Mandeeërs op Pluto

Mandese incantatieschaal (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)
Mandese incantatieschaal (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

De schaal hierboven, te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene, is een zogeheten “incantatieschaal”. In een bijna eindeloze spiraal staat een tekst die de eigenaar moet beschermen tegen allerlei boze geesten. Ze zijn gemaakt in het Sassanidische Rijk en zijn er voor elke religieuze minderheid: er zijn christelijke schalen, maar ook joodse, manichese, zoroastrische en mandese. Ik heb op het bordje in het museum gelezen dat de bovenstaande schaal mandees is, maar ik kan het niet controleren.

Mandeeërs?

Ik weet namelijk maar weinig van de mandeeërs. Daarmee ben ik overigens in alleszins redelijk gezelschap, want het is een geloofsgemeenschap in noordelijk Irak waarover maar weinig bekend is. Zeker, we kennen enkele theologische concepten: het zijn dualisten die geloven dat de ziel eigenlijk bij God wil zijn maar door een Groot Kosmisch Bedrijfsongeval als balling in dit ondermaanse moet verkeren. Er is echter geheime kennis waarmee de gelovige de terugkeer van zijn ziel kan bevorderen. Het doet sterk denken aan de antieke gnosis en het is vermoedelijk geen toeval dat de naam van deze religie is afgeleid van het Aramese manda dat, net als het Griekse gnosis, zoiets betekent als kennis of inzicht.

Lees verder “Mandeeërs op Pluto”

Babylonische astronomie

Tablet met een lijst van verduisteringen tussen 518 en 465 v.Chr.

In voorhistorische tijden had de Babylonische oppergod god Marduk het monster Tiamat verslagen. Hij had haar huid als een uitspansel gebruikt om de hemel te doen ontstaan en had de andere lichaamsdelen benut om de aarde, de bergen en wat dies meer te maken. Ook had Marduk de zon, de maan en de sterren geschapen, hun banen langs de hemel getrokken en de ritmes vastgesteld die de eindeloze tijd overzichtelijk maken. Alles zou zich vroeg of laat herhalen.

Zodoende konden mensen weten wat hun te wachten stond, mits ze goed registreerden wat er aan de hemel te lezen was en wat er daadwerkelijk gebeurde. En dus klommen de astronomen van Babylon elke nacht naar de top van de tempeltoren Etemenanki (“het huis van het fundament van de hemel op aarde”, de Bijbelse “Toren van Babel”) middenin de stad om te zien wat er gebeurde. Het resultaat is de enorme collectie kleitabletten in het British Museum die bekendstaat als de Astronomische Dagboeken. Nacht na nacht werd bijgehouden wat er te zien was geweest, dag na dag schreef men op wat er was gebeurd.

Lees verder “Babylonische astronomie”

Ster van Betlehem

De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

Met kerstmis, zo schreef ik gisteren, verandert menig astronoom ineens in een bijbels literalist. Althans, als hij het heeft over de Ster van Betlehem, een onderwerp dat in die tijd van het jaar de aandacht trekt. Mijn bewering leverde me binnen enkele uren de vraag op of ik dit kon toelichten. Bij dezen dan.

Laat vooropstaan dat ik, als ik sterrenkundige zou zijn, óók in de verleiding zou staan de Ster van Betlehem te gebruiken om het grote publiek iets over mijn vakgebied te vertellen. Het is daarvoor een geschikt voorbeeld: het verhaal is goed bekend en de grote variatie aan hypothesen ter verklaring van het beschreven hemelverschijnsel biedt de mogelijkheid een even grote variatie aan onderwerpen aan te snijden – kometen, nova’s, planeetsamenstanden. De onvermoeibare Govert Schilling heeft er, als ik het wel heb, jarenlang een presentatie over verzorgd in het planetarium bij Artis. Ware ik sterrenkundige, ik zou het voorbeeld gebruiken.

Lees verder “Ster van Betlehem”

Zonnewijzer

Zonnewijzer in Amersfoort
Zonnewijzer in Amersfoort

Ik moest onlangs op het station in Amersfoort wachten op een aansluitende trein, en wandelde even het stationsplein op. Daar staat namelijk deze zonnewijzer. Het is een heel leuk kunstwerk, dat letterlijk de zon aanwijst, ook als het bewolkt is of als de zon zich ’s avonds bevindt onder de horizon. Er staat ook uitleg bij, maar ik beken dat ik daar enige moeite mee heb.

Een zonnewijzer is een instrument dat de ware plaatselijke zonnetijd aangeeft.

Wat zou “de ware plaatselijke zonnetijd” zijn? Een definitie ontbreekt.

Lees verder “Zonnewijzer”

ET vermijdt ons

Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker heeft maar zeer zijdelings met dit stukje te maken, maar ach, het is toch een aardige foto.

Het is een bekende grap: het beste bewijs dat levensvormen in ons heelal intelligent zijn, is dat ze nog geen contact met ons hebben gezocht. Al een jaar of acht geleden, en misschien wel meer, werd het gelijk van de moppentapper voorgerekend. Daarvoor was geen hogere wiskunde nodig; ik heb het al eens eerder uitgelegd.

De crux is dat er alleen al in ons Melkwegstelsel niet minder dan 400.000.000.000 sterren zijn. Als er daarvan slechts één op de tien planeten heeft, en als slechts één op de honderd daarvan voldoet aan de voorwaarden waaronder leven ontstaat, en als op slechts één op de duizend daarvan intelligent leven is ontstaan, moeten er nog altijd zo’n 400.000 plekken zijn die onze radio-astronomen zouden opvallen. Daar wordt al heel lang naar gezocht, op allerlei frequenties, en er is nog steeds niets gevonden. Dit gebrek aan bewijs voor iets wat zeer frequent moet voorkomen, staat bekend als de Fermiparadox.

Lees verder “ET vermijdt ons”

Iraniërs in Betlehem

istanbul_chora_herod_magi
De drie wijzen uit het oosten bij koning Herodes. Byzantijns mozaïek uit de Chora-kerk in Istanbul.

Toen Jezus geboren was in Betlehem, kwamen er magiërs uit het Oosten. Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’

U kent deze passage misschien in een andere vorm, waarin sprake is van “wijzen” uit het Oosten. Maar de medewerkers van de Nieuwe Bijbelvertaling hebben geen fout gemaakt: de evangelist Mattheüs (2.1-2) gebruikt het woord magoi. En die kennen we: het zijn de religieuze specialisten van het oude Perzië, die mensen bijstonden door bij het heilige vuur de voorgeschreven, lange gebeden op te zeggen. Daarnaast lijken ze dromen te hebben uitgelegd. Met magie in onze zin van het woord, hekserij dus, heeft het niets te maken.

Met astronomie heeft het evenmin iets te maken, zodat het toch al wat merkwaardige bezoek van Perzische geheugenkunstenaars helemaal vreemd wordt. Een simpele verklaring is dat de bezoekers geen magiërs waren, maar sterrenwichelaars uit Babylonië. Daarvoor pleit dat de astrologen van Babylon wereldberoemd waren en dat in het Tweestromenland een grote Joodse gemeenschap was. Maar dat zou betekenen dat Mattheüs een woord heeft gebruikt zonder de betekenis goed te kennen. Dat niet valt uit te sluiten – niets menselijks is de evangelisten vreemd – maar het is wetenschappelijk wat onbevredigend te zeggen dat een auteur zelf niet weet wat hij bedoelt.

Lees verder “Iraniërs in Betlehem”