Museum Dorestad heropend (1)

Maquette van Dorestad (Museum Dorestad, Wijk bij Duurstede)

Het probleem met het verleden is het heden. Onze belangstelling verschuift. Momenteel staan klimaat en onvrije arbeid in de belangstelling, hiervóór was vrouwengeschiedenis populair en in de jaren zeventig stonden wereldgeschiedenis en globalisering centraal. Elke generatie heeft nieuwe zorgen, elke generatie stelt nieuwe vragen, elke generatie herschrijft geschiedenisboeken. De aangepaste canons zijn een voorbeeld. Dit is de dagdagelijkse geschiedvorsing.

Presentisme

Tegelijk – en dit is wezenlijker – verandert ons denken over de relaties tussen verleden, heden en toekomst. Hierover heeft de Franse historicus François Hartog behartenswaardige dingen geschreven. Ooit meenden we dat we in het heden lessen konden leren van het verleden, waardoor we beter voorbereid zouden zijn op de toekomst. Als het gaat om de tijd voor pakweg het jaar 1000, is dit echter kentheoretisch onmogelijk, aangezien we onvoldoende informatie hebben. Je kunt bezwaarlijk onrobuuste data gebruiken om een samenleving tjokvol robuuste data te adviseren.

Lees verder “Museum Dorestad heropend (1)”

Museum Dorestad

Romeinse helm uit Wijk bij Duurstede (Rijkscollectie)

Deze blog bestaat vandaag veertien jaar en dat vier ik met het 500e blogje in onze reeks museumstukken. Dat moet natuurlijk een bijzonder museumstuk zijn, maar het is niet de helm hierboven. Ik blog over het museum waar die helm eigenlijk hoort te zijn, en wellicht nog eens komt. Alleen is dat museum nog niet geopend: het is Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede.

Ik blog daarover omdat een museum, waar ze artefacten tonen, ook zelf een artefact is. Ik heb eerder weleens geblogd over de landkaart van Italië die je kunt zien in het Museo della civiltà romana in Rome, en zo kun je ook kijken naar het museum waar de vondsten uit Dorestad te zien zullen zijn. Ik sprak erover met conservator Luit van der Tuuk.

Lees verder “Museum Dorestad”

Negen gedachtes bij een canon

Voor me ligt het prachtige boek waarin ik dit weekend heerlijk heb gelezen: de onlangs verschenen Canon van de Nederlandse poëzie van Paul Claes. Het zijn honderd gedichten die zich hebben genesteld in ons collectief bewustzijn. Van Halewijn tot Herzberg en van Komrij tot Cats: honderd gedichten met toelichting. We denken aan Holland, zitten zonder meid en vragen ons af waar Egidius is gebleven.

1.

Die toelichting is de meerwaarde, want de door Claes gekozen gedichten zijn allemaal wel ergens online te vinden. Er bestaan ook meer van dit soort boeken. De door Claes gemaakte keuze overlapt bijvoorbeeld met die van C. Buddingh in Is deze ook goed meneer? De evergreen in de Nederlandse poëzie (1972). Dat boekje, dat ik ooit bietste uit de erfenis van een leraar Nederlands, biedt echter nauwelijks uitleg, terwijl Claes daarin juist uitblinkt. Pakweg twee pagina’s over thematiek en techniek van de romantische dichters, één pagina over Bilderdijk, één gedicht van iets meer dan een pagina (en u raadt al welk), anderhalve pagina over dit gedicht.

Lees verder “Negen gedachtes bij een canon”

De Bergrede (9): De canon

De bergrede op een christelijke sarcofaag (Musée national des antiquités, Algiers)

Ook vandaag blog ik over de Bergrede. Het is een tekst waar nu eenmaal veel over te zeggen valt. Dit keer pak ik er een heel, heel klein detail uit, namelijk enkele woorden uit Matteüs 5.17. In de Nieuwe Bijbelvertaling:

Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.

Even verderop zal Jezus dit toelichten, in Matteüs 13.8:

Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.

Maar dat is niet waarover ik het vandaag wil hebben. Mij gaat het om de vijf woorden “de Wet of de Profeten”. Daar staat niet wat u denkt.

Lees verder “De Bergrede (9): De canon”

Schorpioen eruit, Zuiderkruis erin: de nieuwe astronomiecanon

Het sterrenbeeld Leeuw op Nemrud Daği (reconstructie in het Allard Piersonmuseum, Amsterdam)

Meer aandacht voor ruimtelijke spreiding, meer diverse sterrenbeelden: dat zijn de belangrijkste aanpassingen aan de hernieuwde Canon van de Sterrenkunde. De lijst van vijftig sterrenbeelden vat belangrijke hemelregio’s samen en dient als inspiratie voor de Nederlandse astronomie.

De herziene lijst bestaat nog steeds uit vijftig sterrenbeelden, maar tien daarvan zijn vervangen. Zo zijn bijvoorbeeld de Schorpioen en Leeuw geschrapt en het Zuiderkruis en Centaur toegevoegd. “Maar onze gedachte was niet om te gaan schrappen,” zegt Maria Weetveel, de voorzitster van de herzieningscommissie, “we hebben vooral gekeken naar wat er in onze ogen bij moest.”

Lees verder “Schorpioen eruit, Zuiderkruis erin: de nieuwe astronomiecanon”

Kwartetten

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Archeologisch Museum, Cherchell)

Ach, de canon. Tja. We zijn weer aan het kwartetten. “Mag ik van jou van de zestiende eeuw Karel de Vijfde? Dan krijg jij van mij de Grachtengordel.” Over het idee om in het onderwijs een canon te gebruiken valt een boom op te zetten. Ik breng in herinnering dat het tegelijk is voorgesteld met plannen voor een Nationaal Historisch Museum dat de Nederlandse nationale identiteit behoorde te versterken. Als dit het doel was, is het inderdaad zinvol kinderen dezelfde vijftig dingen te leren, zodat in elk geval dat vijftigtal verbindend is. Helaas is dat doel onzinnig, aangezien geschiedenis een wetenschap is, “de nationale identiteit versterken” politiek is en wetenschap los behoort te staan van de politiek.

De Canon die de Commissie Van Oostrom opstelde was, gegeven de idiotie van de opdracht, niet de slechtste. Er was bijvoorbeeld voor gekozen om de onvermijdelijke subjectiviteit te verkleinen door eerst enkele leidende thema’s vast te stellen, zoals verstedelijking. En daar was de oudhistoricus die ik ben nogal verbaasd, want waarom werd voor de Romeinse tijd dan in vredesnaam de limes een Canon-venster en niet – ik noem eens wat – de stad Nijmegen? Welke oudhistoricus was eigenlijk geraadpleegd? Er zaten immers geen oudheidkundigen in de Commissie Van Oostrom. Kortom, ik schreef Van Oostrom, die nodigde me bij hem thuis uit en we hadden een prettig gesprek.

Lees verder “Kwartetten”

Canon van Apeldoorn

Er schijnen twee levensfasen te zijn waarin mensen belangstelling hebben voor het verleden. De eerste is als we jong zijn, want dan zijn verhalen over vroeger vreemd en spannend. Vraag een achtjarige wat zijn/haar favoriete schoolvak is en het antwoord is geschiedenis. De tweede fase begint na je veertigste of vijftigste. Historici zeggen weleens dat dit is omdat mensen dan zelf een beetje geschiedenis beginnen te krijgen. De latere belangstelling is dan minder gericht op het vreemde en spannende, maar vloeit voort uit je herinnering. Dat dorp van toen, het is voorbij.

Dit was natuurlijk psychologie van de kouwe grond, maar het zou verklaren waarom ik pas de laatste jaren belangstelling krijg voor de geschiedenis van Apeldoorn, hoewel ik er toch ben opgegroeid en historicus ben geworden. Hoe dat ook zij: het kwam goed uit dat ik maandagmiddag, toen ik mijn krant ging kopen, bij de plaatselijke boekhandel Nawijn & Polak de Canon van Apeldoorn zag liggen, het net verschenen boek dat Sander Hurenkamp wijdde aan de geschiedenis van zijn geboorteplaats.

Lees verder “Canon van Apeldoorn”

Een archeologie-canon

Zomaar eens een foto van een archeologische stratigrafie

Gisteren bood ik op deze plaats een overzicht van een kleine veertig dingen die mensen zouden moeten weten over geschiedvorsing. Aangezien de historische canon van Van Oostrom / Kennedy geschiedenis presenteert als het ene feit na het andere, wilde ik toch eens benadrukken dat geschiedenis ook een wetenschap is.

Een van de trouwste lezers van deze blog, CK uit het archeologisch en historisch zo rijke Nijmegen, wees me erop dat een archeologiecanon ook niet zou bestaan uit een lijst van losse opgravingen, maar uit een lijst van methodische en technische vernieuwingen. In een telefoontje bespraken we dat archeologen, doordat ze de wetenschappelijke dimensie almaar niet benoemen en zich verschuilen achter de monumentenwetgeving, zélf de reden zijn waarom een staatssecretaris van Cultuur zich afvraagt wat hij aan moet met musea vol opgegraven potten en pannen, waarom de limesvoorlichting zo verrekte contraproductief is, waarom een hoogleraar publiek begrip van wetenschap de raarste dingen kan vertellen over het Rijksmuseum van Oudheden en waarom De Volkskrant archeologie te onbelangrijk vindt om iets te rectificeren. Een Nijmegenaar herinnert zich natuurlijk ook de aquaductenaffaire en de affaire in de buurgemeente Cuijk.

Lees verder “Een archeologie-canon”

De historische canon

Stelt je voor dat astronomen een canon zouden opstellen van wat iedereen over hun vak moest weten. Zou dat een overzicht opleveren van sterrenbeelden? Nee natuurlijk. Ze zouden de telescoop, de periodieke terugkeer van kometen, radioastronomie en zwaartekrachtgolfdetectors noemen. Een wetenschap onderstreept haar belang immers niet met de objecten die ze onderzoekt, maar met de ontdekte patronen. En haar vooruitgang blijkt uit vernieuwende methoden, nieuwe soorten inzicht en nieuwe bijdragen aan andere disciplines.

Het is, dacht ik althans, logisch je niet te presenteren met de onderzoeksobjecten. Presenteer een wetenschap als wetenschap. De canon die de Commissie Van Oostrom voor de Nederlandse geschiedenis heeft opgesteld, beperkt zich echter wel tot de objecten en draagt zo bij aan het beeld dat geschiedvorsing geen echte wetenschap is. Het gaat om hunebedden, de Romeinse limes, Karel de Grote en wat dies meer zij. Onderwerpen, kortom, die zich lenen voor een blogje hier of een causerie daar, maar die niet tonen waarom geschiedenis een wetenschap is. Hieronder is mijn alternatief.

Lees verder “De historische canon”