijn opgetrokken naar Troje ofwel Ilion, een stad aan de Hellespont. Na lange strijd zou de stad zijn ingenomen met de list van het houten paard.

Lees verder “Trojaanse Oorlog” →

Hizkia en de Assyriërs (2)

De Sanherib-prisma (Oriental Institute, Chicago; foto William P. Thayer)
De Sanheribprisma (Oriental Institute, Chicago; foto William P. Thayer)

Ik vertelde in mijn vorige stukje dat in de achtste eeuw de Assyrische legers oppermachtig waren en niet alleen het koninkrijk Israël hadden onderworpen, maar in 701 v.Chr. ook de stad Lachis veroverden op koning Hizkia van Juda. Het vervolg is bekend uit twee bronnen. Een inscriptie van Sanherib, de zogenaamde Sanheribprisma in het Chicago Oriental Institute, beschrijft hoe de koning al zijn vijanden versloeg en heel Juda plunderde en oprukte naar Jeruzalem.

Ik verdreef 200.150 mensen, jong en oud, mannen en vrouwen, paarden, muildieren, ezels, dromedarissen, runderen en ontelbare hoeveelheden kleinvee en beschouwde het als mijn buit. Hizkia maakte ik tot een gevangene van Jeruzalem, zijn koninklijke residentie, als een vogel in een kooi. Ik omgaf hem met belegeringswerken om degenen die de stad verlieten te mishandelen.

Lees verder “Hizkia en de Assyriërs (2)” →

Samson

Samson met de stadspoorten van Gaza (gevelsteen, Prinsengracht 1101, Amsterdam)

Ik weet niet of ze nog bestaan, de kraakpanden zoals ze waren in de jaren tachtig. Vervallen, vergeten, grote gebouwen waarin nieuwe bewoners hun huizen inrichtten. De eeuwige geur van verf. De kunstenaars die in de oude fabriekshal hun ateliers hadden. Iemand die een muurtje metselde of een gebarsten ruit verving.

Zo is ook het huis waar ik gisteren weer eens was. Zolang ik er kom, is er altijd wel iemand aan het klussen. Is het niet dat de bewoner van drie hoog achter die zijn slaapkamer verft, dan is het wel het jonge stel twee hoog voor dat een centrale verwarming laat aanleggen. Lees verder “Samson” →