Misverstand: Mensenrechten

De Cyruscilinder gaat niet over mensenrechten (British Museum, Londen)

Misverstand: De Cyruscylinder is ’s werelds eerste mensenrechtendocument

In december 2008 corrigeerde de Nederlandse uitgave van de National Geographic een vergissing uit het augustusnummer van hetzelfde jaar: een uiting van de zelfkritiek waaraan het blad zijn onverwoestbare reputatie van degelijkheid te danken heeft. De fout lijkt op het eerste gezicht triviaal: de National Geographic had ten onrechte geschreven dat de Perzische koning Cyrus de Grote ooit zou hebben geproclameerd nooit tot oorlog te zullen besluiten om heerschappij te verwerven.

Deze woorden komen uit een vervalste vertaling van de zogeheten Cyruscilinder, een in Babylon gevonden, in het Babylonisch geschreven en voor de Babyloniërs bedoelde tekst, waarin Cyrus claimt – en dit staat er wel – dat hij enkele onrechtmatig opgelegde herendiensten afschafte en sommige gedeporteerde goden en hun vereerders liet terugkeren. Dit laatste lijkt te bevestigen wat in de Bijbel staat: dat de Joden die door de Babylonische koning Nebukadnezar II in 586 naar Babylonië waren gedeporteerd, mochten terugkeren toen Cyrus in 539 Babylon had veroverd.

Lees verder “Misverstand: Mensenrechten”

Didyma geplunderd

Gewicht uit Didyma (Louvre, Parijs)

Ik weet niet wie de camera bediende die dag, tien jaar geleden, in het Louvre, mijn zakenpartner Marco of ikzelf. Het feit dat op dit antieke gewicht rechtsonder de reflectie is te zien van een rooster of zoiets, suggereert dat ik het ben geweest, de mindere fotograaf. Toen ik een afbeelding van dit voorwerp wilde hebben in mijn boek Xerxes in Griekenland, hebben we deze foto niet gebruikt en heeft mijn uitgever in het Louvre een alternatief opgevraagd.

Een gewicht dus, gevonden in de door Franse archeologen opgegraven Iraanse stad Sousa, ooit een van de residenties van de Perzische koningen. Uit de inscriptie blijkt echter dat het voorwerp afkomstig is uit Didyma, het orakel van Apollo even ten zuiden van de Griekse stad Milete (in het westen van het huidige Turkije). Het zal zijn weggenomen toen de Perzen in 494 v.Chr. Milete, de hoofdstad van een opstand, heroverden, of toen Xerxes, geschrokken na de succesvolle Griekse vlootoperatie naar Samos en Mykale, wraak nam (najaar 479).

Lees verder “Didyma geplunderd”

Deportatie en kruisiging (1)

Elamitische gedeporteerden (Louvre, Parijs)

Omdat ik het afgelopen jaar veel heb gevlogen en nu lijd aan vliegschaamte, besloot ik penitentie te doen met het lezen van Dominion, het laatste boek van Tom Holland, die getuige de ondertitel wil uitleggen hoe de Western Mind is ontstaan. Zijn ambitie neem ik hem niet kwalijk, integendeel. Wat ik echter jammer vind is dat hij het historische belang van het christendom wil beschrijven. Dat maakt het boek wat curieus want geen historicus heeft dat belang ooit betwijfeld.

Tom Holland is echter geen historicus. En dat wreekt zich.

Ik wil de komende tijd enkele stukjes schrijven over zijn aanpak en tonen dat hij door gebrek aan vakkennis fouten maakt. Vandaag zijn feiten. Dat zijn namelijk geen feiten maar decorstukken in wat Holland presenteert als een drama.

Lees verder “Deportatie en kruisiging (1)”

Armenië in Libanon

Musa Dağ, de Mozesberg, verrijst even ten noordwesten van Antiochië. Hier lagen ooit zes Armeense dorpen, al bewoond door Armeniërs sinds de Middeleeuwen en misschien nog wel langer. In juli 1915 kregen de bewoners van de Ottomaanse autoriteiten opdracht zich klaar te maken voor verhuizing – en de dorpelingen wisten dat dit neerkwam op deportatie. De Armeense genocide was in april van dat jaar al begonnen met een moordpartij in Constantinopel.

De vierduizend bewoners van de zes dorpen trokken zich terug op de berg zelf, legden loopgraven aan, oefenden zich in het schieten en wachtten op de onvermijdelijke aanval. Die volgde inderdaad, maar de belegerden wisten de soldaten af te slaan, waarop de Ottomaanse troepen besloten de dorpelingen uit te hongeren. Een paar van hen wisten naar Iskenderun – dat toen nog Alexandretta heette – te komen, deels lopend langs de kust, deels zwemmend, in de hoop dat daar schepen zouden liggen van de Entente, maar vergeefs.

Lees verder “Armenië in Libanon”

De Armeense genocide: Verzet

De resten van de oude stad van Van; citadel in de achtergrond, minaret iets links van het midden.

[Vijfde deel van een serie van zes; het eerste is hier.]

Natuurlijk verzetten de Armeniërs zich. De Armeense genocide hing immers al een kleine kwart eeuw in de lucht en het is niet voor niets dat Talaat Pasha eerst de Armeense dienstplichtigen uit het leger haalde en ontwapende. Zoals al aangegeven bood de bevolking van de oostelijke stad Van weerstand. Cevdet Bey, een zwager van minister van oorlog Enver Pasha, slaagde er niet in de stad in te nemen, wat hem er niet van weerhield het platteland te terroriseren. Uiteindelijk waren het de Russen die Van ontzetten en de macht overnamen in de gebieden rond het Van-meer.

Toen de Ottomaanse legers de Russen terugdreven, vluchtten de Armeniërs met hun bevrijders mee naar Oost-Armenië (d.w.z. het door de Russen beheerste deel van het gebied, de huidige republiek). Wie Van tegenwoordig bezoekt, zal ten zuiden van de citadel een eenzame minaret zien staan en links en rechts nog wat muren. Dat is alles wat resteert van de oude stad.

Lees verder “De Armeense genocide: Verzet”

De Armeense genocide: Het begin

Monument voor de Armeense genocide in Ejmatsin

[Derde deel van een serie van zes; het eerste is hier.]

De grote Europese mogendheden hadden in de negentiende eeuw de wereld verdeeld. Het was een handige manier om onderlinge conflicten af te leiden: er was altijd wel ergens een stukje planeet om aan de verliezer te geven, zodat die wat wisselgeld kreeg en geen al te groot gezichtsverlies leed. Probleem was wel dat er steeds minder planeet te verdelen viel. Nadat in China invloedssferen waren uitgetekend, was de Balkan het laatste stukje dat nog viel te verdelen, en de twee Balkanoorlogen hadden ook daaraan een einde gemaakt. Toen in Sarajevo de Oostenrijks-Hongaarse kroonprins werd doodgeschoten, was er geen uitlaatklep meer en de Derde Balkanoorlog escaleerde tot een wereldoorlog.

Het verbaasde niemand dat de Ottomaanse overheid partij koos voor de Centrale Mogendheden, aangezien de generale staf al voor een deel bestond uit Duitse militaire adviseurs met intrigerende namen als Colmar von der Goltz Pasha en Otto Liman von Sanders Pasha. Er zal ook weinig verbazing zijn geweest dat de drie Ottomaanse leiders – Talaat, Enver en Cemal – ervoor kozen af te rekenen met de “binnenlandse vijanden”. De aanleiding was de vernederende nederlaag bij Sarikamish – tegenwoordig een wintersportdorp ten oosten van Erzurum – in de winter van 1914/1915. De Ottomaanse commandant, Enver Pasha, gaf bij zijn terugkeer in Constantinopel de schuld aan zijn Armeense eenheden, die hem een dolk in de rug zouden hebben gestoken.

Lees verder “De Armeense genocide: Het begin”

De Armeense genocide: De Jonge Turken

Talaat Pasha (Wikimedia Commons)

[Tweede deel van een serie van zes; het eerste is hier.]

Tegen het einde van de negentiende eeuw groeide in het Ottomaanse Rijk de kritiek op de sultan. In het noorden en westen waren gebieden verloren gegaan, het bestuursapparaat functioneerde slecht, er was corruptie en vriendjespolitiek. Op de militaire, medische en bestuurlijke academies stelden de “Jonge Turken” zich een andere vorm van bestuur voor, gebaseerd op de idealen van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. De Grondwet van 1876 moest weer van kracht worden. De Armeense intelligentsia kon hier wel enige sympathie voor opbrengen.

In 1908 grepen de Jonge Turken de macht. In juli werd de grondwet weer van kracht, het Ottomaanse Rijk herkreeg zijn parlement en de sultan bleef alleen aan als staatshoofd en kalief. Al heel snel liepen de nieuwe machthebbers echter aan tegen de vraag die zich ook na de Franse Revolutie en daarop geënte omwentelingen had aangediend: wie vormden het volk? De Nieuwe Turken benadrukten eenheid – en bedoelden daarmee niet de aloude eenheid van een rijk waarin ook soennieten van Koerdische en Arabische komaf, Armeense christenen, Palestijnse en Europese joden, Egyptische kopten en Cypriotische orthodoxen woonden, om nog maar te zwijgen over de lappendeken Libanon. Het ging de Jonge Turken vooral om de eenheid van alle Turken, ook degenen die verderop naar het oosten leefden, richting Turkestan (het huidige Oezbekistan en Turkmenistan). Ik stipte het jadidisme al eens aan.

Lees verder “De Armeense genocide: De Jonge Turken”

Baktrië en Afghanistan

Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort

Er was – en in zekere zin: is – een zekere urgentie achter Into the Land of Bones, waarin de Amerikaanse oudhistoricus Frank Holt de campagnes behandelde van Alexander de Grote in Baktrië (noord-Afghanistan en zuid-Oezbekistan) en in Sogdië (de rest van Oezbekistan). Die urgentie had alles met zijn Amerikaanse achtergrond te maken: de Amerikanen waren op het moment waarop het boek verscheen, 2005, militair aanwezig in Afghanistan en hoewel ze vochten met “ervaring, toewijding, eer, en moed” hadden ze “de geschiedenis simpelweg niet aan hun kant”.

Holt wilde zijn landgenoten waarschuwen. Met recht en reden. Oorlog in Centraal-Azië is één van de weinige punten waar de oude geschiedenis lessen biedt voor onze eigen tijd.

Lees verder “Baktrië en Afghanistan”

Alexander in Oezbekistan

Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort
Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort

Ik had vandaag eigenlijk wakker zullen worden in Tasjkent, waar ik een groep zou rondleiden. Het Nationaal Museum van Oezbekistan stond op het programma, vol interessante oudheden, culminerend in een welhaast tempelachtige zaal voor de nationale held Timoer Lenk – die overigens leefde vóór de horde van Öz Bek zich vestigde in het land dat naar hem is vernoemd. Omdat mijn vader overleed, heb ik in Nederland moeten blijven. Een vriendin begeleidt de groep nu; ik heb dinsdag de groep uitgeleide gedaan op Schiphol; en ik kan niet méér doen dan een stukje schrijven over Alexander de Grote in Sogdië – zoals Oezbekistan heette voordat de Oezbeken zich daar vestigden. Huishoudelijke mededeling voor de trouwe lezers van deze kleine blog: morgen gaan we verder met de reeks over de monotheïsering van jodendom, christendom en heidendom.

**

Hoe raakte Alexander de Grote in vredesnaam verzeild in Sogdië, een land waarvan de Grieken nauwelijks iets wisten? Het antwoord “het behoorde bij het Perzische Rijk waarmee Alexander in oorlog was” is te makkelijk: in de eerste plaats omdat de Perzische controle informeel was – anders dan in Libanon of Egypte of Turkije is er in Oezbekistan geen monumentale Perzische architectuur opgegraven. In de tweede plaats omdat de oorlog, met de dood van de Perzische koning Darius III Codomannus, in feite ten einde was. De Griekse contingenten in Alexanders leger waren in de zomer van 330 al naar huis gestuurd en werden vervangen door Griekse huurlingen.

Lees verder “Alexander in Oezbekistan”

Kampyr Tepe

Huizen in Kampyr Tepe
Huizen in Kampyr Tepe

Het zuiden van Oezbekistan bestaat uit de vlakte langs rivieren als de Surkandarya en Amudarya. In de Perzische tijd werd het gebied gerekend tot Baktrië en gold het als het district waar de kroonprins kon leren besturen, ongeveer zoals de Franse kroonprins de Dauphiné had en zijn Engelse collega Wales.

Baktrië was ook het gebied waarheen de Perzische koning mensen liet deporteren: de Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt bijvoorbeeld dat de bewoners van het Libische Barka naar het verre oosten werden afgemarcheerd. Latere Griekse historici schrijven dat Alexander de Grote in 329 v.Chr. in de omgeving van Termez werd verwelkomd door de afstammelingen van Griekse ballingen. Ondanks het gastvrij onthaal liet Alexander ze allemaal doden, omdat hun voorouders niet méér tegen de Perzen hadden gevochten.

Lees verder “Kampyr Tepe”