Het Berlijngevoel

berlijn
Berlijn 1989

De foto hierboven was vergeeld en al beschadigd toen ik haar inscande. Het geeft niet dat het geen goede foto is, want het moment zelf staat me scherp voor de geest. Het was januari 1989, een kwart eeuw geleden. Een groep jonge mensen, vrijwel alleen en eigenlijk wat doelloos, in Berlijn, bij de Muur. En het is koud.

Er bestond tijdens de Koude Oorlog een bepaald “Berlijngevoel”. Het is moeilijk te definiëren, maar ik kan het aanwijzen. Het was het cynisme van The Spy Who Came in from the Cold, waarin alle menselijke waarden ondergeschikt waren gemaakt aan het politieke spel. Het was M. Het was de LP Berlin van Lou Reed, over al het verschrikkelijke wat mensen elkaar kunnen aandoen.

Lees verder “Het Berlijngevoel” →

De ondergang van de Bourgondiërs

worms_burgundians1
Mantelspelden van de Bourgondiërs (Andreasstift, Worms)

Borbetomagus, het huidige Worms, lijkt ooit de stad te zijn geweest vanwaaruit de Bourgondiërs, een Germaans volk dat meestal loyaal was aan het Romeinse Rijk, een sector van de Rijngrens verdedigde. Meestal loyaal – maar niet altijd. Hun leider Gundihar lijkt zich, althans in de ogen van de Romeinse oppercommandant Aetius, nogal onafhankelijk te hebben gedragen. De chroniqueur Prosper Tiro noteert voor het jaar 435:

In deze tijd versloeg Aetius Gundihar, de koning van de Bourgondiërs die in de Gallische gewesten woonden, en toen deze smeekte om vrede, werd die hem verleend. Gundihar kon er niet lang van genieten omdat de Hunnen hem en zijn volk met wortel en tak uitroeiden.

Lees verder “De ondergang van de Bourgondiërs” →

Bronnenhoppen

Drusus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Drusus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Je zou het “bronnenhoppen” kunnen noemen en je zou het kunnen definiëren als de neiging van historici overdreven te vertrouwen op de bronnen. Ik zal een voorbeeld geven uit eigen werk: de Romeinse verovering van Germanië.

Van de eerste fase hebben we informatie uit het geschiedwerk van Cassius Dio, die beschrijft hoe Augustus’ adoptiefzoon Drusus in 12-9 v.Chr. de valleien van de Lippe en de Main verovert en het gebied tussen Wezer en Elbe verkent. Hij overlijdt als de oorlog is afgerond. Voor de tweede fase hebben we de beschikking over het geschiedwerk van Velleius Paterculus, die de campagnes van 4 en 5 na Chr. beschrijft, waarmee Drusus’ broer Tiberius (de latere keizer) de aanspraken verplaatst naar de Elbe. Over de gebeurtenissen van 9, waarin de Romeinen een geduchte nederlaag leden in het Teutoburgerwoud, hebben we vrij veel bronnen, waarna Tacitus de wraakexpedities beschrijft.

Lees verder “Bronnenhoppen” →

Dood in Triëst (2)

Cenotaaf van Winckelmann (Triëst)

[Dit is het tweede en laatste van mijn stukjes over de dood van Winckelmann, de grondlegger van de kunstgeschiedenis. Het eerste is hier.]

De relatie tussen Winckelmann, die in Italië verbleef, en zijn Duitse vaderland was niet optimaal. De keurvorst van Saksen, die hem ooit een jaargeld ter beschikking had gesteld om in Italië te studeren en kunst aan te kopen voor het museum in Dresden, had dat ook weer ingetrokken en hoewel de geleerde snel genoeg nieuw emplooi had gevonden, voelde hij zich niet op waarde geschat. Een sollicitatie in Pruisen was afgesprongen op de spaarzaamheid van Frederik de Grote (of de hoge looneisen van de oudheidkundige). Maar in 1768 besloot Winckelmann. eenenvijftig jaar oud, de reis over de Alpen te maken.

Lees verder “Dood in Triëst (2)” →

Dood in Triëst (1)

Mengs’ portret van Winckelmann

Dertien jaar geleden: ik was op weg naar Rome, of eigenlijk Ostia, waar ik gedurende een paar weken wilde werken aan een boek. Het werd een gouden tijd, onvergetelijk doordat AS Roma landskampioen werd. De pret begon echter al op de heenweg: we reden om over Udine omdat we naar het eiland Krk wilden. Niet dat er iets is te zien, maar mijn reisgenoot en ik waren als kind, bladerend door de atlas, al gefascineerd geraakt door een plaatsnaam zonder klinker.

Tenzij u kikt op zwaarlijvige Duitsers die in een te kleine zwembroek op een scooter over de boulevard crossen, kan ik u Krk niet aanraden. Triëst des te meer. Het is de laatste Italiaanse stad voor je Slovenië binnenrijdt. De Porto Vecchio, het Romeinse amfitheater en de witte wijn bij de lunch schieten me als eerste te binnen, maar we kwamen voor het graf van Johann Joachim Winckelmann (1717-1768), de grondlegger van de kunstgeschiedenis.

Lees verder “Dood in Triëst (1)” →

Mainz 1880

Ik vond toevallig de bovenstaande afbeelding: Mainz, zoals het eruitzag in 1880, toen Multatuli er wel eens kwam. Hij woonde in die tijd in Ingelheim, waar hij in 1887 overleed. De sofa waarop hij insliep, staat in het Multatuli Museum in Amsterdam.

De Nederlandse schrijver had enkele jaren eerder de Mainzer Beobachter verzonnen, om zijn eigen mening te kunnen toevoegen aan de nieuwsuittreksels uit de Rijnlandse media die hij destijds maakte voor de Opregte Haarlemsche Courant. Over die hoax leest u hier meer.

Lees verder “Mainz 1880” →

De eerstgevallenen

Door een gelukkige speling van het lot woont mijn collega Theo Toebosch bij me in de buurt. We komen elkaar elke maand wel eens in de winkelstraat tegen, lunchen regelmatig en komen ook wel eens bij elkaar over de vloer. Dat maakt me niet tot de meest objectieve recensent van zijn laatste boek, De eerstgevallenen, maar dat weerhoudt me niet dit boek over de Eerste Wereldoorlog onder uw aandacht te brengen.

De eerste eerstgevallene is de Franse korporaal André Peugeot, die op 2 augustus 1914 om het leven kwam bij een incident aan de Frans-Duitse grens. Dat was dertig uur voordat Duitsland met een oorlogsverklaring aan Frankrijk een tot dan toe kleinschalig conflict tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië deed escaleren en misschien moet je daarom zeggen dat de dood van Peugeot geen oorlogshandeling was maar een moord in vredestijd. Hoe dat ook zij, Peugeot geldt als de eerste dode van de Eerste Wereldoorlog.

Lees verder “De eerstgevallenen” →

Hoezo, bekentenis?!

Als iemand door de politie wordt verhoord en toegeeft dat hij iets heeft misdaan, dan heet dat een bekentenis. Naar mijn idee zeg je dat alleen als iemand iets toegeeft dat werkelijk verkeerd was: je bekent dat arsenicum deed in de koffie van je schoonmoeder, maar je erkent dat je ervan droomt astronaut te zijn.

Ik heb het voor de zekerheid nog even nagezocht in de Van Dale, maar ook daarin lees ik dat “bekennen” wil zeggen dat je uitkomt voor iets dat echt verkeerd is. Het is geen juridische term, maar het woord maakt duidelijk dat datgene wat wordt toegegeven, niet is zoals het hoort.

Lees verder “Hoezo, bekentenis?!” →

Bij de Elbe

zollenspieker_elbe_1
De Elbe bij Zollenspieker

Gistermorgen vroeg stonden we aan de Elbe, niet ver ten zuiden van Hamburg. Het was een prachtige najaarsdag: de zon scheen zacht, er was nauwelijks wind, het was kraakhelder en het was heel stil. Het enige geluid kwam van het veerpontje dat een enkele auto overzette. Een groot schip voer langs. De golven klotsten zachtjes tegen de steiger. Je kon zien dat het getij van de Noordzee het peil van de rivier nog wat kon verlagen en hogen. Het was prachtig.

Dit is ongeveer de plaats waar in het jaar 6 na Chr. generaal Tiberius (de latere Romeinse keizer) met een enorm leger aankwam om oorlog te voeren tegen een stam waarvan de Romeinen daarvoor nog niet hadden gehoord, zo ver leefden ze van de Rijn: de Langobarden. De Romeinse vloot, die over de Noordzee was komen varen, voegde zich hier bij de landmacht. Een van de officieren, Velleius Paterculus, zou later herinneringen ophalen aan zijn bezoek aan de Elbe.

Lees verder “Bij de Elbe” →

Drijvend veen

Buitendijks hoogveen
Buitendijk, drijvend veen

In 1999 schreef ik De randen van de aarde: een overzicht van de geschiedenis van de Lage Landen in de Romeinse tijd. Later actualiseerden mijn collega Arjen Bosman en ik de tekst, maar De rand van het Rijk (2010) is inmiddels uitverkocht. De verbeterde Engelse versie, Edge of Empire (2012), is nog wel leverbaar: hier. Zonder valse bescheidenheid: dit is een echt fijn boek, vol boeiende informatie, stoere verhalen, grappige details en interessante vondsten.

Een van de leukste teksten die ik voor de Nederlandse versies vertaalde, was de beschrijving die de Romeinse officier Plinius de Oudere gaf van het door hoogveen omringde Flevomeer, de voorganger van de Zuiderzee. Voor de Romeinen was dit een rare plek. Even verderop was het einde van de aardschijf, waar mensen woonden op terpen.

Lees verder “Drijvend veen” →