Een andere kant van geschiedenis

Bellini’s portret van Mehmet II de Veroveraar

Geruime tijd geleden vroeg Jona Lendering mij om een stukje te schrijven over Turkse historische tv-series en films. Dat heeft lang geduurd, omdat ik telkens weer in de verleiding kwam te kijken hoe het ook al weer ging met een van mijn favoriete hoofdpersonen en/of acteurs. Maar nu is mijn verhaal er. Het is, met negentien afleveringen een lang verhaal geworden. Dat past: de series zijn ook lang.

De andere kant van een stuk geschiedenis

Meer dan dertig jaar geleden kwam ik het boek Rovers, christenhonden, vrouwenschenners: de kruistochten in Arabische kronieken (Les Croisades vues par les Arabes, 1983) tegen. Het is een soort kroniek of ooggetuigenverslag van de Kruistochten, geschreven door Amin Maalouf, een Frans-Libanees schrijver en voormalig journalist. Het zette mij stevig aan de andere kant van dat stuk van de geschiedenis, om zo te zeggen.

Lees verder “Een andere kant van geschiedenis”

Geliefd boek: Die Erweiterung

Deze roof raakt iedere Roemeen” schreef Mira Feticu in het NRC van 1 februari jongstleden. Het gaat hier natuurlijk om de kunstroof uit het Drents Museum in Assen, waarbij de gouden helm van Coțofenești en drie armbanden van hetzelfde metaal werden buitgemaakt. Feticu legde uit hoeveel meer die helm voor de Roemenen betekent dan louter nationaal erfgoed. Hij is het symbool, de personificatie van hun nationale identiteit. En die nationale identiteit betekent meer voor een Balkanland dan wij ons hier in Nederland, of in West-Europa überhaupt, kunnen voorstellen.

Robert Menasse, Die Erweiterung

In 2022 kwam Die Erweiterung van Robert Menasse uit. De Nederlandse uitgave van deze roman heet De uitbreiding. Het Duitse “Erweiterung” is echter een veel dubbelzinniger woord: het betekent niet alleen uitbreiding, maar ook verwijdering. Verwijding en verwijdering.

Lees verder “Geliefd boek: Die Erweiterung”

Cornelis de Bruijn (6) Terugkeer

Cornelis de Bruijn, Libanonceders

Dit is het zesde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Libanon

Cornelis de Bruijn verliet Jeruzalem op 16 november 1681 en bleef even hangen in Ramla om daar – vandaag 343 jaar geleden – Kerstmis te vieren. Nieuwjaar en Drie Koningen volgden en op 8 januari 1682 was hij weer in Jaffa, waar hij onmiddellijk aan boord van een schip ging. De volgende dag arriveerde hij in Tripoli.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (6) Terugkeer”

Cornelis de Bruijn (5) Jeruzalem

Cornelis de Bruijn, het Heilig Graf

Dit is het vijfde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Het heilige Land

Cornelis de Bruijn wilde naar Jeruzalem, dat lag op twee dagen van de haven van Jaffa. Maar toen hij halverwege was, in Ramla, gaven de Ottomaanse gezagsdragers hem bevel te blijven waar hij was. Een epidemie in Jeruzalem maakte verder reizen onverantwoord. Pas na bijna drie maanden kon De Bruijn verder reizen en op 17 oktober 1681 bereikte hij de heilige stad. Onderweg passeerde hij het vervallen kerkje voor Sint-Joris in Lydda, waar ik vorig jaar over blogde.

De autoriteiten stonden geen privébezoek toe aan de heilige plaatsen. Ze hadden de franciscanen, die al sinds de Kruistochten de Europese christenen vertegenwoordigden, aangewezen als coördinatoren. De monniken organiseerden rondleidingen, die voor de zekerheid werden beschermd door bewapende Ottomaanse escortes. Pelgrimage was zo veilig en verantwoord, maar bezoekers kregen zo alleen te zien wat hun was toegestaan.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (5) Jeruzalem”

Cornelis de Bruijn (4) Egypte

Cornelis de Bruijn, Alexandrië

Dit is het vierde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Egypte

Kunstenaars maakten een grand tour naar Italië: dat was niet bijzonder. Kooplieden voeren weleens naar les échelles du Levant: Smyrna, Constantinopel of de havens van wat nu Libanon heet. En er waren pelgrims in het Heilige Land. Maar slechts weinig mensen uit de Lage Landen kenden Egypte.

Hoewel Cornelis de Bruijn niet de eerste Hollander was die Ottomaans Egypte bezocht, besefte hij hoe bijzonder zijn verblijf was. Vanaf dit punt wordt Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Azië gedetailleerder en biedt De Bruijn informatie die nieuw en nuttig was voor de geleerden van zijn tijd (en onze eigen tijd). En de geleerden hadden het geluk dat De Bruijn een professioneel tekenaar was: hoewel de gravures uit zijn boek niet de allermooiste zijn, bevatten ze veel informatie en waren ze beter dan alles wat eind zeventiende eeuw in Europa bekend was.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (4) Egypte”

Cornelis de Bruijn (3) Smyrna

Cornelis de Bruijn, Smyrna

Dit is het derde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Smyrna

Toen Cornelis de Bruijn in de zomer van 1678 vanuit Italië arriveerde in de belangrijke handelshaven Smyrna, werd hij onmiddellijk opgenomen in de kringen van de Europese diplomaten. De Hollandse consul bood hem onderdak en diens Engelse collega nam hem mee voor een bezoek aan Selçuk en de ruïnes van het oude Efese.

Dit was een warmer welkom dan de jongeman redelijkerwijs had kunnen verwachten. Het consulaat van Smyrna, een van de belangrijkste posten in de Hollandse diplomatie, werd bezet door een edelman die normaliter geen enkele zwerver zou ontvangen. De Bruijn was geen bekende kunstenaar en ook kon hij zijn gastheren (nog) niet vermaken met verhalen over landen die zij niet hadden bezocht. De gastvrijheid van de consul is des te opmerkelijker als we bedenken dat hij er zeker van was dat zijn gast had geprobeerd Johan de Witt te vermoorden. Ik noemde het al.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (3) Smyrna”

Druzen en Maronieten (1)

De Maronieten ten strijde

De Fransman Gérard de Nerval (1808-1855), die eigenlijk Gérard Labrunie heette, was een veelzijdig man: dichter, republikein bloemlezer, toneelschrijver, vandaal, journalist, reiziger. In 1843 bezocht hij het Ottomaanse Rijk, waarover hij een geromantiseerd verslag schreef: Voyage en Orient (1851). Het is bepaald niet vrij van vooroordelen, zoals wel blijkt uit het volgende verslag van een conflict tussen de twee belangrijkste bevolkingsgroepen van het huidige Libanon: de Druzen en de Maronieten.

Doorgaans konden die het redelijk met elkaar vinden. Nog kort daarvoor had de lokale leider Bashir Shihab II, een bestuurder die meer luisterde naar Muhamad Ali in Egypte dan naar de sultan in Constantinopel, geregeerd over beide groepen. De Britten en Oostenrijkers hadden echter de sultan gesteund in zijn pogingen het Ottomaanse gezag te herstellen, en Bashir was in 1840/1841 in ballingschap gegaan. Het was dus onrustig toen De Nerval door Libanon trok.

Lees verder “Druzen en Maronieten (1)”

De poorten van Tell Balawat

Een van de reliëfs uit Balawat: de capitulatie van Tyrus (British Museum, Londen)

Een van de wonderen van het British Museum is de zogeheten Balawat Gate. Het gaat om de poort van een Assyrische tempel. Als u het museum binnen gaat, is links de garderobe, en onmiddellijk daarna is de zaal met deze tempelpoort. Als u de Steen van Rosetta ziet, bent u al te ver doorgelopen. De Balawat Gate is gevonden door archeoloog Hormuzd Rassam.

Hormuzd Rassam

Het verhaal van de archeologie in het Ottomaanse Rijk wordt vaak verteld alsof het gaat over westerse avonturiers die in het oosten de fundamenten – in meer dan één betekenis – van de beschaving opgroeven. Onwaar is dat niet, incompleet is het wel, want er waren volop Ottomaanse archeologen, waarvan Osman Hamdi de bekendste is. Hormuzd Rassam, geboren in Mosul, was een ander.

Hij was een veteraan, die het metier had geleerd tijdens Layards eerste expeditie naar Nimrud, vervolgens had gestudeerd in Oxford, en had behoord bij Layards staf tijdens zijn latere expedities. Rassam vond onder meer het kleitablet met het Zondvloedverhaal (onderdeel van het Epos van Gilgameš), deze stèle en de Cyruscilinder.

Lees verder “De poorten van Tell Balawat”

Faits divers (20)

Een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks “faits divers”, met ook deze keer een veelvoud aan onderwerpen. We gaan meteen van start.

Barry Kemp

In de eerste plaats: Barry Kemp is overleden. Hij heeft bijna een halve eeuw – zevenenveertig jaar, om precies te zijn – gewerkt in Amarna, de hoofdstad van Egypte ten tijde van koning Echnaton. Zoals de meeste oudheidkundigen van de vorige generatie lag zijn belangstelling in het laatste kwart van de vorige eeuw vooral bij de gewone mensen. Over de grote mannen en vrouwen was al te veel geschreven. Dat weerhield hem overigens niet om de monumentale architectuur van Amarna te conserveren, wat toch wel bij uitstek elitebouwwerken waren. Ook was hij, zoals zo veel archeologen, van mening dat onderzoekers wat meer tijd moesten besteden aan de materiële cultuur en wat minder aan de historische vragen. Kemps betekenis oversteeg dan ook de egyptologie. Voor iedereen die zich verdiept in de Oudheid, of dat nu Egypte betreft of een andere deel, en of dat nu gaat om archeologie of niet, is zijn boek Ancient Egypt. Anatomy of a Civilisation verplichte literatuur. Kemp werd vierentachtig.

Lees verder “Faits divers (20)”

De Europese canon (41-45)

De Eerste Balkanoorlog

Overmorgen zijn de Europese verkiezingen en met het oog daarop blog ik deze week over de Europese canon. Vandaag vijf onderwerpen vol geweld, met ergens op de achtergrond de doorbraak van het modernisme. De Eerste Wereldoorlog werd gewonnen door de partijen die het meeste innoveerden, en vernieuwing werd het toverwoord van de twintigste eeuw.

De instorting van het Europese systeem

Periode: 1911-1922

Alternatieven: Eerste Wereldoorlog, Vrede van Versailles

Tussen de Europese mogendheden waren altijd fricties en spanningen, maar zolang er koloniën te verdelen waren, was er een bliksemafleider. Toen het verkeerd begon te gaan, was dat dan ook op het laatste stukje wereld dat nog niet was verdeeld: op de Balkan. Het Ottomaanse Rijk was verzwakt, Italië viel het aan in Libië (1911) en in het jaar erop vielen ook Servië, Montenegro, Griekenland en Bulgarije aan. Dat was de Eerste Balkanoorlog. Die duurde bijna acht maanden; de Ottomanen verloren vrijwel al hun Europese bezittingen. De vrede duurde één maand. Toen brak de Tweede Balkanoorlog uit, waarin Servië, Montenegro, Griekenland en het Ottomaanse Rijk zich keerden tegen Bulgarije.

Lees verder “De Europese canon (41-45)”