Etruskische goden

Aplu (Museo nazionale Etrusco di Villa Giulia, Rome)

Even ten noorden van Rome lag Veii, een machtige Etruskische stad die de Romeinen in 393/392 v.Chr. veroverden.noot En niet in 396, zoals je nogal eens leest. Daarna vielen de kleinere stadjes in de omgeving, die ooit onderworpen waren geweest aan Veii, eveneens in Romeinse handen. Zo ook Falerii, dat zich korte tijd later op nogal bijzondere wijze onderwierp. Een schoolmeester had namelijk een klasje aristocratische kinderen als gijzelaars uitgeleverd aan de Romeinse generaal Camillus, die dit geschenk, dat de oorlog tot een snel einde zou hebben kunnen brengen, had geweigerd, en de schoolmeester geboeid en gegeseld terug had gezonden naar Falerii, met de mededeling dat hij de stad zou nemen “met Romeinse middelen”. De burgers capituleerden ogenblikkelijk: volgens geschiedschrijver Titus Livius omdat ze onder de indruk waren van Camillus’ nobele gebaar, maar je hoeft niet heel cynisch te zijn om te herkennen dat men doodsbang was voor “de Romeinse middelen”.

In Falerii is verschrikkelijk mooie terracotta-sculptuur gevonden, die voor het merendeel is terechtgekomen in de Villa Giulia, het Etruskische museum van Rome. Bovenstaande kop komt uit een tempel die stond op een plek genaamd Sassi Caduti. Dit heiligdom, even ten westen van de acropolis, was gewijd aan de godheid die de Romeinen Mercurius noemden en de Etrusken Turms. Hij was de boodschapper van de oppergod Tinia, beschermde de handel en begeleidde de dode zielen op weg naar de Onderwereld. Bij Sassi Caduti is ook een marktplein gevonden, wat natuurlijk wel zo gepast is voor een god van de handel.

Lees verder “Etruskische goden”

De Wagenmenner van Delfi

De Wagenmenner van Delfi (Archeologisch Museum, Delfi)

Een bezoek aan het oud-Griekse heiligdom Delfi vergt voorbereiding. Je moet er vroeg in de ochtend zijn, vóór de toeristenbussen aankomen uit Athene, dus een hotel ter plekke is aanbevolen; en de opgraving maakt het meeste indruk als de toeristen, rond lunchtijd, weer zijn vertrokken. Dan is het heet, de cicaden zijn stil, en je staat alleen onder de brandende stralen die de zonnegod op je laat neerdalen. Ik weet het: de gelijkstelling van de orakelgod Apollo aan de zonnegod Helios is niet klassiek Grieks, maar wie rond een uur of drie op een middag in augustus door Delfi dwaalt, ervaart de identificatie als volkomen logisch.

De Wagenmenner van Delfi

Het museum ligt even verderop. Het beste moment om er naartoe te gaan, is als de toeristen net zijn aangekomen en op de eigenlijke opgravingen rondlopen. Het museum is nooit echt rustig, maar je kunt er volop genieten: de reliëfs van het schathuis van de Sifniërs, de beelden van – naar men zegt – Kleobis en Biton – en de Romeinse sculptuur. En uiteraard het pronkstuk: de Wagenmenner. Ik denk dat het beeld bij mij in mijn top-tien staat van voorwerpen die ik ronduit mooi vind.

Lees verder “De Wagenmenner van Delfi”

De Dame van Brassempouy

De Dame van Brassempouy (Musée d’Archéologie national, Saint-Germain-en-Laye)

Een klein jaar geleden vierde ik mijn zestigste verjaardag in Parijs, met onder andere een bezoek aan het Musée d’Archéologie national in de westelijke voorstad Saint-Germain-en-Laye. Daar is veel moois en heel veel interessants te zien, en het bovenstaande piepkleine portretje, zo klein als een lucifersdoosje, valt in beide categorieën.

Het maakte deel uit van een reeks van dit soort mammoetivoren beeldjes, die in 1894 zijn ontdekt door de Franse archeoloog Edouard Piette op een plek in het uiterste zuidwesten van Frankrijk met de welluidende naam “grotte du pape”. De “dame à la capuche” ofwel Dame van Brassempouy was wel het mooiste uit de collectie.

Lees verder “De Dame van Brassempouy”

De “Herkulanerinnen”

De Herkulanerinnen (Zwinger, Dresden)

De Duitser die rond het midden van de achttiende eeuw meer wilde weten over klassieke kunst, maar de middelen niet had om naar Rome te reizen, kon naar Dresden gaan, waar de keurvorst van Saksen een prachtige collectie had staan. Antiquarisme, dus het verzamelen van oudheden, behoorde destijds nu eenmaal tot de taken van een heerser. Friedrich August I de Sterke breidde in 1728 de Dresdense verzameling uit door de privécollecties van twee Italiaanse kardinalen te kopen – samen 164 stukken. Het materiaal stond opgesteld in de Groβe Garten ten oosten van de stad, waar de koning van Pruisen er danig van onder de indruk was. En dat was natuurlijk altijd de bedoeling geweest.

Winckelmann

Johann Joachim Winckelmann, de grondlegger van de kunstgeschiedenis die van 1748 tot 1755 in Dresden verbleef, oordeelde echter dat de collectie, mooi als ze was, niet goed stond opgesteld. Ze stonden “als haringen in een ton”. Dat weerhield hem er niet van zo’n beetje in katzwijm te vallen bij de bovenstaande drie beelden: de Herkulanerinnen. Ik overdrijf een beetje, maar met deze beelden begint de kunstgeschiedenis.

Lees verder “De “Herkulanerinnen””

De Papyrus Ebers

De Papyrus Ebers (Albertina, Leipzig)

Ik schreef al dat de expositie in Leipzig, waar ik hoopte de Codex Sinaiticus te zien, me wat tegenviel. In plaats van het origineel toonde men een foto in een lichtbak. Dat laat onverlet dat wat men toonde, de moeite waard was en dat de bibliotheek het goed uitlegde. Zo was er ook een replica te zien van de Papyrus Ebers. Het origineel is in de Tweede Wereldoorlog beschadigd geraakt.

De Duitse egyptoloog Georg Ebers (1837-1898) doceerde aan de universiteit van Leipzig, maar hij bezocht natuurlijk ook Egypte. Wat in de negentiende eeuw geen peulenschil was. In 1872/1873 ontdekte hij in Luxor een bijzondere papyrusrol met een medische tekst. Het voorwerp, dat dateert uit de late zestiende eeuw v.Chr., was bovendien compleet. Meestal zijn zulke rollen beschadigd of alleen fragmentarisch over. De Papyrus Ebers is bijna negentien meter lang, bestaat uit ruim honderd pagina’s tekst en vermeldt zo’n 900 behandelingen voor een stuk of tachtig aandoeningen. Het laatste blad bevat een kalender.

Lees verder “De Papyrus Ebers”

De Codex Sinaiticus

Het einde van het Evangelie van Johannes in de Codex Sinaiticus (© Wikimedia Commons)

Iedereen die zich met de Oudheid bezighoudt, al is het nog zo oppervlakkig, weet dat we vrijwel geen boeken hebben uit die tijd. De antieke literatuur is grotendeels overgeleverd in de vorm van middeleeuwse kopieën van kopieën van kopieën. Al in de zestiende eeuw hadden geleerden in de gaten dat zo’n 80% van de manuscripten dateerde van na 800 na Chr. Dat is verre van ideaal. Weliswaar zijn er papyri, die wel komen uit de Oudheid, maar die hebben slechts zelden de lengte van een volledig werk.

Het is zoals het is, maar je zou zo graag echt oude boeken willen hebben. En dat geldt zeker voor de Bijbel, die nou eenmaal normatief is voor joden en christenen. Voor gelovige mensen was de onduidelijke tekstoverlevering zo nu en dan problematisch. Zo zijn er manuscripten met en zonder het zinnetje dat er drie zijn “die getuigen in de hemel: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”.noot 1 Johannes 5.7-8. Dit zogeheten Comma Johanneum heeft nogal wat theologische implicaties.

Lees verder “De Codex Sinaiticus”

De onbekende god

Altaar voor een onbekende god (Antiquarium van het Palatijn, Rome)

We zullen vermoedelijk nooit weten wie Gaius Sestius Calvinius was, behalve dat hij in Rome het bovenstaande altaar oprichtte. Het is gevonden op de plek die bekendstaat als Velabrum, dat wil zeggen de doorgang tussen Palatijn en Capitool die het Forum Romanum verbond met het Forum Boarium, de veemarkt. De tekst, die bekendstaat als EDCS-17200112, is eenvoudig:

Sei deo sei deivae sac(rum)
C(aius) Sextius C(ai) f(ilius) Calvinus pr(aetor)
de senatinoot Je zou senatus hebben verwacht. sententia
restituit

Lees verder “De onbekende god”

Een vaas uit Apulië

Krater uit Apulië (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Apulië, de “hak” van Italië, is een deel van de oude wereld dat ik niet goed ken. Ik ben er twee keer met de trein doorheen gekomen en een keer met de fiets, en dat is alles. Mijn gebrek aan kennis vreet een beetje, want in allerlei musea heb de wonderlijkste Apulische vazen gezien, zoals de krater (mengvat) hierboven, in het Museum für Kunst und Gewerbe in Hamburg. Zoals wel meer vazen uit Apulië, oogt ’ie wat rommelig.

De Kopenhagen-schilder, zoals kunsthistorici de rond 335 v.Chr. actieve kunstenaar noemen, heeft een aantal motieven los bij elkaar geplaatst. De oren zijn gevuld met twee portretten. Op de nek en hals staan diverse horizontale banden, vervolgens is er een los hoofd in een veld vol vegetatie. Na een band over de buik is er dan een afbeelding van een tempeltje, waarin een naakte krijger is te zien. Aan weerszijden van het tempeltjes staan wat vrouwenfiguren met voorwerpen in de hand, en tot slot is er een effen zwarte voet. Afgezien van de verticale symmetrieas zit er weinig systeem in. Zoals ik al zei: het oogt al met al nogal rommelig.

Lees verder “Een vaas uit Apulië”

Manemos, een grote onbekende

Wijding aan Manemos (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

Ik blog regelmatig over antieke religie en die stukjes eindigen nogal eens met de constatering dat we iets niet weten. Waarom Psyche op een dromedaris rijdt, waarom Hercules Magusanus vroeger gold als de Hercules van Magusa en nu als syncretisme: dat werk. Ik wil morgen schrijven over het raadsel hoe het christendom in Egypte is aangekomen. Bij elk van deze vragen is de kern van de problematiek dezelfde: we hebben te weinig informatie. En de data die we hebben, zijn ambigu.

Het onbekende platteland

Wat we wél weten: iets over de staatsculten, iets over filosofische visies op het goddelijke, iets over systematiseringen als “de twaalf Olympische goden”. Over de echte godsdienst van de normale Grieken, Babyloniërs, Kelten, Romeinen, Egyptenaren, Syriërs weten we daarentegen vrijwel niets. Welke oogstfeesten hadden ze? Hoe sloten de opvattingen van de “little tradition” van het platteland aan bij de “great tradition” van de stedelijke elites? Welke familieleden voltrokken welke rituelen? Vereerden ze überhaupt goden en zo ja, wat waren dat van bovennatuurlijke krachten?

Lees verder “Manemos, een grote onbekende”

Museum Dorestad

Romeinse helm uit Wijk bij Duurstede (Rijkscollectie)

Deze blog bestaat vandaag veertien jaar en dat vier ik met het 500e blogje in onze reeks museumstukken. Dat moet natuurlijk een bijzonder museumstuk zijn, maar het is niet de helm hierboven. Ik blog over het museum waar die helm eigenlijk hoort te zijn, en wellicht nog eens komt. Alleen is dat museum nog niet geopend: het is Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede.

Ik blog daarover omdat een museum, waar ze artefacten tonen, ook zelf een artefact is. Ik heb eerder weleens geblogd over de landkaart van Italië die je kunt zien in het Museo della civiltà romana in Rome, en zo kun je ook kijken naar het museum waar de vondsten uit Dorestad te zien zullen zijn. Ik sprak erover met conservator Luit van der Tuuk.

Lees verder “Museum Dorestad”