Hoezo limes? (1)

Een wachttoren langs de Romeinse limes (in Duitsland)

Toen de Commissie-Van Oostrom in 2008 de Nederlandse canon presenteerde, was een van de gekozen “vensters” de grens van het Romeinse Rijk, de limes. Een dappere keuze, die niet voor de hand lag.

In de Nederlandse geschiedschrijving van de Oudheid staat immers al sinds mensenheugenis een ander thema centraal: de opstand der ‘Batavieren’. Anders dan de limes heeft dat onderwerp duidelijke sporen nagelaten in onze cultuur. Ik ken althans geen fietsmerk Limes, geen huize Limes, geen limesbier, geen limes-strip en ook geen limes-gevelsteentje. Wat ik maar zeggen wil: de limes is minder een aspect van het gedeelde Nederlandse verleden dan de Bataafse opstand.

Lees verder “Hoezo limes? (1)”

Taxila

Bhir Mound (Taxila)

In 2004 ben ik Alexander de Grote nagereisd en zo belandde ik in Taxila, de oude hoofdstad van de Punjab, waar de Macedonische koning 2329 jaar eerder was. Er is geen draad archeologisch bewijs voor zijn aanwezigheid: we weten alleen zeker dat een Europees leger door Pakistan is getrokken omdat onze bronnen redelijk goed passen bij wat we over het gebied weten. Er zijn echter – met uitzondering van wat mogelijk katapultkogels zijn – nooit Macedonische voorwerpen gevonden. Alexanders leger kwam, zag, overwon, trok verder en bleef nergens zó lang dat het bodemarchief er substantieel door veranderde.

Alexander was in april 326 v.Chr. in Taxila; negen maanden later waren de bewoners al tegen de Macedoniërs in opstand gekomen. De Griekse culturele invloed dateert van later tijd. In 184 trokken de legers van Grieks Baktrië over de Hindu Kush, en zij veroverden de Punjab. Daar bloeide een Grieks-boeddhistische cultuur op met een heel eigen vormentaal, waarover ik al eens blogde: de Gandara-kunst.

Lees verder “Taxila”

Ploegende dromedaris

Ploegende dromedaris (Museum van Bani Walid)

Omdat ik in mijn museumstukkenreeks al wat aandacht besteedde aan de geplunderde musea van Syrië, is het zinvol ook even te kijken in Libië. Laat je niets wijsmaken: het is ook daar een klerezooi. Zeker, het mooie museum in Tripoli is vrijwel onbeschadigd, maar wat moet een mens daar zien? Mooie standbeelden en mozaïeken, fraai aardewerk: ze hebben het er allemaal. Het is echter niet uniek. Het zou triest zijn geweest als het was geplunderd, zeker, maar soortgelijk materiaal is ook elders te vinden.

Dat ligt anders met het kleine museum van Bani Walid, dat is gewijd aan de vondsten van de Limes Tripolitanus. Dit is een van de bijzonderste projecten uit de Oudheid. Deze sector uit het Romeinse grensgebied, bestaande uit halfwoestijn, lag open voor nomadische aanvallen en viel alleen te verdedigen door de oases te bezetten en te beletten dat de nomaden water konden vinden. Een oase is echter te klein om een garnizoen te voeden, en daarom veranderden de Romeinen het door wadi’s doorsneden, droge landschap door middel van kanaaltjes, dammetjes en cisternen in een vruchtbaar gebied. Hoe succesvol men was, blijkt wel uit het feit dat er in de forten badhuizen stonden, met warmwaterbaden die moesten worden gestookt en die dus houtteelt veronderstellen.

Lees verder “Ploegende dromedaris”

Dood in Mainz

Dood in Mainz
Dood in Mainz

Wanneer je in een museum met Romeinse inscripties de grafstenen leest, zul je vaststellen dat oude mensen vrijwel zonder uitzondering stierven toen ze 60, 70 of 80 waren. De oude Romeinen wisten gewoon niet precies hoe oud ze waren – afgezien dan van de man, genoemd door Plinius de Oudere, die zijn leeftijd van 130 jaar kon bewijzen met behulp van zijn belastingaangifte.

Ik wilde eens controleren of dit patroon ook in het Rijnland voorkwam. Mainz was de logische kandidaat: in het Landesmuseum is een mooie “Steinhalle” vol inscripties. Bovendien was Mainz een garnizoenstad, waarvan ik vermoedde dat er wel een soort administratie zou zijn bijgehouden. Ik verwachtte een min of meer regelmatig patroon tot pakweg 45-50 jaar: dan zwaaiden de legionairs af, maar tot dat moment zou de statistiek een normale mortaliteit moeten vertonen. Na 50 verwachtte ik dan de normale pieken bij 60, 70 en 80.

Lees verder “Dood in Mainz”

Voorislamitisch Iran (6): de Sassaniden

Rotsreliëf met de investituur van Ardašir, grondlegger van de Sassaniden

[Dit is het zesde deel van een artikel over de archeologie van Iran; het eerste is hier.]

De dreun die de Romeinen hadden uitgedeeld, was zonder weerga. Nog een generatie lang hielden de Arsakiden het uit, maar de dynastie had prestige verloren, was verdeeld en verzwakt. In 224 kwam een Perzische edelman met de naam Papak, de zoon van Sassan, in opstand tegen koning Artabanos IV, en Papaks zoon Ardašir maakte twee jaar later een einde aan de heerschappij van de Arsakiden. De Sassaniden namen de macht over: voor de tweede keer lag de macht in Iran en Irak in het zuiden, in Persis, waar Ardašir nieuwe hoofdsteden als Firuzabad en Istakhr bouwde: de eerste op de plaats waar Artabanos was verslagen, de tweede bij het oude Persepolis. Later volgde Iwan-e Karkheh. Het is aardig te zien hoe de Sassaniedische architecten aansluiting zochten bij de Achaimenidische architectuur.

Lees verder “Voorislamitisch Iran (6): de Sassaniden”

De Limes Tripolitanus: de Late Oudheid

De versterkte boerderij van Qasr Banat, een van de vele boerderijen langs de Limes Tripolitanus.

[Dit is het vijfde deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De ambitie van keizer Septimius Severus was een krachtige, op zorgvuldig watermanagement gebaseerde grenscultuur, waarin kolonisten voedsel produceerden voor de garnizoenen. In het Zeskeizerjaar 238 bleek het ongelijk van critici als Cassius Dio. Het Derde Derde Augusta, dat de verkeerde pretendent had gesteund, werd ontbonden en de Tripolitaners kwamen er alleen voor te staan. Maar de kolonisten trokken niet weg van de akkers die ze hadden ontgonnen en organiseerden zelfbewust de verdediging van hun eigen land.

Op grote schaal versterkten ze hun huizen, die ze aanduidden als centenaria. Er zijn er ongeveer tweeduizend bekend, herkenbaar aan wat plompe, uit regelmatige stenen gebouwde muren, rechthoekige plattegronden en signaaltorens waarmee ze in contact stonden met andere versterkte boerderijen. Voorbeelden zijn Gheriat esh-Shergia, Qasr Banat en Suq al-Awty. Mochten de Garamanten het land naderen, dan konden de bewoners rekenen op steun van hun buren en van milities in de drie grensforten.

Lees verder “De Limes Tripolitanus: de Late Oudheid”

De Limes Tripolitanus: de Bu Njem-ostraca

Het vertrek waar de Bu Njem-ostraca zijn gevonden, belangrijke documentatie langs de Limes Tripolitanus.

[Dit is het vierde deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De opgraving van Bu Njem – of Gholaia, zoals het destijds heette – is een van de meest spectaculaire van Libië: half bedekt door het woestijnzand ligt daar een goed bewaard Romeins fort, dat ooit onderdak bood aan een cohort van het Derde Legioen Augusta en een eenheid bereden hulptroepen. Tot de vondsten behoren onder meer 146 op ostraca geschreven rapporten uit de jaren 253-259. Ze bieden een doorkijkje naar het dagelijks leven van de soldaten en maken duidelijk dat, hoe ingrijpend de ‘crisis van de derde eeuw’ elders wellicht ook geweest moge zijn, het er in elk geval in deze grenssector geordend aan toeging.

Lees verder “De Limes Tripolitanus: de Bu Njem-ostraca”

De Limes Tripolitanus: watermanagement

Septimius Severus, bouwheer van de Limes Tripolitanus (Cyprusmuseum, Nicosia)

[Dit is het derde deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De hierboven beschreven vicieuze cirkel werd doorbroken door keizer Septimius Severus, die uit Tripolitana afkomstig was. In 201 maakte hij een begin met de uitvoering van een goed-doordacht strategisch plan, waarin alles draaide om de beheersing van de oases en wadi’s. Geen nomade zou naar het noorden kunnen komen als hij geen water kon vinden, en daarom werden de oases van Ghadames, Gheriat el-Garbia en Bu Njem voorzien van forten.

Dit klinkt eenvoudiger dan het is. Er was immers te weinig neerslag om de op zich vruchtbare aarde langs de woestijnrand om te zetten in akkerbouwgrond. Maar als het ecosysteem de oplossing niet toestond, lijkt Severus te hebben gedacht, dan moest het ecosysteem maar veranderen. En dus investeerde hij in de waterhuishouding van de wadi’s, waar voortaan geen druppel verloren mocht gaan. Hoewel geen enkele antieke auteur ’s keizers blauwdruk noemt, zijn er zulke grote kapitalen mee gemoeid geweest, dat het besluit alleen op het hoogste niveau kan zijn genomen. Wie anders dan de keizer kon de import van Siciliaans eikenhout financieren om sluisdeuren te maken?

Lees verder “De Limes Tripolitanus: watermanagement”

De Limes Tripolitanus: ontstaan

De Libische halfwoestijn tussen Sebha en Germa, waar de Limes Tripolitanus zich uitstrekte.

[Dit is het tweede deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De westerse krijgstraditie, die in de hellenistische tijd is ontstaan en nog altijd bestaat, is sterk in de verovering van herkenbare krijgsdoelen en de beveiliging van afgebakende territoria. Maar alle finesses van de belegeringsoorlog en alle discipline van de geregelde veldslag baten niets in een strijd met nomaden, die zich niet laten belegeren en veldslagen ontwijken. De legionairs stonden even machteloos tegenover de Garamanten als de Macedoniërs van Alexander tegenover de Saken of de hedendaagse coalitietroepen tegenover de Talibaan. De enige strategie waarop een westers leger mag vertrouwen is het verbreken van het contact tussen de nomadenstrijders en hun voedselleveranciers. Dat kan gebeuren door de boeren massaal over de kling te jagen (Alexander in Sogdia) of door hun een duurzaam, vreedzaam alternatief te bieden (provinciale reconstructieteams in Afghanistan). De Garamanten hadden hun winterbases echter zo diep in de woestijn dat de Romeinen deze strategie niet konden volgen.

Lees verder “De Limes Tripolitanus: ontstaan”

De Limes Tripolitanus: inleiding

Een fort langs de Limes Tripolitanus: Gheriat esh-Shergia

[Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum.]

De Romeinse machtovername in Tripolitana verliep rommelig. De veroveraars bemachtigden het droge noordwesten van Libië toen ze Jugurtha hadden verslagen (105 v.Chr.) en behielden het omdat het nu eenmaal belastbaar was. Maar ze hadden nooit nagedacht over de consequenties van de annexatie van de drie steden Sabratha, Oea en Lepcis, en stonden daarom al snel voor een lastig probleem: de nomaden in het achterland.

De Garamanten woonden ’s winters in het zuidwesten van het huidige Libië, waar enkele vochtige gebieden zijn en waar ze een grote stad hadden gebouwd, en brachten hun kuddes in de zomer naar Tripolitana. Daar leverde hun vee mest aan de boeren en dienden hun dromedarissen als trekdier, terwijl zij zelf olijven plukten en zuivel, weefsels en artikelen uit subsaharaal Afrika ruilden tegen stedelijke nijverheidsproducten.

Lees verder “De Limes Tripolitanus: inleiding”