Gladiator II

(© 2024 Paramount)

Er is een nieuwe oudheidkundige film in de bioscoop, Gladiator II. Of, zoals de makers het niet ongeestig spellen, GladIIator. Deel één ben ik ooit samen met classica Simone Mooij wezen kijken en we liepen destijds de bioscoop uit met het gevoel dat de film precies dat bood wat ook de mensen destijds naar het amfitheater bracht: het geweld. En anders dan bijvoorbeeld de films van een Sam Peckinpah (Straw Dogs of Cross of Iron) had Gladiator daarover niets te melden. Het geweld was er en dat was dat. Dat is niet erg, maar de overeenkomst tussen Romeins en hedendaags amusement frappeerde Simone en mij.

En nu dus Gladiator II. Een journalist belde me gisteren met de vraag wat ik ervan vond. Nou daarvan vond ik niks, want ik had die film nog niet gezien en ik had er ook geen tijd voor. Maar had ik een quote? Nou nee, ook die had ik niet. Maar ik had wel een antwoord. Namelijk dat historici beter geen oordeel over historische films kunnen geven.

Lees verder “Gladiator II”

Rode lichten in de archeologie (en aanverwante vakgebieden)

Het zou simpel moeten zijn. Onderzoekers ontdekken dingen en doen de peer-review, waarna voorlichters en journalisten de informatie doorgeven aan het publiek. Zo simpel is het natuurlijk niet. Teveel artikelen komen door de peer-review die nooit gepubliceerd hadden mogen zijn. Vervelend. Journalisten en voorlichters willen hun publiek immers niet voor de gek houden. Zodoende moeten ze de aangeleverde informatie toch toetsen, terwijl ze daarvoor niet zijn toegerust. Veel benodigde informatie ligt immers achter academische betaalmuren. Dat veel media inmiddels navraag doen bij een deskundige, niet betrokken bij het onderzoek, is een kwestie van noodzakelijk geworden wantrouwen.

Neem van mij aan: archeologen, classici en historici jokken weleens. In 2009 heb ik het geïnventariseerd en destijds bevatte ongeveer twee vijfde van de nieuwsberichten onjuistheden die de onderzoekers moesten hebben herkend. Doordat tegenwoordig elk bericht wordt gechurnalismd, valt zoiets niet langer te tellen, maar er is geen reden voor optimisme.

Zonder hernieuwde inventarisatie van the good, the bad, and the ugly zijn enkele rode lichten echter herkenbaar genoeg. En ook enkele oranje en groene lichten, gelukkig.

Lees verder “Rode lichten in de archeologie (en aanverwante vakgebieden)”

Vuur van verandering?

De Zonnewagen van Trundholm (replica; het origineel is in het Nationaal Museum in Kopenhagen)

Ik blogde al enkele keren (een, twee, drie, vier, vijf) over de Bronstijd, waarover onlangs in het Rijksmuseum van Oudheden een tentoonstelling is begonnen. Daar is veel positiefs over te zeggen en dat zal ik ook nog weleens doen. Voor het moment hoeft u alleen maar te weten dat het een goede expositie is. Het verhaal: dankzij enerzijds de Indo-Europese migraties en anderzijds de handel in koper en tin, groeiden pan-Europese verbanden. Niet zonder reden is wel geopperd dat er in het geschiedenisonderwijs meer aandacht moet zijn voor de vroegste tijden. Het museum toont het Bronstijdverhaal met veel interessante en bijzondere stukken, mooie stukken ook, die je niet snel bij elkaar ziet.

Nog één woord van lof voor ik echt aan dit blogje begin: de opstelling is ietwat conservatief. Wel vitrines met voorwerpen, geen noemenswaardige toeters en bellen. Waar de architect een decor neerzette, was het functioneel, zoals het frame van een boerderij. Menselijke resten liggen achter gordijnen en dat vind ik een mooie oplossing voor een naar dilemma. Kortom: een tentoonstelling waar je fijn een uur of twee doorbrengt.

Lees verder “Vuur van verandering?”

De “tweede republiek” van Libanon

In zijn boek Beirut 2020. The Collapse of a Civilization, a Journal (2021) vertelt Charif Majdalani over de implosie van de Libanese Tweede Republiek, dat wil zeggen het bestuurlijk systeem dat ontstond na de Burgeroorlogen. In 1975 veranderden de politici in krijgsheren en in 1990 veranderden krijgsheren in politici, die Libanon bestuurden alsof het buit was die ze mochten verdelen. Eind september 2019 klapte het piramidespel en werden de protesten gewelddadig. Ik schreef al eerder over het boek van Majdalani, dat ik u buitengewoon aanraad.

***

In dertig jaar tijd werd het hele land het privéjachtgebied van een oligarchenkaste, die een relatie met de burgerij ontwikkelde die enigszins leek op die van een maffia. Men bood bescherming, garanties en kleine kansen aan iedereen die daarom vroeg, en belette elke vorm van toegang tot overheidsfunctionarissen, behalve dan middels het indienen van een smeekbede.

Lees verder “De “tweede republiek” van Libanon”

Libanon, najaar 2024

De graffiti in Libanon kunnen nog een jaartje mee

Het zal de vaste lezers van deze blog niet zijn ontgaan dat ik de laatste tijd wat vertaalde reisverslagen over Libanon heb geplaatst. Die zullen het geweld daar niet ten einde brengen, maar ik hoop dat ik u kan tonen wat het is dat er momenteel wordt weggebombardeerd: een land met een eigen, historisch gegroeide, opvallend pluriforme cultuur. Die stukjes eindigen met een verzoek om te doneren. Niet iedereen kan geld missen, maar kennis delen kan altijd en reisverslagen zijn tenminste lichtvoetig.

De situatie nu

Vandaag toch even een stukje dat niet lichtvoetig is. Zoals u weet bestookt de Israëlische luchtmacht het sjiitische zuiden en de sjiitische wijken van Beiroet zo ongeveer elke dag. Honderdduizenden mensen zijn uitgeweken naar het noorden. Er is sprake van een miljoen mensen, van anderhalf miljoen mensen. Ik weet niet hoe ze dat tellen, maar al zou het de helft zijn: dit is onthutsend. In Libanon wonen vier miljoen Libanezen, anderhalf miljoen Syrische vluchtelingen en een kwart miljoen Palestijnse vluchtelingen. Zelfs als er “maar” een half miljoen displaced persons zijn, is dat een extreem probleem.

Lees verder “Libanon, najaar 2024”

Het nagebouwde schip van Keryneia

Het wrak van Keryneia

In 2004 waren de Olympische Spelen in Athene en Cyprus, dat immers behoort tot de Griekse wereld, wilde een cultureel steentje bijdragen. Daarom bouwde men een reconstructie van het schip dat ooit, ergens kort na 300 v.Chr., is vergaan in het zicht van de haven van de noordelijke stad Keryneia. Ik blogde al eens over het vloektablet dat, zou je denken, de scheepsramp veroorzaakte.

De reconstructie was natuurlijk een politiek project. Keryneia ligt in het noordelijk deel van Cyprus, waar de Turken in 1974 een eigen republiek hebben ingericht. De bouw van dit schip bracht de bezetting van een deel van het eiland in herinnering. Dat de bouwers het schip Vrijheid doopten, was vanzelfsprekend ook een politiek signaal en geen verwijzing naar Kapitein Rob.

Lees verder “Het nagebouwde schip van Keryneia”

De Etrusken in Ezinge

Etruskische spiegel

Een goed museum brengt bezoekers van buiten de regio tot begrip van die regio. En omgekeerd kan een goed museum bezoekers uit de eigen regio kennis laten maken met iets buiten die regio. Museum Wierdenland in het Groningse dorpje Ezinge is zo’n goed museum. De niet-Groninger krijgt er informatie over het leven op de wierden, terwijl de Groninger er momenteel kennis kan maken met iets waar ’ie anders 1600 kilometer voor op reis moet: de Etrusken.

De expositie “Etrusken – Pracht en Macht” begint wat verontschuldigend met de constatering dat op het moment dat de eerste bewoners zich vestigden op de wierde van Ezinge, dus zo’n 2500 jaar geleden, ook de Etruskische cultuur bloeide. Even verderop lezen we over de overeenkomst tussen de wierden en de Etruskische tumuli (allebei heuvels) en over het feit dat waterbeheer zowel in het Nederlands kustlandschap als in Etrurië belangrijk was. Zulke beweringen zijn overbodig. Aandacht voor de Oudheid behoeft geen rechtvaardiging. Het tijdvak is uit zichzelf voldoende interessant. En interessant zijn de Etrusken: een stedelijke cultuur die even oud is als de Griekse en die een handelsnetwerk had dat zich, via de Hallstatt– en de La Tène-mensen, uitstrekte tot in het hoge noorden.

Lees verder “De Etrusken in Ezinge”

Dacië in Assen

Portretkop uit Petetu

Ergens rond 5000 v.Chr, ontdekten de mensen van de zogeheten Gumelnița-cultuur, in het zuidoosten van het huidige Roemenië, hoe ze koper moesten bewerken. In de volgende eeuwen leerde men op de Balken ook hoe men goud smeden kon. De oudste gouden sieraden dateren, voor zover ik weet, van rond 4600 v.Chr. en komen uit de omgeving van het huidige Varna in Noordoost-Bulgarije. Dit is de tijd van de laatneolithische culturen, waaraan het Luikse Musée Grand Curtius in 2019 een heel mooie expositie wijdde. Varna kon u kort daarvoor leren kennen bij de tentoonstelling “Het oudste goud van de wereld” in Dordrecht.

Het gulden vlies

Het is geen toeval dat het edelsmeden is ontstaan aan de oostkant van het Balkanschiereiland, want er waren hier diverse metaaladers, zodat sommige rivieren rijk aan goudpoeder waren. Zoiets viel te winnen door rivierklei op een vacht neer te leggen en uit te spoelen, waardoor klompjes en poeder op de vacht bleven kleven. Wellicht is deze methode de achtergrond van de Griekse sage over het Gulden Vlies. In elk geval: al heel vroeg was er goudwinning op het oostelijke Balkanschiereiland.

Lees verder “Dacië in Assen”

Het Archéoforum van Luik

Romaanse sculptuur (Archéoforum, Luik)

Je kunt het op één dag doen: een bezoek brengen aan museum Le Phare in Andenne en aan het Archéoforum in Luik. Het eerste museum wijdt een complete verdieping aan één onderkaak: de onderkaak van een neanderthalermeisje. De bezoeker krijgt daarbij uitleg over alle wetenschappelijke technieken waarmee archeologen informatie verwerven. Dit is een superieur museum en ik ken in ons taalgebied niets dat de kwaliteit ook maar begint te benaderen.

Vijftig kilometer stroomafwaarts langs de Maas – er is een mooi RAVel-fietspad – is in Luik het Archéoforum. Het is complementair aan Le Phare. Waar in Andenne de nadruk ligt op de methoden, ligt in Luik de nadruk op de resultaten en de ethiek. Concreet: de bezoeker krijgt er informatie over de complexe en grote (70×50 meter) opgraving onder de huidige Place Saint-Lambert. Hartje Luik dus. Ook is er aandacht voor archeologische dilemma’s.

Lees verder “Het Archéoforum van Luik”

De villa’s van Romeins Limburg

Romeins Limburg: het zal niet het eerste zijn waaraan je denkt bij het Romeinse Rijk. Het behoorde echter wel degelijk tot het wereldrijk. Het zuidelijke deel van Nederlands Limburg was rijk geworden door de productie van graan, waar in de wijde regio vraag naar was. Zuid-Limburg kende de hoogste concentratie landhuizen in Nederland. De tentoonstelling “Romeinse villa’s in Limburg”, momenteel te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, brengt die landhuizen en de mensen die er woonden, weer tot leven met prachtige reconstructies en even interessante als mooie voorwerpen.

Caesars tegenstanders

Met zijn glooiende heuvels onderscheidt Zuid-Limburg zich van de rest van Nederland, dat immers een overwegend vlak land is. In de eerste eeuw v.Chr. had het heuvelland al een eeuwenlange geschiedenis van autarkische boerengehuchten, gelegen tussen velden vol wuivend graan.

Lees verder “De villa’s van Romeins Limburg”