Hoe kennen we de Romeinen? (1)

De geleerde Jean Miélot verricht kopiistenwerk

Vandaag een vraag die me een paar jaar geleden, toen ik op een basisschool in Hengelo een les verzorgde, werd gesteld door een meisje dat in de klas zat bij mijn nichtje: hoe kunnen we eigenlijk iets over de Romeinen weten? Dat is nou eens een écht goede vraag.

We kennen de Romeinen op drie manieren: dankzij geschreven teksten, dankzij opgegraven voorwerpen en door vergelijking met andere volken van vroeger.

Lees verder “Hoe kennen we de Romeinen? (1)”

Wat zijn Romeinen?

Reconstructie van de Augustus van Prima Porta (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Vandaag begint de Romeinenweek. Wat dat is en waarom het leuk is, lazen de vaste lezers van deze kleine blog al eerder (hier) en zal ik niet herhalen. Liever schrijf ik deze week een reeks Romeinenstukjes voor mijn neef op Curaçao. Die heeft ooit een spreekbeurt over de Romeinen gehouden, dus hij weet al heel veel, maar ik voeg deze week wat Romeinse dingen toe.

Vandaag: wat zijn Romeinen eigenlijk?

Dat is een makkelijke vraag, maar er is geen gemakkelijk antwoord. Of beter: er zijn verschillende goede antwoorden. Het makkelijkste is gewoon om te zeggen dat de Romeinen de bewoners zijn van Rome. Tegenwoordig wonen er ruim vier miljoen mensen in de hoofdstad van Italië en daarvan is de paus de bekendste. Maar als we het deze week over “de Romeinen” hebben, hebben we het natuurlijk vooral over de Romeinen van vroeger.

Lees verder “Wat zijn Romeinen?”

Mohra Moradu

Mohra Moradu
Mohra Moradu

De titel van dit stukje zal u vermoedelijk niet meteen iets zeggen en dat ligt niet aan u, want het gaat om een redelijk obscure opgraving in Pakistan. Ze behoort bij de verzameling ruïnes die bekendstaat als Taxila: de oudste hoofdstad van de Punjab. Het geheel geldt als werelderfgoed en dat is ook terecht: hier is de Mahabharata voor het eerst gereciteerd, hier werd de Ramayana gecomponeerd, hier kwamen Darius en Alexander, hier schreef Panini ’s werelds eerste grote grammaticaboek, hier ontwikkelden saddhu’s alternatieven voor de godsdienst van de brahmanen.

Lees verder “Mohra Moradu”

Papyrussnipper: Ilias

Fragment uit de Ilias (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis)
Fragment uit de Ilias (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis)

Tot de uitvinding van de boekdrukkunst door Laurens Janszoon Coster Johannes Gutenberg konden teksten alleen worden vermenigvuldigd door ze met de hand over te schrijven. De simpele gevolgtrekking is dat wij antieke teksten dan en slechts dan kennen als er middeleeuwse kopiisten waren.

De flessenhals zit in de zesde, zevende en achtste eeuw. We weten dat allerlei belangrijke teksten in de Late Oudheid nog in omloop waren. In de late vierde eeuw was er zelfs een enorme kopieeractiviteit. Tot in de vijfde eeuw was het corpus van antieke letteren daardoor nog min of meer intact.

Lees verder “Papyrussnipper: Ilias”

Grafsteen

Grafsteen uit Mesambria
Grafsteen uit Mesambria

Nog maar eens een plaatje uit Bulgarije. Dit reliëf komt uit het Archeologisch Museum in Burgas, wat een beetje raar is omdat het is opgegraven in Nesebar, dat een eigen archeologisch museum heeft. Soit. Te zien is een jonge vrouw, overleden in de derde eeuw na Chr., die muziek maakt met castagnetten. Let op het linkerbeen (voor u rechts): dit is iemand die niet stil kan blijven staan. Haar naam was Agasikleia.

Het is een grafreliëf waarvan er dertien in een dozijn gaan, maar er is toch iets bijzonders mee aan de hand – althans, iets dat wij bijzonder vinden. Haar vader heette Noë ofwel Noach. Hij was vrijwel zeker joods. De enige anderen die zo’n naam zouden kunnen hebben waren christenen, en die waren niet bijster geïnteresseerd in de held van het Zondvloedverhaal.
Lees verder “Grafsteen”

De limes aan de Beneden-Donau

Novae
Novae aan de Beneden-Donau

“Limes” is de moderne naam voor de grens van het Romeinse Rijk. Voor zover die liep langs de Beneden-Rijn of langs de Eufraat, kende ik die al, en ook in Arabië en in de Libische Sahara ben ik wel eens wezen neuzen, maar het stuk door het Zwarte Woud en langs de Donau kende ik nog niet. Twee jaar geleden ben ik dat deel dus gaan verkennen: we reisden eerst naar Stuttgart en zakten vervolgens de Donau af langs Wenen, Carnuntum, Aquincum (Boedapest), Sirmium, Singidunum (Belgrado) tot aan Viminacium. Dat kostte twee weken, en dus stelden we het laatste deel uit.

Nu ben ik in Bulgarije, waarmee ik de Donaureis afrond. Zaterdag bezochten we Nicopolis ad Istrum en Novae (Svishtov): het eerste een grote burgerlijke nederzetting, het tweede een legioenbasis. Het gaat hier om een gebied dat ooit werd bewoond door de Thracische Geten maar door de Romeinen Beneden-Moesia werd genoemd, een naam waarvan we de herkomst niet goed begrijpen. Het is ook niet bekend wanneer de Romeinen het onderwierpen, al staat vast dat het in de latere regeringsjaren van keizer Augustus is gebeurd: de naam “Moesia” duikt in 16 na Chr. voor het eerst op, ik meen bij Strabo of Ovidius.

Lees verder “De limes aan de Beneden-Donau”

Schelden en terugschelden

Wat doe je, als christelijke auteurs je beschuldigen van zo’n beetje alle delicten uit het Wetboek van Strafrecht en speciaal voor jou zelfs nog een misdrijf verzinnen? Ga je rustig uitleggen dat het allemaal berust op een misverstand? Nee natuurlijk. Dat kost teveel tijd en zou bovendien de indruk wekken dat je iets te verdedigen hebt. Dus scheld je terug. Dat is nu zo. Dat was vroeger zo.

De christelijke polemiek tegen de joden begint al in het Nieuwe Testament. De gemeenschap waarvoor Johannes zijn evangelie schrijft, had een pijnlijke breuk met een joodse gemeenschap achter de rug en de evangelist ziet er geen been in ‘de’ joden aan te duiden als duivelskinderen. In de loop van de tweede eeuw worden de verwijten nog grover. Bisschop Meliton van Sardes verwijt de joden – opnieuw: ‘de’ joden – het misdrijf der ‘theocide’, de godsmoord. Het is geen frisse lectuur.

Lees verder “Schelden en terugschelden”

Hondengraf

Hondengraf (Archeologisch museum Antalya)
Hondengraf (Archeologisch museum Antalya)

De bovenstaande sarcofaag, in 1998 gevonden in Termessos, lijkt in alles op een normale sarcofaag: een vierhoekige grafkist, een deksel in de vorm van een tempeldak. Er zijn er duizenden van. Alleen al in Tyrus in Libanon zijn er honderden.

Deze sarcofaag is alleen een stuk kleiner dan gewoon. Dat is logisch, want het is het graf van een hond. Het grafschrift is links te lezen, met veel moeite. Gelukkig heeft het Archeologisch Museum van Antalya in Turkije, dat behoort tot mijn absolute favorieten, een goede epigraaf in dienst gehad die de elf regels ontcijferde en concludeerde dat het een gedichtje was van in feite zes hexameters. Alleen het begin is moeilijk te ontcijferen.

Lees verder “Hondengraf”

De vroege kerk

Over de vorig jaar overleden Géza Vermes heb ik al eens eerder een stukje geschreven. Na de Tweede Wereldoorlog was er, om voor de hand liggende redenen, meer ruimte voor het idee dat Jezus, als jood, moest worden bestudeerd in zijn joodse context. Vermes was een van de geleerden die handen en voeten gaf aan dat simpele idee, erop wijzend dat Jezus voor alles een joodse charismaticus was, zoals de profeten dat waren geweest.

Kort voor zijn dood verscheen Vermes’ Christian Beginnings. From Nazareth to Nicaea. AD 30-325, een boek dat ik een paar weken geleden op Curaçao heb gelezen. Het is een vrij conventionele maar zeker niet slechte geschiedenis van het vroege christendom. Voor de prijs, nog geen twaalf euro, hoef je het niet te laten liggen.

Lees verder “De vroege kerk”

Hoezo limes? (2)

Loodbaar (Gallo-Romaans museum, Tongeren)

[Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Historiek.net]

Heel bijzonder is de loodbaar die het Gallo-Romeinse Museum in Tongeren in 2009 aankocht. Dit zou wel eens een van de belangrijkste bewijsstukken kunnen blijken te zijn, maar vóór ik de implicaties behandel, een disclaimer. Er is inmiddels een wetenschappelijke publicatie, die ik echter niet te pakken heb kunnen krijgen tussen het moment waarop ik het verzoek kreeg dit te schrijven en de deadline. Het onderstaande dus met een slag om de arm.

De inscriptie luidt IMP. TI. CAESARIS AVG. GERM. TEC. De eerste woorden verwijzen naar keizer (imperator) Tiberius en diens titels caesar en augustus. Het laatste woord moet de afkorting zijn van een onbekend woord voor loodmijn en de puzzel zit in het voorlaatste woord: de mijn is in Germanië.

Lees verder “Hoezo limes? (2)”