De slag bij Nikopolis

Portret van een Romein, zeker niet Gnaeus Domitius Calvinus, maar wel uit het midden van de eerste eeuw v.Chr. (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Ik zou mijn stukje vandaag kunnen beginnen met de constatering dat het 28 december was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren. En ik zou dat voor u kunnen omrekenen naar “onze” 13 november 48 v.Chr., waarna u zou concluderen weer te zijn beland in een blogje uit de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Alleen, het gaat vandaag niet over Caesar, niet over de Tweede Burgeroorlog en niet over de Alexandrijnse Oorlog. Ik introduceer: de Pontische Oorlog.

Crisis in Anatolië

Pontus – de naam betekent zoiets als “Zeeland” – was een koninkrijk in het noorden van het huidige Turkije, langs de kust van de Zwarte Zee. Ook de Krim hoorde erbij. In de eerste helft van de eerste eeuw v.Chr. had koning Mithridates VI Eupator geprobeerd zijn macht te vergroten ten koste van de buurstaten, maar Romeinse generaals als Sulla, Lucullus en Pompeius hadden de oude grenzen hersteld en de plaatselijke vorsten gedegradeerd tot vazalvorsten. Na Mithridates’ dood was in de Krim zijn zoon Farnakes II aan de macht gekomen.

Lees verder “De slag bij Nikopolis”

Een militaire geschiedenis van Bar Kochba

Judea, zomer 132 na Chr.: de Joden komen in opstand tegen de Romeinen. Gouverneur Tineius Rufus verliest zijn greep op de situatie en pas drie jaar later is Rome de situatie opnieuw meester. Deze opstand, het onderwerp van Bar Kokhba van de Amerikaanse krijgshistoricus Lindsay Powell, is minstens zo belangrijk als de eerdere opstand van 66-70 na Chr., die echter veel bekender is omdat er meer bronnen over zijn.

Bar Kochba, zoals de opstandelingenleider zich noemde, betekent “sterrenkind”. Net als de Ster van Bethlehem verwijst deze nom de guerre naar Numeri 24.17, dat de opkomst van “een ster uit Israël” voorspelt. Die gold als symbool van de messias, de heerser uit het Huis van David die de zelfstandigheid van Israël zou herstellen en de heerschappij van minder legitieme vorsten zou beëindigen. De invloedrijke joodse leider Aqiba zag in Bar Kochba de vervulling van de voorspellingen.

Lees verder “Een militaire geschiedenis van Bar Kochba”

Het sterrenkind (4)

Graf van Lollius Urbicus, een van de Romeinse generaals, in Tiddis (Algerije)

[Vierde deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

De keizer had besloten de beste generaal naar Judea te sturen en die kreeg ook de beste troepen. Om te beginnen was er het Tiende Legioen Fretensis, dat zijn basis had in Jeruzalem en na aanvankelijke verliezen werd versterkt met mariniers uit Italië. Uit het huidige Jordanië kwam het Zesde Ferrata. Het Tweeëntwintigste Deiotariana arriveerde vanuit Alexandrië en werd door de opstandelingen vernietigd (al kan het ook zijn gegaan om VIIII Hispana. Er werden versterkingen gezonden: het Tweede Traiana, dat eveneens in Alexandrië was gestationeerd. Verder waren er cohorten actief van III Cyrenaica, III Gallica en IIII Scythica; van zeventien eenheden hulptroepen zijn de namen bekend; en voor het eerst sinds de slag in het Teutoburger Woud werden in Italië weer jongemannen opgeroepen om dienst te doen. Cassius Dio schrijft:

Het risico van een regulier gevecht met de Romeinen durfden de Joden niet aan, maar ze bezetten de strategische plaatsen in het land en beveiligden die met muren en ondergrondse gangen, zodat ze schuilplaatsen zouden hebben als ze in het nauw kwamen, en ze onder de grond ongemerkt naar elkaar toe konden gaan. Hier en daar maakten ze van bovenaf openingen in de ondergrondse passages om licht en lucht binnen te laten. … Een rechtstreekse aanval op zijn tegenstanders vanuit één bepaald punt waagde Julius Severus niet, gezien hun numerieke overwicht en doodsverachting. Maar door hen groepje voor groepje aan te pakken … door ze uit te hongeren en in te sluiten, slaagde hij er langzaam maar zeker in hun verzet te breken, hen uit te putten en te vernietigen. Het staat in elk geval vast dat maar weinigen het overleefden. Vijftig van hun belangrijkste versterkingen en 985 van de bekendste dorpen werden met de grond gelijk gemaakt, en 580 000 mannen werden gedood bij bestormingen en gevechten. Het aantal doden ten gevolge van honger, ziekte en vuur was niet te tellen.

Lees verder “Het sterrenkind (4)”