De theodicee volgens Ǧibrīl ibn Nūḥ

Voor Ǧibrīl ibn Nūḥ waren zelfs sprinkhaanplagen een godsbewijs

In de vorige vier aflevering (de eerste was hier) vertelde Wim Raven dat de Arabische geleerde Ǧibrīl ibn Nūḥ allerlei op de Grieks-Romeinse traditie gebaseerde godsbewijzen presenteerde, die de perfectie en doelmatigheid van de schepping veronderstelden.

Theodicee

Maar als een almachtige, goede schepper ons alles geeft wat wij nodig hebben, hoe kan er dan zoveel gebrek bestaan? Immers, bestaansonzekerheid maakt deel uit van het menselijk lot; de mens moet hard ploeteren en dan nog mislukt vaak de oogst. Maar, aldus Ǧibrīl ibn Nūḥ, als de mens altijd kon rekenen op een goede oogst of alles cadeau kreeg zou hij zich overeten en lui, verwaand en zondig worden.

Neem bij voorbeeld een man die opgroeit in weelde en luxe en kijk waarheen comfort en overvloed hem leiden. Als de mens niet werd gekweld door pijn en smart, hoe zou hij dan ooit van schanddaden worden afgehouden?

Lees verder “De theodicee volgens Ǧibrīl ibn Nūḥ”

Ǧibrīl ibn Nūḥ over de mens

Voor Ǧibrīl ibn Nūḥ vormden ook dadels een godsbewijs

[Dit is het vierde blogje dat Wim Raven schreef over zijn uitgave van Ǧibrīl ibn Nūḥ. Het eerste was hier en Wims eigen blog is daar.]

De godsbewijzen van Ǧibrīl ibn Nūḥ veronderstelden de perfectie en de doelmatigheid van de schepping. Dit alles stond ten dienste aan de mens.

Het uiteindelijke doel is het welzijn van de mens

De schepper zorgt volgens Ǧibrīl ibn Nūḥ dus voor het welzijn van dieren, maar zoals hierboven al vermeld: dieren dienen uiteindelijk het welzijn van de mens, als voedsel, als arbeidsdier en rijdier en om het gebruik van de huid en de botten. Ook de hele rest van de schepping is er om de mens.

Om te beginnen is hij zelf natuurlijk een wandelend godsbewijs. Al zijn ledematen en organen zijn ontworpen om optimaal te kunnen worden gebruikt. In tegenstelling tot dieren is de mens geschapen om rechtop te staan en te zitten, zodat hij naar voorwerpen kan reiken, ze kan beetpakken en ermee kan werken. Zou hij voorovergebogen lopen als een viervoeter, dan zou hij geen werk kunnen verrichten.

Lees verder “Ǧibrīl ibn Nūḥ over de mens”

Meer godsbewijzen van Ǧibrīl ibn Nūḥ

Voor Ǧibrīl ibn Nūḥ was de bij, dom als die was, een godsbewijs

[Dit is het derde blogje dat Wim Raven schreef over zijn uitgave van Ǧibrīl ibn Nūḥ. Het eerste was hier en Wims eigen blog is daar.]

Vijf soorten godsbewijs

Zulke godsbewijzen zijn door de hele natuur te vinden. Ǧibrīl ibn Nūḥ brengt ze onder in vijf rubrieken:

  • het Universum,
  • de Aarde,
  • Planten,
  • Dieren,
  • de Mens.

Daarbinnen zijn pogingen tot systematiek of volledigheid ver te zoeken.

Lees verder “Meer godsbewijzen van Ǧibrīl ibn Nūḥ”

Een godsbewijs van Ǧibrīl ibn Nūḥ

De betekenis van dit plaatje zal u aanstonds duidelijk worden (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het tweede blogje dat Wim Raven schreef over zijn uitgave van Ǧibrīl ibn Nūḥ. Het eerste was hier en Wims eigen blog is daar.]

De godsbewijzen van Ǧibrīl ibn Nūḥ

Een godsbewijs gaat bij Ǧibrīl ibn Nūḥ meestal als volgt:

  • de aandacht wordt gevestigd op iets in de schepping wat bijzonder mooi, doelmatig of complex is.
  • vervolgens wordt gezegd dat zoiets toch onmogelijk door toeval zou kunnen ontstaan,
  • en dat er dus een intelligente ontwerper achter moet zitten, die het beste met de mensen voor heeft.

Dikwijls wordt er betoogd: wat fijn dat het is zoals het is; het had ook veel slechter, lelijker of onpraktischer kunnen uitpakken, zo in de trant van het moderne liedje: “Ik ben zo blij, ik ben zo blij, dat mijn neus van voren zit en niet opzij.”

Lees verder “Een godsbewijs van Ǧibrīl ibn Nūḥ”

Ǧibrīl ibn Nūḥ al-Anbārī

Een van de wetenschappelijke instellingen uit Abbasidisch Bagdad

Zoals bekend veroverde een handjevol Arabieren in de zevende eeuw het halve Oost-Romeinse Rijk en het hele Perzische Rijk. Dat betekende echter niet dat de bevolking van al die gebieden nu ineens Arabisch ging spreken of moslim werd. De Arabische veroveraars wilden aanvankelijk liever als Herrenvolk onder elkaar zijn en lieten buitenstaanders node toe tot hun kringen. Nog eeuwenlang waren de meeste bewoners van Syrië en Irak christelijk of joods. Deze groepen werden door de islamitische overheid erkend; theoretisch als tweedeklas-burgers, maar vaak om hun kennis en ervaring toch hoog gewaardeerd. Zoroastriërs werden echter niet erkend en de manicheeërs, die toentertijd bijna een wereldreligie vormden, werden zelfs vervolgd.

Vanaf ca. 800 na Chr. werd er serieus werk gemaakt van zowel de islamisering als de arabisering. Er werd een enorm vertaalproject op touw gezet, waarbij de christenen een belangrijke rol speelden. Zij waren het die de wetenschap van de Grieken en Romeinen overbrachten naar het Abbasidische Rijk (Kalifaat van Bagdad). Hun taal was het Syrisch-Aramees en een intellectuele bovenlaag kende ook Grieks; bovendien waren Griekstaligen makkelijk te vinden in het aangrenzende Oost-Romeinse Rijk. Vrijwel alle wetenschap uit de Oudheid werd in de negende eeuw in het Arabisch vertaald, aanvankelijk met Syrisch als tussentaal, later ook direct uit het Grieks.

Lees verder “Ǧibrīl ibn Nūḥ al-Anbārī”

De Edomieten

Koper uit de Araba (Jordan Museum, Amman)

Omdat ik volgend voorjaar een reis naar Jordanië organiseer, leek het me aardig om iets te vertellen over de volken die daar vroeger woonden. Dat waren aanvankelijk de IJzertijdrijkjes van de Ammonieten, Moabieten en Edomieten, ruwweg even oud als Juda en Israël, aan de overzijde van de rivier de Jordaan. Hun woongebieden werden ingelijfd in de rijken van de Assyriërs, Babyloniërs en Perzen. Toen Alexander de Grote laatstgenoemden had onderworpen, kwam de regio in handen van hellenistische heersers; we lezen dan over de Nabateeërs. De Romeinen stichtten er een Dekapolis, een “tienstedenbond”, en uiteindelijk zien we dat de macht verschuift naar de Arabieren, die al voor de komst van de islam dominant zijn. Al die volken zijn al aan bod geweest of komen nog aan bod. Vandaag echter: de Edomieten.

Edom lag direct ten zuiden van de Dode Zee, aan weerszijden van de slenk die we de Araba noemen, de bijbelse Zoutvallei. De naam van het koninkrijk, Edom dus, betekent zoiets als “het rode land” en verwijst vermoedelijk naar de rossige kleuren van het Seir-gebergte. De naam is heel oud, want ze duikt al op in Egyptische teksten. Zo mochten tijdens de regering van koning Merenptah (r.1213-1203) “de Šasu-nomaden uit Edom” het koninkrijk van de Nijl betreden. Deze vermelding is interessant omdat ze bewijst dat er in de Late Bronstijd nomaden heen en weer trokken door de Sinaïwoestijn. Dat biedt een context voor de verhalen over de tocht van Mozes en de Hebreeën. Lees verder “De Edomieten”

Wilde Mohammed zelfmoord plegen?

Djibrīl en Mohammed bij de berg Hira

In het grote geschiedwerk van Al-Tabarī (839-923) staat ook het verhaal van Mohammeds biograaf Ibn Ishāq (704-770) over hoe Mohammed de eerste Koranopenbaring ontving op de berg Hirā’. Het verhaal is de profeet zelf in de mond gelegd; wie anders immers zou als bron aannemelijk zijn? Het hele verhaal staat hier; voor het ogenblik licht ik er het fragment uit over Mohammeds gedachte aan zelfmoord. De profeet heeft net verteld hoe hij in een droom door Djibrīl (Gabriël) de eerste Koranverzen onderwezen heeft gekregen.

Twee versies

In Al-Tabarī’s versie van Ibn Ishāq vervolgt hij:

… Dat reciteerde ik; toen liet hij mij los en ging weg, en toen ik ontwaakte uit mijn slaap was het alsof het in mijn hart gegrift stond. Nu was er geen schepsel waar ik een groter hekel aan had dan dichters en bezetenen; ik kon ze niet zien of luchten. En ik dacht: “O wee, deze nietswaardige” — hij bedoelde zich zelf — “is een dichter of een bezetene. Maar dat zullen de Qurayshieten nooit van mij zeggen! Ik zal hoog de berg opklimmen en mij eraf storten; dan heb ik rust.” Dus ging ik met die bedoeling op weg en toen ik halverwege de berg was hoorde ik een stem uit de hemel die zei: “Mohammed! Jij bent de gezant Gods en ik ben Djibrīl.” … noot Al-Ṭabarī, [Taʾrīkh al-rusul wal-mulūk] Annales, uitg. M.J. de Goeje e.a., deel 1 (1879) 1150.

Lees verder “Wilde Mohammed zelfmoord plegen?”

De hop

Hop (Zoo, Antwerpen)

Vroeger heette het milieu en tegenwoordig leefomgeving, maar evengoed verandert Nederland in een dystopie. Een doodenkele keer is er echter goed nieuws en keert zomaar een verdwenen diersoort terug. De otter, de zeearend, de bever, de wolf, de hop.

Het enige exemplaar van die wonderlijk gekuifde vogel dat ik in onze contreien ooit zag was in de Antwerpse dierentuin – zie boven. In het Midden-Oosten heb je meer kans het grappige beestje te zien en we kennen het dan ook uit allerlei antieke teksten. De Egyptenaren vereerden het dier omdat het voor zijn ouders zorgdenoot Horapollon, Hiërogliefen 1.55., terwijl de Joden deze vogel nou juist beschouwden als weerzinwekkend. noot Leviticus 11.19. Dat wil zeggen dat het noch rein, noch onrein was, maar niet paste in de categorieën en dus helemaal verontrustend was.

Lees verder “De hop”

De aankondiging van de geboorte van Mohammed

Amina presenteert de baby Mohammed aan haar schoonvader Abd-al-Muttalib.

Niet alleen de geboorte van Jezus werd aan zijn moeder verkondigd, ook die van Mohammed, althans volgens een nogal obscuur, moeilijk te dateren verhaal dat is opgenomen in het Leven van de Profeet van Ibn Ishaq.

De mensen vertellen — en alleen God weet wat ervan waar is — dat Āmina, de moeder van de Profeet, heeft verteld dat er tijdens haar zwangerschap [een stem?] tot haar kwam die zei: ‘Jij gaat zwanger van de heer van dit volk; als hij geboren is, zeg dan: “Laat de Ene hem behoeden voor het kwaad van elk die hem benijdt”, en noem hem Mohammed.’

Toen zij in verwachting van hem was zag zij een licht van zich uitgaan waardoor zij de burchten van Busrā in Syrië kon zien.noot Ibn Ishaak, Het leven van Mohammed (vert. Wim Raven, 2000):ويزعمونفيما يتحدث  الناس والله أعلم أن آمنة بنت وهب أم رسول الله ص كانت تحدث أنها أتيت، حين حملت برسول الله ص فقيل لها: أنك قد حملت بسيد هذه الأمة، فإذا وقع إلي الأرض فقولي: أعيذه بالواحد من شر كل حاسد ثم سمّيه محمدًا. ورأت حين حملت به أنه خرج منها نور رأت به قصور بُصْرى من أرض الشأم.

Lees verder “De aankondiging van de geboorte van Mohammed”

Het geboorte- en sterfjaar van Mohammed

Mohammed was geboren in het jaar van de olifant (Getty-museum, Malibu)

Mohammed (570-632)” staat in vrijwel iedere encyclopedie of inleiding tot de islam. Dat komt omdat zulke werken streven naar korte, recht-toe-recht-ane informatie, geen prijs stellen op vraagtekens en puntje-puntje-puntje, en omdat andere beroemde personen ook jaartallen hebben. Maar vast staat Mohammeds sterfjaar niet, en zijn geboortejaar al helemaal niet.

Er is in het leven van de profeet eigenlijk maar één jaartal dat solide is: het jaar 1 (622 na Chr.), het jaar van de hidjra, zijn emigratie van Mekka naar Medina. Dat jaartal staat vast, omdat het ongeveer twintig jaar na dato tot beginjaar gemaakt werd voor de islamitische tijdrekening en alle islamitische data tot op heden daarnaar berekend worden. Een eeuw later begonnen historici terugrekenend jaar na jaar te beschrijven wat er sinds dat jaar 1 was gebeurd. Daarbij zullen zeker fouten zijn opgetreden, maar er is in ieder geval een tijdschema gemaakt, en volgens dat schema stierf de profeet tien jaar na de emigratie, dus in 632. Dat lijkt dus nogal duidelijk.

Lees verder “Het geboorte- en sterfjaar van Mohammed”